Bekijk het origineel

Lezen... ha fijn!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Lezen... ha fijn!

Over boeken en boekpromotie

8 minuten leestijd

Leerlingen in groep 3 van de basisschool zullen dit in de eerste weken na de zomer-vakantie waarschijnlijk regelmatig uitroepen als de juf zegt dat ze weer nieuwe woordjes gaan leren. Het is voor de kinderen een hele ontdekking als ze samen met de juf die wonderlijke tekens hebben gelezen die samen het woord "boek" vormen. Thuis zeggen ze dan ook trots: "Mam, ik kan al lezen!" De vraag is nu alleen, of lezen voor alle kinderen in de toekomst ook leuk blijft... Met andere woorden blijft leesbeleving, plezier in lezen bestaan? !

Technisch lezen

Om goed te kunnen rekenen moeten kinderen een aantal basisbewerkingen haast automatisch uitvoeren. Lukt dit, dan Is rekenen een leuk vak, zo niet, dan zal rekenen voor altijd veel gezucht opleveren.

Datzelfde geldt voor lezen: wanneer je de basisprincipes van letterkennis, woordanalyse en synthese van letters tot woorden goed beheerst, zal het lezen van boeken aantrekkelijk zijn. Beheersen kinderen deze vaardigheid matig, dan zal een boek, hoe aantrekkelijk ook qua vormgeving, niet echt uitnodigen om gelezen te worden.

Daarom is het van het grootste belang, dat In de groepen 3 - 5 van de basisschool veel aandacht wordt geschonken aan de technische vaardigheid van het lezen. De basis voor het plezier in lezen wordt hier gelegd!

Naast letterkennis, analyse en synthese Is verder een behoorlijke leessnelheid nodig: automatisering, oefenen met woordgroepen en oefeningen van woordherkenning moeten van een spellende lezer een "vlotte lezer" maken. Vergroting van deze leesvaardigheid is de opdracht van de leerkrachten vanaf de tweede helft van groep 3 tot ver in groep 5.

Maar dan al ontstaat een belangrijk knelpunt bij het klassikale lezen: bij de ene leerling wordt de leesvaardigheid veel sneller vergroot dan bij de ander.

Het komt niet zelden voor, dat bij het afnemen van een AVI-toets aan het eind van groep 3 er verschillen zijn van avi < 1 tot avi 7 of 8. Ook een avi 9 kan tot de mogelijkheden behoren.

Technisch lezen en leesbeleving

Tot halverwege groep 3 is voor bijna alle kinderen lezen een leuk vak, maar dan komt de schelding: kinderen die avi 2 en hoger lezen willen ieder boek wel doorlezen, zowel uit de klassebibliotheek als de boeken die thuis te vinden zijn, maar voor de kinderen die de letterkennis niet op flitsnlveau beheersen, noch snel kunnen synthetiseren is lezen opeens niet zo leuk meer.

Dit gevoel wordt nog versterkt tijdens het klassikale lezen uit de boekjes bij de aanvankelijk leesmethode: bepaalde kinderen kunnen het tempo van de vlotte lezers niet meer bijhouden. Bijwijzen wordt moeilijk en wanneer een zwakke lezer aan een leesbeurt bezig is gaan de betere leerlingen vast vooruit met alle ordeverstoringen van dien.

Hier ligt het eerste knelpunt t.a.v. leesbeleving.

De leerkracht die dit onderkent en maatregelen treft verdient een pluim!

De maatregelen die genomen kunnen worden liggen op verschillend terrein: öf het niveaulezen In de groep wordt ingevoerd, öf de klas wordt in twee of drie leesgroepen verdeeld die afzonderlijk lezen in boeken, passend bij het niveau van de groep. Bij deze oplossingen is de leerkracht vooral begeleidend bezig bij de zwakste groep, met twee doelen voor ogen: deze kinderen veel leesbeurten geven om ze zo snel mogelijk naar een avi 2 of 3 te loodsen èn er voor te zorgen, dat de basis voor echte leesbeleving wordt gelegd. Desnoods worden er extra leestijden ingelast.

En het klasse-leesboek dan? Wordt dat niet meer gebruikt?

Natuurlijk wel, maar niet meer zo vaak. Dat komt alleen uit de kast om gezamenlijk een stukje sfeer te beleven, ook om vragen over een tekst te kunnen stellen, desnoods om een stuk uit voor te lezen en kinderen het daarna hardop te laten nalezen.

Voorlezen en leesbeleving

Om lezen aantrekkelijk te houden Is het beslist belangrijk om als leerkracht regelmatig het lezen te stimuleren. Er zijn nl. altijd (ook goede) lezers die nauwelijks een boek uit zichzelf pakken. Ze spelen liever of zijn buiten te vinden.

Stimuleren van het lezen begint op school (en thuis) met voorlezen. Welke leerkracht doet dat niet. Toch willen we er voor pleiten dit niet als een soort stoplap te gebruiken, aan het eind van de dag of op een "verloren" moment. Een boek voorlezen verdient voorbereiding en afsluiting. Vraag voordat het boek open gaat, waarover het de vorige keer ging, wie een belangrijke rol spelen in het verhaal, wat spannende of ernstige momenten waren. Voorlezen houdt niet op bij het dichtdoen van het

boek, maar met enkele vragen over de inhoud; laat de kinderen hun waardering over het verhaal ook weergeven.

Tot slot is het belangrijk een voorleesboek te kiezen dat dicht bij het belevingsniveau van de kinderen staat: een oorlogsboek lees je immers niet in groep 3, maar ook een kinderboek uit vroeger tijd spreekt deze kinderen (nog) niet aan. En regelmatig voorlezen houdt niet op bij groep 4!

De B.P.-er en de "groei"map

in het kader van de begeleiding van een school waar het onderwerp (lees)boekpromotie op het programma stond, hebben we nagedacht hoe leesbeleving in het basisondenvijs gestalte kan krijgen. De school heeft naast de I.B.-er en de A.C.-er een B.P.-er aangesteld, een BoekPromotor. Het is een collega die veel belangstelling heeft voor het kinderboek.

Er is gezocht naar een manier om het hele team te stimuleren om regelmatig aan boekpromotie aandacht te geven. Hiervoor is een "groei"-map ontwikkeld. Een aantal mogelijke activiteiten om leesbeleving aan de orde te stellen zijn hierin opgenomen.

De map kan beschouwd worden als een raamwerk en heeft in het begin een groot aantal bladen waar slechts het ondenwerp in staat vermeld met daaronder een aantal vaste items.

Het is de bedoeling, dat de B.P.-er één keer per twee maanden tijdens een deel van de teamvergadering de aandacht op leesbeleving richt. Per keer staat één activiteit centraal, b.v. het voorleesboek. De bedoeling is, dat collega's over dit onderwerp originele ideeën uitwerken op het nog lege blad van de map In relatie tot de eigen groep. De B.P.-er geeft een korte inleiding en daarna gaan de collega's in tweetallen aan de slag.

Nemen we als voorbeeld de vraag: Hoe kan ik in mijn groep op een originele manier met het voorleesboek omgaan. Twee collega's van groep 4 en 5 komen met het idee, om de kinderen een deel van het verhaal te laten aanvullen of het voorafgaande te bedenken.

Op het A4-tje van groep 4 komt dan een "lesschema" voor het onderwerp: Hoe gaat het boek verder?

Hierbij wordt aangegeven, dat na het lezen van een aantal bladzijden van het voorleesboek de leerkracht stopt en de vraag stelt aan de groep: Hoe loopt het verhaal verder af? De leerlingen krijgen de opdracht om b.v. op maximaal één blaadje het vervolg te bedenken. Na deze opdracht worden vanzelfsprekend enkele originele verhalen voorgelezen, hetzij door de leerkracht of door de auteur. Voor groep 5 komt een iets moeilijker opdracht: Als ik een stuk van het voorleesboek heb gelezen moeten jullie opschrijven wat er vooraf is gebeurd.

Na max. een half uur als collega's zo gewerkt te hebben staat er voor iedere groep iets op papier over het werken met een voorleesboek, op het niveau van de eigen groep. De collega's gaan de daarop volgende week aan de slag, stellen het schema bij en geven na enige tijd een helder schema door aan de B.P.-er. Deze zorgt voor het uittypen in het net en iedere collega ontvangt de schema's van iedere groep. De schema's gaan in de map die op deze manier steeds verder groeit.

Als je zo te werk gaat, kunnen er ieder schooljaar zeker vijf onderwerpen worden uitgewerkt. In iedere groep wordt er ten minste één keer met een onderwerp gewerkt en ben je of is de groep enthousiast over de werkwijze, dan volgt vanzelfsprekend een herhaling.

Ondemerpen in de map

Wie er even voor gaat zitten, kan al snel een aantal onderwerpen die aan bod kunnen komen opnoemen, samen met de bedoeling van dit onderwerp. In het kader van dit artikel kunnen we slechts enkele mogelijkheden noemen.

Naast het al geopperde idee over werken met voorleesboeken kan ook het prentenboek uitgangspunt zijn. Vervolgens een door de leerkracht geselecteerd "boek van de week/van de maand". U leest er iets uit voor, stopt op een goed moment en zet het boek op een prominente plaats in de klas. Kinderen mogen het boek nu lezen en later er over vertellen. Ook een ondera/erp als 'mijn lievelingsboek' kan op die manier worden behandeld. Pas hierbij wel op: niet ieder boek waar de kinderen mee komen is geschikt.

Geeft u ook aandacht aan boeken met een laag leesniveau voor de betreffende zwakkere lezers!

Verhalen schrijven is een geliefd onderwerp, evenals een verhaal bij een plaat, of meerdere plaatjes. Verder kan de krant, een informatief boek, boeken over een hobby, bepaalde genres van boeken, de bibliotheek, een schrijver op school, alle boeken van... (naam van de schrijver). Bijbelverhalen, een boekenweek in de klas of op school enz. enz. een startpunt zijn om leesbeleving te promoten. Een project over boeken behoort zeker ook tot de mogelijkheden.

Tenslotte

Boekpromotie en leesbeleving staan of vallen met het enthousiasme van de leerkracht. En wil de school het echt van de grond krijgen, dan is een zekere regelmaat van groot belang! Daarnaast kan het nuttig zijn er naar de ouders ook over te spreken op een speciale ouderavond of informatie door te geven via de schoolkrant.

Bedenk bij dit alles wel, het gaat om het vergroten van de beleving bij de kinderen (subjectief) en de beoordeling van de kwaliteit van het daarna geleverde werk mag hierbij wat op de achtergrond staan.

A. Kooyman,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 1997

De Reformatorische School | 52 Pagina's

Lezen... ha fijn!

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 1997

De Reformatorische School | 52 Pagina's

PDF Bekijken