Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Opgemerkt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Opgemerkt

4 minuten leestijd

Man-vrouwdiscussie (IV)

Graag reageer ik op het artikel ”Hoe de wegen van twee jonge SGP-vrouwen scheiden” (RD 24-4).

Vrouwen en mannen zijn van nature verschillend. Dit onderschrijft zowel de Bijbel als de klassieke filosofie (Plato, Schopenhauer). De verantwoordelijkheid voor de kinderen, bijvoorbeeld, valt vaker de vrouw ten deel dan de man. Ook in deze zogenaamd ”geëmancipeerde” wereld. De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn intrinsiek. Echter, deze verschillen zijn tevens generalisaties. Niet elke man of vrouw is terug te voeren tot het gemiddelde.

Het standpunt van Heleen van de Fliert reduceert in mijn optiek vrouwen en mannen tot hun respectievelijke lichamelijke mogelijkheden (fysieke kracht, kinderen baren). Dit terwijl we ook in de Bijbel voorbeelden vinden van vrouwen die posities van leiderschap bekleden. Zo neemt in Richteren 4 en 5 de profetes Deborah de rol van richter op zich. En in datzelfde deel wordt de Kanaänitische generaal Sisera door een vrouw (Jaël) verslagen.

Daarnaast laat zij de geestelijke mogelijkheden van vrouwen buiten beschouwing. Die kunnen, zoals Marieke Hotting betoogt, wel degelijk een toevoeging zijn in de politiek. Het is van het allergrootste belang dat vrouwen de mogelijkheid hebben om een traditionele rol te vervullen. Het moet echter niet onderschat worden in hoeverre ook een vrouw de gemeenschap publiek kan dienen. Ik vind dat die vrijheid vrouwen wel moet worden geboden.

A. Wattel, Barneveld

Zuinig op zondagsrust

Het is goed dat in het artikel ”Zuinig op zondagsrust” (RD 24-4) enigszins genuanceerd geschreven wordt over de invulling van de zondag. Dat kan mijns inziens ook niet anders, gezien onder andere Kolossenzen 2:14: „Uitgewist hebbende het handschrift dat tegen ons was, (...) hetzelve aan het kruis genageld hebbende.” De kanttekening bij de Statenvertaling luidt: „Het handschrift in inzettingen wordt nergens in het Woord Gods voor de Tien Geboden gehouden. De wet der zeden maakt geen vijandschap tussen Joden en heidenen, alzo ze ook in de natuur geschreven is, Rom 2:14.”

In genoemd artikel staat: „Over de besteding van de zondag is in de loop van de tijd al heel wat discussie gevoerd.” Maar als de Tien Geboden niét aan het kruis genageld zijn, hoe komen we dan aan de zondag? Waarom dan toen juist wél vijandschap tussen de Joden en de christenen uit de heidenen over zoveel, maar nooit over het vierde gebod? Onlangs werden we er nog aan herinnerd dat we officieel pas 1700 jaar de zondag hebben (RD 6-3). In het Nieuwe Testament lees je echter niets over een verband tussen het vierde gebod en de zogenoemde ”eerste dag der week”. (Overigens is dit, betreffende de zondag, een op het verkeerde been zettende vertaling van wat in de grondtekst staat!) Het verband tussen het vierde gebod en de zondag is van latere datum. Bij de puriteinen kreeg het pas het ”gezag” dat het bij velen nog heeft. De zorg van velen over de kerk in coronatijd is begrijpelijk. Maar wordt het juist niet eens tijd om het over de geldigheid van de zondag zélf te hebben? Moeilijk, maar wel eerlijker dan het oneigenlijke gebruik van Bijbelteksten en citaten van anderen tot handhaving van het eigen gelijk!

H. H. ten Napel Pzn., Urk

Andersbegaafd

Alice Schippers, hoogleraar disability studies, hoopt „helemaal niet op de terugkeer van het oude normaal” (RD 27-4). Ook ik hoop daar niet op, maar op een nieuwe trend van onthaasten en omzien naar elkaar. Niet meer het rennen en vliegen voor meer, meer. Maar in tevredenheid sámen leven, met aandacht en liefde... Geld en goed zijn vergankelijk; een mensenleven, een ziel is zoveel meer waard.

De hoogleraar wil af van de term ”mensen met een beperking”. Ook ik heb een gruwelijke hekel aan die term. Immers, de nadruk ligt hierdoor op wat niet lukt. Zelf hebben wij een rolstoelafhankelijke kleindochter. Ze kan alleen communiceren via een ”eye tobi” (communicatiesysteem met oogbesturing). Wanneer ik over haar aan ‘vreemden’ vertel, heb ik het over onze ándersbegaafde kleindochter. Want ook onze Eva heeft gaven. Wanneer in opleidingen, zorginstellingen en opvang/logeerhuizen de term ”andersbegaafd” wordt ingevoerd, wordt dit woord vanzelf gangbaarder.

Natuurlijk is dit maar een van de vele factoren die veranderd kunnen worden. Toch is het een heel belangrijke, omdat je hiermee iemands waardigheid erkent. Ieder mens mag er zijn, is geschapen door onze God, en is waardevol in de maatschappij op zijn of haar eigen wijze.

P. Nijmeijer, Enterbroek (Wierden)​

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 2021

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Opgemerkt

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 2021

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken