Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geven mag pijn doen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geven mag pijn doen

5 minuten leestijd

Wie is mijn naaste? De Heere Jezus beantwoordde deze vraag met de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Wat betekent dat voor donateurs van vandaag?

Voor donateurs ”die meer willen weten” schreef Evert-Jan Brouwer een praktisch en leerzaam boek dat aan het denken zet. De auteur studeerde politicologie, was beleidsmedewerker bij de Tweede Kamerfractie van de SGP en is nu alweer geruime tijd werkzaam als politiek adviseur voor Woord en Daad. Die achtergrond is in het boek goed terug te vinden. Want bij alle naasten die er zijn richt de schrijver zich vooral op de minst bedeelden in vergelegen landen. De fraaie zwart-witfoto’s onderstrepen dit.

In zes hoofdstukken worden de volgende vragen behandeld: Wie is mijn naaste? Aan wie vertrouw ik mijn geld toe? Hoe moet ik geven? Wat gebeurt er met mijn gift? Dweilen met de kraan open? Kan ik nog iets anders doen dan geld geven?

Elk hoofdstuk begint met een aansprekende casus, waarna de auteur op zijn zoektocht naar de antwoorden de lezer meeneemt langs tal van overwegingen, argumenten en voorbeelden. Door de tekst heen staan passende citaten, van Aristoteles tot C. S. Lewis, maar vooral ook uit de tijd van de Reformatie en de Nadere Reformatie. Voor donateurs die gaandeweg de draad kwijtraken besluit elk hoofdstuk met een heldere samenvatting waarin de belangrijkste conclusies op een rij worden gezet.

Goede gezindheid

Het geven aan goede doelen begint bij een goede gezindheid. Voor Calvijn was dat een gezindheid van vreemdelingschap: „Indien wij geloven dat de hemel ons vaderland is, moeten wij veeleer onze rijkdommen daarheen zenden, dan ze hier houden. Maar hoe zullen wij ze zenden? Wel, doordat we ze meedelen aan armen en behoeftigen, want al wat aan hun geschonken wordt rekent de Heere alsof het aan Hem gegeven is.” Die armen en behoeftigen treffen we aan in uitbreidende kringen van naastenliefde, beginnend bij bloedverwanten en vervolgens via geloofsgenoten en buurtgenoten naar de wijdere wereld om ons heen.

Royaal en regelmatig geven is de Bijbelse lijn die de auteur de lezers voorhoudt. We moeten zo veel geven dat het best een beetje pijn mag doen. Iedereen moet dat voor zichzelf invullen. Waar het om gaat is dat onze naaste een grote plaats bij ons heeft. Dat dwingt ons ook om onze leefstijl aan te passen. Als we meer weggeven, houden we automatisch minder voor onszelf over. Maar het gaat niet alleen om soberheid. Ook door ons consumptiepatroon kunnen we onze naaste tekortdoen. Donateurs die serieus nadenken zullen erop letten of producten zoals koffie en chocolade duurzaam geproduceerd zijn en of de boeren een eerlijk loon hebben gekregen. Zij zullen ook minder vlees eten en niet zo snel in het vliegtuig stappen. Doordat ze meer weten neemt de verantwoordelijkheid van donateurs toe.

Hulpverslaving

Acute noden springen het meest in het oog. Met royale giften moet daar onmiddellijk in worden voorzien. Daarnaast is ook structurele hulp van groot belang. Behalve giften worden daarbij ook leningen interessant. Daarmee kan namelijk de verantwoordelijkheid van de ontvangende partij worden gestimuleerd, zodat mensen zelfredzaam worden en leren om hun eigen bestaan op te bouwen.

Hulpverslaving is voor niemand goed. De auteur benadrukt daarom hoe belangrijk het is om de ontvangende partij goed te kennen, ook de cultuur van het land en de politieke omstandigheden. Gevestigde ontwikkelingsorganisaties als ZOA, Woord en Daad en Dorcas zijn daar volgens hem beter in dan allerlei goedbedoelde particuliere initiatieven, ook al nemen die de laatste jaren juist in populariteit toe.

Na de eerste emotie als primaire aanleiding en een al dan niet succesvolle start hebben veel kleinschalige projecten moeite om structureel iets te veranderen. De gevestigde organisaties hebben veel meer kennis in huis, waardoor ze doeltreffender kunnen werken en meer bereiken. In lokale situaties maar ook door de beïnvloeding van politieke en maatschappelijke omstandigheden. Zij werken bovendien vanuit een goed omschreven waardepatroon, zodat donateurs weloverwogen kunnen beslissen aan welke goede doelen zij hun geld geven.

Daarmee wil de auteur overigens niet zeggen dat particuliere initiatieven geen toegevoegde waarde zouden hebben. Maar hij spoort de initiatiefnemers wel aan om niet opnieuw het wiel uit te vinden maar gebruik te maken van de kennis en de contacten van gevestigde organisaties. Donateurs krijgen het advies om gezond kritisch te kijken welke organisaties en initiatieven goed werk leveren en daar ook op een transparante manier verantwoording over afleggen.

Aansporing

De nood in de wereld is groot en blijft groot. De Bijbel is daar ook helder over: „Het ganse schepsel zucht” en „de arme hebt gij altijd bij u.” Maar dat betekent niet dat hulp zoiets is als een druppel op een gloeiende plaat of dweilen met de kraan open en dat donateurs dus maar beter kunnen afhaken. Integendeel, de Amerikaanse opwekkingsprediker Jonathan Edwards las in genoemde Bijbelteksten een hartelijke aansporing voor Gods volk om de christelijke liefdadigheid te betrachten. Dat is ook de aansporing die van dit boek uitgaat. „Ga door, geliefde christenen”, zei McCheyne in een preek, „blijf voor Christus leven. Vergeet nooit, dag noch nacht, dat u zelf met een dure prijs bent gekocht. Leg uzelf en alles wat u hebt in Zijn hand, en zeg: „Wat wilt U dat ik doen zal? Hier ben ik, zend mij.”” Want het is zaliger te geven dan te ontvangen.


Boekgegevens

Wie is mijn naaste? Voor donateurs die meer willen weten, Evert-Jan Brouwer; uitg. De Banier, Apeldoorn, 2015; ISBN 978 94 6278 348 5; 159 blz.; € 12,95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 26 January 2016

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Geven mag pijn doen

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 26 January 2016

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken