Bekijk het origineel

KERK EN KERKRECHT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

KERK EN KERKRECHT

Dordtse Kerkenorde. Artikel 41

4 minuten leestijd

....de classikale vergaderingen dewelke elk een dienaar en een ouderling daarhenen met behoorlijke kredentie afvaardigen zullen.....

De wijze van samenkomst

Voor de classikale vergadering moeten volgens art. 41 de genabuurde kerken elk een predikant en een ouderling afvaardigen. De bedoeling is niet dat de gemeente in tegenstelling van de kerkeraad dit doet, maar dat de kerkeraad in naam van de gemeente afvaardigt. Deze oude regel, dat elke gemeente een predikant en een ouderling naar de classis zendt, vloeit voort uit het wezen van de presbyteriale kerkregering. Voetius heeft er reeds op gewezen, dat de aanwezigheid van de ouderlingen op de kerkelijke vergaderingen tot grote zegen is geweest. En dat in de arminiaanse twisten een groot aantal gemeenten bewaard werd voor verwoesting door het gezag, dat de ouderlingen tegen hun predikant konden doen gelden. Toen de Gereformeerde kerk in ons land nog in het stadium was van haar vestiging, kwam het wel meermalen voor, dat er uit sommige gemeenten geen ouderlingen waren opgekomen naar de classis. De reden hiervan was wel, dat het bijwonen van deze vergadering met grote kosten en met veel tijdverlies gepaard ging omdat de classes over een uitgebreid gebied verspreid waren. De ouderlingen waren door hun maatschappelijke positie wel eens verhinderd om enige dagen of enige weken van huis te zijn. Toch werden op de kerkelijke vergaderingen de kerkeraden steeds vermaand om zich door ouderlingen te laten vertegenwoordigen. En de mening van sommige predikanten in Zeeland en Friesland, dat ouderlingen niet behoefden te komen, werd op de dassikale vergaderingen afgekeurd. In 1607 werd er zelfs boete gesteld op het wegblijven van de ouderlingen op de dassis. Wanneer een ouderling wettig verhinderd werd, werd het wel toegelaten dat een diaken zijn plaats innam, maar het mocht geen regel of gewoonte worden, zodat de Synode van Edam (1586) besloot, dat in een bijzonder geval dit wel kon worden toegelaten „mits conditien dat naemaels hetzelfde in egeen conseqentie zal getrocken worden".

In het geval de predikant niet kan komen of wanneer een gemeente vakant is, moet in zijn plaats een ouderling komen. Wanneer een gemeente meer predikanten had, stelden de Gereformeerden er van de aanvang afprijs op, dat alle predikanten ter vergadering van de classis kwamen, maar zij gaven niet aan al de predikanten van één gemeente een keurstem. Zij ontvingen wel een adviserende stem. Deze regel werd gemaakt opdat de gemeenten met meerdere predikanten de kleinere gemeenten niet zouden overstemmen, en dat het gereformeerde principe gehandhaafd bleef, dat geen enkele kerk over de andere mag heersen. In den regel worden door de kerkeraad de ouderlingen bij toerbeurt afgevaardigd naar de classis. Het is in het algemeen gesproken niet profijtelijk, dat altijd dezelfde personen gezonden worden en de anderen niet aan de beurt komen. Dit betekent echter niet, dat de kerkeraad hier altijd strikt aan gebonden is. Bij bijzonder moeilijke kwesties waarbij de beste krachten gevraagd worden, kan het wenselijk zijn, dat de kerkeraad van de gewone regel afwijkt.

De vertegenwoordigers van de kerkeraad moeten afgevaardigd worden, , met behoorlijke kredentie". De afgevaardigden moeten een kredentie, d.i. lastbrieven meebrengen. Deze lastbrieven zijn de wettelijke bewijzen van de afvaardiging. Zij moeten vermelden de namen van de afgevaardigden, alsmede de namen van de plaatsvervangers. Door deze lastbrieven geeft de kerkeraad last en macht, opdracht en bevoegdheid om alle wettig ter tafel komende zaken mede te behandelen naar Gods Woord, de belijdenis en de kerkorde. De lastbrieven zijn wettig wanneer zij door de praeses en de scriba van de kerkeraad zijn getekend.

Daar het karakter van de classikale vergadering is, dat het een vergadering van kerken is, en dat de lastbrief voor de afgevaardigde beslissend is voor het wettig lidmaatschap van een meerdere vergadering, zou de kerkeraad zich ook wel eens kunnen laten vertegenwoordigen door een lid der gemeente, dat geen kerkeraadslid is. Dit heeft zich wel eens voorgedaan. Zo zond de Synode van Overijsel naar de Dordtse Synode 1618-'19 geen ouderlingen, maar twee personen, die de dienst verrichtten als ouderling, omdat zij het Latijn verstonden, dat op de Dordtse Synode' werd gesproken. Behoudens dan deze zeer uitzonderlijke gevallen hebben de gereformeerde kerkelijke vergaderingen toch de regel gesteld, dat een predikant en een ouderling met behoorlijke kredentie naar de classis moesten afgevaardigd worden, omdat dezen belast zijn met het ambt der regering en daarom als vanzelfsprekend ook aangewezen zijn voor de vertegenwoordiging van de plaatselijke gemeente.

's-Gravenhage

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1968

De Saambinder | 4 Pagina's

KERK EN KERKRECHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1968

De Saambinder | 4 Pagina's

PDF Bekijken