Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Aan de wieg van de orgelklank

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aan de wieg van de orgelklank

6 minuten leestijd

Als jongen van 16 kwam de Zeeuw Kees Nijsse in de orgelpijpenmakerij van Stinkens in Zeist terecht. Hij ging er niet meer weg. Nu, na bijna een halve eeuw intoneren, gaat hij met pensioen. „Het is mooi werk om een orgel tot leven te brengen.

Kees Nijsse (65) zit liever op de orgelbank of met zijn hoofd in een orgelkas dan dat hij een interview geeft. „Ik heb al die jaren achter de schermen gewerkt. Dat past het beste bij mij.”

Intussen doet hij zich bij het drieklaviers B.A.G.-orgel van de gereformeerde gemeente van Amersfoort kennen als iemand die weet waarover hij praat. Wijzend naar een pijp in de orgelkas: „Zie je dat? Die zakt scheef. De houder van de voet had wat hoger moeten zitten.” En als het deurtje van het rugwerk opengaat: „Een bak met pieren noemen ze het orgel hier. Bij het rugwerk is het helemaal erg: die kas staat bomvol. Bij de pijpen voorin kun je bijna niet komen.”

Ook als Nijsse achter de klavieren plaatsneemt, blijkt dat hij weet wat de mogelijkheden van het instrument zijn. „De Baarpijp van het bovenwerk: zo mooi! En moet je dit horen: een Prestant 8’ en 4’ en dan een octaaf lager spelen: dan simuleer je een Prestant 16’. Dat is heel wat anders dan de Bourdon 16’. Met een orgel moet je spelen.”

Jarenlang was Nijsse organist in de gereformeerde gemeente van Zeist. „Als je achter het orgel zit, weet je niet altijd hoe het in de kerk klinkt. Daarom belden mijn collega Ad Blonk en ik elkaar vaak op maandag. Om feedback te geven over hoe het beneden overkwam. We ontdekten steeds weer nieuwe combinaties.”

Toen hij zeven jaar geleden naar Woudenberg verhuisde, ging Nijsse in Amersfoort kerken. Tegenwoordig woont hij ook in de keistad. Sinds kort is hij organist van de Elimkerk. „Het is heerlijk om hier de gemeentezang te begeleiden. Als er op zondag 1000 mensen gaan zingen, is dat prachtig. Het kost weinig moeite om ze mee te krijgen: ze zingen hier goed. En het is een mooi orgel: je komt als organist niks tekort.”

Orgelbouwvak

Aan zijn spraak is te horen dat Kees Nijsse uit Zeeland komt. Zijn wieg stond in Wolphaartsdijk, bij Goes. „Mijn vader was er organist in de plaatselijke gereformeerde gemeente. Ik zat als jongen vaak boven bij het orgel. Ik had toen al wat met de klank van het instrument.”

Vanaf z’n tiende kreeg Kees orgelles, onder andere aan de Zeeuwse Muziekschool bij Adriaan Kousemaker en Adriaan Fonteyn. Vanaf z’n dertiende speelde hij ook tijdens de kerkdienst.

In de familie was intussen het orgelbouwvak niet onbekend. Orgelmaker Adriaan Nijsse uit het naburige Oud-Sabbinge was een oom van Kees. „Mijn oom kocht weleens pijpen bij orgelpijpenmakerij Stinkens in Zeist. Toen ik bijna klaar was met de mulo, hoorde ik dat ze bij Stinkens een leerling-intonateur vroegen. Daar heb ik op gereageerd. Ik ben aangenomen en er nooit meer weggegaan.”

Zo kwam de Zeeuwse jongen in Zeist terecht. „Het grappige was dat degene van wie ik het vak moest leren, Johan Dekker, uit Goes afkomstig was.” Jarenlang pendelde Nijsse tussen Zeist en Zeeland. Toen hij op z’n 26e trouwde, vestigde hij zich in Zeist.

Tin en lood

Stinkens maakt pijpen uit een mengsel van tin en lood en incidenteel van andere metalen; houten pijpen vervaardigt het bedrijf niet. Uit een plaat wordt een model van het corpus gesneden, dat vervolgens rond wordt gemaakt en wordt gesoldeerd. De voet van de pijp wordt afzonderlijk gemaakt en voorzien van een kern. Vervolgens wordt het labium (de mond) opgesneden en wordt de pijp voorzien van een stemkrul.

Nijsse was al die jaren niet zozeer bezig met het pijpen maken zelf, als wel met de voorbereidingen van het intoneren. „Ik stond aan de wieg van de klank. Je werkt er dus aan mee om een orgel tot leven te brengen. Dat is mooi werk.” Zijn specialiteit ligt bij de labialen (de prestanten, fluiten en vulstemmen); de tongwerken worden voornamelijk door collega’s geïntoneerd.

Meestal werken de pijpenmakers in Zeist in opdracht van een orgelbouwer. „Dan krijg je een heleboel gegevens, over hoe het orgel moet worden en over de ruimte. Op basis daarvan intoneren wij in de werkplaats de pijpen. Dat is anders dan in de kerk, maar je komt een heel eind.”

Vanuit Zeist gingen de pijpen de afgelopen halve eeuw de hele wereld over. Naar Houston in de Verenigde Staten, voor een enorm orgel (meer dan 10.000 pijpen) van Rodgers. Naar Turku (Finland), voor het grote instrument in de dom aldaar. Naar Australië, voor het orgel in het Sydney Opera House. Soms, zoals in Turku, moest er een Prestant 32’ komen, waarbij de langste pijp 10 meter telt. In Sydney staat er in het front een Principal 32’. „Van 95 procent tin, uit één stuk gemaakt”, aldus Nijsse opgetogen.

Het grootste orgelfront dat Stinkens ooit maakte was voor een kerk in Lichen (Polen). „Maar liefst 219 pijpen, waaronder een 32-voet.” Bijzondere herinneringen bewaart Nijsse ook aan het orgel dat Flentrop twee jaar geleden voor de Katharinenkirche in Hamburg bouwde. „De frontpijpen voor de 32-voets Prestant die in Zeist zijn vervaardigd, heb ik sprekend gemaakt. We zijn er later wezen luisteren. Het is heel mooi geworden.”

Vaak ook reisde Nijsse de pijpen achterna om op locatie de orgels te intoneren. Zo zat hij –soms wekenlang– in Zuid-Afrika, Zweden of Oostenrijk.

Troebel

Als kenner van hoe de orgelklank tot stand komt, luistert Nijsse met „andere oren” naar organisten. „Ik houd zelf van een heldere klank. Daarom zal ik een Bourdon 16’ en een Fagot 16’ niet combineren. Dat wordt mij te troebel.”

Hij herkent de situatie dat een organist zacht begint en vervolgens de klank opbouwt tot het volle werk, maar niets meer dichtdoet. „Zelf doe ik de viervoetsfluiten weg als de Prestant 4’ erbij komt. Anders wordt de klank te ondoorzichtig. Het heeft natuurlijk ook met smaak te maken. En met de vraag of je barok- of romantische muziek speelt.” Maar hij zou veel organisten weleens een workshop orgelgebruik gunnen. „Je moet leren combineren op een orgel, leren creatief te zijn. Als iemand direct de hele tent opentrekt, heb ik mijn vraagtekens.”

Gaat Nijsse, nu hij met pensioen gaat, het ambacht niet missen? „Ik blijf nog wel wat doen, hoor. Bij Stinkens hebben ze gevraagd of ze mijn hulp nog in mogen roepen. In de begeleiding van mijn opvolger als intonateur, Pim Schipper, maar ook bij het intoneren van orgels op locatie. Dat zal ik met genoegen doen.”


Afscheidsconcert in Wijk bij Duurstede

Bij Stinkens Orgelpijpenmakerij gaat intonateur Kees Nijsse na ruim 48 jaar met pensioen. Ter gelegenheid van het afscheid vindt maandagmiddag in de Grote Kerk van Wijk bij Duurstede een besloten bijeenkomst plaats. Collega Pim Schipper, organist in Wijk bij Duurstede, verzorgt een concert. Hij speelt werken van Buxtehude en Scheidt en vertolkt de uitgebreide partita die Kees Nijsse over Psalm 52 schreef. Schipper sluit af met een improvisatie over ”Dankt, dankt nu allen God”. Aansluitend is er een receptie.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 juli 2015

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Aan de wieg van de orgelklank

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 juli 2015

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's