Bekijk het origineel

Gedachten uit het verleden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gedachten uit het verleden

Willem Teellinck

5 minuten leestijd

Reeds hebben we enkele van Teelincks werken, welke als stichtelijke lectuur bekend zijn, besproken. Er zijn er nog meer die de aandacht dubbel waard zijn. Steeds tonen ze ons Teelinck als een man van de practijk. Zijn Huisboek behoort mede tot de meest nuttige van zijn werken. Men versta dit niet verkeerd, alsof hij dit werk als een leiddraad voor eigen gezin zou hebben geschreven. Zo is het niet. Voor het eigen familieleven had hij een ander boekje geschreven, n.l. „Ordere in zijn huisgezin", hetwelk daarom niet minder waard is in andere gezinnen te gebruiken. De inhoud is van die aard, dat het rustig gebruikt kan worden in elk gezin, maar in allereerste instantie is het daarvoor niet geschreven. Zijn„Huisboek" heeft hij met geheel andere bedoeling geschreven. Het ging in de gemeente van Middelburg zeer wél. De kerken zaten propvol met mensen, zodat hij zelfs er op aandrong een nieuwe kerk er bij te bouwen. Hij roemt de orde, welke er in de gezinnen heerst en die gezinnen wat de oefeningen aangaat wel op kleine kerkjes gelijken. Voorwaar deze uitdrukking trof mij. Zou dat in deze dagen ook nog kunnen worden gezegd? Wanneer ik, om maar een voorbeeld te noemen, de jeugd van vandaag bekijk, dan zijn het, de goeden uitgezonderd, maar armzalige verschijnselen die we te zien krijgen. Lust tot onderzoek van de waarheid is er niet meer. We hebben wat christelijke romans, die ons interesseren, maar de waarheid, die naar de godzaligheid is, heeft geen belangstelling. Menigmaal vragen we ons af hoe het toch wel in de gezinnen gaat. Het optreden der kinderen tegen de ouders en de ambtsdragers is, om het maar niet al te scherp te zeggen, allerbedroevends. Het is alles een teken des tijds, hetwelk ons hier tegenkomt. Teelinck heeft vooral blijdschap, dat hij zoveel lust bespeurt in de gezinnen tot onderzoek van de welgefundeerde waarheid. Voortreffelijk getuigenis van Middelburgs leraar. Konden we het hem nazeggen. O ja, een beetje oppervlakkig praten wil er nog wel in, maar het onderzoek van de waarheid, die naar de godzaligheid is, komen we zo bitter weinig tegen. Geen uitwendige lust zelfs is er tot de kennis der waarheid. Ik heb gelezen in de werken van Trigland, dat de Remonstranten in hun dagen daarom zoveel opgang konden maken, omdat er onder het volk zo weinig kennis was van de gronden der waarheid. Laat het ons ter harte nemen. Dat ouders en kinderen zich met ijver zetten tot onderzoek van het woord des Heeren en tot kennis van de zuivere waarheid. Dat is zozeer van node. Ik wil daar dit nog aan toevoegen, dat wanneer de Heere mensen bekeert die wel onderlegd zijn in schriftuurlijke waarheid, deze de profijtelijkste christenen blijken te zijn. Alles wat niet is naar het Woord van God zal niet bestaan. Dat we dit ter harte nemen. Ik heb volk van God gekend welke door de Heere kostelijk waren onderwezen, en die met tranen hebben beleden dat ze zo weinig nut konden afwerpen, omdat ze slecht in de schriften waren onderwezen, hetwelk hun tot schuld was geworden. Zelfs een vrouw, die niet lezen of schrijven kon, had het als schuld voor God leren kennen, want ze kende zich zo onprofijtelijk voor anderen. Tegenwoordig wordt veelzins de kennis der schriften als letterknechterij aangemerkt en absoluut waardeloos te zijn. Ik stem natuurlijk van harte toe dat de blote historische kennis ons vreemd laat van de zaligheid. Daar behoeven we niet over te twisten. Toch behoren we wel onderlegd te zijn in het Woord des Heeren. Teelinck althans stond er ten zeerste op en prees zijn gemeente omtrent hun wetenschap dienaangaande. We hebben het nogal veel over oude schrijvers, ik meen dat de raad, welke Teelinck gaf, nog niets van zijn betekenis en waarde heeft ingeboet. Naast de schiift vergete men dan ook niet b.v. de kennis van onze drie formulieren van enigheid. Ik vermoed zo, dat ook daarin nog wel enige vordering kan worden gemaakt. Ik heb maar enige opmerkingen gemaakt uit het boekje van Teelinck, er staat nog veel meer lezenswaardigs in. Op één zaak hoop ik, zo de Heere wil, volgende week nog nader terug te komen, wijl, naar ik meen, ook daarop zeer zeker de nadruk behoort te worden gelegd. Mijn vrienden, dat de Heere ons binde aan Zijn getuigenissen en onze gangen vast werden gemaakt in des Heeren Woord. Laat vooral onze jongens en meisjes Gods Woord onderzoeken en ze in dat Woord wel geoefend mochten worden. Als de Heere ze bekeert zullen ze profijtelijk voor zichzelf en voor de gemeente zijn. Ik hoor soms zulke rare dingen, waarover ik hier niet schrijf, want daar is deze rubriek niet voor, maar die ons wel mogen doen zuchten: Getrouwe Herder, breng ons weer. Verlos ons, toon ons het liefelijk licht, van Uw vertroostend aangezicht.

Utrecht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1952

De Saambinder | 4 Pagina's

Gedachten uit het verleden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1952

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken