Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hitler als nabootser

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hitler als nabootser

4 minuten leestijd

De eerste dertig jaar was Hitler serieus van plan kunstenaar en zelfs bouwmeester te worden. In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog tekende hij aan de lopende band stadsgezichten in Wenen en München.

De Oostenrijkse schilder Oskar Kokoschka betreurde tijdens zijn ballingschap in Londen dat hij ooit, 35 jaar daarvoor, was geslaagd voor de kunstacademie. Aan zijn lotgenoot Elias Canetti vertelde hij dat dit als een druk op hem lag. In datzelfde toelatingsexamen in Wenen was namelijk een landgenoot afgewezen, een zekere Adolf Hitler.

Volgens Kokoschka was hij nu zelf de schuld van de Tweede Wereldoorlog. Want als hij was afgewezen, zou Hitler zijn gaan schilderen en had hij de politiek gelaten voor wat het was.

Deze anekdote vertelde de latere Nobelprijswinnaar Canetti in 2005 in zijn (verder waardeloze) boekje ”Party tijdens de blitz”. Het is opvallend dat Lambert Giebels in zijn (veel betere) boek ”Hitler als kunstenaar” dit verhaal niet verwerkt.

De jonge Adolf schetste als schooljongen al heel wat af. Ook toen wisselde de kwaliteit sterk. Tussen de soms onbeholpen tekeningetjes die zijn bewaard, zit- ten ook verrassend uitschieters. Veelzeggend is het betere werk doorgaans gemaakt naar het voorbeeld van andere afbeeldingen. Dat zou altijd zo blijven. Zelf iets nieuws scheppen van wat zijn geestesoog in de natuur zag, was er bij Hitler niet bij.

Misschien had hij dat op de kunstacademie kunnen leren. Twee keer deed hij een poging om in Wenen te worden toegelaten. Speciaal voor het toelatingsexamen nam hij privélessen. Maar hij werd afgewezen, volgens Giebels omdat de klas al vol zat. Toch bleef Hitler potlood en kwast hanteren. Hij had een vriend die met de prenten door de straten trok en vooral onder toeristen klandizie had. Samen met Hitler had hij er een goede boterham aan.

Hitler wilde echter niet verder als tekenaar of aquarellist, maar had zich voorgenomen bouwmeester te worden. Hij wilde ook wel een opleiding architectuur doen, maar daarvoor miste hij de vooropleiding. Dus bleef het bij stadsgezichten tekenen.

Op de boterham had misschien best ook wel beleg kunnen komen, als Hitler zich er meer voor had ingespannen. Maar het patroon in zijn leven was dat hij niet van (hard) werken hield. ’s Och- tends stond hij pas laat op, ging dan een paar uur kranten le- zen, en zette zich pas na het middaguur aan het tekenwerk. Zijn bronnen waren boekjes met foto’s en andere prenten. Zelfs als hij een opdracht kreeg voor een specifiek gebouw, zocht hij nog naar een voorbeeld daar- voor. Dat frustreerde zijn kom- panen op een zeker moment, en daarmee eindigde dan de samen- werking. In de Beierse hoofdstad München herhaalde zich dat weer.

Een complete catalogus van Hitlers kunst is nooit gemaakt. Toen hij als politicus bekender werd, nam de vraag naar zijn werk toe. Dat trok kopieerders aan. Zodoende is nooit helemaal duidelijk wat wel en niet van de ”grote meester” is.

Dat kopiëren was trouwens niet al te moeilijk. Hitler had zeker aanleg, maar hij is het niveau van een beginnend illustrator nooit ontstegen. Zeker het figuurtekenen bleef amateuristisch. Gebouwen gingen hem beter af. Van echte kunst –in die zin dat hij in een eigen stijl scheppend bezig was– is dan ook geen sprake. Hoewel er enkele zeldzame uitschieters zijn, die een hang naar het impressionisme doen vermoeden.

Toen Hitler zich bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog als oorlogsvrijwilliger aanbood, leek het met zijn artistieke ambities gedaan. Er zijn nog wel enkele prenten van het front van hem bekend, maar niet meer dan een handvol. En na terugkeer uit de oorlog lonkte algauw de politiek.

Met die politiek vulde zich de tweede helft van Hitlers leven. Vanaf dat moment werd alles anders. Zo werd hij antisemiet. Voor de oorlog ging hij vriendschappelijk om met Joden. Het enige wat hetzelfde bleef was het late opstaan in de ochtend.

Deze plotsklapse verandering in Hitlers leven noemt Giebels het „biografisch raadsel” dat hij graag had willen oplossen, maar wat hem niet is gelukt. Het is Giebels echter wel gelukt de ambities van de jonge Hitler te beschrijven. En daarmee vult hij in elk geval een leemte.


Boekgegevens

Hitler als kunstenaar. Wenen 1907-München 1919, Lambert Giebels; uitg. Balans, Amsterdam, 2012; ISBN 978 9460 0357 46; 175 blz.; € 18,95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 10 december 2012

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Hitler als nabootser

Bekijk de hele uitgave van maandag 10 december 2012

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken