Bekijk het origineel

De Kabinetsreactie op 'Recht doen aan verscheidenheid'; een stand van zaken 1

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Kabinetsreactie op 'Recht doen aan verscheidenheid'; een stand van zaken 1

(Deel 1)

10 minuten leestijd

D oor het bestuur van de VGS en het bestuur van de Stichting DGS is de "Adviesraad Reformatorisch Voortgezet (Speciaal) Onderwijs en Middelbaar Beroepsondenwijs", waarin zowel bestuurders als rectoren/directeuren van de onderhavige scholen deel uit kunnen maken, ingesteld.

Ook de besturen en de directeuren van de twee reformatorisch MBO-instellingen participeren in de Adviesraad. Dit gelet op de (mogelijl< e) bestuurlijl< e en ondenAfijs-inhoudelijl< e gevolgen van de vorming van een reformatorisch Regionaal Opleidingencentrum (ROC) voor het reformatorisch voortgezet onderwijs.

De taak van de Adviesraad is "het instellen van een onderzoek naar de uit de beleidsreactie, d.d. 14 februari 1995, kenmerk VO/BOB-95003554, van staatssecretaris mw. T. Netelenbos en minister J.J. van Aartsen van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op het advies van de commissie "MAVOA/BO- Aansluitend Onderwijs", getiteld: "Recht doen aan Verscheidenheid", voortvloeiende consequenties voor de bestuurlijke en onderwijs-inhoudelijke vormgeving van de in die beleidsreactie genoemde "hulpstructuur en arbeidsmarktgerichte leenweg" en de "clustering en uitruil", met inachtneming van de uit de Wet educatie en beroepsonderwijs voortvloeiende bestuurlijke en onderwijs-inhoudelijke gevolgen voor het reformatorisch onderwijs"^. De resultaten van dat onderzoek dienen aan het bestuur van de VGS en van de Stichting DGS uiterlijk D.V. op 1 maart 1996 aangeboden te worden in de vorm van een eindrapport dat in ieder geval ten aanzien van de desbetreffende onderwerpen een deelrapport bevat als­ mede de daaruit getrokken conclusies en aanbevelingen. Deze conclusies en aanbevelingen dienen voldoende bepaald te zijn om op basis daarvan tot een samenhangende bestuurlijke en ondenwijs-inhoudelijke implementatie van de "hulpstructuur en arbeidsmarktgerichte leerweg" en de "clustering en uitruil" binnen het reformatorisch onderwijs te kunnen komen. De vergaderingen van de Adviesraad worden geleid door een onafhankelijk voorzitter, namelijk de heer dr. R. Bisschop, SGPraadslid te Veenendaal en docent van het aldaar gevestigde Ichthuscollege.

De Adviesraad zal naar mijn oordeel niet alleen de noodzaak van het verlangde herschikkingsproces moeten onderzoeken, maar moet tevens concreet zoeken naar oplossingsrichtingen binnen de reformatorische denominatie op een manier die recht doet aan het grofmazig spreidingsnet van voorzieningen waarmee de provincies afzonderlijk mijns inziens niet uit de voeten kunnen. Gegeven de nauwe relaties tussen MAVOA/BO en een reformatorisch ROC is dit tevens dé gelegenheid om als reformatorisch voortgezet onderwijs, in de volle breedte (m.u.v. het HBO) tot een samenhangende bestuurlijke en onderwijs-inhoudelijke visie op de implementatie van de voorstellen ten aanzien van f\/IAVO/\/BO en de gevolgen van de WEB te komen.

In de eerste plaats om te bezien of en in hoeverre gebruik gemaakt kan of moet worden van de kansen die het reformatorisch onderwijs geboden worden. In de tweede plaats ook om de bedreigingen, zoals van een gedwongen uitruil over de denominatie heen met inmenging van provincies en gemeenten, op goede gronden het hoofd te kunnen bieden.

Historie

In het voorjaar van 1991 is de (discussie)nota "Profiel van de tweede fase voortgezet onden/vijs" verschenen. In mei 1992 is de vervolgnota daarop uitgebracht. Deze nota's bevatten o.a. een aantal voorstellen tot verbetering van de aansluiting van MAVO en VBO op het vervolgonderwijs, een mogelijke inhoudelijke oplossing en een aanpak daarvoor. Het voornemen tot invoering van profielen in MAVO en VBO is verder gestimuleerd doordat tijdens de behandeling van het wetsvoorstel inzake de basisvorming en de omzetting van LBO naar VBO een motie van de (toenmalige) Tweede-Kamerleden Netelenbos en Hermes is aangenomen waarin gepleit wordt voor het vervangen van de niveaudifferentiatie in MAVO en VBO door een systeem van doorstroomprofielen.

Naast de beleidsvoornemens en de politieke besluitvorming is een aantal veldinitiatieven tot stand gekomen. In dit verband worden genoemd het initiatief van vier personeelsvakorganisaties dat heeft geleid tot "MAVO, nieuw élan", het initiatief van een aantal MAVOscholen die "MAVO, maatwerk in onderwijs" hebben uitgebracht en de wens van het Samenwerkingsverband voor Algemeen Voortgezet en Beroepsonderwijs (SABO) om te komen tot een

samenhangend ondenwijsaanbod van MAVO en VBO.

Uit dit alles zijn de in september en december 1993 verschenen adviezen van de zogeheten revisiecommissies "Examenprogramma's algemene eindexamenvakken MAVO en VBO" en "Op het beroep gerichte vakken VBO" voortgevloeid. De eerste betreft het aanpassen dan wel opstellen van C- en D-examenprogramma's; de tweede behelst de advisering omtrent een mogelijke profilering van het MAVO- en VBOonderwijs. In een gezamenlijk advies stellen de commissies ten aanzien van de laatste opdracht dat het mogelijk en gewenst zou zijn om op termijn de vrije pakketkeuze en het A-, B-, C- en D- niveau te vervangen door de keuze voor een opleidingsprofiel met een voorgeschreven aantal vakken. Dit om met een meer programmatische differentiatie in examenprogramma's de aansluiting op het vervolgonderwijs te verbeteren met als uiteindelijk effect een hoger rendement in het aansluitend vervolgonderwijs. De gezamenlijke commissies hebben hun voorstel onderbouwd met een modelschets voor de inrichting van de bovenbouw van MAVO en VBO en daarbij vervolgens gepleit voor het instellen van een vervolgcommissie die de uiteindelijke profielen voor MAVO en VBO zou moeten formuleren.

Op 23 februari 1994 heeft de minister van, toen nog, het ministerie van Ondenwijs en Wetenschappen, dr. ir. J.M.M. Ritzen, de commissie MAVO/ VBO-Aansluitend Ondera/ijs, onder voorzitterschap van mr. C. van Veen geïnstalleerd. De commissie-Van Veen heeft de opdracht gekregen profielen te formuleren voor VBO en MAVO en voorstellen te doen omtrent de invoering daarvan. Overigens is deze opdracht heel open geformuleerd en is de commissie-Van Veen derhalve niet gebonden geworden aan de modellen die door eerdere commissies en door initiatiefgroepen inmiddels waren beschreven. Op 31 augustus 1994 heeft de Commissie-Van Veen haar advies met de titel "Recht doen aan verscheidenheid; opzet en ontwikkelingsperspectief van de afsluiting MAVO en VBO" aangeboden aan de staatssecretaris van Onden/vijs, Cultuur en Wetenschappen, mevrouw T. Netelenbos.

De inhoud van de voorstellen van de Commissie-Van Veen

Zoals reeds genoemd moeten de voorstellen van de Commissie-Van Veen een oplossing geven voor de aansluitingsproblemen tussen MAVO en VBO en de vervolgopleidingen. Met de door de Commissie-Van Veen voorgestelde nieuwe structuur vervalt de vrije vakkenpakketkeuze en het bestaande A-, B-, C- en D-niveau in MAVO en VBO. Voorts stelt de Commissie voor om de huidige afdelingsstructuur in het VBO (zestien afdelingen) in aangepaste vorm te handhaven. De afdelingen worden opnieuw gegroepeerd en geclusterd binnen de vier hierna genoemde sectoren. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in kernafdelingen die in elke regio aanwezig moeten zijn en specifieke afdelingen die aan een beperkt aantal scholen verbonden zijn. De differentiaties binnen de afdelingen komen te vervallen.

Volgens de Commissie-Van Veen moeten leerlingen - mede afhankelijk van regionale mogelijkheden - binnen elke leerweg kunnen kiezen voor de sector techniek, dienstverlening (of wordt het "zorg en welzijn" ? ), economie of landbouw (of wordt het "groen" ? ). Deze indeling sluit aan bij de leerlingvoorkeuren en de sectorindeling in het MBO. Bovendien zijn de sectoren herkenbaar voor de arbeidsmarkt. Per leerweg en per vak zal telkens een niveau worden bepaald, rekening houdend met de eisen van het vervolgonderwijs.

De Commissie-Van Veen adviseert in MAVO en VBO de volgende 5 leerwegen te onderscheiden die leerlingen leiden naar vervolgopleidingen of de arbeidsmarkt:

1. een door de MAVO-scholen te verzorgen theoretische leerweg, toeleidend naar lang-MBO of HAVO;

2. een door de VBO-scholen te verzorgen beroepsgerichte leenweg, toeleidend naar lang-MBO of kort-MBO/ primair leerlingwezen; 3. een door scholengemeenschappen met minimaal MAVO-VBO te verzorgen gemengde leenweg, met een combinatie van een theorie- en beroepsgerichte aanpak;

4. een door de VBO-scholen te verzorgen individuele leerweg, voor die leerlingen voor wie de gewone of beroepsgerichte leenweg niet haalbaar is. Deze leerweg is min of meer te vergelijken met het huidige individueel beroepsonderwijs (IVBO);

5. een leerweg die speciaal bedoeld is voor leerlingen die baat hebben bij een andere en nog meer individuele aanpak. Na het VBO zullen deze leerlingen in de meeste gevallen de arbeidsmarkt opgaan. Zij volgen daartoe een speciaal voor hen op maat gesneden programma waarin de nadruk ligt op toeleiden naar de arbeidsmarkt. De huidige VBO-richting Algemene voorbereiding op maatschappij en beroep (AVMB) en voorbeelden uit het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en zogenoemde opvangprojecten lijken hier het meeste op.

De Commissie heeft per leenweg en sector de vakkenpakketten beschreven die zij voorstelt in te voeren. De vakkenpakketten bestaan uit de volgende onderdelen;

- verplichte algemene examenvakken: Nederlands en Engels;

- verplichte algemene vakken: maatschappijleer, kunstvakken en bewegingsonderwijs;

- doorstroomverplichte examenvakken: algemene examenvakken en/of beroepsgerichte programma-onderdelen die verplicht zijn voor doorstroom naar een bepaalde sector in het vervolgonderwijs. Het beroepsgerichte deel bevat in elk geval het basisdeel van de kwalificatiestructuur van een branche;

- doorstroomrelevante examenvakken: verplichte keuzevakken ter verdieping en verbreding van het vakkenpakket;

- vrije keuzevakken: vrij te kiezen uit het aanbod van de school of bijvoorbeeld te gebruiken voor afronding van de basisvorming of beroepsgerichte onderdelen.

Alle leerlingen beginnen in het eerste leerjaar met het programma van de basisvorming. Aan het eind van het tweede leerjaar maken zij de keuze voor een leerweg. De leerlingen in de

beroepsgerichte leerweg kiezen op dat moment tevens voor een sector en voor het door hen beoogde vervolgonderwijs. Op welk moment zij vervolgens kiezen voor een concreet programma Is een zaak van de scholen zelf.

Leerlingen in de theoretische leerweg kiezen aan het eind van het derde leerjaar voor een sector.

Voor een goede spreiding van de VBOafdelingen en om te kleine afdelingen te voorkomen beveelt de Commissie aan dat de scholen op regionaal niveau met elkaar samenwerken. Een mogelijkheid is dat scholen onderling afdelingen "uitruilen". Samenwerking kan ook tot doel hebben het onderwijsaanbod af te stemmen op de regionale economische situatie. Verder pleit de Commissie voor een bundeling van de praktijkruimtes van de verschillende beroepsgerichte opleidingen in een beperkt aantal praktijkcentra.

Tenslotte merkt de Commissie op dat het om meer redenen gewenst is de leerwegen zo spoedig mogelijk in te voeren. Zij verwijst hiervoor naar gelijksoortige ontwikkelingen in het HAVO en VWO en ontwikkelingen in het secun­ dair beroepsonderwijs (de Wet educatie en beroepsondera/ijs). Vooral het invoeringsproces basisvorming in relatie tot de afsluiting MAVO en VBO vraagt echter om een spoedige invoering.

De Kabinetsreactie

Op 14 februari 1995 is de onder verantwoordelijkheid van staatssecretaris Netelenbos en minister Aartsen (LNV) tot stand gekomen Kabinetsreactie op het advies van de Commissie-Van Veen aan de Tweede Kamer aangeboden.

Ten aanzien van de volgende onderwerpen wordt in meerdere of mindere mate afgeweken van het advies van de Commissie-Van Veen:

1. Er komen drie reguliere leera/egen - de theoretische, - de beroepsgerichte en de gemengde leenweg en - een arbeidsmarktgerichte leerweg. Deze laatste leerweg is gericht op een beperkte groep voor wie MAVO of VBO eindondenwijs is. De door de Commissie-Van Veen voorgestelde individuele leenweg wordt niet overgenomen. In de plaats daarvan moet een "hulpstruc­ tuur" worden ontwikkeld voor de drie reguliere leerwegen. Daarmee moeten leerlingen met achterstanden, gedragsproblemen of motivatieproblemen toch de mogelijkheid krijgen een MAVO of VBO-diploma te behalen.

2. Per leerweg en per sector zijn door de Commissie-Van Veen vakkenpakketten beschreven. Voor de structuur daarvan wil de staatssecretaris echter aansluiten bij de nieuwe indeling van het HAVO en VWO. Dit betekent dat een vakkenpakket bestaat uit een gemeenschappelijk deel, een sectorgebonden deel en een vrij deel;

3. Elk vak is opgebouwd uit een basis-, een kern- en een verrijkingsdeel. Voor iedere leenweg is geformuleerd welke delen van een algemeen vak of beroepsgericht vak een leerling in ieder geval moet volgen. Het basisdeel van de algemene vakken komt overeen met de kerndoelen van de basisvorming.

In de volgende artikelen over de Kabinetsreactie op "Recht doen aan verscheidenheid" zal breedvoeriger worden ingegaan op: - de arbeidsmarktgerichte leenweg;

- de individuele leerweg als hulpstructuur;

- het budget;

- de clustering en uitruil;

- de samenhang met het wetsvoorstel Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB);

- de samenhang met het VSO (o.m. het samenwerkingsverband (V)SO-VO);

- het commentaar van de VGS op de Kabinetsreactie en

- het overleg van de staatssecretaris met de (besturen)organisaties.

V.A. Smit

Noten

1. Dit artikel is het eerste in een reeks van artikelen over de Kabinetsreactie op "Recht doen aan verscheidenheid" en is tot stand gekomen door een door nnij tijdens de op 12 oktober 1995 gehouden eerste vergadering van de "Adviesraad Reformatohsch Voortgezet (Speciaal) Ondenwijs en Middelbaar Beroepsonderwijs" uitgesproken inleiding te bewerken.

2. Art. 2, eerste lid, van het Reglement van instelling van de Adviesraad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1995

De Reformatorische School | 44 Pagina's

De Kabinetsreactie op 'Recht doen aan verscheidenheid'; een stand van zaken 1

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1995

De Reformatorische School | 44 Pagina's

PDF Bekijken