Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het nut van tegenslag

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het nut van tegenslag

6 minuten leestijd

In de Verenigde Staten blijkt uit statistisch onderzoek dat ongeveer een op de drie delinquenten en verstandelijk gehandicapten op jonge leeftijd beide ouders heeft verloren. Vreemd genoeg geldt dit in dezelfde verhouding voor eminente geleerden en kunstenaars.

Het blijkt dat de mate waarin iemand alsnog goed terechtkomt, voor een belangrijk deel afhangt van de kwaliteit van de pleeggezinnen en opvang(ouders).

In ”De vernieuwers. De zegeningen van tegenslag in wetenschap en kunst, 1500-2000”, doet de Nederlandse antropoloog Anton Blok mede aan de hand van dit feit een belangrijke constatering. Waar biografen van geleerden en kunstenaars het succes van hun hoofdpersonen vaak omschrijven in termen van „ondanks die-en-die tegenslag lukte het x om y te bereiken”, stelt Blok het tegenovergestelde: „doordat die-en-die tegenslag plaatsvond, lukte het x…”

De tegenslagen die Blok op het oog heeft, zijn vormen van sociale buitensluiting. Dit kan naast het verlies van ouders verschillende vormen aannemen: niet getrouwd zijn, of wel maar niet in de gangbare vorm een gemeenschap vormen; een lichamelijk gebrek hebben (een bochel of klein van stuk zijn); verbanning, opgelegd door anderen of zelfgekozen; onafhankelijk zijn van de academische gemeenschap of het culturele establishment.

Blok heeft dit ontdekt door het bestuderen van de levens van grote, of liever radicale geleerden en baanbrekende kunstenaars. Gebleken is dat ze allen minstens één grote vorm van buitensluiting hebben gekend en juist daardoor geheel onafhankelijk moesten en konden denken. Zij hadden op het moment van hun grote ontdekkingen of tijdens het scheppen van hun oeuvre niet allerlei carrièreverplichtingen, die remmend hadden kunnen werken. Vandaar dat zij zelden of nooit tot de mainstream behoorden.

Niet intelligenter

Blok begint zijn tekst met opzienbarende conclusies uit recent onderzoek in de wetenschapsgeschiedenis: ten eerste waren die personen niet „meer getalenteerd, intelligenter of creatiever dan gewone mensen.” En ten tweede is het zo dat ze niet allemaal uit bevoorrechte milieus kwamen of in het formele onderwijs hoge cijfers behaalden.

Waarin waren ze dan wel aantoonbaar uitzonderlijk? Een combinatie van factoren: reeds als kind hadden ze een „allesoverheersende belangstelling” voor een tak van wetenschap (zoals Darwin met zijn insectenverzameling aan de dag legde). Zodra zich een kans voordeed om door te breken, wisten ze die op te merken en te benutten. Hun toewijding en hartstocht kenden geen grenzen. Wanneer er ook nog een mentor was die feedback gaf, mocht een doorbraak worden verwacht.

Juist in die kans zit iets ongrijpbaars. Het kan gaan om een onverwachte mogelijkheid die zich voordoet, of de toevallige ontmoeting met iemand die achteraf beslissend blijkt te zijn geweest. Blok gebruikt graag de Engelse term ”serendipity”, dat is een „pleasant surprise or happy accident” (een aangename verrassing of een gelukkig toeval), maar vaak ging het gewoon om ellendige gebeurtenissen.

Iemand die hoog scoorde op de lijst van tegenslagen was bijvoorbeeld Spinoza. Hij was eenzaam, verloor vroeg zijn moeder, zijn bedrijf ging failliet, hij werd uit de Joodse gemeenschap verbannen. Waar de Britse historicus Jonathan Israel, kenner van de verlichting, zich afvraagt hoe het mogelijk was dat Spinoza zo beroemd werd, is het voor Blok bijna een logisch gevolg. De man had niets meer te verliezen, niets meer om rekening mee te houden en was vrij om de meest radicale dingen te schrijven. Het zal niet verbazen dat velen uit de groep van Blok tijdens hun leven weinig of geen erkenning kregen: Spinoza, Van Gogh, Machiavelli, Melville, De Sade enzovoort.

Eenzaamheid

Heel belangrijk voor een radicale denker is volgens Blok eenzaamheid. De Duitse dichter Rilke zocht graag de eenzaamheid van oude kastelen en stelde vast: „In een gedicht dat mij goed uitvalt is veel meer realiteit dan in welke relatie of affectie die ik voel.” Het lijkt op wat Einstein zijn ”precious solitude” (kostbaar alleen zijn) noemde: de rust om ongestoord te kunnen denken en schrijven en feedback te krijgen van collega’s op het patentbureau in Bern, waar hij in zijn vrije tijd onderzoek mocht doen. En de Amerikaanse kledingfabrikant Levi Strauss zei: „Ik heb geen grote voorkeur voor gezelligheid. Mijn eerste instinct is mensen te vermijden en naar huis te gaan.” Net als Beethoven en Darwin en vele anderen schreef hij talloze brieven aan vrienden die hij zelden of nooit zag.

De schrijver Franz Kafka bleef het liefst in Praag en stuurde soms vier brieven op een dag naar zijn geliefde Felice in Berlijn. Hij bleef op gepaste afstand. Pas aan het eind van zijn leven, toen hij ernstig ziek was, ging hij met een vrouw samenwonen.

Voor al deze mensen ging hun hartstocht uit naar hun werk, niet naar een mens van vlees en bloed. Daarom bleven velen ongehuwd of hadden partners die alleen goed waren voor de kinderen en het huishouden. Hoe dover Beethoven werd, hoe beter zijn composities werden, want niemand kon hem meer storen. Zijn wereld werd kleiner, zijn focus groter. Misschien komt hij nog het dichtst in de buurt van wat romantici een eenzaam genie noemen.

Tunnelvisie

Blok heeft een meeslepend boek geschreven. Hij heeft veel gelezen, haalt pakkende citeraten aan en weet zijn theorie goed te onderbouwen. Maar hoewel hij veel bewijzen aanlevert, doet zijn theorie soms aan een tunnelvisie denken. Dan staat er een zin als: „Cézanne kan geleden hebben vanwege zijn onwettige status: zijn ouders trouwden pas toen hij vijf was.” Tja, wat niet kan is nog nooit gebeurd. Je zou ook op heel andere dingen kunnen letten. Bijvoorbeeld of niet juist rijkdom een groot aantal denkers heeft voortgebracht.

Een ander, zeer interessant perspectief roert Blok nauwelijks aan, namelijk dat van de Joodse traditie. Hij weet het wel, maar stipt het alleen aan: „Studeren en het belang van onderlinge hulp binnen een groter verwantschapsnetwerk vormen twee Joodse tradities die onderling nauw verbonden zijn. [Einstein] was niet de enige: deze discriminatie en de daarmee verbonden specialisaties hebben mede geleid tot een opvallende relatieve oververtegenwoordiging van Joodse geleerden in Nobelprijzen voor natuurwetenschappen.” Mij dunkt moet Blok een serie gaan beginnen en deel 2 aan het Jodendom wijden, want ik denk dat die invloed weleens veel breder dan alleen op natuurwetenschappelijk vlak was.

Een laatste signalering. Het zijn op Marie Curie en de ongetrouwde zusters Brontë na allemaal mannen die Blok noemt. De verklaring van de auteur klinkt traditioneel en juist daardoor verrassend. Volgens hem komt dit door het moederschap, dat „de allesverslindende obsessie [tempert] … die grote prestaties vereisen.” Als dit waar is, is het beslist een goed argument voor degenen die vrouwen liever niet zien doordringen tot de top van de politiek of de kerk.


Boekgegevens

De vernieuwers. De zegeningen van tegenslag in wetenschap en kunst, 1500-2000, Anton Blok; uitg. Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam, 2013; ISBN 978 90 351 3710 3; 376 blz.; € 19,90.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 oktober 2013

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Het nut van tegenslag

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 12 oktober 2013

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken