Bekijk het origineel

Henoch opgenomen in de hemel, een type van Christus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Henoch opgenomen in de hemel, een type van Christus

8 minuten leestijd

Doorhetgeloof is (H)Enoch weggenomen geweest, opdat hij de dood niet zou zien; en hij werd niet gevonden, daarom dat hem God weggenomen had; want vóór zijn wegneming heeft hij getuigenis gehad, dat hij Gode behaagde. Hebreen 11 : 5.

In het "kerkelijk jaar" gedenken wij weer de hemelvaart van de Heere Jezus Christus. En zoals Jezus' dood en opstanding werd afgebeeld in Jona's tijdelijk verblijf in de vis, wordt de hemelvaart van Christus ons getoond in de wegneming van Henoch en van Elia.

Henoch nu.

"Door het geloof weggenomen". Hoe is dat toch te verstaan? Het geloof in het hart en leven van Henoch is een aanleiding geweest voor de Heere om hem weg te nemen, opdat hij de koning der verschrikking, de dood, niet zien zou en hem in eeuwige gelukzaligheid tot Zich te nemen.

Blijkens de brief van Judas zat een boze en vijandige wereld Henoch op de hielen. Men stond hem zelfs naar het leven. Maar waarom dan? Wel, Henoch wandelde met God. Zijn wandel was in de hemel. Zeker, hij was hier beneden in de wereld. Maar Hij kon niet wandelen met hen, die God niet vreesden. Hij kon geen gemeenschap onderhouden met hen, die in een goddeloos ondankbaar leven voortvaren (vr. 87 Cat.). Henoch waarschuwde hen met ernst en Hefde voor Gods gericht. De Heere zou hen straffen om al hun goddeloze werken, die zij goddelooslijk gedaan hadden, en vanwege al de harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben. Judas, vers 15. Haat en vervolging barstte los. Zal Henoch niet eens geweend hebben over de onbekeerlijkheid van familie en zijn volk? Zeker is, dat Jezus weende voor de poorten van Jeruzalem.

Henoch wandelde met God.

Maar wie doet dat nu van nature? In Adams val zijn wij juist van God heengegaan met een altijddurende afwijking. De gevallen mens wandelt met de duivel; hij wandelt met een boos en zondig hart, hij wandelt met de kinderen dezer wereld. Hij wandelt op een weg, die niet goed is, naar zijn eigen gedachten en begeer-Ujkheden. De mens wandelt op de brede weg, die ten verderve leidt. Henoch wandelde met God.

Hoe kan dat, waar Paulus ons leert, dat er niemand is die God vreest? Hoe kan dat, waar de Bijbel ons aangeeft, dat God van de hemel zag of er één was, die goed deed en Hij vond er geen. O, allen afgeweken, allen stinkende geworden en allen onnut! "En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen" (Rom. 8:8). De Bijbel geeft zelf het antwoord. Henoch wandelde door het geloof

En leert Paulus ons niet, dat het geloof Gods gave is? (Efeze 2:8). De Heere heeft naar Zijn welbehagen en om de verdienste van de toen nog komende Messias Henoch een nieuw hart gegeven. Hij wekte hem op uit zijn geestelijke doodslaat en plantte in hem de vreze des Heeren. In Genesis 5 wordt tot tweemaal achtereen vermeld: enoch wandelde met God. Het is alsof de Heere wil zeggen: iet eens, wat een wonder, dat heb Ik gedaan! Maar ook: et eens op zijn godzalige levenswandel en let op zijn einde. Dat einde zal vrede zijn en voor allen, die door diezelfde genade en Geest godzalig en eerlijk wandelen zullen, hoewel zij juist daarom met Henoch vervolgd zullen worden.

Henoch heeft van de Heere getuigenis ontvangen, dat hij God behaagde. Gode welbehagelijk zijn, kan alleen door het geloof In vers 6 leert Paulus ons: "Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen". Henoch wandelde met God door het geloof Hij mocht God in de beloofde Messias kennen en op Zijn Naam vertrouwen. Vers 6 zegt ons: "Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken". Voor zijn eigen ziel kende hij de strenge rechtvaardigheid Gods en dit heeft hem gemaakt tot een arme en ver- brijzelde zondaar. Hij kende ook door hemelse openbaring en verlichting de persoon en het werk van de beloofde Zaligmaker, de Zoon van God, het zaad der vrouw (Gen. 3). Het zal zeker een wonder voor hem geworden zijn. En nog voor allen, die een even dierbaar geloof deelachtig zijn geworden. Er is in de wereld geen groter wonder dan de wedergeboorte en het delen in Goddelijke genade, liefde en ontferming. Dit geloof deed Henoch ook wandelen in de vreze des Heeren.

In artikel 24 van onze Nederl. Geloofsbelijdenis lezen wij: "Wij geloven, dat dit waarachtig geloof, in de mens gewrocht zijnde door het gehoor des Woord Gods en de werking des Heiligen Geestes, hem wederbaart en maakt tot een nieuw mens, en doet hem leven in een nieuw leven, en maakt hem vrij van de slavernij der zonde".

Zo wandelde Henoch dan met God. Hij mocht dicht bij de Heere leven in het gebed. Hij leefde dicht bij de Heere als hij in zijn gezin bezig was, als hij aan zijn werk was en als hij over de weg ging. De Heere had hem een nieuw hart gegeven. Daarom had hij verdriet over de zonde, verlangde hij naar de Heere en zocht hij vergeving in de beloofde Heere Jezus. Henoch vroeg: "Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal". Hij vroeg de Heere om kracht in alle dingen en mocht door de Geest van Christus leven in een godzalige wandel, wetende dat de Heere hem overal zag. Henoch mocht de Heere vrezen omdat Hij dat waardig is. Henoch mocht de Heere liefhebben, omdat de Heere Henoch eerst liefhad. Hij kon niet overal mee meegaan en overal naar toe. Gelukkige Henoch. Ziende op Henoch zal de oprechte zuchten: "O, Heere, wie ben ik dan toch en wat moest dan toch mijn leven zijn!"

Henoch heeft getuigenis ontvangen dat hij Gode behaagde. Het was de Heilige Geest, Die in hem het getuigenis van een goed geweten gaf. Ook zijn kwade conscientie was gereinigd door de toepassing van het bloed van het Lam. Dat bloed sprak van vrede tot zijn ziel. Zo droeg hij Gods gunst en goedkeuring weg. Zo getuigde de Heilige Geest met zijn geest, dat hij een kind van God was. Zo kón hij sterven. En wonder, Henoch behoefde de koning der verschrikking niet in het aangezicht te zien. De dood heeft hem wel op de hielen gezeten; de vijand vervolgde deze prediker der gerechtigheid. Maar God nam Henoch zo weg van deze aarde en tot Zich in de hemel. Onverwachts verkreeg zijn sterfelijk vlees de onsterfelijkheid. Onverwachts mocht Henoch naar ziel en lichaam tot de Heere genomen worden zoals eens ten laatste dage, zij die overgebleven zijn van Gods kinderen de Heere toegevoerd zullen worden, "En God zal alle tranen van hun ogen afwissen". Zonder zonde zullen zij altijd bij den Heere zijn en het Lam eeuwig de lof toe zingen.

Het is inderdaad het Lam Jezus Christus, Die de hemelvaart van Henoch en de gelukzaligheid van al Gods kinderen heeft mogelijk gemaakt. Zijn eigen hemelvaart wordt afgebeeld in die van Henoch. Die Heere Jezus heeft van de Vader getuigenis gehad, dat Hij Gode behaagde. "In Hem heb Ik al mijn welbehagen". De Heere Jezus Christus heeft de wet vervuld, gehoorzaam zijnde tot de dood des kruises. Hij gaf Gode Zijn rantsoen. Hij verheerlijkte Gods recht en kocht al de uitverkorenen. Hij riep uit: "Het is volbracht". Hij ging de dood in tot betaling van de zonden Zijns volks, opdat Zijn dood van zulk een kracht zou zijn, dat de dood der Zijnen een doorgang zal zijn tot het eeuwige leven. Hij heeft getuigenis ontvangen, dat Hij Gode behaagde: het voorhangsel scheurde en het graf werd geopend. Nu vaart Hij ten hemel op en Zijn ganse Kerk is met Hem gezet in de hemel. Zij zullen niet meer verloren gaan in der eeuwigheid. O, mochten Gods kinderen daar toch wat meer inzicht op hebben.

De zwakheid des geloofs, de onverzekerdheid omtrent hun aandeel aan Christus, het niet zo nauw met de Heere wandelen, gelijk Henoch wel mocht doen, de invloed van de ijdele wereld op het hart, het lichaam der zonde en des doods en de vurige pijlen van de Satan kunnen de ziel zo mistroostig maken. Och, dat zij toch die vernederde en verhoogde Christus mochten aangrijpen in alles; ja in alles. Niets is er in het schepsel dat Gode welbehagelijk kan zijn, maar wel in Christus. Zoek toch die ten hemel gevaren Zaligmaker; want alleen in gemeenschap met Hem kan er zijn een wandelen met God, gelijk Henoch en zal de hoop in uw ziel versterkt worden. Alleen in gemeenschap met Hem kunnen wij Gode behagen. Daarbuiten niet, in eeuwigheid niet.

Gij voert ten hemel op, vol eer; De kerker werd Uw buit, o HEER'! Gij zaagt Uw strijd bekronen Met gaven, tot der mensen troost. Opdat zelfs 't wederhorig kroost Altijd bij U zou wonen.

Tricht-Geldermalsen,

ds. M.J. van Gelder.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1990

De Saambinder | 12 Pagina's

Henoch opgenomen in de hemel, een type van Christus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 1990

De Saambinder | 12 Pagina's

PDF Bekijken