Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kindermishandeling

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kindermishandeling

4 minuten leestijd

Uit onderzoek blijkt dat in 2010 ruim 118.000 kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar in Nederland (dat is ruim 3 procent van het totaal) blootgesteld waren aan een vorm van kindermishandeling.

SpeZiaal, tijdschrift over zorg aan leerlingen van 4 tot 16 jaar, wijdt een themanummer aan kindermishandeling (2013-3). Een van de bijdragen heeft als titel ”In iedere klas zit één mishandeld kind!”

Kinderombudsman Marc Dullaert noemt het onaanvaardbaar dat er jaarlijks zo veel kinderen worden mishandeld, verwaarloosd of misbruikt. Ondanks inspanningen van overheden en organisaties lijkt het aantal slachtoffers gelijk te blijven.

Een gangbare onderverdeling is die in vijf vormen van kindermishandeling. Lichamelijke mishandeling (het toebrengen van verwondingen), lichamelijke verwaarlozing (aan het kind onthouden wat het voor zijn lichamelijke gezondheid en ontwikkeling nodig heeft), psychische of emotionele mishandeling (stelselmatig vernederen, bedreigen, getuige laten zijn van huiselijk geweld), psychische of emotionele verwaarlozing (geen aandacht, liefde, veiligheid) en ten slotte seksueel misbruik.

Een van de mogelijke gevolgen van kindermishandeling op korte termijn is lichamelijk letsel. Een minder zichtbaar gevolg is dat de ontwikkeling geremd wordt. Ook stoornissen zijn een mogelijk gevolg. Op lange termijn kan kindermishandeling leiden tot posttraumatische stressstoornissen. De onveiligheid die kinderen tijdens hun opvoeding ervaren, is een belangrijke oorzaak van gedrag dat de maatschappij als overlast ervaart.

Kindermishandeling vindt plaats bij drie op de honderd kinderen. Dat betekent dat er in iedere klas een kind kan zitten dat mishandeld wordt. Dat betekent niet dat het voor leraren eenvoudig is om te onderkennen bij welk kind er sprake is van mishandeling. In 90 procent van de gevallen wordt het over het hoofd gezien. Leerkrachten herkennen de signalen niet of ze weten niet wat ze met de situatie aan moeten. Ieder kind is verschillend en zal zich op een eigen wijze uiten.

Sinds 1 juli 2013 zijn organisaties in zes sectoren (waaronder het onderwijs) verplicht over een meldcode te beschikken. Een meldcode bevat een stappenplan dat duidelijk maakt hoe je op school en in de klas moet omgaan met signalen van geweld in huiselijke kring. Nu kunnen scholen nog met al hun vragen en vermoedens terecht bij de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK’s), die onderdeel zijn van de Bureaus Jeugdzorg. Per 1 januari 2015 zijn gemeenten hiervoor verantwoordelijk.

In KLIK, vakblad voor de verstandelijkgehandicaptenzorg, schrijven gezondheidsjuristen Renée Smid en Monica de Visser over huiselijk geweld in de gehandicaptenzorg. Ze melden dat een kwart van de kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking ooit te maken krijgt met geweld. Vaak gepleegd door familie of andere bekenden uit de thuissituatie.

Als begeleider heb je ermee te maken, je merkt misschien verwondingen op of je ziet de emotionele gevolgen. Hoe eerder je aan de bel trekt, hoe sneller er iets aan kan worden gedaan.

Veel mensen met een verstandelijke beperking hebben te maken met huiselijk geweld. Dan gaat het over mishandeling (slaan, bijten, schoppen) en psychische mishandeling (bedreigen, kleineren, onder druk zetten). Ook gaat het over lichamelijke of psychische verwaarlozing, zoals onvoldoende hygiëne, voeding, of het ontbreken van medische zorg.

Ten slotte vallen alle vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de huiselijke kring onder huiselijk geweld. Hoe eerder vermoedens van huiselijk geweld worden gesignaleerd, hoe groter de kans dat het wordt gestopt en er hulp kan worden geboden.

Zorgverleners zijn vaak onzeker over welke stappen ze kunnen en moeten zetten als zij geweld vermoeden. Een meldcode (ook verplicht voor zorgorganisaties) helpt hen om dat zo zorgvuldig mogelijk te doen.

In Jeugd en Co, tijdschrift voor professionals in de jeugdsector, doen Annemarie van Dijk en anderen verslag van een onderzoek naar de effecten van een traumacursus. Zij vonden dat ontspannende activiteiten minderjarige getuigen van huiselijk geweld helpen bij de verwerking ervan. Kinderen die geweld tussen hun ouders of verzorgers meemaken, lopen een ongeveer even grote kans op het ontwikkelen van gedragsproblemen als kinderen die zelf worden mishandeld.

Twee laagdrempelige cursussen werden met elkaar vergeleken. In de ene cursus werd er over huiselijk geweld gesproken, in de andere niet. In beide groepen deden de kinderen ontspannende activiteiten met elkaar.

Na de cursus hadden kinderen in beide groepen minder last van problemen. Aandacht en samen in een groep zitten en activiteiten doen blijken van belang bij de verwerking van huiselijk geweld.

Drs. M. Burggraaf, voormalig voorzitter van het college van bestuur van de Christelijke Hogeschool Ede. Reageren? focus@refdag.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 12 mei 2014

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Kindermishandeling

Bekijk de hele uitgave van maandag 12 mei 2014

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken