Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bidden, werken en slapen in de tuin van Maria

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bidden, werken en slapen in de tuin van Maria

11 minuten leestijd

Een beker water, een snee brood, gekookte sperziebonen en een stuk vis. Zoals de maaltijden in de Griekse monnikenrepubliek Athos zo is er het leven: eenvoudig. En dat zonder vrouwen, al meer dan duizend jaar.

Hij gaat zijn neef in het klooster bezoeken. „We hebben elkaar zeventien jaar niet gezien.” Peter, zoals hij zich voorstelt, emigreerde toen hij nog een kleine jongen was samen met zijn ouders vanuit Griekenland naar Australië. „Ik groeide samen op met mijn eveneens geëmigreerde neef. Op een dag zei hij tegen zijn moeder: „Mama, ik ga het klooster in.” Hij vertrok naar Athos en zit daar nog altijd. Vandaag zullen we elkaar voor het eerst weer zien. Na het avondeten mogen we elkaar twintig minuten spreken. Morgen ga ik dan weer terug.”

Peter is in de vroege morgen in de haven van Ierissos op de boot naar het schiereiland Athos gestapt. Als Grieks-orthodox is het voor hem redelijk eenvoudig om een visum voor de monnikenrepubliek te bemachtigen. Niet-orthodoxen hebben het niet zo makkelijk. Per dag worden er slechts tien van hen toegelaten en dat voor een verblijf van maar vier dagen. Langer kan, maar dan alleen met speciale toestemming.

Op de boot bevindt zich eveneens een groep mannen uit Zwitserland. „Wij zijn van een evangelische gemeente uit Zürich”, vertelt Thomas Meuren, groepsleider en predikant. „We zijn meer van Zwingli dan van Calvijn”, voegt hij eraan toe. „Ik heb bij mijn visumaanvraag trouwens niet aangegeven dat ik voorganger ben, want dan zouden we waarschijnlijk geen toestemming hebben gekregen.”

Hun vrouwen hebben de mannen in Thessaloniki achtergelaten, „want die komen Athos niet binnen. Wij wandelen een paar dagen van klooster naar klooster, bezichtigen die en we praten vooral veel met elkaar.” Drie jaar geleden bezochten de mannen eveneens de monnikenrepubliek. „Het beviel ons heel goed. Athos is iets bijzonders.”

Die woorden, dat Athos bijzonder of speciaal is, vallen regelmatig in gesprekken met bezoekers. De Oostenrijker Georg Niedetzky kwam halverwege de jaren zeventig voor de eerste keer op Athos. Het schiereiland met zijn 2000 meter hoge berg is hem in zijn bloed gaan zitten. „Ik ben inmiddels hier meer dan vijftig keer geweest. Het is zo bijzonder. Wie hiernaartoe komt, raakt onder de bekoring van het schiereiland en komt terug. Alles hier inspireert me, vooral de rust en vrede.”

De heilige berg van Athos is een geliefd oord. Het circa 60 kilometer lange schiereiland in het noordoosten van Griekenland is dichtbebost, rotsachtig en zo goed als leeg. Het is een landtong met op de punt de berg Athos. Volgens een legende zou Maria, de moeder van de Heere Jezus, op weg naar Cyprus hier aan land zijn gegaan. Ze was zo overweldigd door de schoonheid van het gebied dat ze het schiereiland tot haar heilige tuin verklaarde, verboden voor alle sterfelijke vrouwen. Dat zeggen in ieder geval de monniken die Athos sinds de tiende eeuw als autonome kloosterrepubliek regeren. Vrouwen mogen hooguit met een boot op 500 meter afstand van de kust varen langs de kloosters die als forten op de rotsachtige heuvels liggen.

Op de landtong wonen zo’n 3000 monniken, dertig jaar geleden waren het er nog slechts iets meer dan 1000. De geestelijken wonen in een van de twintig kloosters, in een van de vele kloosterdependances of alleen in een kluizenaarshut. Stuk voor stuk kozen ze voor Athos om, zoals ze het zelf zeggen, „dichter bij God te zijn.”

Na een klein uur varen legt de boot aan in de haven van het klooster Vatopedi. Een steil pad bestaand uit kinderhoofdjes voert naar de poort van het kloostercomplex. Een monnik in een zwarte pij neemt de visa in. Door de combinatie van de kleding met de donkere baard doet de geestelijke denken aan een IS-strijder. Een voor een stuurt hij de bezoekers door naar een andere monnik die de bezoekers water en een glas brandewijn aanbiedt en een kamer toewijst. Iedereen krijgt dezelfde instructies mee: het is verboden te fotograferen, wie naar de douches op de gang gaat moet zich correct kleden („graag kort douchen want water is schaars”), bij zonsondergang gaat de poort dicht, wie dan nog buiten is komt niet meer binnen, het bijwonen van de gebedsdiensten wordt op prijs gesteld, wie niet Grieks-orthodox is mag tijdens de dienst niet vooraan in de kerk zitten of staan maar moet achterin een plaats zoeken en roken is verboden, behalve op het dakterras.

De kamers zijn eenvoudig, maar zeker niet spartaans en absoluut schoon. Wie geluk heeft slaapt op een tweepersoonskamer, wie pech heeft moet de kamer met drie of vijf andere gasten delen. De kamers zijn stuk voor stuk gratis. Vatopedi telt 120 monniken, maar door het grote aantal gasten, in de zomer soms 140 per dag, heeft het klooster veel weg van een hotel.

„Een monnik kent dagelijks maar drie bezigheden”, vertelt Mattheus, die de bezoekers rondleidt. „Bidden, werken en slapen.” Mattheus, opgegroeid in de Amerikaanse staat Wisconsin en van oorsprong rooms-katholiek, is timmerman, maar kan ook schoenen maken. „Andere monniken zijn medisch onderlegd. We kunnen bloedonderzoek uitvoeren en röntgenfoto’s maken. En voor een wortelkanaalbehandeling hoeven we ook niet van Athos af.”

Niet alle kloosters kennen overigens een dergelijke moderne uitrustig. Sommige kloosters beschikken zelfs niet over elektriciteit. Daar bestaat de verlichting ’s avonds uit een olielamp of kaars.

Mattheus leidt de gasten naar vader Arsenios, na de abt de belangrijkste man in Vatopedi. Op de vraag waarom mannen naar Athos komen en daar het klooster in gaan, vertelt Arsenios uit zijn eigen leven. „Eerst geloofde ik niet in God. Tegelijk was ik ervan overtuigd dat er een God moest zijn. Ik las een boek over de berg Athos en kwam hierheen. Ik was onder de indruk van de leefwijze van de monniken, het greep me aan en ik ging hier bidden. Als mensen bidden, wordt hun hart voor het geloof geopend en leren ze Christus kennen als redder, vriend, broer, liefde en licht. Hij wordt alles voor je.”

Arsenios ging terug naar huis en vertelde zijn moeder dat hij monnik wilde worden. „Mijn moeder vond het goed, mijn vader was bang dat hij me nooit meer zou zien. Ik zei dat ik in de geest altijd bij hen zou zijn. Dat is belangrijker dan fysieke nabijheid. Na twintig jaar mocht ik Athos voor een paar dagen verlaten. Toen zag ik mijn moeder weer, mijn vader was gestorven. In de hemel zullen we elkaar weer zien”

Een van de Zwitsers vraagt of men in het klooster op de hoogte is van wat er in de wereld gebeurt. Hij noemt het geweld van IS in Irak en Syrië tegen christenen. „Wij hebben geen radio en televisie, maar weten wat er gebeurt. De abt zegt dan: „Bid voor de noden in de wereld.””

De Zwitser houdt aan en stelt nogmaals hoe men weet wat er zich elders in de wereld afspeelt. Arsenios: „Via bezoekers komt er heel veel nieuws tot ons.”

Broeder Mattheus vertelt dat aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog een oude monnik enorm verdrietig was. „Hij huilde en kon niet eten. Hij wilde alleen maar bidden. Dat ging zo drie dagen door. Later hoorde men dat op dat moment de Tweede Wereldoorlog was uitgebroken.”

De Zwitsers willen weten of ook getrouwde mannen monnik kunnen worden. Arsenios: „U wilt het klooster in? Dan zal uw vrouw toestemming moeten geven. Het huwelijk is geheiligd, God zal dat niet breken. Als u het klooster ingaat, scheid u niet van uw vrouw maar leeft u apart. En als u kinderen hebt, moeten die voor zichzelf kunnen zorgen. Dus het kan onder strikte voorwaarden. We hebben hier bijvoorbeeld een vader en een zoon in het klooster.”

Als de klok begint te luiden breekt Arsenios het gesprek af. „We moeten naar de kerk, de dienst begint zo.” De drie uur durende dienst bestaat uit het voordragen van Oudgriekse Bijbelteksten, afgewisseld door zang van een monnikenkoor.

De monniken lopen tijdens de dienst de kerk in en uit. „Dat mag omdat het Gods huis is. Bij je ouders hoef je ook niet te hele tijd stil te zitten en loop je af en toe naar buiten. Dat mag ook in het huis van de Vader. Je moet je op je gemak voelen. Daar gaat het om”, legt Mattheus na de dienst uit.

„In de kerk wordt geen preek gehouden. Door Bijbelstudie worden we al onderwezen”, zegt hij. „Preken zijn voor gewone mensen die niet de hele dag met God en Zijn Woord bezig zijn.”

Na de dienst presenteren monniken de relikwieën van het klooster aan de gasten. Tot de kleinoden behoort een gordel die Maria, de moeder van de Heere Jezus, zou hebben gedragen. Sommige gasten houden een icoon tegen het zilveren kistje waarin de kameelharen riem ligt. Broeder Mattheus: „Iets van de kracht van de gordel gaat dan over in het icoon. Het helpt onvruchtbare vrouwen. Maria is voor ons heel belangrijk. Wij zien Maria als de tweede Eva. Terwijl de eerste Eva nee zei tegen God, zei zij ja.”

Sommige gasten kussen iconen die aan de muren hangen. Opnieuw Mattheus: „We slaan een kruis voor de icoon en kussen die omdat we er geloof aan hechten, de icoon stelt Iemand met een hoofdletter voor. Het is net als met een foto van bijvoorbeeld je moeder. Als je de foto een kus geeft gaat het om je moeder die op de foto staat, dus niet om de foto zelf.”

De klok luidt voor het avondeten. De monniken spoeden zich naar de eetzaal en nemen plaats aan de langgerekte marmeren tafels. Op tafel staan brood, gekookte sperziebonen gemengd met aardappels en vis en fruit: appels, peren en druiven. Allemaal door de monniken zelf verbouwd of gevangen. Na een kort gebed begint de maaltijd. Tijdens het eten leest een monnik voor uit een boek waarin het leven van een heilige staat beschreven. „De maaltijd dient er niet voor om gezellig te zijn, het moet nuttig zijn”, zegt broeder Mattheus later. Na ruim een kwartier klinkt er een bel. Dat wil zeggen: nog vijf minuten, dan is de maaltijd afgelopen, klaar of niet. Als de bel nog een keer luidt, verlaten de monniken de eetzaal. Bij de uitgang staat de abt, het hoofd van het klooster. Iedereen kust bij het verlaten zijn hand.

Buiten de eetzaal staat Peter, die voor een bezoek aan zijn neef de lange reis uit Australië heeft afgelegd. Hij kijkt of hij zijn neef naar buiten ziet komen. Dan valt zijn oog op hem. De monnik ziet ook Peter. De twee lachen naar elkaar en vallen elkaar in de armen.

’s Avonds staat Peter op het dakterras een sigaret te roken. Hij staart naar de oneindige sterrenhemel. Dan verbreekt hij de bijna gewijde stilte. „De twintig minuten met mijn neef waren beslist alle moeite waard. Je weet dat je elkaar in de hemel weer ziet, maar dit vandaag was toch wel heel mooi.”

Volgende week is ”in beeld” in Puntkomma volledig aan het leven op de berg Athos gewijd.


Enkele reistips

Een bezoek aan de monnikenrepubliek Athos is absoluut de moeite waarde. Enkele reistips.

- Alleen mannen zijn welkom op het schiereiland, vrouwen worden niet toegelaten.

- Regel vooraf een visum, een zogenaamd diamonitrion, in Thessaloniki. Kosten van het document: 30 euro.

- Koop een goede kaart waarop de kloosters en de wandelroutes staan aangegeven.

- Beste tijd om te reizen is het voorjaar, de zomer of het najaar. Dus niet in de winter, want dan zijn de wegen slecht.

- Het schiereiland kent openbaar vervoer. Dit bestaat uit een bus die één keer per dag de kloosters aandoet. Taxi’s rijden er ook, maar zijn duur. Beste en mooiste manier om je te verplaatsen is te voet, want dan ziet je ook de onderkomens van kluizenaars. Uit praktisch oogpunt is een rugzak met wat kleding dan het geschiktst. Een koffer is echt af te raden.

- De wegen zijn sowieso moeilijk begaanbaar. Wandel- of bergschoenen zijn absoluut nodig.

- Voor het nemen van foto’s in de kloosters is de toestemming van de abt nodig. Bovendien moet elke monnik die op de foto wordt gezet persoonlijk toestemming geven.

- Neem genoeg contant geld mee. Pinnen kan bijna niet.

- De slaapkamer wordt met andere gasten gedeeld.

- In de kloosters is het eten wat de pot schaft.

- De poort van elk klooster gaat bij zonsondergang dicht en gaat ook niet meer voor zonsopgang open. Wie buiten is, blijft buiten en moet in de openlucht de nacht doorbrengen.

>>gnto.nl

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 april 2015

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Bidden, werken en slapen in de tuin van Maria

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 april 2015

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken