Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Na de hagenpreek de handen uit de mouwen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Na de hagenpreek de handen uit de mouwen

6 minuten leestijd

Even buiten Hondschote, in het licht glooiende landschap van Noord-Frankrijk, staat een onopvallend kapelletje. Zoals er zo veel zijn in deze overwegend rooms-katholieke streek.

Meestal zijn zulke bouwwerkjes gewijd aan de verering van Maria, maar deze heeft een bijzonder doel. Op de voorgevel staat: „Opgericht ter uitboeting van de eerste openbare Geuzenpreek gehouden ten jare 1566 door Pieter Loyssone en Sebastiaan Matte op dit Cloosterveld.” Op de hagenpreken (en de gevolgen ervan) wordt in de contreien niet positief teruggekeken.

Hondschote ligt een slordige 15 kilometer bij de kustplaats Duinkerken vandaan. In de zestiende eeuw hoorde het nog bij Vlaanderen. Het was toen een textielstadje waar zich veel protestanten ophielden. De redelijk welvarende handwerkslieden waren ontvankelijk voor de nieuwe leer, die overigens in heel het Westkwartier veel aanhang kreeg.

Tegen ketters werd echter hard opgetreden. Velen zochten in het buitenland een goed heenkomen. Vanuit West-Vlaanderen was het protestantse Engeland een logische bestemming. In de kustplaats Sandwich ontstond een vluchtelingengemeente met veel ‘ketters’ uit het Vlaamse Westkwartier.

Deze vluchtelingen zaten niet bij de pakken neer. Ze wensten vurig naar hun geboorteland terug te keren en een plaats voor zich op te eisen. Volgens de Kortrijkse historicus Luther Zevenbergen was Hondschote in de jaren zestig van de zestiende eeuw een uitvalsbasis voor teruggekeerde vluchtelingen die naar Engeland waren uitgeweken. „Via Veurne gingen de meesten naar Hondschote. Omdat het stadje geen muren had, was het gemakkelijk voor hen om er binnen te komen. Het gebeurde ook wel dat gewapende mannen vanuit Engeland met een snelle actie gevangengenomen geloofsgenoten kwamen bevrijden.”

Molens

Toen landvoogdes Margaretha van Parma in april 1566 (nadat edelen daar in hun beroemde smeekschrift om hadden gevraagd) de kettervervolging opschortte, durfden predikanten openlijk kerkdiensten te beleggen. In de buitenlucht weliswaar, want de kerken bleven vooralsnog voor hen gesloten.

Deze hagenpreken werden meestal in het open veld gehouden omdat de steden verboden terrein waren. De bijeenkomsten hadden vaak bij een molen plaats. In de luwte aan de achterkant, afgeschermd met hagen, kon een predikant een menigte van soms wel enkele duizenden toehoorders met zijn boodschap bereiken.

Een van deze hagenpredikers was Sebastiaan Matte, een voormalige hoedenmaker uit Ieper. In de bronnen wordt hij omschreven als „cort ende dick van persoone”, met „een clein swart baerdeken.” Om aan de inquisitie te ontsnappen was hij uitgeweken naar Engeland; hij woonde in Londen en ook enige tijd in Sandwich. In mei van het jaar 1566 keerde hij terug naar zijn geboortestreek. Vanuit Hondschote trok hij rond om het Woord te verkondigen. Zijn eerste preek hield hij in de nacht van 26 mei in Roesbrugge bij het punt ”Ten Vijf Weghen”. Deze plek zal uitgekozen zijn om de toehoorders in geval van onraad de kans te geven snel te verdwijnen.

Psalmen zingen

Tijdens de hagenpreken werden psalmen in de Vlaamse taal gezongen, vertelt Luther Zevenbergen. „Dat was een extra provocatie aan het adres van de Rooms-Katholieke Kerk. Het gebeurde ook wel dat groepen mensen na afloop, bewapend met geweren en psalmen zingend, naar een nabijgelegen stad trokken om daar de plaatselijke machthebbers uit te dagen. Dat was bijvoorbeeld het geval op 25 juli 1566 in Ieper.”

Op 10 augustus 1566, op de feestag van de heilige Laurentius, hield Sebastiaan Matte bij Steenvoorde een hagenpreek voor zo’n 2000 mensen. Waarover hij precies sprak is niet bekend. „Maar de preek móét opruiend zijn geweest”, meent ds. G. J. Kroon van de Protestantse Kerk in Menen. „Het gebeurde in deze tijd vaak dat de predikers waarschuwden tegen afgoden in het hart. In het verlengde daarvan zouden ook de afgoden uit de kerken gebannen moeten worden.”

In ieder geval was het effect van Mattes preek dat enkele tientallen toehoorders de daad bij het woord voegden. Onder leiding van Jacob de Buysere drongen ze het Sint-Laurentiusklooster van Steenvoorde binnen om daar alle religieuze beelden kapot te slaan. Dat was de lont in het kruitvat. Onder leiding van predikanten raasde de Beeldenstorm in de week erna door Vlaanderen, om vervolgens over te slaan naar dorpen en steden in Brabant en naar de Noordelijke Nederlanden.

Zevenbergen: „Behalve een afkeer van de rooms-katholieke beeldenverering en verslechterende economische omstandigheden speelde mee dat de calvinsten, met het oog op het komende winterseizoen, graag over eigen kerken beschikten.”

Eerste Wereldoorlog

Van het Sint-Laurentiusklooster is vandaag de dag niets meer terug te vinden. Vermoedelijk stond het bij de kruising van ”Chemin du Moulin” en ”Chemin du St. Laurent.” Een klok die in de Sint-Pieterskerk wordt bewaard is, naar verluidt, afkomstig uit dit klooster.

Sporen van de Beeldenstorm zijn sowieso spaarzaam in deze streek. De Eerste Wereldoorlog heeft veel voorgoed uitgewist. De stad Ieper, bijvoorbeeld, is tijdens de catastrofale Grote Oorlog helemaal met de grond gelijkgemaakt.

Een beschadigd fresco in de St.-Marie-Madeleine in het Noord- Franse dorp Englos is misschien nog wel het best zichtbare bewijs van de Beeldenstorm in deze streek. Hier waren het de bosgeuzen („onder wie enkele protestanten”, vermeldt een Nederlandstalige folder in de kerk) die op 15 of op 16 augustus 1566 beelden en afbeeldingen onder handen namen. Een stevig hekwerk beschermt tegenwoordig de muurschildering tegen verdere aantasting.

Niet alleen van de Beeldenstorm is weinig meer terug te vinden in de Vlaamse Westhoek, ook van het protestantisme is niet veel meer over. Het is bijna niet voor te stellen dat plaatsen als Ieper en Menen ooit grote protestantse gemeenschappen hebben gekend. Zes jaar lang –van 1578 tot 1584– had Ieper een protestants bestuur; in de vier plaatselijke kerken werden uitsluitend protestantse erediensten gehouden.

Ds. Kroon: „In de negentiende eeuw was het calvinisme hier nagenoeg verdwenen of ondergronds gegaan. Pas in 1905 is er van buitenaf sprake geweest van nieuwe inplanting. De protestantse gemeente van Menen is op die manier ontstaan.”

Hardop vraagt de predikant zich af of de Beeldenstorm geen averechts effect heeft gehad. Met de komst van Alva braken er voor de protestanten in de Nederlanden immers uiterst bange tijden aan. Ds. Kroons collega dr. Breukelaar uit Ieper wijst die gedachte resoluut van de hand. „Er was sprake van hevige vervolgingen. Dopersen werden verbrand, calvinisten onthoofd. Mensen raakten familieleden kwijt door de inquisitie. Uit de bronnen blijkt dat de vervolgingen in de aanloop naar 1566 in hevigheid toenamen. Er zat veel opgekropt protest in de Beeldenstorm. De Rooms-Katholieke Kerk brak mensen, de protestanten braken beelden.”

>>rd.nl/beeldenstorm


Activiteiten

De projectgroep Beeldenstorm 450 jaar organiseert in 2016 een groot aantal activiteiten om de Beeldenstorm te herdenken. Er worden een cultureel, een educatief, een religieus en een toeristisch programma ontwikkeld. Onder meer wordt in de Westhoek van Vlaanderen een fietsroute uitgezet die langs plekken voert waar de Beeldenstorm begon.

Op een speciale website presenteert de projectgroep alle activiteiten. Daarnaast wordt er achtergrondinformatie gegeven over de Beeldenstorm en over activiteiten die elders plaatshebben. Het project is grensoverschrijdend; in de werkgroep zitten deelnemers uit Ieper, Poperinge, Kortrijk, Steenvoorde en Hondschote.

Historicus Luther Zevenbergen houdt de komende tijd via Facebook en Twitter een kroniek bij waarin hij dagelijks de gebeurtenissen van 1566 beschrijft alsof ze op dat moment plaatshebben.

In het kader van 450 jaar Beeldenstorm houdt dr. Arjen Breukelaar van de Protestantse Kerk in Ieper op zondag 14 augustus een hagenpreek in de buurt van Steenvoorde. Hij doet dit samen met een predikant uit Frans-Vlaanderen. Het thema is: ”Vrijheid van godsdienst, geweten en meningsuiting: de bedreigingen”.

Een week later heeft in Ieper een verzoeningsdienst plaats tussen rooms-katholieken en protestanten.

>>beeldenstorm450.eu

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 2016

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Na de hagenpreek de handen uit de mouwen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 2016

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken