Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ik ben geen man van uitersten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ik ben geen man van uitersten

6 minuten leestijd

Aan het einde van dit cursusjaar sluit de heer E. Beekman zijn 39-jarige onderwijsloopbaan af. Binnen verschillende takken van het onderwijs is hij werkzaam geweest. Vanaf 1973 heeft hij deel uit gemaakt van de directie van de Driestar (AVO). Tevens is hij negen jaar bestuurslid geweest van de G.O.LV. Zijn afwisselende levensloop en zijn betrokkenheid bij het onderwijs zorgden voor een boeiend gesprek.

Waarom heeft u voor het vak lichamelijke oefening gekozen?

Als leerling van een Rijks-H.B.S. wist ik niet goed wat ik wilde gaan doen. Je moet je voorstellen, dat er toen nog niet zoiets als keuzebegeleiding of decanaat bestond. Ik was geen echte studiebol. Gymnastiek was niet al te theoretisch, dat stond me wel aan. Mijn keuze was in ieder geval niet ingegeven door het feit dat ik kinderen les wilde geven. Na de opleiding aan de HALO in Den Haag ben ik 23 maanden in dienst geweest als vaandrig in de functie van sportofficier.

Hoe bent u vervolgens in het onderwijs terecht gekomen?

De eerste sollicitatie (in 1959) is ook mijn laatste sollicitatie geweest. Daarna ben ik eigenlijk steeds gevraagd. Zo ging dat toen. Dat eerste dienstverband (aan de christelijke LTS te Schiedam) heeft 5 jaar geduurd. In 1964 kwamen wij van vakantie terug en gingen zoals gebruikelijk bij moeder Beekman langs. Die zei: 'De heer Kuit heeft gebeld. Je kunt op de Driestar komen werken. Zaterdag kun je beginnen.' Mijn baas in Schiedam stemde niet in met mijn verzoek om lessenvermindering. Nu gaf ik 4 uur over het maximum aantal uren heen. Ik zei toen tegen hem: 'Dan geef ik die 4 uur hier gratis en neem ik de 4 uur aan de PA erbij.' Zaterdagsmorgens trok ik naar de PA in Gouda om daar gymnastiek te geven.

Het was een onstuimig begin dus?

Het verhaal is nog niet af. De heer Hartog van de Willem Lodewijk LILO in Rotterdam belde mij op 30 september 1964 met de vraag: 'Kun je een paar lessen geven, want de inspecteur doet zo lastig, omdat we geen gymnastiek aan kunnen bieden.' Ik zei toen: 'Als u veel uren voor me hebt, dan kom ik.' Er waren 12 uur voor mij beschikbaar. Diezelfde avond heb ik de baan in Schiedam opgezegd.

Nu was gymnastiek in de kring destijds niet vanzelfsprekend, 'k Heb toch altijd m'n plaats gekregen. In het verhalen van je levensloop ontkom je er niet aan om vaak het woordje ik te gebruiken. Toch moet benadrukt worden, dat de Heere ook mijn leven heeft geleid.

Hoe verliep uw loopbaan verder?

In januari 1965 werd de baan op de PA uitgebreid tot 11 uur. De heer F. van de Brink van de Rehobothschool in Rotterdam belde in die tijd ook op met de vraag of ik 3 uur op zijn school wilde geven. Dat kwam goed uit. Op deze manier kon ik voor de baan op de PA ervaring in het lager onderwijs opdoen. Daarbij kwam nog anderhalf klokuur op de lagere school van de heer Vogel in Vlaardingen. Verder kwam ik in het vakblad een advertentie tegen voor een baan in het openbaar onderwijs te

Maassluis. Deze betrekking kon aangevuld worden met uren in het bijzonder onderwijs tot een volledige baan. 'k Belde per abuis naar een schooi in Maasland. De directeur wist niets van een advertentie, maar was wel om een gymnastiekdocent verlegen. Met ingang van 15 februari 1965 kwam er toen nog eens 7 uur op de christelijke lagere landbouwschool bij.

Wanneer kwam u volledig op de Driestar!'

in augustus 1966 kreeg ik een vast dienstverband aan kweekschool de Driestar ais leraar lichamelijke opvoeding. Na het decanaat op de PA en de HAVO-top werd ik in 1973 adjunctdirecteur op de HAVO (later conrector) en in 1993 lid van de centrale directie (cd) van het Driestar College.

Wat waren uw taken als lid van de (centrale) directie? De organisatie en planning binnen de schooi was mijn taak. Ook de roosters werden mede door mij gemaakt. Roosteren doe ik echter nauwelijks meer. Het laatste jaar heb ik me vooral bezig gehouden met taakbeleid. De aard van het werk bracht met zich mee, dat er veel contact was met de docenten. Dat vond ik plezierig. Overigens kun je dit soort werk alleen maar doen ais je vrouw en je gezin achter je staan. Het gebeurde vaak, dat ik veel later thuis kwam dan afgesproken. De organisatie van een schooi en het lesrooster vragen nu eenmaal veel tijd.

U verlaat een brede scholengemeenschap. Welke vooren nadelen biedt de grootte van een dergelijk instituut? Als positief punt zou ik wil noemen, dat de leerlingen op de juiste plaats terecht kunnen komen zonder dat ze van school behoeven te wisselen.

Om nadelen als anonimiteit en vandalisme zoveel mogelijk te voorkomen, is het belangrijk dat je een grote school in delen knipt. De spontaniteit van de omgang met elkaar moet zoveel mogelijk blijven.

Welke positieve ontwikkelingen in het onderwijs ziet u, als u uw loopbaan overziet?

Allereerst moet de opkomst van het decanaat genoemd worden. Toen ik leerling was, kreeg je geen enkele keuzebegeleiding. Verder zie je dat de scholen veel meer maatschappelijk betrokken zijn. Vroeger bleven de methodes jaren in gebruik. Het is ook goed dat de reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs met name sinds de invoering van de basisvorming naar elkaar toegegroeid zijn. Voor die tijd stonden de scholen meer op zichzelf en leefden langs elkaar heen. Dat is nu duidelijk anders geworden. Daar ben ik heel blij mee.

Vooruitkijkend naar Paars II bent u wellicht ook somber? Dat is zeker het geval als je denkt aan punten als:

- vrouwen in de directie

- de wet op de ondernemingsraden, die verplichte instemming als belangrijk element bevat. Het is maar de vraag of onze scholen daar onder Paars il nog ontheffing voor krijgen.

Dus er blijft een taak voor de COL V?

Haal wat mij betreft dat vraagteken maar weg en maak er een uitroepteken van. Het bezinnende karakter van de GOLV is van groot belang en moet zo blijven. Maar ook: hoe had het moeten gaan binnen het overleg over de arbeidsvoorwaarden, als de GOLV er niet geweest was? De taak van de GOLV wordt steeds belangrijker ook ais je ziet wat er lijkt te komen onder Paars II. Naar de overheid toe is het van belang om ais één man samen met KLS en RMU op te treden. Wat we in de toekomst samen kunnen doen, moeten we doen. We zijn in alles afhankelijk van de onmisbare zegen des Heeren. Dat dan Zijn ogen dag en nacht open mogen zijn over ons (onderwijs)huis!

P. Dirksen/

A. Hoogendoorn/

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 1998

De Reformatorische School | 48 Pagina's

Ik ben geen man van uitersten

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 1998

De Reformatorische School | 48 Pagina's

PDF Bekijken