Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KONTAKTUEEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KONTAKTUEEL

6 minuten leestijd

Bij het verschijnen van dit 'RMU-kontakt' is het jaar 1989 enkele weken oud. De neiging is aanwezig om achterom te zien, het jaar wat nu 'oud-jaar' wordt genoemd. Een jaar voor de RMU met diverse gedenkwaardige momenten. De oprichting van de Sekties werd voltooid, het nieuwe kantoorpand in Amersfoort werd betrokken. Vijf jaar was het geleden dat de eerste sektie van de RJVIU, Politie en Justitie, werd opgericht. Overigens was dit jaar voor deze sektie weer een roerig jaar, met helaas opnieuw akties bij de politie. Weliswaar kon nu het RMU geluid ten aanzien van deze akties uitgedragen worden. Met name de aktualiteiten rubriek 'Tijdsein' van de EOradio alsmede het Reformatorisch opinieblad KOERS gaven de RMU de gelegenheid om Nederland te laten weten hoe de RMU over een en ander dacht. Dit was vijf jaar terug nog onmogelijk.

Naast een terugblik aan het begin van een nieuwjaar is de neiging er ook om vooruit te zien. Wat zal dit nieuwe jaar u, jou en mij brengen? En voor de RMU? Wat zal de toekomst brengen? Elkaar wensen we veel goeds toe, hoeveel 'beste wensen' zijn er aan het begin van dit jaar niet uitgesproken? Veel heil en zegen!

In de Bijbel lees ik op veel plaatsen over mensen die iets zeggen over de toekomst. Met name de profeten spreken over ontwikkelingen die komen zullen. Eén van hen is de profeet Habakuk, wellicht is dit bijbelgedeelte niet zo erg bekend. Zoals meerder profeten in het Oude Testament moest hij in opdracht van God het volk Israël op hun zonden wijzen en hen ook de oordelen aanzeggen die zij, bij volharding in het kwaad over zichzelf op zouden roepen. Habakuk moest het volk aanzeggen dat zij om hun ernstige en vele zonden in de handen van de Chaldeën zouden vallen. Israël had er het ook wel naar gemaakt. Herhaaldelijk had de HEERE Zijn knechten gezonden om hen terug te roepen tot Zijn dienst, maar zij luisterden niet en gingen door met en in hun zonden. Hoeveel profeten vóór Habakuk hadden

het volk al indringend en ernstig opgeroepen om te breken met de afgodendienst en terug te keren tot de HEERE. de Verbondsgod? Jesaja had hen al verweten dat een os beter wist wie hij toebehoorde dan het volk Israël: 'een os kent zijn bezitter en een ezel de krib zijns heeren; maar Israël heeft geen kennis. ..'. Ondanks dat keren zij niet terug tot de HEERE.

Dan moet ook Habakuk het volk de oordelen aanzeggen. In het derde hoofdstuk zien we niet alleen de profeet die de oordelen aanzegt, maar ook de priesterlijke bewogenheid van Habakuk. Hij bidt een indringend en bewogen gebed tot de Heere. Hij smeekt of Hij Zijn volk wil bewaren in de Babylonische gevangenschap. Dat de ballingschap niet tot de definitieve uitroeiing van het volk zal leiden. Duidelijk geeft hij blijk van zijn profetische taak, erge en zeer zware zaken zullen over het volk komen als oordelen. Hij verdoezelt dat niet, lees het maar eens na. Ook grijpt hij terug naar de daden van God in het verleden, hoe heeft de HEERE Zijn volk niet bewaard en beschermd in Egypte en daarna in de woestijn. Somber ziet het er voor het volk uit.

Vers 17 begint met 'alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal...', en somt zo een beeld op dat niet rooskleurig is. Vijgebomen die verdorren zullen, wijnstokken die geen vrucht zullen dragen, de akkers en velden zullen niets opbrengen. Somberder kan het haast niet.

Deze beelden worden in de Bijbel meer gehanteerd om het beeld te schetsen wat met het volk zal gebeuren. Aan alle kanten zal het verkeerd gaan, in de boomgaarden, op de akkers en in de velden. Zelfs het vee ontkomt hier niet aan. Het beeld is totaal, alles omvattend. Weinig goeds voor de toekomst!

Je zal zo'n boodschap maar te horen krijgen aan het begin van een nieuw jaar. Triester kan het haast niet. 'Alhoewel' ... zegt Habakuk in vers 17, gevolgd door het 'nochtans'... in vers 18. Wat de toekomst ook zal brengen zegt hij, ook al zal er niets geoogst worden en niets te eten zijn, nochtans...! Al heb ik geen snee brood meer op de plank: nochtans ...! Hier spreekt het geloof, wel degelijk wordt onderkend dat er zware tijden zullen komen. Het geloof leert echter: nochtans...!

De profeet zegt hier, laten we nu eens niet allerlei goeds voorstellen. Niet om naar tegenspoed te verlangen, maar wel om een juist inzicht te krijgen over wat de Bijbel onder 'heil en zegen' verstaat. Als in het komende jaar de tegenslagen u of mij zullen treffen, ziekte, tegenslagen op school, op het werk, in het gezin? Als u of jij of ik eens aan een geopend graf zal staan van iemand die ons dierbaar is? Als je eens iets zal moeten verliezen of afstaan wat je erg na aan het hart is? Kan je dan spreken van een ongelukkig jaar? Is je dan aan het begin van dit nieuwe jaar tevergeefs veel heil en zegen toegewenst?

Nee, zegt Habakuk, als ik in dit aUes de HEERE maar over zal houden. Het is hem niet in de eerste plaats te doen om de gaven van God, maar om de God van de gaven! Geen lang verlanglijstje heeft hij, het is wat dat betreft erg kort: als ik God maar heb!

Zijn vreugde ligt in de God van het heil. Wat en hoeveel hij ook zal krijgen, hij zal daar niet mee tevreden zijn als hij er zijn God bij zal moeten missen. Hoe weinig hij ook zal krijgen in het komend jaar, als hij de HEERE maar tot zijn deel overhoudt. Dan zal hij opspringen van vreugde.

In Bijbels licht gezien wil 'heil en zegen' niet zeggen dat het naar u en mijn zin zal gaan, dat wij het goed hebben. Het wil zeggen dat de HEERE met u en mij optrekt: 'O Heere geef ons Uw heil'! Hoe donker de toekomst ook zal zijn, als de HEERE maar Zijn licht zal laten schijnen. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht op mijn pad. Al zal het je naar de mens gesproken voor de wind gaan, als het zonder God is, is het een ongeluksjaar. Beter gebukt onder een kruis met de Heere, dan een voorspoedig leven zonder Hem.

Belangrijk is de persoonlijke vraag hoe zijn wij dit jaar begonnen? Met God? Dat geheim van Habakuk's alhoewel... nochtans' kent u dat ook? Waar is het jou om te doen, gaat het je voor alles om God? Of ben je al tevreden met de gaven van God? Bedenk in dat laatste geval dan wel, dat als die gaven wegvallen je niets meer over hebt! Is het dan dit jaar niet de hoogste tijd om God te zoeken, de God van de gaven? Je hebt meer nodig dan brood, geluk, voorspoed en welvaart. Voor de tijd en bovenal voor de eeuwigheid. Wie zal zeggen of je het einde van dit jaar zal beleven? Zonder de God van de gaven zal het dan een eeuwige wroeging zijn, maar met de God van de gaven zal het een altijd durende lofprijzing zijn. Al moet je ook door een dal van de schaduwen van de dood. Zijn stok en Zijn staf zullen je dan ondersteunen, die vertroosten je dan.

Habakuk had alle redenen om te juichen, want tegenover de tijdelijke duisternis van het 'alhoewel' staat het eeuwige licht van het 'nochtans'.

J. W. Overeem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1989

RMU Contact | 20 Pagina's

KONTAKTUEEL

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1989

RMU Contact | 20 Pagina's

PDF Bekijken