Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Obadja, de hofmeester van Achab

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Obadja, de hofmeester van Achab

6 minuten leestijd

In de Bijbel worden ons tegenstellingen getekend. Tegenstellingen, die duidelijk bij en onder bepaalde omstandigheden aan het licht komen. Dit zien we in 1 Koningen 18. Het land werd geteisterd door een geweldige droogte. Mens en dier leden er bijzonder onder. In de hoofdstad was de nood zeer groot. De hongerdood dreigde. Reeds drie jaar lang viel er geen druppel regen of dauw.

n.a.v. 1 Koningen 18

door ds. M.C. Tanis

Deze werkelijkheid was een oordeel Gods. En de oordeelsaankondiging had Achab uit Elia's mond gehoord: 'Zowaarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord! (1 Koningen 17:1)'.

Onbewogen hoorde Achab het aan en onbewogen bleef hij eronder. Het oordeel van God verhardde hem in het kwade. Zijn ergste zorg was de situatie van zijn dieren; zijn paarden en zijn muildieren. Het voedsel raakte op en dat bracht de dood van zijn dieren; de dood van zijn trots, van zijn macht en van zijn status. Dat moest voorkomen worden. Vielen de dieren weg, dan viel alles voor hem weg. Wat is nu voor ons alles? Wij, die willen doorgaan voor reformatorische christenen. Wat is ons alles: ons bezit, ons huis, onze auto, onze zaak of onze naam? Vormen zij onze status? Moeten zij het doen in de samenleving? Wanneer dat zo is, dan zijn we ontzettend arm. We zijn dan niet rijk in God. Die rijkdom in God schittert bij Obadja en blijkt in zijn Godsvreze.

Obadja stond in 's konings dienst. Hij had aan het hof een belangrijke en zelfs zeer verantwoordelijke plaats. Hij was hofmeester. Hij had niet alleen toezicht op de voeding, maar ook op het personeel en het ceremonieel van het paleis. Naar Gods eigen woord was hij een Godvrezend man. De betekenis van zijn naam bracht hij in praktijk, nl. 'knecht van Jehovah'.

Duidelijk koos hij partij voor de Heere en Zijn dienst. Hij was een man uit één stuk. Zo maakt de vreze des Heeren de mens. De vreze des Heeren adelt het leven, verlost van mensenvrees en maakt standvastig. De huik wordt niet naar de wind gehangen. Het heilig conservatisme siert de mens op welke plaats hij ook staat, met wie hij in aanraking komt of moet samenwerken. Men blijft, wie men is. Dit vraagt veel gebed, want satan, wereld en zonde zijn overal. Gebed om standvastigheid, eerlijkheid en oprechtheid is onmisbaar.

Nu, deze eigenschappen zien we bij Obadja en dat aan het koninklijk hof. De vraag kan gesteld worden, hoe is Obadja daar gekomen en hoe kon hij het daar uithouden? Achter zijn werkkring moeten we zien de leiding van de Heere. De Heere kan op plaatsen brengen, waarvan wij zouden zeggen, daar gaat het mis. Maar door de vreze des Heeren gaat het daar juist goed. Verschillende voorbeelden daarvan zijn in de Schrift te vinden. In de werkplaats van de satan te Samaria staat Obadja als de getrouwe. Die getrouwheid dwingt zelfs respect af. Hij wordt om zijn leven, om zijn levensgezindheid niet ontslagen.

Vinden we in Obadja ons levensbeeld terug? Wie de Heere lief heeft leren krijgen, wil een christen met de daad zijn, omdat de Heere het waard is. Zijn dienst beperkt zich niet tot één dag in de week, maar bestrijkt alle dagen.

Juist in het dagelijkse leven komt aan het licht, wie men is in het dienstwerk, in het zaken doen, in de in- en verkoop, in het leven als werkgever of als werknemer, welke baas of directeur men ook heeft. De begeerte van het nieuwe leven is om in ambt of beroep getrouw te zijn, als de engelen in de hemel.

Zo was het bij Obadja. Maar we zien meer bij hem. Opzijn plaats kon hij veel doen. In de crisisdagen kon hij zorgen voor 100 profeten. Profeten, die bij 50 ondergebracht waren in een spelonk. De reden is ons bekend. Vele proften had Izebel laten ombrengen. Obadja had er 100 van de dood kunnen redden. Door voor hun levensonderhoud te zorgen, bleven de profeten in leven, in leven voor het volk.

Obadja geloofde, dat de Heere uitkomst zal geven. Het Woord zal gehoord worden onder Israël. De profeten zullen weer werken onder het volk. Izebel mocht menen door het monddood maken van de profeten, dat het Woord des Heeren voorgoed zou verdwijnen uit Israël, de praktijk laat echter het tegendeel zien. De Heere waakt over Zijn Woord. Het afgodisch gezinde volk zal Gods Woord horen. De Heere zal aan Zijn eer komen. Die eer had Obadja lief, voor die eer gaf hij zich en zette hij zich in, tevens tot heil van het volk, opdat het onderwijs, morgen, mag leiden tot waarachtige bekering, tot terugkeer naar de Heere en Zijn dienst. Het werken voor en het uitzien naar betere tijden hield hem dagelijks bezig. Zijn Godsvrucht week niet. Hij volhardde daarin. Zijn geloof in Gods Woord nam niet af, ondanks het voortduren van het oordeel Gods en het voortleven in de zonde van koningshuis en volk.

Nu laat het levensgedrag van Obadja nog iets zien. Het contact met de profeten gaf aan van welke kerk hij lid was. Hij was lid van de schuilkerk. In de schuilkerk stond Gods Woord centraal. Daar werd de Heere gediend naar Zijn Woord, naar het Woord geluisterd, op het Woord gehoopt, met en naar het Woord gebeden.

In de spelonk heeft hij het goed gedaan. Aan het hof, onder zijn werkzaamheden, bleef de spelonk trekken. Daar lag immers zijn leven, daar was hij thuis. Kennen wij die gezindheid? Wij staan in de wereld van vandaag. Die wereld, ook in ons land, is schrikbarend, levensgevaarlijk. Op alle terreinen moet weg, wat wortelt in de Schrift, of men zoekt een alternatief.

Is er bij ons in het dagelijks leven ook de trek naar de kerk, de plaats van samenkomst, zoals bij Obadja? Heeft de verkondiging van Gods Woord, het Goddelijk onderwijs door Woord en Geest de hoogste waarde? Kunnen we er niet buiten? Doet het veel in ons leven? Worden we erdoor gevoed en gesterkt om te staan, staande te blijven op onze post? Is Obadja onze vriend? Kijken naar Achab en Obadja tegelijk gaat niet. In de wereld kunnen we het doen met een dualistisch leven, maar voor de Heere niet. En de Godsvreze wil het niet.

De vreze des Heeren leidt tot het voortdurend gebed: 'Heere, leer mij de weg Uwer inzettingen en ik zal hem houden ten einde toe'.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorische Maatschappelijke Unie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1991

RMU Contact | 20 Pagina's

Obadja, de hofmeester van Achab

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1991

RMU Contact | 20 Pagina's

PDF Bekijken