Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Turen naar een rietgors in de Randstad

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Turen naar een rietgors in de Randstad

6 minuten leestijd

Diepgang en verwondering, dat zijn hoofdthemas voor de Rehobothschool in Capelle aan den IJssel. Geen oppervlakkige lessen uit een boekje, maar de wonderen van Gods schepping nauwkeurig bekijken. Alleen, hoe je dat op een school midden in de Randstad?

Voor verwondering over Gods schepping hoef je niet per se naar het bos. In groep 8 van meester Jan-Martijn Paul staat een broedmachine vol met kippeneieren. Als de eerste kuikens tegen hun eierschaal beginnen te pikken, begint er tegelijkertijd een leerproces bij de leerlingen. Hoe zo’n beestje uit het ei kruipt, opdroogt en even later al rondloopt, de kinderen leren dat niet uit hun biologieboek.

Directeur J. van Dijk laat enthousiast nog een voorbeeld van praktisch groen onderwijs zien. „In 2005 kregen we van de gemeente een groenstrook naast de school in beheer. Daar zijn schooltuintjes gemaakt. Elke leerling uit groep 8 is gekoppeld aan een leerling van groep 2. Elke vrijdag gaan ze samen hun tuintje onderhouden. Moet je eens kijken hoe trots ze zijn als ze de eerste aardbeien hebben geoogst!”

In de schooltuin staan ook het kippenhok Villa Kakelbont en een insectenhotel. Van Dijk: „Ieder kind krijgt elk jaar een insect, bijvoorbeeld een spin, dat het twee weken lang moet verzorgen. In het begin is zo’n beest alleen maar eng, maar na verloop van tijd gaan de leerlingen zich aan het beestje hechten. Kinderen leren als hun emotie wordt geraakt. En dat gebeurt als ze een levend schepsel observeren en verzorgen.”

Ook verwondering over het menselijk lichaam hoeft niet alleen uit boeken te komen. Ieder jaar brengt de slager tientallen varkensharten, die vervolgens door leerlingen worden opengesneden. „Ik wist niet dat zo’n hartklep er als een soort parachute uitziet”, aldus Van Dijk.

Vaak op excursie

De leerlingen van de Capelse school gaan meer dan gemiddeld op excursie. Deze middag staat een zoektocht naar zangvogels gepland. Natuurjuf R. Berger laat eerst in groep 8 het geluid van de blauwborst horen. Ze vuurt de ene na de andere vraag af: „Hoeveel vogels hoor je? Hoe groot denk je dat deze vogel is? Waarom zingt hij eigenlijk zo mooi?”

Tjeerd weet het antwoord: „Als een mannetjesvogel sterk zingt, laat hij zien dat hij een sterk mannetje is. Een vrouwtje heeft een sterk mannetje nodig om een goed nest te kunnen bouwen en als er jongen zijn geboren, moet hij voor genoeg voedsel kunnen zorgen.”

Na een halfuurtje stappen de leerlingen op de fiets. Juf Berger rijdt voorop. Na een kilometer of 4 fietsen arriveert de groep midden in het Hitlandbos tussen Capelle en Nieuwerkerk aan den IJssel. Berger last een minuut stilte in. Eén minuut lang luisteren welke zangvogels er te horen zijn. „We hebben geluk, ik hoor een vogel die zijn eigen naam zingt: de tjiftjaf. Wat horen jullie nog meer?” Marilieke hoort een vogel „die van hoog naar laag zingt.” „Heel goed, dat is een fitis.”

De juf splitst de klas in tweeën. De ene groep gaat met meester Paul in de weilanden speuren naar vogels. De andere groep duikt de rietvelden in, op zoek naar de blauwborst. „Zet je voeten zachtjes neer. Als je een vogel ziet, niet druk gaan wijzen, maar alleen zachtjes vertellen waar hij zit.”

Vogels zitten er genoeg in deze rietlanden. „Tipiet, tipiet!” Twee scholeksters komen met veel lawaai overvliegen. Een winterkoninkje doet zijn uiterste best de aandacht van de groep te trekken. Berger staat plotseling stil. „Een zwartkop steekt over.” De voorste leerlingen hebben het zangertje gezien, maar de achterste dames zijn druk met een rietstengel waarmee ze bij een jongen in de nek kriebelen.

Als de groep het gebied nadert waar de blauwborst vanmorgen nog is gesignaleerd, wordt het toch even stil. Zou hij er nu weer zitten? „In dat boompje zat hij vanmorgen”, fluistert Berger. „Nu zit er een rietgors te zingen. Zien jullie hem allemaal?”

Enthousiasme

Ondertussen ontdekken meester Paul en zijn groep ook de ene vogel na de andere. In de lucht proberen een buizerd en een sperwer elkaar de loef af te steken. In het weiland zitten nijlganzen. Ook hier zitten vogels die hun eigen naam roepen: „Grutto, grutto!”

De groepen wisselen. De tweede club die het riet ingaat, ziet geen blauwborst, maar hoort hem wel. Paul: „Er zullen weinig scholen zijn waar de kinderen zo veel van vogels weten als deze. Dat is vooral te danken aan het enthousiasme van mijn collega. Als de juf of meester voor de klas van de natuur houdt, draagt hij of zij dat automatisch over op de kinderen.”

Dit is het zevende deel in een serie over ‘groen’ onderwijs


Lekker buiten

Marilieke Wijnhoven (12): „Jammer dat we de blauwborst niet echt gezien hebben. Daar waren we op uit. Maar ik weet nu wel hoe de tjiftjaf en de fitis klinken.”

Josalienne de Witte (11): „Ik zou zelf niet zo snel de natuur in trekken om vogels te kijken. Maar zo met de juf vind ik het wel leuk. We doen dat elke twee maanden, iedere keer met een ander thema.”

Daan Schouten (12): „Ik vind het wel grappig om vogels te kijken, maar het is niet echt mijn hobby. Het is wel lekker om buiten te zijn en als ik een vogel hoor die van hoog naar laag fluit, weet ik dat het een fitis is.”


Verschil tussen ‘wildernisnatuur’ en ‘nabije natuur’

De Hogeschool Leiden kent een bijzonder lectoraat: natuur & ontwikkeling. Lector is dr. Dieuwke Hovinga, die in haar rede bij de aanvaarding van haar ambt onder andere zei: „De nabije, direct met ons bestaan verweven natuur, maakt natuur toegankelijk. Het is niet langer een plek buiten ons eigen leven, waar je eerst naartoe moet reizen om er te zijn en het te ervaren, maar kan worden herkend als een vanzelfsprekend aspect in ieders leven. Dit perspectief op natuur als nabij en direct met ons verweven, nodigt uit om in elke speelleeromgeving mogelijkheden te (leren) herkennen voor activiteiten in en met de natuur. In tegenstelling tot ‘wildernisnatuur’ biedt de ‘nabije natuur’ professionals kansen om natuur te verankeren in onderwijs, kinderopvang en zorg. Bovendien geeft het kinderen de mogelijkheid om activiteiten te herhalen, ervaringen te herbeleven en zich te wortelen in en te verbinden met de directe leefomgeving.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 april 2014

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Turen naar een rietgors in de Randstad

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 april 2014

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken