Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bavinck raakt postmoderne mens

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bavinck raakt postmoderne mens

7 minuten leestijd

Het mag opmerkelijk heten dat een uitgeverij van vooral seculiere boeken een herdruk verzorgt van een dogmatisch werk van Herman Bavinck. Zijn boek Magnalia Dei uit 1907 beleefde onlangs een heruitgave. Dat verdient aandacht.

Theologie

In de inleiding op zijn boek ”Magnalia Dei” schreef Herman Bavinck (1854-1921) deze woorden: „De kennis van de waarheid, welke naar de godzaligheid is, gaat gestadig achteruit. De belangstelling in de verborgenheden van het koninkrijk Gods vermindert bij den dag, niet alleen buiten maar ook binnen de christelijke kringen. En het getal neemt gaandeweg af van hen, die met hun gansche hart en ziel uit de waarheid leven, en er zich mede voeden dag bij dag.”

De toon is hiermee gezet. Enerzijds lezen we een klacht die uiterst actueel is. Immers, in onze 21e eeuw is de kennis van „de waarheid die naar de godzaligheid is” nog verder afgenomen. Anderzijds proeven we in Bavincks woorden een herkenbaar verlangen naar verdieping van het geestelijk leven. Kan een dogmatisch boek van een vertegenwoordiger van het neocalvinisme van de 19e eeuw ons in onze actualiteit daarin voorgaan?

Veronderstelde wedergeboorte

Voor velen binnen de reformatorische gezindte heeft het neocalvinisme van de 19e eeuw een ietwat verdachte klank. Men denkt al snel aan de grote voorman Abraham Kuyper (1837-1920). Diens theologie van onder andere de algemene genade en de veronderstelde wedergeboorte werd door theologen uit de bevindelijke kringen afgewezen. Het neocalvinisme maakte in de 19e en begin 20e eeuw een grote bloeiperiode door, maar werd dus niet kerkbreed gedragen. Herman Bavinck was aanvankelijk een medestander van Kuyper. Ook Bavinck wenste het „gereformeerde belijden in rapport met de tijd te brengen.” Maar zijn rol in het neocalvinisme is toch een andere dan die van Kuyper. Een voorbeeld: ds. G. H. Kersten heeft in zijn ”Gereformeerde dogmatiek” dr. A. Kuyper op vele fronten bestreden. Tegelijk was hij in menig opzicht dogmatisch schatplichtig aan Herman Bavinck. De invloed van de laatste is onmiskenbaar in het boek van de bekende predikant. Wat is dan het eigene aan de theologie van Bavinck?

Bavinck wordt wel omschreven als een man tussen orthodoxie en modernisme in. Hij had zijn wortels in een bevindelijk nest van de Afscheiding van 1834. Hij stamde uit de zogenaamde A-richting. Die bevindelijke inslag heeft hij altijd met zich meegedragen en uitgedragen. Tegelijk was hij een mens die ervoor koos om in het ”moderne Leiden” zijn theologische opleiding te volgen. Zijn leven lang heeft hij tussen deze twee polen willen denken en werken. Enerzijds proeven we de bevindelijke kennis van God en mens, anderzijds zien we dat hij de ontmoeting wil aangaan met de moderne mens van na de verlichting. Dit wordt ingegeven door de overtuiging dat de kennis van de Drie-enige God en het geloof in de zaligheid van Christus ook noodzakelijk zijn voor de moderne mens. Daarom wil hij die mens kennen in al zijn facetten van tijd en cultuur.

Vooral zijn magnum opus, de vierdelige ”Gereformeerde dogmatiek”, getuigt van een grote kennis van de theologie van de gereformeerde orthodoxie en het piëtisme, maar ook van de moderne theologie en filosofie. Dit dogmatische standaardwerk is echter vanwege zijn omvang en diepgang voor velen toch wat ontoegankelijk. Daarom schreef Bavinck voor een breder publiek zijn „onderwijs in de christelijke religie naar gereformeerde belijdenis”: ”Magnalia Dei”.

Amsterdam

Het is interessant om op het volgende te wijzen. Bavinck was sinds 1882 hoogleraar in Kampen. Daar werd de basis gelegd voor de diverse vakken waarin hij gedoceerd en waarover hij gepubliceerd heeft, zoals dogmatiek, ethiek, psychologie en pedagogiek. Daar heeft hij ook de eerste druk geschreven van zijn ”Gereformeerde dogmatiek”. Vervolgens schreef hij de uitgebreide tweede druk van zijn systematische theologie. Maar dat werd pas voltooid nadat hij in 1902 de overgang had gemaakt naar de Vrije Universiteit van Amsterdam. Deze overgang wordt door sommigen wel gezien als een soort verlaten van het bevindelijke Kampen naar het bolwerk van het kuyperiaanse denken in Amsterdam. Men verwijst dan ook naar het feit dat Bavinck in 1911 zijn dogmatische bibliotheek verkocht, „omdat hij daar toch niet meer aan deed.” Vervolgens lijkt het erop dat Bavinck zich alleen nog bezighoudt met psychologie, pedagogiek en politiek et cetera. Niets is minder waar. In deze jaren verschijnt zijn ”Magnalia Dei”. Wat we hiermee willen betogen? Dat dit boek ontstaan is vanuit een diep rijpingsproces van kennis van de gereformeerde dogmatiek, van het modernisme en van Bijbelse bevinding.

”Magnalia Dei” is geen samenvatting van de ”Gereformeerde dogmatiek”. Zijn vierdelige systematiek heeft Bavinck vooral bestemd voor theologen, terwijl deze „onderwijzing in de christelijke religie” vooral voor het kerkvolk bedoeld is. Dat onderscheid is belangrijk. ”Magnalia Dei” is geschreven door een gerijpt wetenschapper, maar is bedoeld tot opbouw van het geestelijk leven van kerkmensen in het gewone leven. En daar ligt de meerwaarde van deze heruitgave, ook voor onze tijd. Enerzijds de grote kennis van de schrijver van theologie en cultuur en anderzijds de leesbaarheid en diepgang voor de gewone lezer maken ”Magnalia Dei” tot een boek dat je in vele handen en harten wenst.

Postmoderne mens

Wellicht zegt iemand: „Toch zijn we ruim honderd jaar verder. We zijn door de wissel van modernisme naar postmodernisme gegaan. Dan heeft dit werk toch aan actualiteit ingeboet? Twee dingen kunnen daarop gezegd worden. Ten eerste: het postmodernisme van de 21e eeuw is in de kern hetzelfde als het modernisme van de 19e eeuw. Immers, de mens staat in alles centraal. Heel de cultuur is sinds de verlichting gericht op het subject: de mens. Daarbij is het modernisme meer gericht op het rationele van de mens, terwijl het postmodernisme zich vooral uit in de gevoelsuitlatingen van de mens. Dat laatste zien we bijvoorbeeld in uitspraken zoals: „Dat is mijn waarheid, want daar heb ik een goed gevoel bij.” Dus wanneer Bavinck het gesprek aangaat met de moderne mens van zijn tijd raakt hij ook de kern van de postmoderne mens van onze tijd: het subject dat zichzelf centraal stelt, en nochtans de drie-enige God nodig heeft.

Ten tweede: in de afgelopen eeuw is in kerk en theologie waar men zich beroept op het gereformeerd belijden, een versmalling op te merken. De nadruk is steeds meer komen te liggen op de leer van de uitverkiezing, de heilsorde en de toe-eigening van het heil. Wezenlijke zaken. Maar het gereformeerde, want Bijbelse belijden, is breder dan deze zaken alleen. Dit boek van Bavinck kan een gids zijn om in de volheid van het gereformeerde belijden onderwezen te worden. Juist deze evenwichtige breedte van „de kennis van de waarheid, welke naar de godzaligheid” hebben wij in onze tijd nodig.

Fotomechanische herdruk

Bavinck heeft in zijn ”Magnalia Dei” in het bestek van bijna 700 pagina’s een goed leesbare, evenwichtige en bevindelijke geloofsleer gegeven. De kwetsbare manuscripten daarvan bevinden zich in het archief van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. De nieuwe uitgave van Aspekt is een stevige, prettig hanteerbare paperback. Het is een fotomechanische herdruk van de eerste druk van ”Magnalia Dei” (de wijzigingen die Bavinck aanbracht voor de tweede druk zijn minimaal en doen niets af van de kwaliteit van boek). Het is wellicht even wennen aan het 19e-eeuwse taalgebruik, maar dat kan geen belemmering zijn.

De titel van het boek is ontleend aan Handelingen 2:11: „Wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.” Bavinck heeft van deze grote werken gesproken in zijn tijd. Ook in onze tijd kunnen wij veel van hem leren. En het doel daarvan is: dat wij de God van deze grote werken leren kennen.


Boekgegevens

Magnalia Dei. Onderwijzing in de christelijke religie naar gereformeerde belijdenis, Herman Bavinck; uitg. Aspekt, Soesterberg, 2014; ISBN 978 94 6153 581 8; 658 blz.; € 29,95.

** CORRECTIES EN AANVULLINGEN

Bij deze recensie is per abuis geen foto van Bavinck, maar een foto van Christiaan Snouck Hurgronje geplaatst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 2014

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Bavinck raakt postmoderne mens

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 2014

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken