Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Opgemerkt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Opgemerkt

4 minuten leestijd

Kees van der Staaij

Het artikel ”Boegbeeld en visitekaartje van reformatorisch Nederland”, over Kees van der Staaij (RD 1-9), was me uit het hart gegrepen. De SGP was vroeger voor mij een partij van oudere mannen in het zwart die overal tegen waren en niet konden lachen. Kees heeft de gave om SGP-standpunten, bijvoorbeeld over abortus, op zo’n wijze te verwoorden dat de boodschap bij andersdenkenden overkomt.

Als je vroeger naar een informatieavond over de SGP ging, kreeg je een preek te horen waar je niets wijzer van werd. Maar Kees neemt ergernis al bij voorbaat weg, zodat er naar hem geluisterd wordt, er een discussie kan ontstaan en onze jeugd erbij betrokken wordt.

R. Lichtert, Ridderkerk

Biblebelt

Het stoort mij uitermate dat zelfs het RD, bijvoorbeeld in het artikel ”Weinig jonge boeven in de Biblebelt” (4-9), het woord ”Biblebelt” kennelijk als een gemeenplaats hanteert om de reformatorische gezindte, met name op de Veluwe, te benoemen.

Ook al heeft het Engelse woord ”belt” in de oorspronkelijke betekenis uiteraard geen negatieve connotatie, al jaren weten we dat dit woord in het Nederlandse taalgebruik al heel snel wordt gebruikt als een aanduiding respectievelijk ”oplossing” voor een probleem waar je niet veel mee kunt. Oftewel: weg ermee! Door zelf deze typering te hanteren doen we, weliswaar onbedoeld, daaraan mee.

Wordt het daarom niet eens tijd om, juist ook in ons eigen taalgebruik, de bedoelde cultuur en regio voortaan te benoemen als (bijvoorbeeld) ”de reformatorische regio”?

J.C. Westeneng, Soest

Dichter des vaderlands

In een lezenswaardig artikel over dichteres en schrijfster Babs Gons, de nieuwe ”dichter des vaderlands” (RD 1-9), wordt beschreven hoe haar dichtkunst is, evenals haar ontdekkende maar liefdevol gebrachte boodschap met betrekking tot onrecht en achterstelling.

Toch mis ik in het artikel een iets grondiger beoordeling van de boodschap van Gons in het licht van de Bijbel. Het gaat mij wat te kort door de bocht als in het artikel staat: „Die boodschap is overigens gebaseerd op een heel andere visie op het bestaan en vol van een heel ander begrip van normen en waarden dan de traditioneel christelijke. Gons kijkt heel anders naar geaardheid, gender, relaties en zelfbeschikking. Daar zou iemand tegenaan kunnen schoppen of fel over discussiëren, maar al lezende wordt wel duidelijk dat minstens één christelijke waarde fundamenteel is voor deze dichteres. Ze kiest er bewust voor om altijd naar de naaste te kijken met de ogen van de liefde.” Met deze bewoordingen wordt eigenlijk elke kritische opmerking op het werk van Gons afgekapt.

En verder: wat wordt in het artikel precies bedoeld met „traditioneel” christelijke normen en waarden? Traditioneel tegenover eigentijds? Maar het ijkpunt voor beide is toch steeds dezelfde Standaard?

Ten slotte: „Altijd naar de naaste kijken met de ogen van de liefde” is mooi, maar de christelijke naastenliefde is toch verbonden met het liefhebben van God, zoals de Heere Jezus aangeeft: „Gij zult liefhebben de Heere uw God met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand” (Mat- theüs 22:37v).

Laten we, kortom, niet bang zijn voor diepere Bijbelse reflecties (Psalm 119:105).

Pier Meindertsma, Novi Sad (Servië)

Hel

Er is moed voor nodig om over de hel te spreken, zeker voor een academisch forum. Maar bij de waardering voor het goede in het betoog van prof. dr. A. Huijgen (RD 2-9) geldt toch dat hij wel spreekt over de hel, „maar niet die der orthodoxie” (Klaas Schilder).

Het waardevolle van zijn benadering vanuit de nederdaling van Christus ter hel wordt grotendeels tenietgedaan door de gedachte dat mensen het leven op aarde ook tot een hel kunnen maken. Huijgen lijkt dit laatste niet slechts als een overdrachtelijke spreekwijze te zien, maar als een echte dimensie van de hel.

Daarmee wordt de boodschap van de hel echter geseculariseerd. De hel is daarmee niet meer rechtstreeks verbonden met Gods oordeel. De uiterst voorzichtige bewoordingen aan het slot van zijn (samengevatte) rede over de vraag of er daadwerkelijk mensen naar de hel gaan, ontneemt vervolgens aan het spreken over de hel de noodzakelijke scherpte.

Het was beter geweest als Huijgen zich beperkt had tot de christologische duiding van de hel. Dan was helder gebleven dat, als God zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, Hij ook diegenen niet zal sparen die voor eigen rekening blijven leven. „Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht” (Openbaring 20:6).

J.N. Mouthaan, Veenendaal

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2023

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

Opgemerkt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 2023

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's