Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Deformatie van het Heiligheidsbegrip; in de Roomse Kerk en Theologie - pagina 46

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Deformatie van het Heiligheidsbegrip; in de Roomse Kerk en Theologie - pagina 46

1. De Deformatorische ontwikkeling tot de Scholastiek...Vóór Augustinus - Augustinus - Dionysius pseudo Areopagita - Maximus Confessor en Johannes Scotus Eriugena...2. De Deformatorische Ontwikkeling in de Scholastiek...Anselmus van Canterbury - Albertus Magnus - Alexander van Hales - Bonaventura - Thomas van Aquino - Johannes Duns Scotus - Meester Eckhart - Willem van Ockham...

3 minuten leestijd

IV. B o n a v e n t u r a N u betrekken we Bonaventura in ons onderzoek. 1 5 1 ) Heiligen heeft drieërlei betekenis 1 5 2 ): 1. van niet heilig, heilig m a k e n ; 2. wat heilig is, in heiligheid bevestigen; 3. wat heilig is en bevestigd, bekendmaken. Bij J o h . 17 : 17 153 ) citeert Bonaventura Augustinus: „de geheiligden nemen toe in dezelfde heiligheid en worden heiliger". Bonaventura verbindt d a a r a a n : „er is dus een geheiligd worden in tweeërlei zin: o f w e l van het kwaad geweerd worden door een begin-genade, of wel in de genade zelf door een volmakende genade vervolmaakt worden". „Dezelfde heiligheid" (Augustinus) werd tweeërlei heiliging als gevolg van tweeërlei genade (Bonaventura). In eadem sanctitate (dezelfde heiligheid) werd in ipsa gratia (genade zelf) welke laatste uitdrukking een tweedeling toelaat. Bonaventura meent, dat gedacht wordt „ a a n de afleiding van de heiliging vanuit het hoofd n a a r hen die de ledematen w a r e n " . Ook Bonaventura handelt breed over de Sanctificatio. De Zoon woont in de mens of door de genade van de zichtbare vereniging, of door die van de heiliging. 1 5 4 ) Bij de eerste hebben we te doen met een zending die de inwoning van de Zoon manifesteert; bij de tweede met een zending, die de inwoning van de Heilige Geest manifesteert. Deze heiliging is de tweede openbaring van de (indirecte) inwoning van de Zoon. De sanctificatio gaat steeds meer in de sanctificatio van Maria op. Bonaventura noemt drie graden 1 5 5 ): 1. Johannes de Doper; 2. J e remia; 3. Maria. Het zijn wel dezelfde namen als bij Albertus Magnus, m a a r toch liggen de dingen hier anders. Albertus deelde in: 1. communis; 2. specialis (Johannes de Doper en J e r e m i a ; in dezelfde niet-historische volgorde als Bonavent u r a ) ; 3. specialissima (Maria). Bonaventura noemt de driedeling van Albertus niet. Merkwaardig genoeg komt bij Bonaventura in het Compendium Theologiae 158 ) een samenvatting voor die woordelijk gelijk is aan die van Albertus. Aangezien we hier blijkbaar met een eenvoudige overname te doen hebben, kunnen we dit voor de bepaling van het standpunt van Bonaventura laten rusten. N u gaat Bonaventura in de Sent. a a n de sanctificatio communis van Albertus eenvoudig stilzwijgend voorbij. In de drie genoemde n a m e n ligt bij beide wel een waarderingsoordeel. De historische volgorde: Jeremia-Johannes-Maria is vervangen door: Johannes-Jeremia-Maria, waarin de laatste zonder twijfel de hoogste is. Het is dus al een beetje vreemd, d a t Albertus Johannes en Jeremia (toch verschillend gewaardeerd) in één hokje (s. specialis) plaatst. Logischer is de idee van Bonaventura: drie personen verschillend gewaardeerd in drie verschillende sanctificationes. M a a r de plaats uit de Sententiae van Bonaventura leert ons nog meer. Hij handelt n.1. practisch alleen over de santificatio van Maria. Maria is „door de verdienste van haar leven de zuiverheid van h a a r Zoon genaderd". In het Comp. Theol. noemt Bonaventura drie heiligingen van Maria, evenals Albertus Magnus. ' 5 ' ) Bonaventurae S. O p e r a omnia Sexti V . P . M . jussu e r a e n d a t a Acc. doctoris vita. Ed. et a c c u r a t a recognita cura et studio a d . Pelliier Parisiis 1864-18G8. Sent. lib. I pg. 232b-233b. dl. X I pg. 480b. dl. I pg. 269b. dl. I V pg. 73a. dl. V I I pg. 148b.

'") "') '") '") »•)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Reformatorische stemmen | 66 Pagina's

De Deformatie van het Heiligheidsbegrip; in de Roomse Kerk en Theologie - pagina 46

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Reformatorische stemmen | 66 Pagina's

PDF Bekijken