Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het ontslagrecht (4)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het ontslagrecht (4)

4 minuten leestijd

In het vorige artikel zagen we. dat de Kantonrechter een arbeidsovereenkomst kan ontbinden op grond van gewichtige redenen. Hiermee is de mogelijkheid gegeven, dat het recht zich aanpast bij de praktijk. Bepaalde arbeidsverhoudingen, die om welke reden dan ook in de praktijk niet meer blijken te funktioneren, kunnen ontbonden worden, zo daartoe termen aanwezig zijn.

Wanneer de Kantorechter geen termen aanwezig acht om de ontbinding uit te spreken, blijft echter een dergelijke arbeidsovereenkomst in stand. Dan doet zich echter vaak een probleem voor. De arbeidsovereenkomst kan niet beëindigd worden, maar dat wil dan vaak niet zeggen, dat de arbeidsverhouding dan direkt weer goed gaat funktioneren, In elk geval is de werkgever dan verplicht om het loon aan de werknemer door te betalen.

Maar kan de werknemer dan jegens de werkgever ook aanspraak er op maken om ook daadwerkelijk de werkzaamheden, waarvoor hij destijds is aangenomen, uit te voeren? Met andere woorden: bestaat er naast een recht op loonbetaling ook een recht op arbeid? Deze vraag is in de rechtspraak omstreden. Het begrip recht op arbeid komt als zodanig in de wetgeving niet voor. In het oorspronkelijke ontwerp van de wet op de arbeidsovereenkomst van 1901 was het recht op arbeid wèl opgenomen, doch dit is later geschrapt. Als argumentatie daarvoor gold kennelijk, dat de werkgever de werknemer toch niet lichtvaardig zonder werk zal laten. Bovendien zou dit toch reeds volgen uit bepalingen omtrent de goede werkgever en goede werknemer.

De artikelen 1638 z en 1639 d BW bepalen, dat de werkgever en de werknemer datgene moeten doen, wat een goede werkgever en een goede werknemer betaamt.

In het verleden werd slechts in enkele gevallen een algemeen recht op arbeid aanvaard. Dat was het geval, wanneer er sprake was van tariefwerk, een werkkring, waarbij de behendigheid van de ledematen in stand moest blijven (voetballers enz.) en banen, waarbij de publiciteit een onmisbare voorwaarde is, zoals b.v. een t.v. presentator. Wanneer deze niet meer op de buis komt, raakt hij in vergetelheid en kan later moeilijk zijn werk hervatten.

Ontwikkelingen

Met name in de lagere rechtspraak is er de laatste jaren een tendens te bespeuren tot de aanvaarding van een algemeen recht op arbeid. De Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid schrijft op een gegeven moment over het begrip arbeid het volgende: 'dat de centrale plaats van de arbeid ook vooral moet worden toegeschreven aan van arbeid afgeleide zaken, zoals een inkomen, bezit, status, waardering door anderen en het feit, dat er geen goed alternatieven zijn om op zinvolle wijze aan het maatschappelijk leven deel te nemen'.

Met ander woorden, men is er niet met te stellen: als de werknemer maar zijn loon krijgt, dan moet hij verder nergens meer over praten. In het verleden werd wel enerzijds uitdrukkelijk de verplichting tot loonbetaling door de werkgever in de wet opgenomen, doch niet uitdrukkelijk het recht van de werknemer om daadwerkelijk te kunnen werken. Dit laatste werd kennelijk vanzelfsprekend aangenomen. De verplichting van de werkgever tot loonbetaling stond voorop, maar kennelijk uit het oogpunt van sociale zekerheid. Dit laatste is thans minder relevant geworden nu op grond van de sociale wetgeving iedereen tot op zekere hoogte verzekerd is van een bepaald inkomen. Arbeid is echter méér dan aUeen maar een middel om een inkomen te verwerven. Het is de manier om zich waar te maken, om zijn levensvulling te vinden en om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Door arbeid verkrijgt men zijn zelfrespect en zelfvertrouwen en daarnaast ook de waardering van anderen. Arbeid is een vulling van het menselijk bestaan.

Op 26 maart 1965 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen, waarin het bestaan van een algemeen recht op arbeid wordt ontkend. De Hoge Raad overweegt in dat arrest, dat de wet de werknemer een recht op loon geeft en dat zulks niet zondermeer ook aan de werknemer een recht op arbeid geeft. Het recht op arbeid maakt geen deel uit van de arbeidsovereenkomst, want dit wordt niet in de wet genoemd. Aldus de Hoge Raad in gemeld arrest.

Professor Rood kan deze overwegingen van de Hoge Raad niet overnemen. Hij wijst er op, dat deze stelling van de Hoge Raad in tal van gevallen door de lagere rechtspraak niet is gevolgd. Volgens professor Rood geven de wettelijke bepalingen omtrent de goede werkgever en de goede werknemer de rechter voldoende armslag om de sociale en culturele ontwikkelingen harmonisch te volgen en een recht op arbeid te formuleren.

Nee, tenzij - ja, mits

Het officiële standpunt van de Hoge Raad tot voor kort was 'neen, tenzij', dus uitsluitend ja voor die bepaalde gevallen, dat een werknemer door niet te kunnen werken zijn vaardigheid verliest enz. Professor Rood bepleit het standpunt: 'ja, mits'. Dit standpunt is veelal neergelegd in uitspraken van lagere rechters gedurende de laatste jaren. Het begrip: 'recht op arbeid', is dus nog geen gemeengoed, doch het blijkt wel volop in ontwikkeling te zijn. De rechtspraak volgt hierbij de maatschappelijke visie op het begrip arbeid.

Sprang-Capelle

J. P. de Man

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 1 October 1985

RMU Contact | 30 Pagina's

Het ontslagrecht (4)

Bekijk de hele uitgave van Tuesday 1 October 1985

RMU Contact | 30 Pagina's

PDF Bekijken