Bekijk het origineel

Van de Goddelijke verkiezing en verwerping. Hoofdstuk 1

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van de Goddelijke verkiezing en verwerping. Hoofdstuk 1

5 minuten leestijd

III.

En opdat de mensen tot het geloof worden gebracht, zendt God goedertierenlijk verkondigers van deze zeer blijde boodschap tot wie Hij wil en wanneer Hij wil; door welker dienst de mensen geroepen worden tot bekering en het geloof in Christus, de Gekruiste. „Want hoe zullen zij in Hem geloven, van Welke zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predict? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? " (Rom. 10 : 14, 15).

De Heere zendt predikers van het heilig Evangelie.

Alle mensen zijn der vervloeking en des doods waardig. De redding en de verlossing hiervan is slechts mogelijk, wanneer de mens gebracht wordt tot het geloof. Tot dit geloof in Christus Jezus kan de mens zelf niet komen. Hij moet er toe gebracht worden. Daartoe zendt de Heere de predikers van vrije genade. De prediking wordt door Hem gebruikt als middel om te komen tot het ware geloof. De schepping en de natuur spreken de mens wel van de almacht en wijsheid Gods, maar zij openbaart hem niet de naam van Christus Jezus. Wel ruist er langs de wolken des Heeren eeuwige kracht, mogendheid en Godheid, daar de schepping, onderhouding en regering der gehele wereld voor de ogen der mensen zijn als een schoon boek, in hetwelk alle schepselen, grote en kleine, gelijk als letteren zijn, die ons de onzienlijke dingen Gods geven te aanschouwen (Art. II, N.G.B.). De naam van Jezus Christus als Middelaar ruist niet langs de wolken. Schepping en natuur prediken ons Christus niet. Om Christus te leren kennen, is de prediking van Gods heilig Woord nodig; het Evangelie van vrije genade, in Gods Woord geopenbaard.

De Heere heeft Zijn liefde geopenbaard in het zenden van Zijn Zoon. Deze boodschap moet gebracht worden, en dit Evangelie (= blijde boodschap) moet gepredikt worden. Daarvoor zorgt God Zelf, en dit doet Hij goedertierenlijk. Het is Zijn goedertierenheid, wanneer de Heere predikers uitstoot in Zijn wijngaard. Het is een oordeel, wanneer Hij deze uitstoting en zending komt in te houden. Daarom heeft Christus Zijn kerk geleerd: „De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; daarom, bidt de Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote" (Lucas 10 : 2, Matth. 9 : 37, 38). Het prediken van het Evangelie is één der schakels van de gehele keten tot de zaligheid, waarvan Paulus spreekt in Rom. 10: Prediken — horen — geloven — aanroepen — zaligheid. Alles is in Gods hand, ook het brengen tot het ware geloof en tot het waar zaligmakend geloof, dat, geschonken in de wedergeboorte, de zondaar verenigt met Jezus Christus. Men leze daartoe de eerste preek in de „Eigenschappen" van Comrie: Het geloof een genade, die de ziel op het allemauwste met Christus verenigt.

Het ware geloof is nodig. Zonder geloof is het niet mogelijk Code te behagen. „Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toom Gods blijft op hem" (Joh. 3 : 36). Tot dit geloof moeten de mensen gebracht worden en daartoe begint de Heere niet met de prediking — nog eerder Hij begint met de zending van herders en leraars. De zending gaat vooraf. De Heere beloofde het Zijn kerk, dat Hij herders zou geven naar Zijn hart, die de gemeente Gods zouden weiden met wetenschap en verstand. Deze zending doet de bedienaar van het heilig Evangelie prediken met gezag en autoriteit. Hij komt in de naam van Christus, Die het Hoofd van Zijn kerk is. Niet in de naam van welk aards gezag ook. Zo is de van Gods wege geroepen knecht in zichzelf, gelijk ieder ander mens, een in zichzelf ellendig en nooddruftig mens, maar door de zending Gods toch een bijzonder mens, daar de Heere hem als instrument wil gebruiken in de keten tot de zaligheid. De Ned. Geloofsbelijdenis zegt in art. 31 van deze zending: „Zo moet zich dan een iegelijk wel wachten door onbehoorlijke middelen zich in te dringen, maar is schuldig de tijd te verwachten, dat hij van God beroepen wordt, opdat hij getuigenis hebbe van zijn beroeping, om van haar verzekerd en gewis te zijn, dat zij van de Heere is". De Heilige Geest verwekt n begeerte tot het hoogste en heerlijkste ambt en de Heere baant de wegen en paden om tot dit ambt te komen. Predikers zijn gezanten, ambassadeurs van Christus. Zij werpen zichzelf daartoe niet op, maar zijn van God gezonden, begiftigd met lust en gaven. Ze zijn zelf niet onkundig van de boodschap, die zij hebben te verkondigen. Het zijn geen brievenbestellers, die de brieven afgeven, zonder hun inhoud te kermen. Zij zijn zelf niet onwetend van de genade en van het werk van Christus in de harten van Zijn volk. De Heere doet hen uit de wijngaard, waarin zij arbeiden, eten.

Zo hebben we niet te zien op de persoon, maar op de roeping, boven alles op de Zender. Alles hangt af van de Zender, Die Zijn predikers zendt met Zijn boodschap. De prediker zelf moet weten, dat Hij gezonden is, en blijft verantwoordelijk voor zijn prediking. De gemeente Gods heeft te luisteren naar de boodschap Gods, die de prediker brengt; zij zal naar deze prediking geoordeeld worden.

's-Gravenhage

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1955

De Saambinder | 4 Pagina's

Van de Goddelijke verkiezing en verwerping. Hoofdstuk 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1955

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken