Bekijk het origineel

Pelgrims en wandelaars

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Pelgrims en wandelaars

Vreemdelingschap in Bijbels perspectief - 1

4 minuten leestijd

Het begrip 'Vreemdelingschap' is een voluit Bijbels begrip. Gods kinderen zijn ten diepste vreemdelingen in deze wereld. Dat vinden we door heel de Bijbel heen.

Er is hier sprake van een eenheid tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Er is geen verschil tussen de vreemdelingschap van Gods kinderen in het Oude Testament en de vreemdelingschap van Gods kinderen in het Nieuwe Testament. De visie dat de vreemdelingschap in het Oude Testament anders zou zijn dan in het Nieuwe Testament moeten wij afwijzen (J.D. Th. Wassenaar, “Vreemdelingschap”, Zoetermeer, 2014, blz. 18, 19).

In het bekende hoofdstuk Hebreeën 11 worden het Oude en het Nieuwe Testament met elkaar verbonden. ‘Door het geloof…’ is het terugkerende refrein. Het geloof van Gods kinderen in het Oude Testament verschilt niet wezenlijk van het geloof van Gods kinderen in het Nieuwe Testament.
In Hebreeën 11:13 lezen we de bekende woorden over de aartsvaders ‘…en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren’. Er staat niet dat zij dat waren, maar dat zij dat beleden! Daar kwamen ze voor uit. Dat was hun belijdenis, in woord en wandel.
Ook de suggestie dat in het Nieuwe Testament het begrip vreemdelingschap (deels) zou zijn ingekleurd door het dualisme uit de hellenistisch filosofie is niet gegrond (J.H. Elliot, “1 Peter”, blz. 312-314). Het zal waar zijn dat het jodendom in de diaspora die invloed wel heeft ondergaan en ook dat Plato het leven van de mens op aarde beschouwt als een vreemdelingschap. Echter: de Bijbel geeft aan vreemdelingschap een geheel eigen karakter.
Het begrip heeft een geestelijke inhoud. Het houdt meer in dan ‘…te gast zijn in een vreemd land’. Het wijst op het feit dat Gods kinderen reizigers zijn door de wereld en zich ten diepste hier niet thuis voelen en gericht zijn op de hemelse toekomst.
In de oude Latijnse Vulgaat-vertaling van de Bijbel, vinden we op veel plaatsen het woord ‘peregrinatio’. Hiervan is het begrip ‘pelgrim’ afgeleid. Dit Latijnse woord vinden we terug bij de kerkvaders, met name Augustinus.

Als vreemdeling verkeren

In onze Statenvertaling vinden we het woord ‘vreemdelingschap’. De eerste keer dat het woord vreemdeling in de Statenvertaling voorkomt is in Genesis 12:10. ‘En er was honger in dat land, zo toog Abram af naar Egypte, om daar als een vreemdeling te verkeren’.
In het Hebreeuws wordt hier het bekende woord ‘geer’ gebruikt. In de Engelse taal is het onmogelijk om van ‘stranger-ship’ te spreken. In de King James vinden we dan ook het woord pilgrimage (Gen. 47:9) of sojournment (Gen. 17:8).
Elders in de Schrift vinden we nog andere woorden: nochri (buitenlander, 2 Sam.15:19), za-ar (vreemde, Lev. 22:10) en Toshaav (bijwoner, Num. 35:15). Sommigen hadden meer rechten dan anderen, maar de beste positie was die van de geer (onder meer Ex. 22:21).
Het begrip ‘vreemdelingschap’ komen we vooral tegen bij de aartsvaders. Zij waren vreemdelingen in een vreemd land. De vreemdelingschap van Abram begint met zijn roeping uit Ur der Chaldeeën. Hun leven was een belijdenis. In woord en wandel waren zij gericht op God en de hemel. Daarvan kunnen wij leren, zegt Hebreeën 11. De aartsvaders staan als het ware model voor de kerk van het Nieuwe Testament. Zij zagen het aardse leven als tijdelijk en van voorbijgaande aard en zagen uit naar een hemels vaderland.

Lot in Sodom

Opmerkelijk is dat in Hebreeën 11 Lot niet wordt genoemd. Zijn leven is kennelijk geen voorbeeld geweest. Reeds bij zijn keuze voor Sodom komt het openbaar. Hij gaat teveel op in het leven in Sodom. Bijna was hij er omgekomen, als God Zelf hem er niet krachtdadig had weggehaald (Gen. 19).

Het beloofde land wordt ook genoemd ‘het land uwer vreemdelingschappen’ (Gen.17:8; 28:4 en Ex. 63). Als Jakob in de avond van zijn leven in Egypte staat voor Farao en deze vraagt hem hoe oud hij is, antwoordt hij: ‘De dagen der jaren mijner vreemdelingschappen zijn honderd en dertig jaren; weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest, en hebben niet bereikt de dagen van de jaren des levens mijner vaderen, in de dagen hunner vreemdelingschappen’ (Gen.47:9).

(wordt vervolgd)

ds. J.B. Zippro, Haren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2017

De Saambinder | 16 Pagina's

Pelgrims en wandelaars

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 2017

De Saambinder | 16 Pagina's

PDF Bekijken