Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een theorie over praktijken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een theorie over praktijken

4 minuten leestijd

Een pittig boekje en een boekje met pit. Zo kun je ‘Een theorie over praktijken’ wel kenschetsen. Achter deze wat saaie titel gaat een werkje schuil dat er zijn mag. Het is dienstig bij het denken en spreken over onderwijs: waar draait het om en waar gaat het om. En daarmee helpt het boekje ook om op het handelen in het onderwijs – dat iedere leerkracht of leidinggevende dagelijks doet - te reflecteren. De auteurs, de drie lectoren van Zwolle, Ede en Gouda, maken zich er niet met een Jantje van Leiden vanaf. De lezer zal dat ook niet kunnen doen, maar ook hier zou de drukking der melk boter voort kunnen brengen. Een pittig boekje dus en een boekje met pit: dat zal blijken als ik hieronder enkele denklijnen weergeef.

In de beroepspraktijk van het onderwijs gebruiken mensen, net als in elke andere beroepspraktijk, specifieke regels. Van de professional wordt verwacht dat hij die regels kan hanteren en toepassen. Die regels maken een beroep specifiek, maar geven het ook een normatief karakter. Het begrip norm moet hier opgevat worden in ruime zin: er zijn normen van diverse aard (juridisch en economisch bijvoorbeeld), waaraan een beroepspraktijk voldoet. Het boek presenteert in het eerste hoofdstuk een model, dat helpt om inzicht te krijgen in de aard, identiteit en betekenis van de beroepspraktijken in de sfeer van onderwijs, zorg en welzijn. Deze drie beroepspraktijken worden daarna elk in een hoofdstuk nader uitgewerkt.
Feitelijk biedt het boek een integratie en verwerking van vier verschillende invalshoeken. Allereerst is dat de praktijkbenadering van de Amerikaan McIntyre. Vervolgens uit (neo)calvinistische hoek de Wijsbegeerte der Wetsidee die terminologie en ideeën levert over onderscheid tussen structuur en richting. Verder komt de competentiebenadering naar voren, die uit het bedrijfsleven stamt. En als vierde element functioneert de deugdenbenadering, zoals die door de roomskatholiek Van Tongeren op formule wordt gebracht. Deze ingrediënten staan niet automatisch garant voor een harmonieus geheel. Maar mijns inziens zijn de auteurs er wel degelijk in geslaagd een zinvolle compositie te schrijven die ook voor het reformatorisch christelijk onderwijs van waarde is.

In essentie wordt gesteld (en beargumenteerd) dat er twee soorten normen zijn. De zogenaamde constitutieve normen, die de normatieve beroepspraktijk stempelen in haar structuur. En de regulatieve normen, die op grond van waarden en overtuigingen aangeven in welke richting de praktijk zich beweegt, of moet bewegen. De constitutieve normen worden weer onderscheiden in funderende, conditionerende en kwalificerende normen. Het model geeft aan al deze verschillende normen plaats, maar zet elke norm ook weer neer op de eigen, bescheiden, plek, in relatie tot de positie van andere normen. Daarmee maakt het model het gemakkelijker om het gesprek over onderwijs, het denken erover, het bepalen van beleid en het nemen van concrete beslissingen in het dagelijks handelen in te bedden in een groter en samenhangend raamwerk. Zo wordt casuïstiek en verbrokkeling tegengegaan.

Een samenvatting in enkele zinnen doet aan het hoofdstuk van Bram de Muynck, dat zich richt op de onderwijspraktijk, geen recht; men leze het zelf. Ik pik er twee leermomenten uit. Het is voor docenten en docenten in opleiding heel dienstig om het eigen functioneren te leggen naast wat daar gesteld wordt. Rustig bij het haardvuur al mediterend-overleggend dit hoofdstuk lezen, geeft een vorm van reflectie die verder gaat dan gebruikelijk. Ten tweede wordt over en rond vorming, dat als kwalificerende norm gezien wordt, het nodige gezegd over kennis in betekenisvolle contexten. Daar valt van te leren.
Ik heb ook wel wat vragen. Er wordt gesproken over excellente standaarden waar je je aan kunt spiegelen als docent. Maar weten we niet juist dat er tussen excellente leraren ook veel variatie zit? En waaraan herkennen we die excellentie dan precies? Of moeten we afgaan op intuïtie?

Interessant is ook de positie van de normen. Zou je kunnen stellen dat het eigenlijke van christelijk onderwijs vooral zit in de regulatieve normen, die haar richting bepalen? Maar wie bepaalt dan wat die constitutieve normen zijn, die kennelijk algemeen gelden, en hoe komen die tot stand? Zit daar een stuk gestolde traditie of historie in? Bepalen de excellente voorbeeldfiguren dat?

Duidelijk een pittig boekje, met pit. Aanbevolen!

paperback, 88 blz; ISBN 9058812472; € 12.70

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 5 maart 2007

De Reformatorische School | 1 Pagina's

Een theorie over praktijken

Bekijk de hele uitgave van maandag 5 maart 2007

De Reformatorische School | 1 Pagina's

PDF Bekijken