Bekijk het origineel

VAN DE KERKE CHRISTI.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VAN DE KERKE CHRISTI.

9 minuten leestijd

Heidelb. Catech. Zond. 21.

II.

De kerk dus is er en zal blijven zoolang de wereld staat, èn in de vernieuwde harten van Gods uitverkoornen, èn in instituaire openbaring, zij dan die laatste ook dan meer zichtbaar, dan wederom meer verborgen.

Ware leden' der kerk nu zijn zij, die door Woord en Geest zijn toegebracht tot de gemeente, die zalig wordt. Zóó toch verklaart onze Catechismus, en dan heeft hij blijkens de laatste zinsnede het oog op wat meer dan het instituut, dat eens wegvallen zal, „dat de Zone Gods uit het gansche menschelijke geslacht zich eene gemeente tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord in eeuwigheid des waren geloofs, van den beginne der wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt, en dat ik daarvan een levendig lidmaat ben en eeuwig zal blijven."

Zoo is het ook te verstaan, dat de kerk eene heilige, algemeene, Christelijke kerk genaamd wordt. Heilig is ze alleen doordat ze is „afgewasschen en geheiligd in den Naam van den Heere Jezus en door den Geest onzes Gods" (1 Cor. 6 : 11). Getrokken uit de zonde, afgezonderd van de wereld, tracht ze naar volbrenging van Gods wil, als een gereinigd volk, ijverig in goede werken." Geheel ten onrechte noemt zich de Roomsche kerk de Katholieke. Katholiek (of algemeen) is de ware kerk van Christus, wijl zij alleen alle geloovigen omvat uit alle geslachten en talen en volken en natiën, en wijl hare leer voor alle eeuw en geslacht over gansch de wereld dezelfde is; en wijl zij deel heeft aan al de goederen van het Verbond der Genade. Eén lichaam is het en één Geest; één hoop; één Heere; één geloof; één doop; één God en Vader van allen, die daar is boven allen, en door allen en in allen." In het bijzonder onder de betere bedeeling des Nieuwen Testaments komt het Katholieke der ware kerk uit, vrij als ze is geworden van allen band, die onder den dienst der ceremoniën om haar was aangelegd. Zij is de Christelijke kerk, genaamd naar Christus haar Hoofd, omdat zij de zalving van Christus deelachtig is. Laat Rome bazelen van den Paus te Rome, als Christus' Stedehouder op aarde; in hem zijn de trekken van den Anti-Christ; Gods kerk heeft tot Hoofd den Gezalfde des Vaders, Die verheerlijkt is aan de rechterhand der Majesteit Gods in de hoogste hemelen. Dit is haar troost en schenkt haar moed en kracht in den feilen strijd tegen den driehoofdigen vijand, dien zij hier beneden te kampen heeft. Want de eenige kerk, waarvan Christus sprak: en eenige is mijn duive, mijn volmaakte, is deels triumpheerend boven in den hemel, maar ook ten deele strijdend hier op aarde. En in dien zwaren strijd wordt zij, als de Christelijke kerk, ter overwinning geleid door Christus, haar Hoofd, Die ze voor de grondlegging der wereld als zijn eigendom ontving uit de hand des Vaders. Want zij is de verkoorne Gods.

Neeh ge behoeft van de uitverkiezing niet te zwijgen in de gemeente; ge moogt niet zwijgen van dit grondstuk der zaligheid, waarin Gods Souvereiniteit op het hoogst wordt verheerlijkt, en de Remonstrant in zijn hartader wordt aangetast. God heeft van eeuwigheid bepaald, wie zal zalig worden van Adams nakomelingen en wie niet; Hij de Pottebakker heeft uit het gansche menschelijke geslacht Hem gekende personen uitverkoren en verworpen naar Zijn welbehagen. Voorgezien geloof noch goede werken komen hier in aanmerking. Geloof en goede werken zijn vruchten der verkiezing, geen oorzaken derzelve. „Want als de kinderen nog niet geboren waren noch iets goeds of kwaads gedaan hadden, opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is vast bleve, niet uit de werken, maar uit den roepende, zoo werd tot haar (Rebekka) gezegd, de meerdere zal den mindere dienen". Het zal de roem zijn van al Gods uitverkoornen, die het kleinst getal der menschenkinderen, zelfs der geroepene vormen zullen: „Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping j niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden der eeuwen; doch nu geopenbaard is voor de verschijning van onzen Zaligmaker, Jezus Christus". Het is niet desgenen die wil, noch dergenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods. „Zoo ontfermt Hij zich dan, diens Hij wil, en verhardt dien Hij wil".

Naar deze vaste, onveranderlijke verkiezing, waarvan Gods Woord geldt: „Mijn raad zal bestaan en Ik zal mijn welbehagen doen", vergadert de Zone Gods Zijne gemeente door Zijn Geest en Woord. Hij zendt zijne dienaars uit tot aan het einde der wereld, die den zondaar bidden, alsof God door hen bade: , Laat u met God verzoenen". Die prediking des Woords doet goddelijke wonderen. Neen, zij niet op zichzelf. Uiterlijke roeping moge een voorrecht zijn, van God gegeven en onze verantwoordelijkheid zeer verzwaren, onze vijandschap tegen het zalig worden uit genade is te groot, dan dat zij ons zou doen komen tot Christus. Het is de Geest die levend maakt, en die het Woord tot zaligheid doet zijn in de harten der uitverkoornen. „Er geloofden zoovelen, als er verordlneerd waren ten eeuwigen leven". Door dien Geest „treffen de pijlen in het hart van Konings vijanden, dat volken onder Hem vallen." „Ja zelfs wederhoorigen zullen bij Hem wonen." Wederstaan kunt ge in de boosheid van uw hart, de uitwendige roeping van het Woord; maar onwederstandelijk werkt God de Heilige Geest tot Zaligheid in de inwendige roeping, waarin Hij het hart opent als van Lydia. Als de Heere medewrocht, „geloofden er zoovelen, als er ten eeuwigen leven verordineerd waren".

Vergaderd dus wordt de kerk door Geest en Woord. God, de Heilige Geest wil zich van het Woord bedienen. Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor uit het Woord Gods. Verwerp dan de prediking des Woords niet; zij is middel in Gods hand, om dooden levend te maken. Door de dwaasheid der prediking, die den Jood eene ergernis is, en den Griek eene dwaasheid, behaagt het God zalig te maken, die gelooven. O, dat Gods kerk het Woord uitroepe tot aan de einden der aarde; dat zij den blinden Heiden het Evangelie brenge; offer aan de zending, opdat niet geslacht na geslacht verloren ga. Want hoe zullen zij gelooven indien hun niet gepredikt wordt ? Van het begin der wereld tot het einde toe wil Christus zóó Zijne gemeente vergaderen. Nimmer zal Hij anderen weg bewandelen. Dat bindt dus aan de middelen. Want goddeloozer is niet, dan van Gods souvereine liefde een dekkleed te maken voor onze zonden; dan te zeggen : „als ik uitverkoren ben, zal ik wel zalig worden". Zóó spreekt niemand in zijn natuurlijk leven. Als God den wasdom niet geeft, wat baat uw mesten, ploegen, zaaien. Ook kan Hij doen groeien waar gij niet gezaaid hebt. Maar niet een mensch ter wereld, zal de armen over elkaar slaan en spreken: , als God wil zal 't er wel komen". Zoudt ge dan de genademiddelen verzuimen, die meer dan tijdelijk goed uw eeuwig welzijn bewerken ? Of meent ge dat Ezau, Saul, Judas voor Gods rechterstoel zouden ter verontschuldiging inbrengen : „Ik was niet uitverkoren!" Wee U, onverschillige, uw eeuwig verderf wacht om uw eigen schuld. In den verworpene zal God naar Zijn onkreukbaar recht verheerlijkt worden vanwege diens moedwillig bedreven kwaad en versmading der genade. Koopt uwe dagen uit. Haast u om uws levens wil. Vraagt naar Gods Woord en om den Geest. Doet dat Woord klinken tot de verstgelegenen aan de zee. Neen, niet om te rusten bij uitwendige roeping, maar om als een van God geroepene door Zijnen Geest deni Zoon te mogen kussen eer Zijn toom ontsteke en gij op den weg vergaat. Dit is het, wat onze Vaderen zoo kostelijk in de vijf artilen tegen de Remonstranten hebben gezegd: Eigen schuld, zoo wij onder het Woord verloren gaan; vrije genade, zoo wij door het Woord mogen behouden worden: Vrije genade, waarvan de kerke Gods roemen zal:

't Is door U, door U alleen om 't eeuwig welbehagen.

Voor die kerk geen nood. Want Christus, haar Hoofd, beschermt en onderhoudt. „Hij is haar een vurige muur", door geen vijand te naderen. Die haar aanraakt, raakt Zijn oogappel aan. Kent ge teeder beeld van Christus liefdezorg over de Zijnen? Laat het vuur van vijandschap en vervolging branden, deze braambosch verteert niet, want Jehova is in het midden van haar. De Geest heeft woningen bij haar gemaakt en zal bij haar zijn, al de dagen tot de voleinding der wereld, en uit de volheid van Christus nemen om haar te geven alles wat haar noodig is tot haar onderhouding. Valle dan wat valt; ga uit wat zich tot de Kerk in haar zichtbare openbaring voegde en tot de levende keilc niet hoorde, voor Gods uitverkoornen geen nood. Zij zullen hier in den tijd toegebracht, door Hem zelf beschermd en onderhouden worden.

Maar dan oök noopt deze belijdenis ons tot ernstige zelfbeproeving. Zijn wij levende leden van de Kerk ? Of zijn wij als niet vruchtdragende ranken in den wijnstok ? Ook die ranken trokken uit den wijnstok sappen; wijl ze met den wijnstok verbonden waren; doch nimmer geven zij vrucht, daarom zijn ze afgesneden en in het vuur geworpen. O, onbekeerde, van God en Christus vervreemde kerkganger; naar uw inneriijken staat dood in de zonde en de misdaden, ontwaakt eer het te laat is. Hoort de roepende stemme Gods, eer ook gij wordt weggeworpen in het eeuwige vuur, dat den duivel en zijne engelen bereid is. Doop noch lidmaatschap der kerk kunnen u redden. Gij zult uit den dood moeten overgaan in het leven. Daa alleen zal het u wel zijn; dan zal Gods verkiezing ook in u verheerlijkt staan, en uwe ziel zal met den onderwijzer grond hebben te getuigen : „Ik ben een levend lid der kerk en zal dat, ook als alle instituut eens verdwijnt, eeuwig blijven".

Yerseke,

Ds. G.H. Kersten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1923

De Saambinder | 4 Pagina's

VAN DE KERKE CHRISTI.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1923

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken