Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De kathedraal die Ryle niet wilde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De kathedraal die Ryle niet wilde

11 minuten leestijd

Childwall, een voorstadje van Liverpool. In een bocht van Abbey Road staat de All Saints Church tussen de bomen. Achter de kerk ligt het kerkhof, en daar, ergens op een helling, bevindt zich het graf van Joseph Charles Ryle, de eerste bisschop van Liverpool.

Het gras is net gemaaid. Tussen uitgebloeide narcissen en wilde boshyacinten is geschoffeld. Het kerkhof, dat naar beneden afloopt, staat vol met oude, door regen en wind verweerde zerken, verbrokkelde grafzerken en wankele serafijnen op gescheurde sokkels.

Vrijdagmiddag 14 juni 1900. Op het kerkhof achter de All Saint’s Church ziet het zwart van de mensen. Halverwege de berghelling is een graf gedolven. Vanuit de kerk brengen dragers er een grote eikenhouten lijkkist heen. De kist bevat het lichaam van Ryle, bisschop van Liverpool. In zijn gevouwen handen ligt zijn kanselbijbel, uit de St. Peters’s Church in Liverpool.

De kist wordt neergelaten. Het motregent wat. Iemand spreekt een zegen uit, waarna de droevige menigte zich verspreidt. Het kerkhof loopt weer leeg. Joseph Charles Ryle is ter aarde besteld, in afwachting van de grote dag der dagen, als aan de hemel gezien zal worden het teken van de Zoon des mensen en alle graven zullen opengaan.

Park House

John Charles Ryle werd op 10 mei 1816 –tweehonderd jaar geleden– geboren als vierde kind van welgestelde ouders. Het gezin bewoonde het Park House, in het centrum van Macclesfield, niet ver van Liverpool. Vader Ryle was bankier, maar evengoed wereldsgezind en weinig godsdienstig.

John Charles studeerde in Oxford theologie en talen, maar bleef innerlijk vreemd van God en van goddelijke zaken. Dat duurde tot zijn 21e jaar. Later schreef hij: „Als ik voor m’n 21e was gestorven, ik zou voor eeuwen verloren zijn gegaan.” **

Wat zijn leven veranderde, was een plotseling faillissement van zijn vader. Het gezin verviel tot grote armoede. Hij schreef er later over: „Wij stonden die zomermorgen op zoals gebruikelijk en gingen die nacht compleet en volledig geruïneerd naar bed.”

Door financiële omstandigheden gedwongen moest Ryle opeens zien hoe hij de kost ging verdienen. Hij trad in dienst van het Evangelie. Hij werd dominee in de Engelse staatskerk.

Zijn eerste gemeente was Exbury, een armoedig en vergeten dorp ver in het zuiden van Engeland, boven het eiland Wight. Daar preekte hij zondags in St. Catherine’s Church. Hij was er eenzaam, kon er zijn draai niet goed vinden.

Twee jaar later werd hij benoemd tot voorganger van de nieuwe St. Thomas Church in Winchester, een stad iets meer naar het noorden, gelegen boven de grote stad Southampton. Ook hier was hij arm en eenzaam, maar het kerkbezoek was goed. Er kwamen zelfs zo veel mensen op zijn prediking af dat er plannen waren om de kerk uit te breiden. Voordat het zover was, was Ryle echter alweer vertrokken.

Huwelijk

Zijn derde gemeente vond Ryle een heel eind uit de buurt, in Helmingham (East Anglia), boven de havenstad Harwich. Zijn eerste preek in St. Mary’s Church daar ging over de tekst: „En Jezus antwoordende zeide tot hem: Simon, Ik heb u wat te zeggen. En hij sprak: Meester, zeg het” (Lukas 7:40). Ryle sprak: „Ik weet niet wie u bent. Ik weet niet of u oud of jong, rijk of arm, geleerd of ongeleerd bent. Ik weet alleen dat u een kind bent van Adam en een ziel heeft te verliezen of te laten redden. Daarom zeg ik: Hoor naar mij! Ik heb u wat te zeggen.”

In Helmingham trad Ryle, 28 jaar oud, op 29 oktober 1845 in het huwelijk met Matilda Charlotte Louisa Plumpre. Zij was, schrijft hij, „een vrouw die een oprecht christen was, een echte vrouw en geen dwaas.” Matilda werd niet oud, al spoedig ontviel ze hem door de dood. Ze werd bijgezet in haar familiegraf in Nonington, een dorpje boven Dover.

Ryle hertrouwde met Jessie Elizabeth Walker, een vrouw uit Schotland. Jessie werd ook niet oud, tien jaar later stierf ook zij. Ze werd begraven op het kleine kerkhof van Helmingham.

Zijn vierde gemeente vond Ryle in 1861 in het grotere dorp Stradbroke, iets meer naar het noorden gelegen. Twintig jaar lang zou hij daar predikant van de All Saints Church blijven. Hij zorgde ervoor dat de kerk gerestaureerd werd, dat er goed christelijk onderwijs kwam, dat er een zondagsschool ontstond en vond er opnieuw een vrouw, Henrietta Legh Clowes.

Downing Street

Downing Street 10, Londen. De ambtswoning van de Britse premier. Veel groten der aarde overschreden hier al de drempel. Ook een evangelieprediker onder de armen van het volk klopte hier eens aan: John Charles Ryle. Het was 19 april 1880. Ryle was geroepen.

De Britse premier had Ryle, predikant van het onbeduidende plattelandsdorp Stradbroke, ontboden op Downing Street 10. Het verzoek was of hij bisschop van Liverpool wilde worden. De premier had niet veel tijd. Ryle kreeg precies vijf minuten om een besluit te nemen. Thuis vertelde Ryle eenvoudig aan zijn vrouw: „Ik ben bisschop van Liverpool geworden.”

Liverpool was in de achttiende eeuw nog maar een kleine kustplaats, later, dankzij de katoenimport en textielindustrie, uitgegroeid tot een van Engelands grootste steden en de eerste havenstad van het land.

Op 1 juli 1880 deed de 64 jaar oude Ryle zijn intrede in St. Peter’s Church te Liverpool. De St. Peter’s Church bestaat niet meer. In 1922 werd de kerk met de grond gelijkgemaakt. Een klein koperen kruis in het plaveisel van de Church Street, in het autovrije winkelcentrum van de stad, geeft de plaats nog aan.

Kathedraal

Ryle was de eerste anglicaanse bisschop van deze stad aan de monding van de Mersey. Met zijn benoeming kreeg de stad het recht om een kathedraal te bouwen. Het bisdom vond dat nodig, want St. Peter’s Church was „lelijk en afschuwelijk” en gewoon veel te klein.

Ryle heeft zich echter altijd tegen de bouw ervan verzet. De sociale omstandigheden in de stad waren zo slecht, en de bevolking was zo arm, dat de bouw van een kathedraal helemaal niet aan de orde was, vond hij. Het geld dat voor een kathedraal beschikbaar was, gebruikte Ryle voor de bouw van kleinere kerken in de buitenwijken van de stad.

Tot aan het einde van zijn leven hield Ryle de bouw van een dure kathedraal tegen. „Christus wil in arme zondaarsharten wonen”, zei hij. „Dan moeten wij Zijn Woord ook daar brengen. De schoonheid van Zijn Woord wordt door de bouw van een kathedraal te midden van de grote sociale nood in onze stad niet verhoogd, maar veel meer verduisterd.”

Na Ryles dood kwam het er toch van. Liverpool kreeg zijn eerste kathedraal. Koning Edward VII legde in 1904 de eerste steen. Door oponthoud tijdens de twee wereldoorlogen duurde de bouw meer dan zeventig jaar. In 1978 was koningin Elizabeth aanwezig bij de ingebruikneming.

Langste ter wereld

Liverpool Cathedral, de kerk die Ryle niet had gewild, is met 189 meter de langste kerk ter wereld en de grootste anglicaanse kathedraal van Europa. Het ontwerp ervan was van de 22 jaar oude architect sir Giles Gilbert Scott, dezelfde als van de beroemde Britse rode telefooncel. Het was een van de grootste bouwprojecten van die tijd.

De kathedraal, boven op de heuvel St. James Mount, is neogotisch en ontzagwekkend groot. Rond de kerk ligt een eigen parkeerplaats. In het gras bevindt zich hier en daar een graf. Boven de westelijke toegangsdeur hangt een raar Christusbeeld met wijd uitgebreide armen.

Binnen is een schoolklas op excursie. Op de trappen van ”De Put” (een lager gelegen koorgedeelte) hebben ze hun rugtassen neergelegd. Boven hangt tegen de muur in paarse neonletters de tekst: „I felt you and I knew You loved me.”

Dit is echt een kerk waar velen oecumenisch op adem proberen te komen. En alles is hier groot, kolossaal gewoon, tot de souvenirshop aan toe. Daarboven bevindt zich, op de eerste etage, een restaurant.

In de plompe toren hangt het zwaarste klokkenspel ter wereld; het weegt meer dan 30.000 kilo. Het orgel van Henry Willis moet het grootste zijn van heel Groot-Brittannië. Dat zou natuurlijk best kunnen, met 5 klavieren, 152 sprekende stemmen en 2 speeltafels. Organist Ian Tracey kan in elk geval wel uit de voeten hier.

Een geestelijke op pantoffels stapt vastberaden door de ruimte. In het kerkschip kijken bezoekers duizelig omhoog naar het gewelf. In de Holy Spirit Chapel brandt iemand een kaars, waarschijnlijk tegen al het duister in deze wereld, als een lichtend teken in een bange tijd.

Op de kerkvloer staan verdwaald en nietig in de ruimte zo’n 300 rode stoelen en 400 houten stoelen. Toch goed voor zo’n 700 zitplaatsen. Langs de kant staan enorme boekenkasten. En een vleugel. Er is een herdenkingsruimte voor de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog, een kapel voor conferenties en diners en een maquette over de bouw van de cathedral. Bij een 15 meter hoge houten crucifix in de doopkapel staat iemand stil te kijken.

In de kooromgang hangen schilderijen over Jezus na Zijn opstanding, over Thomas die verwonderd naar zijn Meester kijkt, over Petrus die in zijn ambt wordt hersteld, over vrouwen bij het lege graf en discipelen die Jezus verwonderd nakijken, totdat een wolk Hem wegneemt.

Gewijde vroomheid bezwangert de lucht. Zonlicht speelt door de gebrandschilderde ramen van het koor. In een van de banken neemt iemand twee minuten stilte in acht.

Monument voor Ryle

Weggedrukt tegen de westzijde van de kooromgang bevindt zich een in brons gegoten grafmonument voor bisschop J. C. Ryle, de man die wel wordt getypeerd als „een man van graniet met het hart van een kind.” Hij ligt er in zijn bisschopsgewaad, zijn handen gevouwen. Aan zijn voeten liggen een os, een leeuw en een machtige adelaar. Liefdevol beschermt een peinzende engel met zijn vleugels zijn hoofd. Ryle een beetje kennende, hij zou zo’n bronzen monument volstrekt niet hebben gewild.

Wie de feiten niet kent, zou kunnen menen dat Ryle hier begraven ligt. Hij werd echter ter aarde besteld op de kerkhofhelling achter het oude dorpskerkje All Saint’s Church in Childwall. Op zijn grafsteen staat: „Want uit genade zijt gij zalig geworden” (Efeze 2:8), en: „Ik heb den goede strijd ge- streden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden” (2 Timotheüs 4:7). Naast hem ligt zijn vrouw Henrietta, die elf jaar eerder was heengegaan.


Special

Het Schotse theologische maandblad The Banner of Truth wijdt het meinummer (32 bladzijden) volledig aan Ryle. De special bevat een tijdtabel met jaartallen uit Ryles persoonlijke en ambtelijke leven plus de publicatiedata van zijn belangrijkste werken. Er zijn ook reacties op Ryles boeken vanuit alle delen van de wereld. The Banner heeft alleen al in het eerste kwartaal van 2016 meer dan 30.000 boeken van Ryle verzonden. Een ander overzicht maakt duidelijk hoe het Bijbels-protestantse geluid in de Kerk van Engeland (de Anglicaanse Kerk) na de dood van Ryle steeds zwakker is gaan klinken. Andrew Atherstone is systematisch op jacht naar de vele (ingezonden) brieven van Ryle.

>>banneroftruth.org


Biografie

Ds. Iain H. Murray heeft bij The Banner of Truth in Edinburgh een nieuwe biografie over Ryle uitgebracht, waarin „een overvloed aan nieuw materiaal” is verwerkt: ”J. C. Ryle. Prepared to Stand Alone”. De auteur schreef eerder gezaghebbende boeken over Lloyd-Jones, Jonathan Edwards, Arthur W. Pink, de toekomstverwachting van de puriteinen, het protestantisme in Australië en de revivals in Amerika. Eerdere biografen van Ryle waren M. Guthrie Clark (1947), Marcus Loane (1953/1983), Peter Toon & Michael Smout (1976), Ian Farley (2000), Eric Russell (2001) en Alun Munden (2012). Een geannoteerde herdruk van Ryles autobiografie, bezorgd door de historicus-theoloog Andrew Atherstone, wordt deze zomer eveneens door The Banner uitgebracht. De eerste Nederlandstalige biografie van Ryle was ”John Charles Ryle. Evangelieprediker onder de armen van het volk” door L. J. van Valen (Kampen, 1999).


Ryles geschriften

Als schrijver hield Ryle zich vooral bezig met het schrijven van eenvoudige traktaten over de belangrijkste leerstukken van het christelijk geloof. Al tijdens zijn leven werden er zo’n 12 miljoen verkocht en verspreid. Er verschenen vertalingen in het Frans, Duits, Nederland, Portugees, Italiaans en Russisch. Verschillende van deze traktaten werden uitgegeven in de bundels ”Old Paths”. Daarnaast publiceerde Ryle historische studies over figuren zoals George Whitefield, de geboeders John en Charles Wesley, Richard Baxter en William Gurnall. Ook is Ryle bekend geworden vanwege zijn uitleg op de vier evangeliën.

** CORRECTIES EN AANVULLINGEN 11/05/2016

In dit artikel zat een tikfout. Het juiste citaat van Ryle luidt: „Als ik voor m’n 21e was gestorven, ik zou voor eeuwig verloren zijn gegaan.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 10 mei 2016

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

De kathedraal die Ryle niet wilde

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 10 mei 2016

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken