Bekijk het origineel

Armoede of rijkdom geef mij niet

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Armoede of rijkdom geef mij niet

7 minuten leestijd

Wie het nieuws een beetje bijhoudt weet dat onze economie behoorlijk onder druk staat. Beurskoersen gaan op en vooral neer. Na de kredietcrisis hebben we nu de eurocrisis. De economische groei stagneert. De bankwereld voelt zich onzeker. Pensioenfondsen komen in problemen. De overheid moet fors bezuinigen.

Nu is De Saambinder geen blad om de actuele economische problematiek te verhandelen. Maar het is ook niet gewenst om daar helemaal aan voorbij te gaan. In de Bijbel komen de vragen van het maatschappelijk bestaan wel degelijk aan de orde. Daarin – en dat heeft ons wat te zeggen – wordt met name gewaarschuwd tegen de gevaren van de rijkdom. ‘Die rijk willen worden vallen in verzoeking en in de strik en in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke de mensen doen verzinken in verderf en ondergang’ (1 Tim. 6:9). De rijken moeten gewaarschuwd worden, zo lezen we in hetzelfde hoofdstuk, dat zij hun hoop niet stellen op de ongestadigheid van de rijkdom (1 Tim. 6:17). Bovendien geldt dat de verleiding van de rijkdom het Woord verstikt, waardoor het onvruchtbaar wordt (Matth. 13:22). ‘Hoe bezwaarlijk zullen degenen die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan!’, zo zegt Jezus, nadat de rijke jongelingbedroefd is teruggegaan (Luk. 18:24). Van hem wordt zelfs gezegd dat hij zeer rijk was. De psalmist spreekt over mensen die op hun goed vertrouwen en op de veelheid van hun rijkdom roemen, wier binnenste gedachte is dat hun huizen zullen zijn in eeuwigheid. Zij zullen echter als de beesten vergaan. Van hen geldt: ‘Hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven’ (Psalm 49:7- 13).

Het mij bescheiden deel

Aan het eind van het Spreukenboek vinden we het gebed van Agur: ‘Armoede of rijkdom geef mij niet, voedt mij met het brood van het mij bescheiden deel’ (Spr. 30:8). Van de rijkdom vreest hij dat hij daardoor God zou verloochenen en zou zeggen: ‘Wie is de HEERE?’. En als hij verarmd zou zijn, is hij beducht dat hij zou gaan stelen en daarmee de Naam van zijn God zou aantasten. Dat bescheiden deel waarvan hier sprake is, moeten we wel goed verstaan. De formulering in de Jongbloeduitgave van de Statenbijbel (‘voed mij met het brood mijns bescheiden deels’) kan gemakkelijk tot verkeerde conclusies leiden. Een bescheiden deel, een bescheiden portie betekent in ons spraakgebruik een beperkte, een kleine portie. Hier gaat het echter om het deel dat God hem heeft toegewezen. Of dat nu aan de grote of de kleine kant is, dat is niet het belangrijkste. Met hetgeen God hem in Zijn voorzienig bestel toeschikt, daar is Agur tevreden mee. Hij weet dat dat voor hem het beste is. ‘Laat my geniet die brood wat vir my bestem is’, zo lezen we in de Zuidafrikaanse Bijbel. En daarbij vraagt hij voor de uitersten van armoede of rijkdom bewaard te blijven. Naar armoede hoeven we ook niet te verlangen. Nood leert bidden, zo zegt men wel eens. Maar voor een waar gebed is meer nodig dan maatschappelijke nood. Bovendien geldt in niet weinig gevallen dat nood leert vloeken. De onkerkelijkheid begon in Nederland aan het eind van de negentiende eeuw zowel aan de bovenkant als aan de onderkant van de maatschappij. Zowel bij mensen die zeer welvarend waren als bij de arbeiders die in grote armoede leefden. Nu zijn armoede en rijkdom ook weer relatief. Wie nu arm is in Nederland, beschikt over een inkomen en een pakket voorzieningen waarmee je in Indonesië of Senegal op z’n minst tot de middenklasse zou behoren. De afgelopen 60 jaar is de welvaart in Nederland toegenomen in een tempo die vroegere generaties voor onmogelijk zouden hebben gehouden. Vrijwel iedereen onder ons heeft het aanzienlijk beter dan zijn grootouders het destijds hadden.

Bezit en begeerte

Maar wat heeft dat opgeleverd? Zijn mensen daarmee gelukkiger en tevredener geworden? Tevredenheid is bezit gedeeld door begeerte, zo zegt men wel eens. Ons bezit is in de loop der jaren wel aanzienlijk toegenomen, maar onze begeerten evenzeer. Wellicht waren vorige generaties, die het met veel en veel minder moesten stellen, meer tevreden met wat zij hadden. De huidige economische crisis is in belangrijke mate ontstaan door een explosie van hebzucht en ontevredenheid. Amerikanen kochten huizen die ze eigenlijk niet konden betalen en kregen daarvoor met gemak onverantwoord hoge hypotheken. Politici accepteerden begrotingstekorten om de kiezers te vriend te houden. Dat daardoor de staatsschuld veel te hoog opliep, dat was een probleem voor later. In de financiële wereld werden forse bonussen uitgekeerd, gebaseerd op korte termijn resultaten. In de grote bedrijven stegen de salarissen en andere emolumenten van topfunctionarissen tot ongekende hoogte. Het gaat daarbij vaak om bedragen waar wij ons geen voorstelling van kunnen maken. De ene topman wilde voor de ander niet onder doen. Maar laten we de hebzucht niet alleen en niet in de eerste plaats bij anderen signaleren. Voor geld zijn veel mensen, ook veel kerkmensen, gevoelig. De gelijkenis van de talenten wordt gemakkelijk op een materialistische en onbijbelse manier uitgelegd en toegepast. Moeten wij, met name ook bij onze beroepsuitoefening, onze talenten dan niet gebruiken? Zeker! We moeten ze zelfs goed gebruiken. Dat wil zeggen binnen de kaders van Gods wet. Dan staat niet meer onze eer en ons eigenbelang voorop, maar gaat het om de eer van God en het welzijn van onze naaste. Dat doen wij van nature niet. De snelle welvaartsgroei van de laatste halve eeuw heeft in brede kring de gedachte post doen vatten dat die stijging altijd maar door zou gaan. Ieder jaar er weer wat bij. Dat lijkt nu allemaal minder vanzelfsprekend. De opkomst van China en andere landen buiten Europa brengt verschuivingen in de wereldeconomie teweeg die nog niet te overzien zijn. Daarbij is het verblijdend dat miljoenen mensen in Azië het de laatste jaren beter gekregen hebben dan vroeger. Zij zijn het stadium van de bittere armoede voorbij. Zelfs in Afrika is er duidelijk sprake van economische groei, al zijn daar ook nog allerlei gebieden waar de economische situatie dramatisch slecht is. Denk maar aan de hongersnood in Somalië.

Niet rijk in God

Nu is het economisch leven, zeker op wereldschaal bezien, een uiterst complex geheel. Geen wonder dat bijvoorbeeld in de eurocrisis rond Griekenland deskundigen tot zeer uiteenlopende oordelen komen. Bezuinigingen zijn nodig. Maar ook daar moet je verstandig mee omgaan. Want de een zijn uitgaven, zijn de ander zijn inkomsten. Hoge schulden brengen duidelijk grote risico’s met zich mee. Dat geldt voor overheden, maar ook voor particulieren. Als dat besef meer zou doordringen, is dat onmiskenbaar de winst van de huidige crisis. Hopelijk blijven we bewaard voor de grote werkloosheid waardoor andere Europese landen nu geteisterd worden. Uit verhalen uit de jaren dertig van de vorige eeuw kunnen we weten hoe dramatisch het is wanneer grote groepen mensen jarenlang hun dagen in armoede en ledigheid moeten doorbrengen. Met name voor jongeren is het heel ingrijpend en frustrerend als zij na het beëindigen van hun opleiding of studie moeten constateren dat niemand hen nodig heeft en dat al hun inspanningen voor niets lijken te zijn geweest. Het menselijk bestaan heeft onmiskenbaar een materiële kant. Ieder mens heeft voedsel, kleding en onderdak nodig. En er is reden tot dankbaarheid wanneer we niet op een minimumniveau behoeven te leven. God heeft niet alleen voor de nooddruft, maar ook voor de genieting en blijdschap willen zorgen, zo schrijft Calvijn in zijn Institutie (boek III, hoofdstuk 10, par. 2). Maar eerder heeft hij de noodzaak beklemtoond om maat te houden. Dat is geen eenvoudige opgave. Als het gaat over het verantwoorde gebruik van de aardse goederen, wijst Calvijn er terecht op dat ‘dit terrein glibberig is en naar beide zijden hellende tot de val’. In een van de gelijkenissen in het Nieuwe Testament gaat het over een succesvolle rijke boer. Hij heeft een grote oogst binnen gehaald. Dat was mooi. Voor de opslag daarvan laat hij grotere schuren bouwen. Dat kun je je voorstellen. De binnengehaalde oogst mag immers niet verrotten. Maar waar bracht hem dat alles? Hij meende daarmee verzekerd te zijn van een mooi leven. Met de dood hield hij geen rekening. God noemt hem een dwaas. En die benaming geldt voor een ieder ‘die zichzelf schatten vergadert en niet rijk is in God’ (Luk. 12: 21).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 2011

De Saambinder | 20 Pagina's

Armoede of rijkdom geef mij niet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 2011

De Saambinder | 20 Pagina's

PDF Bekijken