Bekijk het origineel

Klopjacht op een onderzeeër

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Klopjacht op een onderzeeër

6 minuten leestijd

Zweden zoekt met man en macht naar een geheimzinnige onderzeeër. De Russische marine zou –mogelijk met een miniduikbootje– de Zweedse kustwateren zijn binnengedrongen. Loopt Rotterdam ook kans op dergelijk ongewenst Russisch bezoek?

Zweden bevindt zich sinds vijf dagen in de ban van een klopjacht op een onbekende, buitenlandse onderzeeboot. De Zweedse geheime dienst heeft eind vorige week noodsignalen onderschept naar Kaliningrad, het hoofdkwartier van de Russische Baltische vloot. De beschuldigende vinger wijst daarom direct richting Rusland.

De jacht op de onbekende indringer in de Oostzee neemt steeds grotere vormen aan. Vijf grote marineschepen, een serie patrouillevaartuigen, een handvol helikopters en honderden militairen nemen deel aan de zoekactie, tot 50 kilometer voor de kust van Stockholm. Ter land, ter zee en in de lucht.

Zweden beleeft daarmee de grootste mobilisatie sinds de Koude Oorlog. „Het kan een gewone onderzeeër zijn, een kleine duikboot of duikers die een onderwatervoertuig gebruiken en niets te zoeken hebben in onze territoriale wateren”, aldus commandant der strijdkrachten Sverker Goransson. Zweden –geen NAVO-lid– spreekt overigens steevast van een „buitenlandse onderwateroperatie.”

De Zweedse vloot is –na eerder ongewenst Russisch bezoek– uitgerust met specifieke sonarsystemen om onderzeeboten op te sporen. Marineschepen zijn voorzien van onder andere dieptebommen om onderzeeërs uit te schakelen of weg te jagen.

Ontkenning

Rusland ontkent elke betrokkenheid. „Russische marineschepen en onderzeeërs doen overal ter wereld wat ze moeten doen. Er zijn op dit moment geen noodgevallen bekend met Russische gevechtsschepen.” Een Russische olietanker in internationale wateren staat echter sinds gisteren onder zware verdenking. De tanker zou mogelijk dienst doen als moederschip voor de bevoorrading van een mini-onderzeeër.

Even leek de Zr. Ms. Bruinvis begin deze week de grote boosdoener. De Nederlandse onderzeeboot heeft in de Oostzee deelgenomen aan de internationale oefening Northern Archer. Rusland was er als de kippen bij om de onderzeeboot aan te wijzen als schuldige. Nederland en Zweden bezweren echter dat de Zr. Ms. Bruinvis eind vorige week nooit op de bewuste locatie kan zijn geweest.

Het traceren van onderzeeboten is niet eenvoudig. Zeker niet in de kustwateren waar de marine de buitenlandse indringer vermoedt. In de regio vindt veel commercieel scheepvaartverkeer plaatst. Zweden heeft maandag commercieel verkeer gelast tijdelijk te vertrekken. Een vliegverbod is nog altijd van kracht.

Incident

Russische indringers zijn voor het Scandinavische land niet nieuw. De Zweedse marine heeft in de Koude Oorlog veel zoekacties moeten uitvoeren naar Russische onderzeeboten in de territoriale wateren. Vrijwel altijd wisten de Russen de dans te ontspringen.

Slechts één keer stond de aanwezigheid van een Russische onderzeeboot als een paal boven water. Eind oktober 1981 liep de Russische U137 op slechts 2 kilometer van de Zweedse marinebasis in Karlskrona aan de grond, ver binnen de Zweedse territoriale wateren.

Het incident leidde tot een ernstige crisis. Russische ”destroyers”, een fregat en enkele korvetten leken de onderzeeboot te komen ontzetten, maar maakten rechtsomkeert toen de Zweedse kustverdediging de vaartuigen met vuurleidingsradar aanstraalde en op het punt stond antischeepsraketten te lanceren.

Het incident heeft in Zweden jarenlang in z’n greep gehouden. De angst voor Russische indringers leek de afgelopen jaren weer wat weg te zakken, maar is in volle hevigheid teruggekeerd. In september sprak Stockholm al van „serieuze dreiging”, toen twee Russische gevechtsvliegtuigen het Zweedse luchtruim naderden. De mogelijk aanwezigheid van Russische vaartuigen doet het veiligheidsgevoel in het land geen goed.

Oog in oog

Ook Nederland krijgt regelmatig onaangekondigd bezoek van de Russen. Pakweg drie, vier keer per jaar laat de Russische beer even zijn tanden zien boven de Noordzee. Russische TU-95-bommenwerpers (NAVO-codenaam: Bear) zijn daar de laatste jaren een bekende verschijning.

Nederland heeft permanent twee F-16’s paraat staan ter verdediging van het luchtruim. De vliegbases Leeuwarden en Volkel nemen –24 uur per dag, 7 dagen per week– bij toerbeurt deze Quick Reaction Alert (QRA)-taak op zich. Bij alarm zijn de F-16’s binnen enkele minuten in de lucht om een vliegtuig te onderscheppen.

Ook op zee neemt de activiteit van de Russen toe. In mei stoomde een Russisch eskader, voor het eerst in twintig jaar, de Noordzee op. De Russische Carrier Battlegroup, bestaande uit zes schepen rond het vliegkampschip RFS Kuznetsov, voer vanaf het Kanaal via de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ), buiten de Nederlandse territoriale wateren, op.

De Koninklijke Marine had –onder andere volgens de goed geïnformeerde site marineschepen.nl– geen vaartuigen beschikbaar om de Russische marineschepen voor de Nederlandse kust te volgen. Alle fregatten, onderzeeërs of patrouilleschepen waren op missie of lagen in onderhoud.

De marine moest een beroep doen op de kustwacht om het Russische eskader dan maar met een vliegtuig vanuit de lucht in de gaten te houden. De marine ontkent overigens dat er geen eenheden beschikbaar waren. „De marine had patrouillevaartuigen”, aldus hoofd marinevoorlichting Karen Loos-Gelijns. Ze wijst erop dat escorteren niet nodig was. „Het eskader bevond zich in internationale wateren.” De Britten escorteerden de Russen echter wel.

De toenemende internationale aanwezigheid van de Russische strijdkrachten is ingegeven door het feit dat ze willen laten zien dat ze nog meetellen, vermoedt defensiespecialist luitenant-generaal b.d. Kees Homan van instituut Clingendael. „Ze willen hun spierballen tonen.”

De defensiedeskundige ligt niet wakker van deze prikacties. „De nieuwe hybride oorlogvoering van de Russen, met psychologische elementen, cyberaanvallen en niet-identificeerbare militairen in Oekraïne en op de Krim, baart me meer zorgen. Het Westen heeft daar niet echt een adequaat antwoord op.”

Rotterdam

De vraag is of de Russen –net als mogelijk in Zweden– ook in het geheim voor de Nederlandse kust actief zijn. Met minionderzeeërs zouden de Russen in staat kunnen zijn ongezien de Nederlandse wateren te bereiken of in de haven van Rotterdam rond te snuffelen.

De Oostzeevloot van de Russen bestaat uit drie pakweg 70 meter lange onderzeeërs, twee in de Kiloklasse en één de Ladaklasse. „Het kenmerk van deze onderzeeboten is dat ze erg stil zijn en in ondiep water kunnen opereren”, stelt Homan. „Uitstekend geschikt voor de 200 tot 300 meter diepe Oostzee.”

Of ze ook in de relatief ondiepe Noordzee kunnen opereren, kan de defensiedeskundige niet te zeggen. „Ik acht het uitgesloten dat deze grote onderzeeboten de ondiepe Nieuwe Waterweg opvaren.” Of de Russen beschikken over minionderzeeërs, zoals mogelijk in Zweden, durft Homan niet met zekerheid te zeggen.

De Koninklijke Marine wil niet speculeren over de toegenomen activiteiten van Russische strijdkrachten, in de lucht en op zee. Marinewoordvoerder Loos laat zich ook niet uit over de vraag of Rotterdam risico’s loopt. „Ik doe niet mee aan Koude Oorlogsretoriek.”

Goed voorbereid

Nederland is volgens haar, ondanks alle bezuini- gingen, goed voorbereid op onderzeebootdrei- ging. Alle Nederlandse fregatten zijn uitgerust met sonarapparatuur en torpedo’s voor onderzeebootbestrijding, waarbij de laatste twee M-fregat- ten over twee verschillende types sonar beschikken.

Nederland heeft in 2003 z’n Orions, vliegtuigen speciaal voor de opsporing en bestrijding van onderzeeboten, afgeschaft. Een forse aderlating voor de marine , stelt defensiespecialist Homan. „Net als de andere bezuinigingen van 1,4 miljard euro op de krijgsmacht.”

Loos wijst erop dat de NH-90-helikopters de taak van de Orions overnemen. „De NH-90 is daarom extra robuust uitgerust.” De maritieme heli kent drie middelen om vijandelijke onderzeeërs op te sporen: sonarballen, -boeien en torpedo’s.

Patrouillevaartuigen en andere oppervlakteschepen zijn in staat om elektronisch periscopen van vijandelijke onderzeeboten te ontdekken. „De marine kan nog veel, heel veel.”

De Russen zijn gewaarschuwd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 oktober 2014

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Klopjacht op een onderzeeër

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 oktober 2014

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken