Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kokoschka’s rusteloze portretten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kokoschka’s rusteloze portretten

6 minuten leestijd

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam hangt dit najaar vol met mensen en dieren. Tenminste, confronterende portretten daarvan, op doek of papier. Werk van de wereldberoemde Weense expressionist Oskar Kokoschka is in Nederland te zien.

„Het grootste talent van de jongere generatie”, zo typeerde Gustav Klimt de schilder Oskar Kokoschka (1886-1980). Generaties kunstenaars na hem lieten zich inspireren door het werk van de Oostenrijkse expressionist, die zich in zijn oeuvre vooral heeft toegelegd op het portretteren van mannen, vrouwen, kinderen en dieren. Zo’n 150 kleurrijke, uitbundig geschilderde en getekende werken vullen de tentoonstellingszaal van het museum, opgedeeld in acht thematische groepen die elk een periode uit het leven van de meesterschilder beslaan.

Zoals alle kinderen krijgt ook de jonge Oskar tekenles op school. Het is zijn tekenleraar Josef Schober die zijn talent ontdekt, een beurs voor hem regelt en hem in 1904 naar de Kunstgewerbeschule stuurt. Als reactie op de toenemende industrialisatie richt deze kunstnijverheidsschool zich in die dagen op de jugendstil: toegepaste kunst geïnspireerd op motieven en vormen die de natuur biedt. Maar Oskar kiest zijn eigen koers: hij maakt tekeningen van naakte, afgetrainde kinderen van een circusfamilie die doen denken aan werk van zijn tijdgenoot Egon Schiele.

De tekeningen choqueren en intrigeren; met fragiele, trefzekere lijnen en pastelkleurige vlakken worden de meisjes in hun kwetsbaarheid weergegeven. Ze zetten de toon voor zijn belangrijkste jeugdwerk, ”Der träumenden Knaben”. Dit sprookjesboek met kleurenlitho’s en dichtwerk vormt een liefdesbrief aan Lilith Lang, het zusje van een medestudent op wie hij hevig verliefd is. Zijn deelname met dit werk aan de Kunstschau in 1908, een kunst- en kunstnijverheidstentoonstelling onder leiding van Gustav Klimt, zorgt ervoor dat Kokoschka’s reputatie als enfant terrible, maar ook als groot jong talent, wordt gevestigd.

De roem die Kokoschka geniet is vooral te danken aan Adolf Loos, architect van modernistische gebouwen zonder opsmuk. Dankzij zijn grote kennissen- en vriendenkring kan hij Kokoschka voorzien van –door de schilder zo genoemde– slachtoffers die willen poseren voor een portret. Vele portretten volgen. Hij is in staat te schilderen wat er onder de huid van de mensen zit.

Neem het portret van Auguste Forel, de befaamde psychiater, mierenonderzoeker en filosoof die hij op zijn reis naar Zwitserland in 1910 ontmoet. Forel wil eigenlijk niet geschilderd worden en weigert daarom te poseren. Kokoschka krijgt ten slotte toestemming om hem te portretteren tijdens het avondeten met zijn gezin. Het portret in oker- en groentinten toont een oude heer in pak, de baard keurig getrimd. Met zijn handen, die net zo zorgvuldig zijn uitgewerkt als het gezicht, lijkt hij zijn woorden kracht bij te zetten. In de achtergrond ontbreekt elke suggestie van perspectief en detail, iets relatief nieuws in die tijd.

Opvallend is dat de verf minimaal aanwezig is; met vingers en nagels is verf weggepoetst en -gekrabd. „Forel vond dat hij eruitzag alsof hij een beroerte had gehad”, zegt de schilder later. „En twee jaar later kreeg hij achter de microscoop ook werkelijk een beroerte. Loos zei destijds dat ik met röntgenogen keek.” Eigenlijk doet Kokoschka dat in ieder portret van een wetenschapper, politicus, schrijver of acteur. Hij schildert meer dan een uiterlijke gelijkenis en wil het ‘innerlijke gezicht’ blootleggen, het door Freud getypeerde ”onbewuste”.

„De bokkensprongen van de mensenziel, de tragiek, het verhevene, maar ook het triviale en lachwekkende van het menselijk wezen: ik werd erdoor aangetrokken.” Zo omschrijft Kokoschka zijn drang tot schilderen. Het is om deze reden dat hij in elk portret, ongeflatteerd, soms ronduit lelijk, de gezichtsuitdrukkingen en gebaren van de persoon vastlegt om op die manier het karakter te vangen op het doek. Dit doet hij vaak met bibberende verfstreken, zoekend naar de juiste vorm en lijn en contrasterend in kleur en vorm. Het maakt de portretten rusteloos, bezield met het karakter van de geportretteerde.

Een wezenlijk onderdeel van de tentoonstelling –en dus in Kokoschka’s leven– vormt Alma Mahler, weduwe van componist Gustav Mahler. Als ze elkaar ontmoeten in 1912 is het liefde op het eerste gezicht; 400 liefdesbrieven schrijft de verliefde Oskar aan Alma. Het mag niet baten. Na drie jaar verbreekt Alma de relatie omdat ze haar vriend te claimend vindt. Oskar probeert de hevige verliefdheid te verdringen door het allegorische schilderij ”De bruid van de wind” van de hand te doen. Van de opbrengst koopt hij een paard en hij meldt zich als vrijwilliger aan bij het leger.

Later vertrekt hij naar Dresden en richt zich daar volledig op het kunstenaarsvak. De verliefdheid blijft hem echter te sterk: een paar jaar later bestelt hij bij een poppenmaakster een levensgrote pop naar het evenbeeld van Alma. Het resultaat valt hem tegen, ze lijkt er niet op. De pop wordt in 1920 onthoofd en de restanten geeft hij mee met de vuilnisman.

Dat Kokoschka een absolute vakman was blijkt wel uit de vele verschillende stijlen die hij gebruikt. Begonnen met het jugendstilachtige sprookjesboek en de studietekeningen (1904-1909) komt hij via de donkere, psychologische portretten (1909-1918) uit bij uitbundige, kleurrijke schilderijen (vanaf 1919). ”De macht van de muziek” uit 1920 is daar een voorbeeld van. Een meisje in een felgroene jurk met rode manchetten blaast op een gele bazuin. In haar hand heeft ze een stokroos. De jongen –zelfs zijn hoofd is rood– schrikt op, evenals het dier dat op de achtergrond wegvlucht. Wat wil de schilder hiermee zeggen? De oorspronkelijke titel ”Kracht en zwakte” zou volgens Kokoschka op de kleuren slaan: „Geel, rood, oranje als warme, blauw-koele als verzwakkende vrouwelijke kleuren.” De definitieve titel is duidelijker en laat iets zien van de belangrijke kruisbestuiving die Kokoschka zag tussen muziek en kunst.

De ”Mandril”, een 1,30 hoog schilderij van een aap, vormt het hoogtepunt van de zaal met dierenportretten. Er hangen ook katten, herten, leeuwen en reuzenschildpadden. Kokoschka schildert George –zo heet de aap– tijdens zijn verblijf in Londen in 1926. Buiten openingstijden krijgt de schilder toegang tot de Londense dierentuin. „’s Nachts schilderde ik daar in het apenhuis een eenzame, grote mandril, die een grondige hekel aan mij had, hoewel ik altijd bananen meebracht om hem gunstig te stemmen”, zegt hij. Kokoschka schildert hem pontificaal op de voorgrond, bek iets geopend, als heerser over het oerwoud dat hem omringt. Alsof hij zo in beweging kan komen. Het schilderij doet niet vermoeden dat de aap, na de mensaap het grootse ras ter wereld, in werkelijkheid geketend zit in een kleine kooi met dikke tralies. De kunstenaar herkent zichzelf in de mandril: „Toen ik hem schilderde, zag ik: dit is een wilde, geïsoleerde kerel, bijna mijn spiegelbeeld. Iemand die alleen wil zijn.”

>>boijmans.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 21 oktober 2013

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Kokoschka’s rusteloze portretten

Bekijk de hele uitgave van maandag 21 oktober 2013

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken