Bekijk het origineel

Het Zaligmakend Geloof

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Zaligmakend Geloof

7 minuten leestijd

Om zalig te worden, is de mens het ware geloof onmisbaar nodig, want zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Het ongeloof sluit ons buiten het Koninkrijk Gods. Huivering overvalt ons, als we letten op de kracht en openbaring van het brute ongeloof, dat zich allerwege openbaart. Duizenden immers spreken het vrij uit, ondanks de ingeschapen Godskennis, dat zij met God en Zijn Woord gebroken en afgedaan hebben. Onder alle standen, van hoog tot laag, wordt het ongeloof geacht als de hoogste wijsheid, zodat men komt tot de grofste bandeloosheid en doorbreking in de zonde. Gods Woord in verachting zijnde, wordt Gods Wet vergeten, Gods dag gruwelijk ontheiligd, Gods Naam gelasterd, Gods volk verdrukt, Gods instelhngen verwaarloosd. Vandaar de schrikkelijke toorn Gods geopenbaard van de hemel over de volkeren der aarde, die zich ten krijg vergaderen tegen Zijn Gezalfde. Gelijk voor de zondvloed het brute ongeloof leidde tot de ondergang der eerste wereld, en gelijk dat zelfde ongeloof het vleselijk Israël in de woestijn deed sterven, zonder het beloofde Kanaan te hebben gezien, en gelijk Israels volk, dat door ongeloof haar Messias verwierp, heden ten dage als toonbeeld van de wrake Gods zwerft over de aarde, zonder God en zonder Koning, zo zeker spoedt zich de tegenwoordige wereld door dat zelfde ongeloof naar de vreselijke dag des oordeels, die dag, die komt, brandend als een oven, waarin de hoogmoedigen en allen die goddeloosheid doen, stoppels zijn; en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, die hun noch wortel noch tak laten zal.

Anderzijds zijn er weer zeer velen, die in hun bhndheid menen het ware geloof te bezitten, en zich daarop laten voorstaan, zonder de aard en het wezen van het zaligmakende geloof ook maar enigszins te begrijpen. Verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven Gods, vertrouwt men op eigen denkbeelden zozeer, dat men zonder nader zelfonderzoek naar de ware verhouding tegenover God, voortgaat in de waan, van het aanstaande hemelburgerschap, terwijl men in werkelijkheid op weg is naar het eeuwig verderf. De lichtvaardige wijze waarop men zich Christus en al Zijn weldaden toe-eigent zonder ooit recht ontdekt te zijn aan erf- en dadelijke schuld, doet immers terecht vrezen, dat men als de dwaze bouwer het huis zijner hope op losse zandgrond heeft gebouwd. Voor hen, die minder hchtvaardig wensen te handelen met hun eeuwige belangen, is er slechts één veilige weg, en wel deze, dat men uit Gods Woord naspeuren zal, wat toch wel dat geloof is, hetwelk ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt. Vanzelf springt hier de behoefte in het oog, aan de verhchtende bediening des Heihgen Geestes, zonder Wiens hulp Gods Woord nimmer-ons kan wijs maken tot zaligheid. De Heilige Geest werkt door het Woord, hetzij men dat Woord biddend leest, of luistert naar de prediking des Woords, hetzij men gebruik maakt van de op dat Woord gegronde geschriften onzer godzahge vaderen. Laat ons dan trachten uit dat Woord Gods na te gaan, wat in de taal des Bijbels onder het geloof te verstaan zij.

In onze taal heeft het woord geloven de betekenis, dat men vertrouwen stelt in het woord of de belofte van iemand, die wat zegt, of wat belooft. • Brakel in zijn „Redelijke Godsdienst" leert ons echter, dat in de grondtaal der Heilige Schrift, beide in Oud- en Nieuw Testament, woorden staan, door de vertalers overgezet als geloof en geloven, welke bredere betekenis hebben; en wel in die zin, dat daar niet' alleen gezien wordt op het vertrouwen in woord en belofte, maar ook op het zich toevertrouwen aan en verlaten op de Heere. Dit is belangrijk, omdat het historisch geloof wef dat vertrouwen heeft in de woorden en beloften Gods, dat zij in zichzelf waar zijn, maar niet zodanig een vertrouwen, dat het de ziel zich aan God oprecht doet' toevertrouwen, om geheel en al zich op Hem te verlaten. Al neemt het de gehele Schrift aan als openbaring Gods, m.et verwerping van alles, wat daartegen strijdt, het mist toch de kracht om alles te verzaken en te verloochenen wat buiten Christus is. Al drijft het tot ijver voor de rechtzinnige leer, het mist de liefde-betrekking op God in Christus, omdat het wel aanvaardt de woorden, maar niet de zaken die de H.S. bevat. Het vermag niet door te dringen tot het vezen der dingen. Het laat ons cnvernieuwd vari-^Iiart, het geeft geen staatsverwisseling, het mist de bovennatuurlijke kennis van Gods deugden en van de betrekking op God in Christus, doordat de liefde Gods nooit in het hart werd uitgestort door de Heihge Geest. Hoewel het onmisbaar is, is het dus gans onvoldoende om zahg te worden. Het heet historisch geloof, omdat het de historie, de beschrijving der historische waarheid aanvaardt, al is het, dat het hart er niet méér door geraakt wordt, als door alle andere algemene waarheden. Het baart geen werkzaamheden aan de troon der genade, en rust in de blote belijdenis. Maar hoe ongenoegzaam dus dit historisch geloof ook is, vele zogenaamde christenen missen ook dit nog. Want als niet alles wat de H.S. leert, aanvaard wordt, en als alleen datgene, wat in onze kraam te pas komt wordt aangenomen, mist men zelfs dit algemeen geloof. Hoevelen immers aanvaarden Gods Woord slechts ten dele, en hebben voodiefde voor de ene waarheid, ten koste van de andere. Hoevelen, die van de grote heilswaarheden niets of heel weinig kennen, zelfs verstandelijk. Hoevelen, die bijv. de absolute doodsstaat des mensen loochenen, en als hele of halve Pelagianen de mens het vermogen toekennen, zich tot God te bekeren, door eigen kracht. Zo zouden zeer vele afwijkingen te noemen zijn, die volkomen in strijd zijn met de natuur van het bloot historisch geloof, zodat men alleen door ernstig onderzoek der H.S. en naarstig gebruik van degelijke middelen het historisch geloof verkrijgt en behoudt. Hier hgt dus in, dat alle inspanning vereist wordt en voortdurend gebed nodig is, om zelfs ook maar de naam van een blote belijder der Waarheid te kunnen dragen. De nuttigheid van dit geloof bestaat hierin, dat de consciëntie blijft aanklagen en protesteren tegen de zonde en dat, zolang geen verharding intreedt het kan geheiligd worden aan het hart, tpt levendmaking en bekering. Verhest men zelfs dit historisch geloof, dan glijdt men meer en meer af ten verderve en zinkt men terug naar het heidendom. Zodat elk huisvader de plicht en de taak heeft zijn kinderen in die voorzeide leer te onderwijzen, tenzij hij .zich schuldig maken wil aan de eeuwige ondergang dergenen, die hem op aarde het dierbaarst zijn. Wat schriklijk verzuim valt hier te constateren, waar vele ouders deze picht overdragen aan de leraars en de ouderlingen der gemeeiite, waar zij zich afmaken met de schijnbaar nederige betuiging van onbekwaamheid, welke niet anders is dan gemakzucht en lauwheid in de eerste plichten van de godsdienst. De H.S. spreekt op verscheidene plaatsen over zulk een geloof, bijv. in Hand 26 : 27: Gelooft gij, o koning Agrippa, de profeten? Ik weet, dat gij ze gelooft. Evenwel was Agrippa slechts een bijna-christen. Jac. 2:19: Gij gelooft, dat God een enig God is; gij doet wel; de duivelen geloven het ook, en zij sidderen; zodat het hier genoemd wordt, een duivelengeloof, om de algehele ongenoegzaamheid aan te tonen'. (Wordt vervolgd).

Werkendam. v. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1948

De Saambinder | 4 Pagina's

Het Zaligmakend Geloof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1948

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken