Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

WAAR LIGGEN DE WORTELS VAN DE SGP ? -12-

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

WAAR LIGGEN DE WORTELS VAN DE SGP ? -12-

15 minuten leestijd

"Wat zou mij en een iegelijk die het met "Kerk, Oranje en Vaderland" wel meent, met hooger vreugde overstorten, dan te vernemen, dat de hooge regeering, de voorgangers in kerk en staat, met Neêrlands volk, als een eenig man, zich opmaakten om voor het aangezicht Gods, aan Wien het alléén staat om Oud-Holland te behouden of te laten vergaan, in de schuld te vallen en zichzelven aan te klagen, niet zoozeer wegens uitwendige goddeloosheden en zonden des lands, neen, maar vooral wegens hunnen lichtzinnige en onbedachtzame verwerping van Christus en Zijne gerechtigheid, en wegens het te kort doen aan de vrije genade Gods, waarin onze vaderen juichten."

De leer der Hervorming

Deze woorden laat de Elberfeldse prediker dr. H.F. Kohlbrugge voorafgaan aan een door hem uit het Hoogduits vertaald werkje van ds. M. Friedrich Sander, getiteld "Jehova Tsidkenu: de Heere, onze Gerechtig-

heid", een boekje dat ter gelegenheid van de herdenking van de Hervorming was gewijd aan - en hier volgt de ondertitel - "De geloofs- en strijdkracht der Kerkhervormers (1817)." 1} En hij laat er nog op volgen: " Het is de gerechtigheid van Christus en Zijne sterkte, in den geloove aangegrepen, die alléén land en kerk behouden kan, en bovendien een blijvende moed geeft van de gerechtigheid onzer zaak, en ons alléén de overwinning kan verschaffen over alle vijanden." 2>

Het zijn woorden die krachtens inhoud en strekking ook nu nog van veel betekenis zijn. Het boekje van ds. Friedrich S ander, in leven predikant te Wichlinghausen (Duitsland), geeft in beknopte vorm een duidelijke beschrijving van het werk der Reformatie, dat op zo wonderlijke wijze in het hart van Luther was begonnen. "Gelijk ik nu te voren dit woordje "Gods gerechtigheid" met vollen ernst haatte, zoo begon ik nu daarentegen hetzelve, als mijn allerliefst en troostrijkst woord, dierbaar en hoog te achten", zo getuigde Luther nadat hem die "rechte poort van het Paradijs" was ontsloten 3) -

Kohlbrugge tekent hierbij nog aan: " Trouwens dit kan niet anders, als men geleerd heeft, dat men tot zijne zaligheid niets, zelfs geen zucht of traan, kan, noch mag, noch moet toebrengen; dat men tot dezelve niets behoeft te doen; dat Christus alles voor ons gedaan en geleden heeft, en Hij alleen een God van volkomen zaligheid is."

Nauwe geestverwantschap dus tussen de Wittenbergse hei-vormer en de prediker van Elberfeld, beiden predikers van de vrije genade Gods en van de rechtvaardigmaking van de goddeloze door het ware geloof.

Bilderdijk en Kohlbrugge

Wij hebben in onze voorgaande bijdragen inzonderheid twee nationale figuren, namelijk Kohlbrugge en Bilderdijk, nadrukkelijk genoemd als karakteristieke bestrijders van de geest des tijds, Bilderdijk op het terrein van algemene wetenschap en literatuur, Kohlbrugge op dat van de theologie. Hadden wij andere vertegenwoordigers kunnen of moeten kiezen van de na-revolutionaire periode tussen 1795 en 1848? Deze jaartallen van respectievelijk de ondergang van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en van een volgens Groen van Prinsterer "in oorsprong revolutionaire Grondwetsherziening", waarbij "men de leer der volks souvereiniteit in praktijk heeft gebragt" 4), markeren immers een heilloze omwenteling in ons nationale bestaan? En in die periode hebben Kohlbrugge en Bilderdijk in hun protest tegen de tijdgeest ver boven hun tijdgenoten uitgestoken.

Een ter zake kundig kerkhistoricus als dr. R.B. Evenhuis heeft ten aanzien van Bilderdijk opgemerkt: " Ook zij die zijn beginselen niet delen, geven toe clat hij vrijwel de enige is geweest die de hoogmoed, het rationalisme en het optimisme van cle Verlichting principieel heeft bestreden." 5)

Welke van zijn tijdgenoten heeft hem in dit opzicht geëvenaard? Wij weten natuurlijk best dat er een opmerkelijk onderscheid bestaat tussen globaal de eerste veertig jaar van zijn leven en de laatste dertig jaar. Hedendaagse geleerden schijnen daar kennelijk meer moeite mee te hebben dan geleerde leerlingen-tijdgenoten als de christen-joden Da Costa en Capadose, als de uit liberaal-her-

vormd milieu afkomstige Willem en Dirk van Hogendorp en Groen van Prinsterer, als van oorsprong Luthersen zoals Kohlbrugge en H.P. Scholte, als oorspronkelijke doopsgezinden zoals Messcheit en Willem de Clereq. Maar de soevereiniteit en de vrijmacht Gods is zowel de vrome jood als de wijze Griek alle eeuwen door een aanstoot geweest. Bilderdijks zonden en gebreken zijn maar al te begerig aangegrepen om zijn indringend protest tegen de tijdgeest niet behoeven te verstaan en om eigen consciëntie gerust te stellen!

De stellingname tegen de veriicht-godsdienstige tijdgeest is bij Kohlbrugge niet minder onvoorwaardelijk geweest! Dr. J. van Lonkhuyzen, de biograaf van Kohlbrugge, noemt deze "een Bilderdijk op theologisch gebied." 6) Toen profesor W.A. van Hengel tijdens een college geen raad zei te weten met een bepaalde tekst, namelijk 1 Kor. 10 : 4 over de "geestelijke steenrots", en deze tekst aan zijn studenten voorlegde, vroeg Kohlbrugge het woord. In weerwil van de spot van zijn medestudenten paste hij deze tekst toe op Christus. De hoogleraar merkte vervolgens op: " U bent een echte leerling van Bilderdijk en u zult nog eens een uitzonderlijke plaats in de Kerk innemen." 7j

Contrarevolutionaire geestverwantschap

Bilderdijk had een kring van jonge, begaafde academici rond zich vergaderd, die zich nauw aan hem verbonden wisten en die later een belangrijke plaats hebben ingenomen in kerk, staat en maatschappij. Hiertoe kan en clan zonder enige reserve ook Kohlbrugge worden gerekend. "Kohlbrugge heeft echter veel van Bilderdijk overgenomen, zowel van diens contra-revolutionaire beginselen als van diens wijze van optreden", concludeert Van Lonkhuijzen. "Hierdoor bleef Kohlbrugge op het contrarevolutionaire standpunt, waarop hij door den omgang met Bilderdijk en da Costa voor 1833 gekomen was, staan." Hij was "een kampioen, die in Bilderdijks geest en met Bilderdijks felheid den strijd tegen het oppermachtig Liberalisme had aangebonden." 8)

Tussen Bilderdijk en Kohlbrugge zijn dan ook veel punten van overeenkomst. Beiden waren radicale en compromisloze figuren, die ten aanzien van hun beginselen van geen wijken wisten. Beiden hadden in het oog lopende gebreken en eenzijdigheden, en de schaduwzijden hiervan zijn dan ook door de brave godsdienstige tijdgenoten (en die niet alleen!) breed uitgemeten. Maar beiden wisten van de vrijmacht Gods en van de soevereine genade die aan hen was bewezen. Beiden wisten ook van diepe beproevingswegen waardoor zij waren gelouterd en waarbij de ontvangen genade proefhoudend was gebleken.

Beide mannen zijn ook van antinomianisme, van wetsverachting beschuldigd, een zaak waarmee we echter wel voorzichtig moeten zijn. Wie van de getrouwe predikers van vrije genade in de vorige eeuw, van César Malan tot Comelis van den Oever toe, is geen antinomianisme verweten?

Geen antinomianisme

Het kan bekend zijn dat Kohlbrugges preek na zijn "tweede bekering" over Romeinen 7 : 14: " Want wij weten dat de Wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde", veel deining heeft veroorzaakt. Het was vooral Da Costa die zich tot de woordvoerder van de bezwaarden maakte toen hij naar aanleiding van deze preek Kohlbrugge van het "zoo gevaarlijke Antinomianisme" 9) heeft beschuldigd. Al nemen wij de agressieve toon van Kohlbrugge in zijn beantwoording van Da Costa niet voor onze rekening, nauwkeurige lezing van de desbetreffende preek rechtvaardigt genoemde beschuldiging, al behoeven we niet alle uitspraken woordelijk voor onze rekening te nemen, echter niet. Wel is de toonzetting van Kohlbrugges verweer tegen "alle praatchristenen en vrome huichelaars met hun Farizeeschen trots" 10) scherp en onverbiddelijk te noemen. Door zijn betoog werd de hele vrome en onvrome wereld op één hoop gewoipen. Toch geschiedde dit met geen andere bedoeling dan die van de apostel" opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij." n)

De reeds genoemde verkoeling in de relatie met Da Costa leidde nu tot een complete breuk. Er is echter alle reden om aan te nemen dat Bilderdijk in deze zaak, vanuit dieper ontdekking, anders zou hebben gereageerd. Kohlbrugge zelf wijst er op dat hij bijna woordelijk "den zaligen Bilderdijk", toen deze nog gezond was en er naai" vroeg, zijn standpunt heeft medegedeeld, "en hoe deze met dezelve zoo ingenomen was, dat de vreugde van zijn aangezicht straalde!" 12)

Een "vriend van Kohlbrugge" als dr. W. Aalders behoeft zich dan ook geen zorgen te maken dat bij de vereenzelviging van Kohlbrugge met Bilderdijk beschuldigers van eerstgenoemde "argumenten in handen hebben gespeeld" en dat de belangrijkste figuren van het Réveil door een te nauwe band met Bilderdijk "geestelijke schade" zouden hebben oplopen I3) .

Soevereine genadeleer

De beschuldiging van antinomianisme heeft Kohlbrugge verre van zich geworpen. Hij noemt het een "gruwelijke en helsche dwaling" die hem ten laste wordt gelegd en zijn leven heeft er ook geen aanleiding toe gegeven. Bovendien kan hij niet zien dat de heiligmaking als een bijzonder stuk na de rechtvaardigmaking "gedreven moet worden", omdat Christus zowel tot rechtvaardigmaking als tot heiligmaking is gegeven. Dit punt moet niet met het stuk der dankbaarheid, waaronder de heiligmaking is begrepen, worden verward.

Neen, de leer van vrije genade maakt geen goddeloze en zorgeloze mensen, want dat zijn we van nature al. Gods kinderen kunnen wel in de zonde vallen, maar er niet in leven.

Wie verstond de uitspraak van Kohlbrugge, dat wij "alle onze heiligings-stelsels naar buiten en overboord (moe-

ten) werpen, opdat het schip alleen op vrije genade drijve"? En op de vraag: "Zullen wij dan niets overhouden? " antwoordt hij: "Hoe, hebt gij dan wat? Gij hebt niets, en wat gij hebt is zonde." "Werp uwe heiligingskrukken weg, verre van u weg! gij komt er den berg Sion niet mede op."

De prediker had het leren verstaan: "De oude monnik weet van geen sterven!" Onverbiddelijk klinkt het dat God alles is in Christus, de mens is niets!(14) Is dat, zo vragen wij, antinomiaans?

Geen wonder dat Kohlbrugge en Bilderdijk eensgeestes waren in hun veroordeling van het werkheilig Rome. Ze hadden de paap van binnen leren kennen en door genade het pauselijk eigen ik leren vonnissen. De door Kohlbrugge in 1830 opnieuw uitgegeven editie van van "Hugo Grotius Papizans" van de zeventiende-eeuwse ds. Jac. Laurentius, een fervent bestrijder van Rome, werd door hem opgedragen aan Bilderdijk, Laurentius' achterkleinzoon.

In de voorrede schrijft Kohlbrugge dat de remonstrantse opvattingen van de geleerde Hugo de Groot, het "Delfts orakel", uiteindelijk voeren naar Rome (zoals dit o.a. ook bij de Prins der Nederlandse dichters, Joost van den Vondel, het geval is geweest). Men is bang voor de uitbreiding van Rome en zoekt allerlei middelen van tegenweer, aldus Kohlbrugge, terwijl het wettige middel der reformatie, namelijk de prediking van de rechtvaardigmaking door het geloof alleen, wordt verwaarloosd 15) .

Vaders der Afscheiding

De briefwisseling tussen Kohlbrugge en Da Costa had plaats in het begin van 1834. Dat werd ook het jaar van de Afscheiding. Hoe stonden de "Vaders der Afscheiding" tegenover Kohlbrugge en Bilderdijk? Alleen de meest begaafde en meest invloedrijke van hen, namelijk ds. H.P. Scholte, die eveneens afkomstig was uit Amsterdam, heeft met beide mannen nauwe omgang gehad. Scholte is Bilderdijkiaan gebleven tot aan zijn dood, zoals we in de aan hem gewijde dissertatie van L. Oostendorp kunnen lezen 16) . Hij gaf het gedicht over Jozefs leven, dat door Bilderdijk op veertienjarige leeftijd was geschreven, opnieuw met een introductie uit, ontving van de dichter een complete serie van diens gedichten en bezocht hem nog korte tijd voor diens dood. Scholte bleef ook een tegenstander van vaccinatie en assurantie. Evenals Da Costa viel hij later echter, vooral na zijn vertrek naar Amerika, het chiliasme toe.

Ds. H. de Cock, die na Bilderdijks dood in het afgelegen Ulrum tot bekering kwam, heeft alleen met Kohlbrugge in contact gestaan. Toch kan hij gezien zijn opvattingen zonder restricties tot de contrarevolutionaire richting worden gerekend. "Met de contra-revolutionaire beginselen van Bilderdijk schenen de Gereformeerden ook zijn heftigheid overgenomen te hebben", constateert Van Lonkhuijzen naar aanleiding van het optreden van Ds. De Cock l7) . Diens bezwaren tegen de vaccinatie werden echter door zijn zoon Helenius de Cock, de latere docent

aan de hogeschool der Afgescheidenen te Kampen, niet gedeeld. Evenals da Costa werd hij hiervan een genuanceerd voorstander.

Tussen de voortrekkers van de Afscheiding, inzonderheid tussen Schölte en De Cock, beiden mannen van het eerste uur, ontstonden echter ingrijpende principiële meningsverschillen, ook inzake de uitleg van art. 36 N.G.B. We hopen nog gelegenheid te hebben hierop terug te komen. De contrarevolutionaire richting is menigmaal verweten het nationaal-gereformeerd verleden te idealiseren en een te romantische en onrealistische visie te hebben gehad op de verhouding tussen kerk en staat voor 1795. Maar ook na de Afscheiding van 1834 werkten de oude tegenstellingen binnen de gerefonneerde gelederen in en buiten de Hervormde kerk onverminderd door!

De ware beginselen

Tenslotte nog een vraag: Bilderdijk en Kohlbmgge hadden toch bezwaren tegen politieke deelname in een onchristelijk en democratisch staatsbestel? Wij zijn van mening: niet meer dan een ds. Ledeboer of ds. Fraanje hebben gehad! Maar daarom waren zij nog geen tegenstanders van een nauwe verbinding tussen kerk en staat en van de roeping der overheid naar gereformeerde belijdenis!

Ds. Friedrich Sander zegt in zijn genoemde werkje over John Wiclif, één van de "voorlopers" van de Reformatie, dat "de politiek de klip is geweest waarop de groote en goede man schipbreuk leed". Kohlbrugge tekent hierbij aan: "Men make hiervan geene gevolgtrekking omtrent die gezegende werking van den Geest des Heeren, in het doen herleven der oude en beproefde beginselen, zooals die in onze dagen bij ons zich weder ontwikkelen, in kracht toenemen, en het meest door tegenstand verbreid zijn geworden. Kerk, Oranje en Vaderland is voor de Nederlander een drievoudig, heilig en onverbreekbaar snoer." 18>

Wat is er momenteel nog van dat drievoudig snoer over? In Nederland dragen momenteel talrijke scholen en instituten namen van onze oude gereformeerde theologen, maar met de namen van Voetius of Van Lodenstein hebben wij de godzaligheid van onze vaderen niet terug. Want wat baat het ons land als wij een gedaante van godzaligheid hebben en de kracht ervan hebben verloochend?

Onze vaderen hebben goed en bloed opgeofferd voor de ware religie - terwijl wij nauwelijks financiële offers hebben gebracht - maar van mensenverheerlijking zijn zij wars geweest. Voorzover ons bekend is er geen school of instituut naar Kohlbmgge of Bilderdijk genoemd, evenmin als naar Ledeboer. De Benthuizer predikant, die zichzelf zelfs niet wilde laten afbeelden, zou het zelf ook niet hebben gewild!

Kohlbrugge wijst er in zijn aantekeningen bij het werkje van Friedrich Sander op dat velen, zowel die klagen als die beklaagd worden, roemen in "Bijbel, Luther, Calvijn en de geloofsbelijdenissen", maar, zo vraagt hij, is er evenwel geen "verschil als van water en vuur? " Hoedat? zo vraagt vervolgens.

"Omdat men, bij eene gemoedelijke beschouwing vanzelf tot cle gevolgtrekking geleid wordt, dat men eene geheel andere leer vindt dan de tegenwoordig algemeen voor waar gehoudene; dat men zich beroemt op namen, waarvan men de zaken niet heeft, en dat men terugkeeren moet tot die beginselen, welke tegen het ongeloof en bijgeloof alleen van kracht bevonden zijn, zoo men zijn werk niet eens wil zien verstoren, gelijk Tetzels aflaatkraam." 19>

Idealisering van het verleden?

Kohlbrugge vervolgt: "In onze dagen heeft men veel met Luther op als kerkhervormer. Het meest om de uitwendige voordeelen. Ook Calvijn begint zijne oude eer, als zoodanig, weder te krijgen. Gelukkig het land, waar men niet geheel ondankbaar en willens de oogen sluitende voor het licht, hetwelk die groote mannen ontstaken, ook eindelijk eens begint te vragen: "Wat heeft Luther, wat Calvijn toch eigenlijk geleerd? Waarom was Luther bij de Godgeleerden van zijn tijd zoo miskend? Waarom houdt men thans Calvinist, Mysticus en Dweeper voor benamingen van dezelfde beteekenis? Men zie uit eigenen oogen en denke aan Matth. XXIII: 29-33." 20 >

We besluiten nog met een enkele opmerking van de Elberfeldse prediker uit het reeds geciteerde boekje, waarmee hij een blik weipt niet alleen in het verleden, maar ook in het heden en in de toekomst.

"Zagen de kerkhervormers de heerlijkste vruchten op

de prediking der gerechtigheid van Christus; zagen onze vaderen zich daardoor ook met uitwendige zegeningen als overstort, zoodat de schatten der wereld hun toevloeiden; ondervonden zij, om den Naam des Heeren, dien zij aanriepen, dat God zelf voor hen streed en in den hoogsten nood niet beschaamd liet uitkomen, die op Hem betrouwden: ook wij, hoe diep gezonken, mogen op Zijne ontferming rekenen, als het Hem behagen zal ons oogen te geven, om geloovig op de Banier te zien, werwaarts alle volken zullen toevloeien. Dat de Almachtige ons daartoe Zijn Heiligen Geest verleene, en de genade der gebeden en Zijn heil over ons vermeerdere." 21 >

1) Vertaald en met enige aantekeningen vermeerderd (1832) door Dr. H.F. Kohlbrugge. Bij de herdenking van Luthers 400ste geboortedag (1883) van een voorrede voorzien en uitgegeven door ds. H.A.J. Lütge, in leven predikant te Amsterdam. Opnieuw uitgegeven in 1983 bij B.V. Uitg. "De Banier".

2) Friedrich Sander, M. a.w. p. X

3) Friedrich Sander, M. a.w. p. 5. 4) Handboek der Geschiedenis van het Vaderland, dl. 2, 1978, p. 898-899 5) Evenhuis, R.B. Ook dat was Amsterdam, dl. 5, 1978, p. 98 6) Lonkhuijzen, J. van, Hermann Friedrich Kohlbrugge en zijn prediking in de lijst van zijn tijd, 1905, p. 256

7) Otten, W. Uit het levensboek van Dr. H.F. Kohlbrugge, 1992, p. 22 8) Lonkhuijzen, J. van, a.w. p. 123, 256, 264.

9) Hoogst belangrijke briefwisseling tusschen Dr. H.F. Kohlbrugge en een van de meest beroemden zijner tijdgenooten over de leer der heiligmaking, n.a.v. eene Leerrede van Dr. Kohlbrugge over Rom. 7 • 14, 1880, p.12

10) Idem, in de hierin afgedrukte Leerrede, p. 3 11) Rom. 3 : 19b

12) Hoogst belangrijke briefwisseling, p. 24 13) "Willem Bilderdijk" in: Ecclesia - Orgaan van de Stichting Vrienden van Dr. H.F. Kohlbrugge, 20 maart 1992, p. 45 14) Hoogst belangrijke briefwisseling, resp. p. 20, 39, en Leerrede, p. 8, 12, 13

15) Lonkhuijzen, J. van, a.w. p. 260. Zie ook Evenhuis, R.B. a.w. dl. 2, 1967, p. 366-367

16) Oostendorp, L. H.P. Schölte, Leader of the Seccession of 1834 and Founder of Pella, 1964, p. 29 e.V.: "Er was een grote overeenkomst tussen beide karakters", constateert Oostendorp, p. 30

17) Lonkhuijzen, J. van, a.w. p. 35 18) Friedrich Sander, M. a.w. p. 26 19) Friedrich Sander, M. a.w. p. 2 20) Friedrich Sander, M. t.a.p. 21) Friedrich Sander, M. Voorrede van den vertaler, p. X

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 augustus 1992

In het spoor | 24 Pagina's

WAAR LIGGEN DE WORTELS VAN DE SGP ? -12-

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 augustus 1992

In het spoor | 24 Pagina's

PDF Bekijken