Bekijk het origineel

Verslag bevestiging/intrede kand./ds. J. van Rijswijk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Verslag bevestiging/intrede kand./ds. J. van Rijswijk

6 minuten leestijd

Bevestiging
Woensdag 9 september was voor onze gemeente een bijzondere en blijde dag.
Na precies 25 jaar vacant te zijn geweest mocht de gemeente deze dag weer een eigen herder en leraar ontvangen in de persoon van kandidaat J. van Rijswijk. De bevestiging vond plaats in de volle Gereformeerde ‘Noorderkerk’ en geschiedde door ds. L. Blok. De tekst voor de bevestiging was 1 Kor. 3: 7 en 8: “Zo is dan noch hij die plant iets, noch hij die natmaakt, maar God Die de wasdom geeft. En die plant en die natmaakt zijn één, maar een iegelijk zal zijn loon ontvangen naar zijn arbeid.”
Het thema was: “De akker des Heeren”.
Dit werd uitgewerkt in 4 gedachten:

1. Het werk op die akker.
2. De arbeiders op die akker.
3. De zegen op die akker.
4. Het loon op die akker.

1. Het werk op die akker.
Paulus komt tijdens zijn tweede zendingsreis in de grote, goddeloze stad Korinthe. Nochtans had de Heere veel volks in deze stad. Er was daar een gemeente en de Heere zegende de prediking van Paulus. Maar ook daar verstoorde satan de gemeente. Er was twist, nijd en verdeeldheid. De één zei: Ik ben van Paulus; en een ander: ik ben van Apollos; zijt gij niet vleselijk? Wie zijn zij anders dan dienaars?
Ik, zegt Paulus, heb geplant, Apollos natgemaakt, maar God heeft de wasdom gegeven.
Net zoals een landman zijn akker bearbeidt zo wil de Heere Zijn gemeente bouwen in de middellijke weg door de verkondiging van Zijn Woord. Daar wil Hij Zijn dienstknechten voor gebruiken. Dan mogen zij planten en natmaken maar is het God Die de wasdom geeft.
Daar is knieënwerk aan verbonden. Want wie is bekwaam? Dat vraagt om een biddend en afhankelijk leven.

2. De arbeiders op die akker.
Wie zijn dat? Het zijn mensen wier grondslag is in het stof. Van zichzelf zijn de arbeiders niets. Ze mogen wel planten en natmaken, maar het is God Die de wasdom geeft.
Dit te beseffen bewaart voor hoogmoed waar de arbeiders ook vatbaar voor zijn.
Het bewaart ook voor krampachtigheid alsof zij mensen kunnen bekeren.
Niet zo bemoedigend voor een beginnende arbeider, maar de Heere roept u en geeft de opdracht: plant, maak nat, het is God Die de wasdom geeft. Zo wil de Heere wonderen werken door de kracht van Woord en Geest. Dan valt de arbeider er tussenuit en ontvangt de Heere de eer.

3. De zegen op die akker.
Is de zegen van de dienaars te verwachten? Nee, die worden aan de kant gezet.
Van de dienaar en de gemeente is er geen enkele verwachting. Allen Adamskinderen. Maar, van God Die de wasdom geeft. Het is alles van het begin tot het einde Gods werk, voortkomend uit het verkiezend welbehagen.
Hij maakt dode zondaren levend en leidt ze tot Christus. Daar wil Hij Zijn dienaren middellijk voor gebruiken. En wat een zegen als dat gezien en gehoord mag worden. Dat geeft vreugde en blijdschap in het hart van de dienaar.

4. Het loon op die akker.
Planten en natmaken zijn één, maar er is ook loon voor de arbeider.
De getrouwe arbeider heeft maar één doel voor ogen, de verheerlijking van Gods Naam en deugden, de zaligheid van verloren zondaren en onderwijs voor Zijn kinderen.
Dat gaat met moeite gepaard, het kan zo overhoop liggen. Maar de getrouwe arbeider met de verscheidene gaven zal zijn loon ontvangen. Dat is geen verdiend loon, maar genadeloon. In eigen kracht is de arbeider niets maar in Gods kracht alles en zal hij loon ontvangen.
Na het lezen van het formulier om de dienaars des Woords te bevestigen klonk een plechtig: ‘Ja, ik van ganser harte’ uit de mond van kandidaat Van Rijswijk.
Aan de handoplegging werd deelgenomen door ds. A.B. van der Heiden, ds. A. Moerkerken, ds. G.J. van Aalst, ds. J. Veenendaal en ouderling A.C. de Jong.
Staande werd ds. J. van Rijswijk toegezongen psalm 20:1.
Na een persoonlijk woord tot ds. Van Rijswijk, richtte ds. L. Blok zich tot familie, kerkenraad en gemeente van ’s-Gravenzande, waarna de dienst besloten werd met het zingen van psalm 67 vers 3.

Intrede
We beginnen de avonddienst met het op verzoek van ds. J. van Rijswijk zingen van psalm 123:1 waarna gelezen wordt Romeinen 1: 1 - 17. De tekst voor de prediking is Romeinen 1:16: “Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.”
Het thema van de preek is: Paulus’ roem over dit Evangelie. Twee punten worden behandeld.
1. De inhoud van het Evangelie
2. De kracht van het Evangelie.
Paulus heeft vanaf zijn roeping een vurig verlangen gehad om overal het Evangelie te verkondigen. Hij wil ook graag naar Rome, maar de Heilige Geest verhindert hem deze gemeente te bezoeken. Daarom schrijft hij deze brief. Paulus schaamde zich over het leven vóór zijn bekering, maar door Gods opzoekende liefde en genade schaamt hij zich nu niet om het Evangelie van Christus te brengen. Met vrijmoedigheid mag hij getuigen, wet en Evangelie, vloek en zegen.
Evangelie betekent: blijde boodschap, goede tijding. Dit Evangelie is zo rijk, het spreekt van vergeving van zonden en verlossing uit de macht der duisternis. En dat om Christus’ wil alleen. Christus is de inhoud van het Evangelie! Hij heeft de zaligheid verworven voor opstandelingen. Tot ons komt de ernstige vraag: ‘Wat heeft het Evangelie met ons gedaan? Wat hebben wij met het Evangelie gedaan?’ Zullen Gods knechten vergeefs prediken? Nee, het zal doen wat God behaagt, want het is een kracht Gods tot zaligheid, een iegelijk die gelooft.
Het is het gebed van onze dominee dat de Heilige Geest het Woord zegent. Dan zal het Woord kracht doen en het hardste hart verbreken. Dan gaan dode zondaren vragen naar de levende God. Dan zal ook het ongeloof wijken en mag de levendgemaakte zondaar verzekerd worden van Zijn aandeel in Christus.
Dit Evangelie moet verkondigd worden, beginnende bij Jeruzalem en over heel de wereld.
Het is de wens van onze predikant om zo de apostel na te mogen stamelen. Dat de liefde van Christus hem mag dringen, zoals een herder achter de kudde aandringt. De Heere Zelf heeft hem deze kudde aangewezen. En nu wenst hij niet anders dan deze boodschap te brengen in ’s-Gravenzande. Tot bekering van zondaren en tot versterking van het geloof van Gods kinderen.
Na de prediking volgen de gebruikelijke toespraken. Ds. Van Rijswijk houdt eerst een toespraak.
Vervolgens wordt hij toegesproken door: ds. B. v.d Heiden namens het Curatorium van de Theologische School, ds. J. Driessen namens de Classis Gouda en Part. Synode Noord-West, burgemeester V.d. Tak namens gemeente Westland, student J. IJsselstein namens de studenten van de Theologische School, ds. Meijer namens de plaatselijke kerken, ds. D. van Duijvenbode, predikant van de Dorpskerk en ouderling M.J. van der Meer, namens de gemeente.
Na het dankgebed en het zingen van psalm 72:11 mocht ds. Van Rijswijk voor de eerste keer als herder en leraar de zegen op de gemeente leggen. Hiermee kwam een einde aan een veelbewogen en blijde dag voor de gemeente van ’s-Gravenzande.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 2009

De Saambinder | 20 Pagina's

Verslag bevestiging/intrede kand./ds. J. van Rijswijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 2009

De Saambinder | 20 Pagina's

PDF Bekijken