Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Argumenten tegen thuisonderwijs falen”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Argumenten tegen thuisonderwijs falen”

8 minuten leestijd

Maar liefst dertien argumenten somt staatssecretaris Dekker van Onderwijs op tegen thuis lesgeven door ouders. Prof. dr. S. Karsten, hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam, veegt ze stuk voor stuk van tafel.

Het wereldje van thuisonderwijzers is sinds deze zomer in rep en roer. Staatssecretaris Dekker schrijft net voor de vakantie een brief aan de Tweede Kamer over de vrijheid van onderwijs. Daarin bepleit hij onder meer afschaffing van het thuisonderwijs. De Tweede Kamer zou komende maandag over de brief gaan debatteren, maar de vergadering is voor onbepaalde tijd uitgesteld. Er komt nog nadere informatie, onder meer over het schoolvervoer. Karsten, die studie maakte van het thuisonderwijs, weerlegt een voor een de dertien argumenten van de bewindsman.

1. De dagelijkse gang naar school is essentieel voor de brede sociaal-emotionele ontwikkeling van ieder kind.

„Dekker levert geen enkel bewijs voor de juistheid van deze stelling. Daar is in Nederland nooit onderzoek naar gedaan. Ik zou de stelling willen omdraaien. Uit Amerikaans onderzoek blijkt namelijk dat kinderen die thuisonderwijs krijgen evenwichtiger, zelfbewuster en prosocialer zijn dan andere kinderen. Ook vertonen ze minder probleemgedrag.”

2. Kinderen moeten al op jonge leeftijd leren dat zij deel uitmaken van een bredere maatschappij.

„Er bestaat geen enkel bewijs dat ouders die hun kinderen thuis lesgeven, dit hun kroost niet bijbrengen. Integendeel, alle ouders stomen hun kinderen klaar voor het behalen van diploma’s en participatie in de samenleving. De Amerikaanse president Roosevelt, de Britse premier Churchill en de Nederlandse staatsman Groen van Prinsterer kregen allen thuisonderwijs.”

3. De wil van de ouders om het kind thuis te houden –indien er in de omgeving van de woonplaats geen school van de gewenste richting is– weegt in de huidige wetgeving zwaarder dan het belang van het kind.

„Dit zijn heel grote woorden. Wie gaat er in ons land over het belang van het kind? Dat zijn in de eerste plaats de ouders. De overheid grijpt in als het kind schade lijdt. Dat is bij thuisonderwijs niet aan de orde. Ouders kiezen een school in het belang van hun kind. Zo kiezen ouders soms ook in het belang van hun kind voor thuisonderwijs.

Wat mij betreft beperken we de vrijstelling van leerplicht niet tot bezwaren tegen de levensbeschouwelijke richting van de scholen in de buurt. Ook ouders met hoogbegaafde kinderen en kinderen die worden gepest, kunnen baat hebben bij thuisonderwijs. Dat is goed voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling.”

4. Als ouders vrijgesteld zijn van de leerplicht voor hun kinderen, is er geen verplichting voor vervangend onderwijs.

„Dit argument klopt, maar dat is de schuld van de overheid zelf. Die heeft verzuimd om vast te leggen dat kinderen die vrijgesteld zijn van de leerplicht, vervangend onderwijs moeten krijgen.”

5. Er zijn geen wettelijke kwaliteitseisen voor het thuisonderwijs.

„Ook dit argument stelt de overheid in gebreke. Als het nodig zou zijn om kwaliteitseisen te stellen, dan zouden we naar onze zuiderburen kunnen kijken. Daar moeten ouders een leerplan overleggen voordat ze thuisonderwijs gaan geven.”

6. Er zijn geen wettelijke kwaliteitseisen voor de ouder die het thuisonderwijs verzorgt.

„Er is geen reden tot zorg op dit punt. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die thuisonderwijs krijgen, beter presteren dan kinderen op school. De een-op-eenbenadering is simpelweg beter dan een klassikale benadering.”

7. Er is geen wettelijk toezicht op het thuisonderwijs.

„Wiens schuld is dit? Niet van de ouders. Niets staat Dekker in de weg om dit te regelen. De kosten kunnen geen argument zijn, want deze ouders besparen de overheid jaarlijks duizenden euro’s door zelf hun kind les te geven.”

8. Op scholen vindt collegiale toetsing plaats tussen leraren. Dat is bij het thuisonderwijs niet het geval.

„Dit ideaalbeeld van scholen is niet altijd realiteit. Wat ik wel weet, is dat ouders die thuisonderwijs geven, via internet en op andere manieren veel contacten met elkaar hebben. Dit argument is niet steekhoudend.”

9. In geval van ziekte is er geen vervanger voor de ouder die thuisonderwijs geeft.

„Dit is een flauw argument. Dit geldt ook voor scholen. Feit is dat het thuisonderwijs achterstanden sneller inhaalt dan het schoolonderwijs.”

10. Het aantal vrijstellingen is tussen 2000 en 2011 toegenomen van 94 tot 429.

„Het thuisonderwijs voorziet kennelijk in een behoefte. Het gaat in ons land om ongeveer 0,02 procent van het aantal leerlingen. In de landen om ons heen krijgt ongeveer 1 procent van de kinderen thuisonderwijs. Hoger zal het percentage niet worden.”

11. Internationale bepalingen dwingen overheden niet om thuisonderwijs toe te staan. In Duitsland is het bijvoorbeeld verboden.

„Duitsland is het enige West-Europese land waar het niet mag. In Oost-Europa mag het ook niet. Een nalatenschap van het communisme, dat elk kind wilde indoctrineren.”

12. Wettelijke regels voor thuisonderwijs hebben geen zin. In dit geval wordt de overheid verantwoordelijk voor de kwaliteit ervan.

„Dit is een misverstand. De overheid is verantwoordelijk voor het stelsel, maar onderwijsaanbieders zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit. Zo ook ouders voor het onderwijs dat ze aan hun kind geven.”

13. Ouders die bezwaren hebben tegen de levensbeschouwelijke richtingen van alle scholen in hun directe omgeving kunnen een particuliere school oprichten die aansluit bij hun godsdienst of levensbeschouwing.

„Het is pijnlijk om dit te lezen in een tijd dat de staatssecreta- ris kleine scholen wil sluiten. Het is niet reëel. Een particulie- re school kost meer dan 10.000 euro per kind per jaar. De bewindsman kan dit argument alleen gebruiken als hij ouders die hun kind thuisonderwijs geven, het geld uitkeert dat hij bespaart omdat de kinderen geen gebruikmaken van het reguliere onderwijs. Ook dit laatste argument faalt.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 3 december 2013

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

„Argumenten tegen thuisonderwijs falen”

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 3 december 2013

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken