Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van doopkapel tot Poolse croissant

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van doopkapel tot Poolse croissant

7 minuten leestijd

Grauwe gebouwen in het historische centrum herinneren aan de communistische tijd. Maar Poznan is niet in het verleden blijven steken. De West-Poolse stad bruist aan alle kanten en heet toeristen welkom met brood en zout. En twee bijzondere geiten.

Het is een warme dag in juli waarop het kwik de 30 graden nadert. Stadsgids Paulina Ratkowska zet haar flesje water op een bronzen stadsmaquette op het Adam Mickiewizc-plein. Hier praat ze probleemloos een halfuur vol over de historie van Poznan, in het hart van Wielkopolska (Groot-Polen).

De gids wijst naar het hoofdgebouw van de Adam Mickiewizc Universiteit, gebouwd in renaissancestijl. Hier wordt jaarlijks het academisch jaar geopend en krijgen studenten van diverse universiteiten hun bul uitgereikt, maar er hebben –vanwege de goede akoestiek– ook regelmatig concerten plaats. Ongeveer een kwart van de 600.000 inwoners van Poznan is student.

Universiteit en plein zijn vernoemd naar een bekende Poolse dichter en schrijver uit het begin van negentiende eeuw. Zijn standbeeld kreeg hier een prominente plek. Twee grote kruisen herinneren aan de eerste Poolse opstand van arbeiders tegen de communistische regering, die hier in juni 1956 plaatshad. Zo’n zestig mensen vonden daarbij volgens Ratkowska de dood.

Aan de andere zijde van het plein heeft een verkoper zijn bakfiets geparkeerd. Onder de naam Bike Café (Fietscafé) schenkt hij voor een paar zloty, de Poolse munteenheid, duurzame koffie. De kar staat in de schaduw van het kasteel in renaissancestijl dat de Duitse keizer Wilhelm II in 1905 liet bouwen.

Ratkowska klapt haar iPad open en toont beelden van het vroegere interieur, de ruimtes waar Wilhelm II kantoor hield of een bal organiseerde. In 1941 namen de Duitse nazi’s het kasteel in beslag. „Ze vonden het een perfecte plaats voor Hitler en reconstrueerden het in pure nazistijl”, legt Ratkowska uit. „Hitler is echter nooit in Poznan geweest.”

Tijdens de ruim drie uur durende voettocht door het compacte oude centrum wijst de gids onder meer op gebouwen uit de communistische tijd. Op bijna elke straathoek is wel een monument of standbeeld te vinden. Zo herinnert een vrouwtje in Bamber-klederdracht aan de Duitse bevolkingsgroep waarvan een groot deel zich in de achttiende eeuw in Poznan vestigde. De stad kent een eigen dialect, met duizenden woorden die een mengvorm van Duits en Pools vormen.

Oude Brouwerij

De wandeling blijft niet steken in het verleden. Ook de Old Brewery (Oude Brouwerij) ligt op de route. Deze voormalige Hugger bierbrouwerij herbergt een ultramodern centrum van handel en kunst, dat vanaf 2003 in twee fasen werd geopend en de onderscheiding ”Beste winkelcentrum van de wereld” ontving. Hier kregen liftdeuren geen saaie lik verf, maar werden ze opgesierd met fraaie afbeeldingen van landschappen. Verspreid door het omvangrijke complex zijn tal van sculpturen en andere kunstuitingen te bewonderen.

De toerist die op ontdekkingstocht gaat in dit centrum met 200 winkels en 30 horecagelegenheden, raakt al snel onder de indruk van het brede aanbod waaraan hij zijn zloty’s kan uitgeven. Behalve bij menige juwelier is hij welkom in kleding- of schoenenzaken, een legowinkel en bij een verkoper van exclusieve Havanasigaren, om niet meer te noemen.

Wie wil eten, kan aanschuiven in een eenvoudige saladebar, maar ook in het restaurant van een vijfsterrenhotel. Het hotel (Blow Up Hall 5050) is een bezienswaardigheid op zich. Een receptie ontbreekt en de 22 kamers hebben geen nummer. De gast neemt na aankomst plaats op een gemakkelijke bank. Behalve een welkomstdrankje krijgt hij een iPhone overhandigd, die hem de weg wijst naar zijn vertrek, met een moderne designinrichting. Kosten per nacht: 1200 zloty (300 euro) voor de grootste kamers, ruim 100 euro voor de kleinste.

De stadsrondleiding staat het niet toe lang in de Oude Brouwerij te verblijven. Ratkowska beduidt dat de groep verder moet naar Stary Rynek (Oude Markt). Daar hebben zich tegen twaalven vele honderden toeristen verzameld, aan de voet van het oude, zestiende-eeuwse stadhuis, nu historisch museum.

Eenmaal per dag –klokslag 12.00 uur– komen op basis van een oude legende hoog in de toren twee stalen geiten naar buiten, die de hoorns twaalf keer tegen elkaar stoten, waarna een trompettist muzikale klanken over de stad uitstrooit. Het publiek applaudisseert uitbundig en verspreidt zich daarna over onder meer de talloze terrassen op dit plein, waar kinderen op een pony voorbijrijden.

Cultuurliefhebbers snellen naar de Sint-Stanisławkerk, op een steenworp afstand van de Oude Markt, waar in de zomermaanden dagelijks om 12.15 uur een gratis orgelconcert te beluisteren valt. Meestal dan, want vandaag zwijgt het imposante Ladegastorgel in een goed gevulde kerk in alle talen. Niemand weet waarom. Bij de uitgang houdt een bedelaar met een blindenstok zijn hand op.

Voor het oude raadhuis speelt een muzikant gitaar. Verderop proberen Jehova’s getuigen bij een kraampje hun boodschap kwijt te raken aan voorbijgangers. Twee in grijze pij gestoken nonnen lopen er achteloos aan voorbij. Ratkowska zet intussen koers naar Cathedral Island, waar de eerste hertog van Polen, Mieszko I, begraven ligt. In de crypte onder een gotische kathedraal bevinden zich restanten van een vroegere kapel, waar in 966 de eerste inwoners van het land werden gedoopt, onder wie mogelijk Mieszko zelf.

Kleinste restaurant

Een rode, ijzeren brug achter Cathedral Island voert naar het kleinste restaurant van Poznan, met twee tweepersoonstafels en één vierpersoonstafel. Op deze zonnige dag bedient de uitbater zijn gasten niet in het krappe onderkomen, maar aan tafels onder grote parasols op de loop- en fietsbrug. Hij ontvangt hen naar oude Poolse traditie met een smalle reep brood met zout, sierlijk op een bordje gevlijd.

Vlak voor het eindpunt van de stadstour drukt Ratkowska de wandelaars, wijzend op twee agenten met een geel hesje over hun uniform, nog op het hart verkeerslichten niet te negeren. „Er wordt streng gecontroleerd. Een boete voor oversteken door rood licht kost 100 zloty.” En inderdaad, dat geld kan de toerist beter besteden aan een diner in een van de vele betaalbare restaurants in de Groot-Poolse stad.


Poznan, stad van hotels en musea

Poznan, de eerste hoofdstad van Polen, ligt aan de rivier de Warta in het westen van het land, op een slordige 850 kilometer van Amsterdam. De universiteitsstad, vlak bij het internationale vliegveld Poznan-Lawica (Wizz Air vliegt vanuit Eindhoven op deze bestemming), telt 6000 kamers in hotels met één tot en met vijf sterren. Ook zijn er slaapplaatsen in appartementen en op campings.

In Poznan hebben jaarlijks vele (internationale) beurzen plaats. Wanneer die er niet zijn –dit geldt onder meer voor de meeste weekenden– zijn hotelkamers aanzienlijk goedkoper dan tijdens beursperiodes. Jaarlijks is er één halveprijsweekend, vaak begin mei. Zo’n 200 deelnemende hotels en restaurants bieden dan overnachtingen en menu’s aan voor de helft van het geld.

Poznan telt zo’n 25 musea, waarvan de meeste op zaterdag gratis toegankelijk zijn. Het betreft diverse oorlogsmusea en exposities rond de historie van Poznan en de regio Wielkopolska (Groot-Polen). In mei opende een nieuw interactief museum (Heritage Center) de deuren, dat de veelzijdige geschiedenis van de stad, bakermat van de Poolse staat, op een toegankelijke wijze voor het voetlicht brengt. Bij elk onderdeel van de expositie is een jeugdzaal ingericht. Aan Nederlandse kinderen die geen andere taal beheersen, zullen desondanks veel wetenswaardigheden voorbijgaan.

Nieuw is ook het in april geopende Croissant Museum, waar de bezoeker kan ervaren hoe dit broodje wordt gemaakt. Terwijl heel Polen jaarlijks op 11 november, de dag waarop het land in 1918 weer een soevereine staat werd, Onafhankelijkheidsdag viert, doet Poznan dit een dag eerder. In deze stad staat de elfde van de elfde volop in het teken van Sint-Maarten. Dan wordt de speciale Sint-Maartencroissant –200 gram– massaal genuttigd door de bevolking van Poznan.

>>poznan.pl/mim/main/en >>wielkopolska-region.pl

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 september 2014

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Van doopkapel tot Poolse croissant

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 september 2014

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken