Bekijk het origineel

VACCINATIE STRIJDIG MET DE VOORZIENIGHEID GODS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VACCINATIE STRIJDIG MET DE VOORZIENIGHEID GODS

36 minuten leestijd

Een artikel naar aanleiding van de meningokokken-inenting

Inleiding

Vanwege het toenemend aantal meldingen van infecties bij kinderen in ons land door meningokokken type C heeft de overheid besloten om dit jaar alle kinderen en jongeren onder de negentien jaar tegen deze ziekte te vaccineren. Meningokokken zijn bacteriën die bij een groot aantal mensen als een onschuldige gast in de

neus- en keelholte voorkomen. Blijven ze daar, dan is er in wezen niets aan de hand. Het lichaam bouwt dan geleidelijk op een natuurlijke wijze afweer tegen deze bacteriën op, zonder dan men er (merkbaar) ziek van wordt. Maar ziet de bacterie op de een of andere wijze kans om door de beschermende slijmvlieslaag in de neus- en keelholte heen te dringen en in het bloed terecht te komen, dan kan daardoor een hersenvliesontsteking (meningitis) of een nog levensgevaarlijkere bloedvergiftiging (sepsis) ontstaan 0 . Beide worden in de volksmond meestal vanwege het vaak optredende ziekteverschijnsel van nekstijfheid 'nekkramp' genoemd. In het merendeel van de gevallen wordt deze meningokokkenziekte veroorzaakt door meningokokbacteriën van het type B en in naar schatting slechts twintig procent van de gevallen door meningokokken van het type C. Dit jaar wordt in ons land alleen tegen meningokokken C gevaccineerd, omdat voor vaccinatie tegen meningokokken B nog geen effectief vaccin beschikbaar is.

In de periode die loopt vanaf half mei tot half juli zijn dit jaar de kinderen in de leeftijdsgroep van 14 maanden tot en met 5 jaar en de jongeren in de leeftijdsgroep vanaf 15 tot en met 18 jaar al ingeënt. Thans loopt de tweede fase van deze landelijk opgezette en door de GGD uitgevoerde inentingscampagne, waarvoor de bijna 1, 8 miljoen kinderen uit de leeftijdsgroep van zes tot en met veertien jaren inmiddels een oproep hebben ontvangen 2) . Dit betekent dat veel ouders uit de Gereformeerde Gezindte zich thans opnieuw voor de vraag gesteld zien of zij hun kinderen nu wel of niet zullen laten inenten. Een vraagstuk dat in wezen actueel blijft, want naast de genoemde inentingscampagne tegen meningokokken C lopen ook de 'normale' inentingen van jonge kinderen tegen Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis (DKTP), tegen Bof, Mazelen en Rodehond (BMR) en tegen Hib-ziekten gewoon door, zodat doorlopend (jonge) ouders zich voor het eerst of opnieuw voor de genoemde keus gesteld zien.

Daarom, en ook vanwege het feit dat de overheid zich in dezen niet neutraal opstelt maar in wezen voortdurend voor vaccinatie pleit, is het nuttig en nodig dat van tijd tot tijd de bezwaren tegen inenting opnieuw onder de aandacht worden gebracht. Ditmaal hadden we gedacht om dit te doen door achtereenvolgens dr. A. Capadose, ds. RJ. Dorsman en dr. C. Steenblok hierover aan het woord te laten. Vervolgens zullen we specifiek over het aspect 'vaccinedwang' nogmaals dr. Capadose citeren.

Dr. A. Capadose en de koepokinenting

Abraham Capadose (1795-1874) was een tot het Christendom bekeerde Jood die in Leiden tot doctor in de medicijnen was gepromoveerd. In Leiden had hij tevens de lessen van de als privaatdocent werkende vader van het Réveil, mr. W. Bilderdijk, gevolgd. Mede door zijn invloed was hij tot het Christendom overgegaan. Evenals zijn leermeester Bilderdijk, verzette Capadose zich sterk tegen de vaccinatie, toen alleen nog maar toegepast tegen de pokziekte. Daar Bilderdijk geen medicus was, spoorde hij zijn oud-leerling aan om hun beider bedenkingen tegen de vaccinatie schriftelijk kenbaar te maken. Van die taak heeft Capadose zich met verve gekweten. Niet minder dan zeven werken tegen de koepokinenting zagen tussen 1823 en 1828 het licht 3), terwijl hij in de laatste jaren van zijn leven over dit onderwerp nog enkele (kleine) werken publiceerde 4 '. Zijn eerste in 1823 verschenen werk gaf hij de titel mee: Bestrijding der Vaccine, of de Vaccine aan de beginselen der Godsdienst, der Rede en der ware Geneeskunde getoetst. Behalve Godsdienstige, had hij gemeend hierin ook andere, medische bezwaren tegen de vaccinatie naar voren te moeten brengen, hetgeen geresulteerd had in een boek van niet minder dan 241 pagina's. Dit tegen de tijdgeest ingaand werk bleef niet onopgemerkt. Nog in hetzelfde jaar was een herdruk nodig. Het verkreeg echter ook menig bestrijder, onder wie de medische doctor C.G. Ontijd uit Den Haag wel

de voornaamste was. Capadose bleef evenwel bij zijn ingenomen standpunt. In zijn volgende uitgaven verdedigde, verduidelijkte en onderstreepte hij veelal wat hij al eerder had gezegd.

Zijn laatste werk uit de jaren twintig, getiteld: De Koepok-inenting tegen de leer des Bijbels strijdende, of korte aanwijzing voor Godvreezende ouders vormde een reactie op het traktaatje De Kinderziekte, uitgegeven door het 'Nederlandsch Godsdienstig Tractaatgenootschap', waarin volgens Capadose ouders op een sentimenteel-godsdienstige wijze werd aangeraden hun kinderen te laten vaccineren. Uit zijn boekje, dat dr. Capadose in 1828 publiceerde, hebben we hieronder een gedeelte in herspelde vorm afgedrukt 5 '. Zich richtend tot Godvrezende ouders, brengt hij de volgende principiële bezwaren tegen inenting naar voren:

"Hij die zijn kinderen aan de vaccine overgeeft, maakt zich zowel aan het 'verzoeken' als aan het 'vooruitlopen' van God schuldig. Immers hij loopt vooruit, doordien hij een angstvallige bekommernis voedt voor een toekomstige, wellicht nog zeer verwijderde, wellicht nimmer zijn kinderen aangrijpende ziekte. Hij mistrouwt dus de Heere, als kon Hij niet ook in dat geval Zijn hulp zenden (Jes. 42:1-2) en zo het Hem behaagde, genezing schenken. Hij stelt zich door een ongeoorloofde daad gerust, daar hij toont meer vertrouwen te hebben op nietig stof dan op de bescherming Gods, Die juist in gevaar Zich een Helper noemt en betoont. Maar hij 'verzoekt' ook hierdoor de Heere, daar hij 'zorgeloos' aangaande de uitwerkselen van een zo krachtig werkend middel als de vaccine, zijn kinderen door die vuile stof [Capadose noemt de entstof hier 'vuil' omdat deze gewonnen werd uit het vocht of 'etterstof' van pokpuisten die zich op de huid van een aan koepokken lijdende koe vertoonden; AV] het bloed verontreinigt en de bestaande gezondheid reeds dadelijk omstemt [ontstemt? ; AV] en verstoort, daar [terwijl; AV] het Evangelie zegt dat die gezond zijn den medicijnmeester niet van noden hebben, maar die ziek zijn (Luk. 5:31).

Hij voert ook een dwaze strijd tegen God, daar hij, vergetende dat zijn adem in Gods hand is, zijn staat en alles van Hem afhangende, in vermetelen hoogmoed dien Heer van leven en dood de roede meent te kunnen ontnemen.

Gij dan, Godvrezende en op Hem betrouwende ouders, wanneer een voorstander van de vaccine, hij zij dan een der leraren, doctoren of vrienden, u wil overhalen (...) om uw kinderen te laten inenten, neemt dan uw Bijbel en leest: Die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen die Uzoeken (Ps. 9:11). Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u (1 Petr. 5:7). Wentel uw weg op den HEERE en vertrouw op Hem, Hij zal het maken (Ps. 37:5). Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven (...). Wie toch van u kan met bezorgd te zijn één el tot zijn lengte toedoen? (...) Al deze dingen zoeken de heidenen. (...) Zijt dan niet bezorgd tegen den morgen; want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijns zelfs kwaad (Matth. 6:25-34). Zijt vergenoegd met het tegenwoordige; want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven en Ik zal u niet verlaten (Hebr. 13:5).

Als hij dan antwoordt dat God toch door middelen werkt, zegt dan: dat God het gebruik van de wettige middelen niet wegneemt, maar van de onwettige; zegt verder dat als God een plaag of bezoeking wil zenden, Hij nimmer door middelen het 'ontstaan' van die plaag voorkomt, want dan zou Hij, de Alwijze, met Zichzelf in strijd zijn, maar dat Hij de middelen gebruikt om de plaag, als zij daar is, in die mate en tot die einden te wijzigen dat hierdoor naar Zijn eeuwig raadsbesluit of Zijn liefdebedoelingen öf Zijn gerechtigheidsbetoningen bij de kinderen der mensen openbaar worden.

Verstaat de aanprijzer van de koepokinenting deze taal niet, neemt dan al weder uw Bijbel en toont het hem in de geschiedenis van Jozef aan Farao's hof. Immers door de Heere werd aan Farao door Jozef aangekondigd de aanstaande hongersnood, opdat zij voorraad zouden opdoen, niet (let wel!) om daarmede te maken dat de hongersnood niet kwam, maar gekomen zijnde onder de alregerende en soevereine bestiering Gods zoude dienen tot zulke einden als waartoe ze werkelijk gediend heeft. De komst namelijk van de Israëlitische vaderen in Egypte, ter vervulling van hetgeen tevoren door God aangekondigd was (Gen. 37:8-11).

Zegt verder dat in dergelijke leidingen Gods Zijn vaderlijke liefde het schitterendste uitblinkt en dat een brave vader onder de mensen ook hierin Gods bestiering tracht te volgen, als hij namelijk verplicht geweest zijnde, een van zijn zonen die zich strafschuldig gemaakt heeft een zekere kastijding, bijvoorbeeld twee dagen huisarrest te geven, juist daarin zijn vader-ingewanden betoont, dat hij zelf zijn andere zoon roept en hem aanspoort bij zijn broeder te gaan om hem te bewegen vergiffenis te komen vragen, als wanneer de kastijding zal verzacht of ontheven worden.

Hier zien wij dan de kastijding door de vader opgelegd tot een betoning van zijn vaderlijke gestrengheid die

gehoorzaamheid eist, en de ontheffing of leniging tot een betoning van zijn vergevensgezindheid en liefde die lust heeft aan barmhartigheid. Zowel de roede dus als het middel om de slagen te verzachten komen van dezelfde vader die door beide zijn liefde-doel bereikte, de verootmoediging namelijk van zijn kind. Want Hij plaagt en bedroeft des mensen kinderen niet van harte (Klaagl. 3:33). Zowel de vijanden tegen Israël, als haar bevrijders zien wij door dezelfde God verwekt en hierdoor leren wij wat het zegge dat God door middelen werkt. Doch nimmer heeft Hij verlossers verwekt als er geen vijanden waren, opdat zij niet te eniger tijd mochten komen. Zo wil Hij ook niet middelen aangewend hebben bij personen die niet krank zijn, maar wellicht in het vervolg zouden kunnen krank worden.

Dat de zondige mens in hoogmoedige wijsheid te allen tijde door onwettige middelen het aanstaande kwaad heeft willen voorkomen, vinden wij ook in die onschatbare Bijbel. Neemt dan dat Boek der boeken weer in handen, Godvrezende ouders, en leest hoe de profeet Jesaja (Jes. 28:14-20) de hoogmoedige priesters en regeerders beschrijft waarvan een voornaam uitlegger zegt:

"dewijl ze door een zonderlinge loosheid en list zich tegen alle gevallen die de republiek zouden kunnen schijnen verderfelijk te zijn, versterkten en de machtige vorsten en koningen der wereld, van welke ze enig nadeel ver-wachten konden, door kunsten ener menselijke voorzienigheid zich gunstig en tot vrienden gemaakt hadden, zo scheen het onweer, indien er enig opstond, tegen hen niet te zullen woeden, maar de profeet kondigt hun uit Gods Naam aan dat even deze loosheid ener menselijke voorzichtigheid hen bedriegen zou. Want dat diezelfde vorsten van welker vriendschap en gunst zij hun heil deden afhangen, van God geschikt waren om die allerzwaarste oordelen, welke de republiek het uiterste verderf zouden aanbrengen, uit te voeren (zie Vitringa over Jesaja) ".

De voorstanders nu van de vaccine doen in een zekere zin hetzelfde en met dezelfde bedoeling, namelijk om de roede te ontkomen. Wij kunnen dus ook hen deze taal [van de profeet Jesaja; AV] in de mond geven: Wij hebben een verbond met den dood gemaakt, en met de hel hebben wij een voorzichtig verdrag gemaakt; wanneer de overvloeiende gesel doortrekken zal, zal hij tot ons niet komen; want wij hebben de leugen ons tot een toevlucht gesteld en onder de valsheid hebben wij ons verborgen [Jes. 28:15], Maar des Heeren antwoord aan alle dezulken is dan ook ten huidige dage: de hagel zal de toevlucht der leugen wegvagen, (...) en ulieder verbond met den dood zal tenietworden, en uw voorzichtig verdrag met de hel zal niet bestaan; wanneer de overvloeiende gesel doortrekken zal, dan zult. gijlieden van denzelven vertreden worden (Jes. 28:17-18). Terwijl diezelfde God als Vader tot [degenen] die op Hem betrouwen, ter hunner bemoediging en vertroosting, daartussen invlecht deze toespraak: Zie, Ik leg een Grondsteen in Sion, een beproefde Steen, een kostelijken Hoeksteen, Die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten (Jes. 28:16).

Als men nu hierop wrevelig wordende dit uw vertrouwen halsstarrigheid en koppigheid noemt, sla dan uw Bijbel weer op en leest: wederstaat, vast zijnde in het geloof (1 Petr. 5:9m) en zegt dat zo het des Heeren wil is met de bezoeking te komen, het u en uw kinderen beter zal zijn in Zijn handen, dan in die der mensen te vallen, want Zijn barmhartigheden zijn vele (2 Sam. 24:14).

Houdt nu de doordrijver nog al aan (want dat volkje wordt niet licht moede), u toeduwende dat alle die spitsvondige redeneringen bij u gelden nu uw kinderen nog gezond zijn, maar dat het u deerlijk aan het harte zal gaan, als die lieve kinderen daar op het krankbed in dodelijk gevaar zullen nederliggen, wat alsdan uw troostgrond zal uitmaken? Neem dan het traktaatje De Kinderziekte in handen (wellicht spreekt gij juist met de schrijver) en zegt dat gij geen beter, geen gepaster, geen juister, geen Christelijker raad weet dan die welke de schrijver aan de moeder gaf (p. 11), nadat haar kroost gestorven was, maar die even zo geldende, ja nog meer van toepassing is midden in het gevaar en dus bij het ziekbed van uw kinderen uw bemoediging en vertrouwen op God zal versterken, namelijk deze woorden: Roep mij aan in den dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren (Ps. 50:15).

Na deze beschaming zal de voorvechter van de beestpok-inenting, zo ik vertrouw, een goed heenkomen zoeken" en gij die u niet tot het laten inenten van uw kinderen hebt laten overhalen, gij zult, zo hoopt dr. Capadose, "in dankbaarheid tot de Drie-enige God, de God uws heils, Die op uw kroost bij de Heilige Doop Zijn verbondsteken heeft willen leggen, u in Hem verlustigen, aanheffende met de koninklijke harpenaar dit vreugdelied tot versterking van uw geloof (Ps. 91:1 ber.):

Hij, die op Gods bescherming wacht, Wordt door den hoogsten Koning Beveilgd in den duist'ren nacht, Beschaduwd in Gods woning; Dies noem ik God, zo goed als groot Voor hen, die op Hem bouwen; Mijn burg, mijn toevlucht in den nood, Den God van mijn betrouwen."

Ds. P.J. Dorsman en het SGP-partijstandpunt

Na de dood van dr. Capadose in 1874 trad met name de antirevolutionaire staatsman mr. L.W.C. Keuchenius (1822-1893) op de voorgrond als bestrijder van de "vaccine en vaccinedwang" 6) en nog weer later was het de SGP die zich hiertegen verzette (sinds 1918). Vaccinatie werd in SGP-kringen vrij algemeen als in strijd met Gods voorzienigheid afgewezen 7 '. Ten tijde van ds. Kersten, ds. Zandt en ir. C.N. van Dis sr. was dit het officiële partijstandpunt. "De SGP heeft onverzwakt altijd weer", om de woorden van ir. Van Dis sr. te gebruiken, "niet alleen de dwang als onrechtvaardig en dwaas en schandelijk veroordeeld, maar de vaccinatie zelf verwerpelijk geacht 8) ". "Telkens en telkens" werd er, "jaren aaneen" door de SGP-Kamerleden, zo hun daartoe maar enige gelegenheid geboden werd, "op principiële gronden allereerst tegen de vaccinatie opgekomen" 9 '. Wij achten die namelijk "in strijd met de Voorzienigheid Gods", zo gaf ir. Van Dis sr. in 1966 te kennen op de vraag van Elseviers Magazine of zijn partij tegen vaccinatie was. En op de vervolgvraag of "volksgezondheid niet boven de religie van enkelen ging", antwoordde hij resoluut: "Nee! Nee! De religie moet prevaleren boven de volksgezondheid" 10 '!

Van dit door de SGP steeds ingenomen afwijzend standpunt inzake het vaccineren is ds. H.G. Abma afgeweken. Toen Elseviers Magazine hem in 1978 met de zojuiste genoemde uitspraken van ir. Van Dis sr. confronteerde, nam hij er afstand van: "Wij nemen een

genuanceerder standpunt in. Wat Van Dis" in 1966 "zei zou de SGP nu niet graag meer beweren" 10 .

Hiermee was ds. P.J. Dorsman het echter beslist niet eens: "Ik vind het nogal aanmatigend", zo zei hij desgevraagd in een interview, "als ds. Abma zegt, dat de SGP de uitspraken van Ir. C.N. van Dis niet meer voor zijn rekening neemt. Dat zegt hij dan wel heel persoonlijk en niet namens mij. Als ik ergens een tijdrede houd, en deze dingen komen aan de orde, denk ik wel dat ik anders preek als hij. Terwijl ik kan stellen het officiële SGP-standpunt naar voren te brengen. Dat is na Ir. Van Dis nog nooit gewijzigd"!

In datzelfde interview zette ds. Dorsman ook zijn standpunt inzake de vaccinatie uiteen. Aan de hand van Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus zei hij onder meer:

"het inenten is in strijd met het geloof in de voorzienigheid Gods. Het is een vrijwaren, of een proberen te vrijwaren tegen iets, waarvan je heel niet weet of het je overkomen zal. (...) De mens probeert door inenten de voorzienigheid Gods opzij te schuiven.

Maar wij belijden, dat gezondheid en ziekte niet zijn in de hand van de mens, maar in Gods hand. Zoals een mens van nature is, gelooft hij daar niets van. Hij wil zich dan veilig stellen tegen het oordeel Gods. Uiteindelijk probeert men zich te beschermen tegen en te onttrekken aan het gericht. (...) Als (...) de levende Kerk van Zondag 1 en 7 belijdt dat alles in Zijn Vaderlijke hand ligt, dan geloof ik niet dat je kunt overgaan tot inenting. Wel zou je in alle ziekten en moeiten mogen bidden om verwaardigd te worden alle tijdelijke zaken in 's Heeren hand te mogen leggen en overgeven. Dan geloof ik dat hij altijd nog is: de God, Die wonderen doet. Nu is God vrij om een mens op te richten. Petrus leidt Hij uit de gevangenis, maar Stefanus laat Hij stenigen. Dat is Gods soevereine vrijmacht. Men kan beter met een moeilijk lichaam door de wereld gaan, maar met een verwachting op de Heere, dan gezond van lijf en zonder God en zonder hoop " 12> !

Thans zeggen velen binnen de Gereformeerde Gezindte dat hij die op grond van Gods Woord in zijn geweten van de ongeoorloofdheid van de vaccinatie overtuigd is en dat publiek maakt, heerst over andermans geweten. 'Het wel of niet vaccineren is een persoonlijke zaak, je kunt het in het geloof doen en in het geloof nalaten', zo meent men. Deze mening deelde ds. Dorsman echter niet. Hij achtte dat vaccinatie en een teer geloofsleven ofwel een tere vreze Gods twee zaken zijn die naar uitwijzen van de Schrift niet tezamen kunnen gaan. Daarom waarschuwde hij tegen het vaccineren, zonder daarbij ook maar enigszins zijn medemens tot het nalaten van de vaccinatie te dwingen, zodat van een heersen over andermans geweten bij hem geen sprake was!

Dr. C. Steenblok en de vaccinatie

Een van de geachte Gereformeerde theologen die ook verscheidene malen in de pen geklommen is over het onderweip vaccinatie is dr. C. Steenblok. Een deel van zijn artikelen die hij in De Wachter Sions gepubliceerd heeft, zijn gebundeld in de lezenswaardige brochure Inenting als voorbehoedmiddel. De inhoud van deze brochure maakt duidelijk dat dr. Steenblok het gebruik van het middel 'vaccinatie' afwees. Als redenen voor deze afwijzing voerde hij onder meer aan:

"In Exod. 15:26 zegt de Heere, dat als het volk Israël in Zijne wegen zou wandelen, Hij geen der krankheden zou opleggen, die Hij Egypte opgelegd had. Daar zit immers in, dat de Heere vanwege uitgebroken zonden en overtredingen der mensen met Zijn slaande hand en epidemieën het mensdom komt bezoeken. Wanneer de waarschuwingen niet meer baten, komt de Heere met Zijn gerichten. Nu zal de als vanzelf aangewezen weg deze zijn, dat de mens de roepstem des Allerhoogsten opmerkt, de zonde belijdt en wederkeert tot onderwerping onder de Heere. In plaats van dat echter te doen, gaat de mens van nature verder tegen God in en zegt hij als

met sprekende daden: Wie is de HEERE, dat ik Zijn stem gehoorzaam zou zijn, Exod. 5:2. En dan neemt de mens tegen de slaande hand Gods in zijn toevlucht tot aardse middelen, roept iedereen op om daarin met hem mee te werken, maar gaat ondertussen door in zijn diep zondige weg en wandel en neemt zo doende maatregelen van verzet tegen de Heere.

Nu moet men weten dat de Heere Zelf nog van tevoren getrouw laat waarschuwen; dat Hij liever voorkomt en heelt in de rechte weg, dan slaat en ziek maakt. Maar de mens roept zelfde oordelen van de hemel af en als ze dan komen vanwege de veelheid der ongerechtigheden, dan wapent hij zich en wil dan massaal optrekken tegen de Heere met doorgaan in de zonde en met gebruikmaking niet slechts van geoorloofde genezingsmiddelen, maar zelfs van zogenaamde voorbehoedmiddelen, alsof hij daarmee de oordelen Gods de baas zou kunnen zijn. Daar tegenin is er een volk op de wereld dat dergelijke methoden van verharding onder en tegen de roepstemmen en gerichten van de grote Schepper en Onderhouder afkeurt en zegt: Wij mogen daar niet aan meedoen. (...)

Het is zeker verkeerd, door inenting als voorbehoedmiddel de oordelen Gods trachten te ontkomen, daar er een betere weg is, namelijk zich verootmoedigen voor de Heere en in gebed de plaag des Heeren den lande afbidden, zoals David deed in 2 Sam. 24. Zich vernederen onder de bezoekingen Gods zal de weg zijn in plaats van met verharding van het hart en misbruik van Gods middelen, wat ook de inentingsstof is, tegen God en Zijn bezoekingen in ongeloof en wederspannigheid in te gaan en voorbehoedmiddelen elkeen op te dringen 13 '"

Vanaf het begin heeft in de discussie over het al of niet geoorloofd zijn van de vaccinatie de tekst: Die gezond zijn, hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn (Matth. 9:12b) een rol gespeeld. Dr. Capadose voerde deze tekst reeds als een argument tegen de vaccinatie aan. En ds. Dorsman gaf desgevraagd te kennen dat hoewel de Heere Jezus deze woorden gezegd heeft "in verband met het geestelijk leven van de Farizeeën", hij toch geloofde dat deze tekst ook "voor het natuurlijke leven zijn betekenis heeft" en dus relevant is in de discussie over inenting. Die mening was ook dr. Steenblok toegedaan, zo blijkt uit het volgende waarschuwende betoog van hem tegen het vaccineren:

"De Heere Jezus geeft de regel dat zij die gezond zijn, de medicijnmeester niet van node hebben, Matth. 9:12. Iemand die gezond is, behoeft zich niet onder geneeskundige behandeling te stellen, ook niet in de vorm van een soort voorbehoedmiddel, waar hij van Godswege geroepen is om door bij zijn gezondJieidstoestand passende middelen in het leven te blijven. (...)

In ziekte en ongeval komen de genezingsmiddelen te pas. Roeping is hierbij dat de mens zijnerzijds middellijkerwijs ook zelf zijn gezondheid niet schade en daartoe onder biddend opzien naar boven, de gewone middelen gebruikt bij gezondheid, en de genezingsmiddelen in geval van ziekte.

Nu doet er zich een kwaad op, bijvoorbeeld, een ziekte breekt uit. De mens komt in gevaar en in de vrees dat het ook hem treffen zal. Wat nu te doen? Alvast inenting? En God aan de plaats laten? Zich niet tot Hem begeven in gebed en erkenning dat God rechtvaardig is om met die ziekte te komen? Zo wil de wereld, die de toevlucht neemt tot zo 'n voorbehoedmiddel vóór ze door de ziekte wordt aangetast en vertrouwt op de ziekte-werende kracht van het middel. Dat kan de rechte Godverheerlijkende houding in dergelijke omstandigheden echter niet zijn. Hier komt het principiële onderscheid voor de dag. Want beide tegelijk doen - de gezondheid onder gebruik van de gewone middelen in de hand des

Heeren laten en tegelijk al een voorbehoedmiddel tegen de gevreesde ziekte nemen - kan zeker niet goedgaan. Dat is toch niet anders dan feitelijk zijn gezondheid niet langer aan de Heere en Zijn voorzienig bestel toevertrouwen, zo tegen Zoiidag 9 en 10 in, alsook tegen Zondag 50.

Deze laatste Zondag spreekt de erkenning uit, dat noch zorg, noch arbeid, noch de gaven des Heeren zonder Zijn zegen gedijen kunnen; en derhalve alle vertrouwen van elk creatuur af te trekken - en op God alleen te stellen is. (...)

Die in waarheid geloven mogen, haasten niet, Jes. 28:16, daar leven en dood, gezondheid en krankheid van Zijn hand in Christus de Zijnen toekomt en het alles ter zaligheid dienstig is. (...)

Er zijn echter tegenwoordig zoveel mensen die in gezonde dagen roemen in beloften en Evangelie; maar als ziektegevaar in het zicht gaat komen, vertrouwen ze geen haar van het hoofd toe aan de Heere. Dan zal de God van Ekron uitkomst moeten geven" 14 '!

Evenals ds. Dorsman en bijvoorbeeld ds. T. Dorresteijn zag ook dr. Steenblok het kennelijk als zijn plicht om zijn gemeenteleden voor inenting als voorbehoedmiddel te waarschuwen.

Dit was en is echter tegen het zere been van velen die, zoals we hierboven al schreven, menen dat een consciëntie-geval als vaccinatie geheel aan het eigen geweten van de gemeenteleden moet worden overgelaten. Daarom willen we specifiek over dit punt dr. Steenblok nog even aan het woord laten. Hij schreef hierover onder meer:

"Nu zijn er (...) ook leraren, die het aan de vrijheid van de consciëntie willen overlaten. Maar er is toch nog zeker wel het ambt van herder en leraar en ook geldt dat de consciëntie van de hoorder of het lid der gemeente ambtelijk ingesteld moet worden naar den Woorde Gods en dat in consciëntie-gevallen uit het Woord voorgesteld dient te worden wat de wille Gods zijn zal. (...)

Ook bij ds. G.H. Kersten (...) in de dogmatiek, evenals bij Ir. Van Dis, waar we (...) [hierboven] al op wezen, [vinden we] in overeenstemming met het [oude] beginsel-program van de S.G.P. een krachtig getuigenis tegen de vaccinatie als voorbehoedmiddel in al zijn vormen. Het is hier naar het Woord der Schrift: We moeten Gode meer gehoorzaam zijn dan de mens, Hand. 4:19.

Daarom is het ook zo jammer, dat er leraren zijn die clat standpunt (...) gaan verzwakken door te beweren dat ieder het voor zichzelf maar weten moet en naar eigen geweten handelen. Dat is wel gemakkelijk voor zichzelf om weg te schuilen voor de aanvallen van de wereld, maar is onzes inziens niet de rechte van 's Heeren we ge gevraagde houding van een herder der schapen, om ze tegen de wolf te beschermen " 15) !

Vaccinatie en vaccinatiedwang

Al sinds de tijd dat inenting in Nederland in zwang is gekomen, zijn er voorstanders van verplichte vaccinatie geweest. Nog geen driejaar geleden stelde mevrouw Van Vliet van D'66 in de Kamer vragen aan de minister van Volksgezondheid waaruit bleek dat zij voor het verplicht stellen van vaccinaties was. Na de laatste polio-epidemie van 1992-1993 lanceerde mr. A. Veldkamp, stafmedewerker van de Raad voor de Kinderbescherming, het voorstel om ouders die principieel tegen inenting zijn tijdelijk de ouderlijke macht te ontnemen en dan hun kinderen in te enten l6) . Ook prof.dr. RJ. Roscam Abbing, hoogleraar in de theologie te Groningen, pleitte tijdens de polio-epidemie van 1978 daarvoor. Ouders die hun kinderen de prik onthielden, verweet hij een ernstige vorm van kinderverwaarlozing en "mohammedaanser dan de mohammedanen" te zijn, "die met Allah's wil in de mond nogal fatalistisch hun godsdienst belijden". Naar zijn mening moest de overheid, die tot taak had de zwakken in de samenleving te beschermen, hier ingrijpen. In diezelfde tijd hield mr. J.E. Doek, buitengewoon lector jeugdrecht en jeugdbescherming aan de Vrije Universiteit en kinderrechter in Alkmaar, eveneens een pleidooi voor een dwingend justitieel ingrijpen 17 '.

"'Die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van noode'. Als onze kinderen nog geheel gezond zijn, en mogelijk nooit de plage der pokziekte hen aantasten zal, dan reeds tot den geneesheer te gaan, om koepokstof in het bloed te doen indruppelen, opdat we gerust zijn tegen komende pokken, en te roemen, alsof nu mijn huis tegen dat schrikkelijke oordeel Gods beveiligd ware, zie dat is ons Gods almacht tarten; dat is voor de toekomst ons Gods alomvattenden raad onttrekken "!

-Ds. G.H. Kersten, in: De Banier, juli 1921, no. 3-

Gelukkig kregen deze fervente voorstanders van een verplichte vaccinatie weinig bijval. In de tweede helft van de 19e en in de eerste helft van de 20e eeuw was dit wel anders! Toen in 1870 een grote pokken-epidemie uitbrak, besloot de Nederlandse regering en de meerderheid van de Staten-Generaal om ouders indirect te verplichten, hun kinderen te laten inenten. Bij wet van 1872 werd namelijk bepaald dat "onderwijzers, onderwijzeressen of leerlingen, die niet, blijkens verklaring van een geneeskundige, met goed gevolg of meer dan eens de inenting der koepokken hebben ondergaan, of aan de natuurlijke kinderpokken (variolea) hebben geleden", in de scholen niet toegelaten mochten worden 1 ^.

Tegen deze dwangbepaling, die in ons land tot in 1928 van kracht is gebleven en waartegen ds. Kersten en ds. Zandt menigmaal ten strijde zijn getrokken, publiceerde dr. Capadose in 1872 zijn pamflet Vaccine en Gewetens-vrijheid. Maar op de keper beschouwd had dr. Capadose eigenlijk al veel eerder de strijd tegen een verplichting tot vaccinatie aangebonden. In 1825 had zijn voornaamste bestrijder, dr. C.G. Ontijd, geschreven dat het "Gouvernement" ouders mocht "noodzaken om te algemeene nutte en voor het maatschappelijk belang, de onschuldige kunstbewerking der Vaccine in weerwil van overtuiging en geweten of liever in weerwil van onkunde of halsstarrigheid aan zijne kinderen te laten verrichten" en dat het dan voor arts en ouders Christenplicht was zich hieraan te onderwerpen.

Nog in hetzelfde jaar had dr. Capadose hem op dit punt van repliek gediend door een uitvoerige passage in zijn Ernstige en Herhaalde Waarschuwing (...) tegen de ongeoorloofde en verderfelijke Koepok-inenting hieraan te wijden 19) . En enkele jaren later, namelijk in 1828, publiceerde dr. Capadose deze passage in grote lijnen nogmaals in zijn brochure De Koepok-inenting tegen de leer des Bijbels strijdende, of korte aanwijzing voor Godvreezende ouders. Daar de inhoud van deze passage ook heden tegen dage nog volop actueel is - denk bijvoorbeeld aan situaties van gewetensnood die kunnen ontstaan met betrekking tot de hepatitis B-inentingen in de ziekenhuizen - en een Bijbels licht werpt op de grenzen aan de gehoorzaamheid, hebben we de tekst van deze passage hieronder in herspelde vorm integraal afgedrukt.

Dr. Capadose begint dit gedeelte van zijn betoog als volgt:

"Nog een enkel woord, Godvrezende ouders! Wellicht wil men u ontrusten door u weerspannigen, oproermakers en ongehoorzaam aan 's lands wetten te noemen. Wellicht komt het u die overtuigd zijt van het groot ongenoegen van onze God tegen dezulken die zich tegen de machten, van Hem gesteld, verzetten en vrijheid beloven daar zij zeiven dienstknechten zijn der verdorvenheid (2 Petr. 2:19), wellicht, zeg ik, komt het u niet dadelijk voor de geest, hoe uw Christen- en burgerplicht in dezen overeen te brengen zij, daarom wil ik u ten slotte uit het Woord der waarheid aanwijzen, hoe gij u ten dezen gedragen moet opdat niet de door het Evangelie zo gebiedend gevorderde onderwerping aan de gevestigde machten tot een strik gebruikt worde om uw vrijgemaakte Christenzielen te vangen en uw kroon weg te nemen. Ik acht mij daartoe des te meer verplicht omdat dezelfde vermetele man (Dr. Ontijd) die eenmaal heeft durven stellen 'dat het gouvernement iemand noodzaken mag om in weerwil van overtuiging en geweten (het zijn zijn eigen woorden!) zijn kroost te laten vaccineren', dezer dagen wederom is opgekomen en onder een menigte herhalingen ook deze zijn woorden wil verdedigen, waarom wij nagenoeg hetzelfde dat des tijds (in 1825) door ons tegen hem gezegd is, hier kortelijk herhalen moeten:

'Het Evangelie gebiedt alle zielen onderworpen te zijn den machten over haar gesteld (Rom. 13:1) en wee dengenen die zich aan deze uitgedrukte wil van God zoekt te onttrekken! Zo zijn wij dus naar dat Heilig Woord verplicht vooreerst de hoogste Macht, de Koning der koningen, te gehoorzamen en vervolgens de door God over ons gestelde monarch. Hem dus na God een volkomen gehoorzaamheid te betonen is Christenplicht, doch ik houd staande dat noch de geneesheer noch de onderdaan, wat betreft het toedienen van een voorbehoedmiddel aan het lichaam zelf, verplicht is de vorst te gehoorzamen.

Als burgers van de Staat is de monarch de macht die over ons gesteld is en wien wij onderworpen moeten zijn, maar als Christenen zijn wij de onderdanen van Koning Jezus. Immers, wij moeten Gode vrezen en de koning eren (1 Petr. 2:17). Alle die ouders nu welke enig bezwaar hebben tegen de vaccine en door zijdelingse of openbare dwang, hetzij door onthouding van onderwijs aan hun kroost, hetzij door tyrannische doctoren die in de huizen van hun patiënten in onze dagen de baldadigste middelen hiertoe in het werk stellen, gedwongen worden, denzulken wordt, ik herhaal het, geweld aangedaan.

Daarom gij, Christenen, die door het bloed van uw voorvaderen onder Gods milden zegen die vrijheid van het geweten eenmaal hebt mogen verkrijgen welke in

een dienstbaarheid en gevangen zijn onder de Geest bestaat, vergeet niet dat u het waken voor dit kostbaar kleinood en tevens gehoorzaamheid aan uw wettige monarch door God Zelf is opgelegd! Vergeet niet hetgeen de mond der Waarheid eenmaal heeft uitgesproken: Geeft den keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is (Matth. 22:21)! Verfoeit daarom die losbandigheid, die goddeloze opstand tegen de wettige door de Heere Zelf aangestelde machten, maar verfoeit evenzeer de pauselijke overmeestering van het geweten, dat niet des konings, maar Godes is!

Neen, Godvrezende ouders, doet wat het Evangelie u gebiedt! En zo men u tot gehoorzaamheid en onderwerping in dezen dwingen wil door onthouding van onderwijs aan uw kinderen of door andere middelen, hoe afschuwelijk deze ook mochten zijn, weet dan te lijden, gelijk het Christenen betaamt, onthoudt uw kroost van een onderwijs dat voor zulk een prijs geschonken wordt en draagt de zorg voor hun tijdelijk en eeuwig belang in het ootmoedig gebed Hem op Die de kinderen eenmaal hier op aarde gezegend heeft en ook thans niet zal vergeten. Neen, Hij zal uw gebed verhoren en de tijdelijke schade, indien ze die al mochten lijden, zal in overvloedige zegeningen veranderd worden, want die in tranen zaait, zal in vreugde maaien! Doch dit zij hier genoeg! God zij uw sterkte, ja al moest gij er ook om lijden, lijdt geduldig met opzien tot God, maar onderwerpt u niet aan de zonde van hen die slechts het lichaam doden kunnen, meer te vrezen dan Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel (Matth. 10:28-29)!

Vele verdrukkingen heeft Jozef moeten lijden, omdat hij het groot kwaad niet heeft willen doen van tegen God te zondigen (Gen. 39:9)! En ziet hoe de Heere hem genadiglijk heeft willen zegenen! Doet ook gij zo en gij zult in uw weg ondervinden dat des HEEREN ogen op de rechtvaardigen zijn, op dien die Hem vrezen. En weet dan ook dat gij hiermede de plichtmatige gehoorzaamheid aan uw koning niet vergeet, maar integendeel, volkomen bewijst naar het Woord Gods, zoals er geschreven staat: Neemt acht op den mond des Konings, doch naar de gelegenheid van den eed Gods (Pred. 8:2) [zie kader]. Zo heb ik dan ook dit bezwaar dat men u zou willen voorweipen aan de enige regel van ons geloof en wandel getoetst en weerlegd en tevens bevonden dat ook hiermede ten volle overeenkomt hetgeen wij in het 36e artikel van onze uitmuntende Geloofsbelijdenis van het ambt der overheid vinden, waarmede ik sluite, biddende dat het de Heere behage ons de kracht te geven Hem getrouw te blijven!

"Wij geloven dat onze goede God, uit oorzaak der verdorvenheid des menselijken geslachts, koningen, prinsen en overheden verordend heeft; willende dat de wereld geregeerd worde door wetten en politiën [verordeningen], opdat de ongebondenheid der mensen bedwongen worde en het alles met goede ordinantie onder de mensen toega. Tot dat einde heeft Hij de overheid het zwaard in handen gegeven tot straf der bozen eti bescherming der vromen. En hun ambt is, niet alleen acht te nemen en te waken over de politie [staatsbestuur], maar ook de hand te houden aan den heiligen kerkedienst; om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valsen godsdienst, om het rijk van den antichrist te gronde te werpen, en het Koninkrijk van Jezus Christus te doen vorderen, het woord des Evangelies overal te doen prediken, opdat God van een iegelijk geëerd en gediend worde, gelijk Hij in Zijn Woord gebiedt. Voorts, een ieder, van wat kwaliteit, conditie of staat hij zij, is schuldig zich den overheden te onderwerpen, schattingen te betalen, hun eer en eerbied toe te dragen, en hun gehoorzaam te zijn in alle dingen, die niet strijden tegen Gods Woord; voor hen biddende in hun gebeden, opdat hen de Heere stieren wille in al hun wegen, en dat wij ee? i gerust en stil leven leiden in alle Godzaligheid en eerbaarheid. En hierin verwerpen wij de Wederdopers en andere oproerige mensen, en in het gemeen al degenen, die de overheden en magistraten verwerpen en de justitie omstoten willen, invoerende de gemeenschap der goederen, en verwarren de eerbaarheid, die God onder de mensen gesteld heeft".

Tot zover dr. Capadose.

Ten besluite

De hierboven uit betogen van dr. Capadose, ds. Dorsman en dr. Steenblok aangehaalde passages laten zien hoe ernstig zij in hun tijd tegen het vaccineren gewaarschuwd hebben 21) . Waarschuwingen die dwars tegen de tijdgeest ingingen. Want velen zagen en zien ook als het over vaccinatie gaat, slechts aan wat voor ogen is: het succes van de vaccinatie. Op 14 mei 1823 hield dr. F. van der Breggen, hoogleraar geneeskunde te Amsterdam, een feest- en herdenkingsrede omdat het die dag precies 27 jaar geleden was dat Edward Jenner zijn uitvinding, de vaccinatie, wereldkundig had gemaakt (1798). Zijn rede was doorspekt met overdreven, ja afgodische loftuitingen inzake Jenner en zijn vaccinatie. Eeuwig zou volgens Van der Breggen het "kroost dat nu ontluikt" en het "kroost van later jaren" Jenner voor deze uitvinding prijzen, danken en vereren.

De mensheid achtte zich door Jenners uitvinding in staat om zich geheel en voorgoed van de pokkenziekte te ontdoen. De Heere had men daarvoor niet meer nodig. Deze hoogmoedige geest nu, dit streven van de mens om ziekte en gezondheid, leven en dood zelf te regelen en zelf te beheersen, buiten God en Zijn voorzienig bestel om, zien we tot op de dag van vandaag in inentingscampagnes bij mens en dier openbaar komen. Bilderdijk zei het al: "het is alles antichristisch en antitheïstisch" 2 ^! Is het dan wonder dat hij die daar iets van gevoelt, zeer huiverig is om vaccinatie als voorbehoedmiddel te gebruiken, ja, er voor staan blijft. Is het wonder dat hij die door genade met de tere vreze Gods bezet mag zijn, zich onderwerp acht van de volgende waarschuwende woorden van ds. Wilh. a Brakel, indien hij tot vaccinatie zou overgaan:

"Gij toont, dat God u niet algenoegzaam is, dat gij wat anders dan God stelt tot uw deel, tot uwen lust, tot den rotssteen des harten: recht anders deed Asaf [in] Ps. 73:25, 26 [ ( Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde. Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten en mijn Deel in eeuwigheid']. Gij geeft een kwaden indruk aan anderen van God, alsof Hij Zijne kinderen verwaarloosde en niet bezorgde " 23) !

Ten slotte, mocht Asafs deel, ook uw en mijn deel zijn, want: beter dan dit tijd'lijk leven is Uwe goedertierenheid, zegt de Psalmdichter zo treffend!

A. Verwijs

Noten:

1) Zie onder meer de informatiebrochure Meningokokkenziekte van de GGD West-Brabant, maart 2002

2) "Meeste kinderen ingeënt, in: Reformatorisch Dagblad, 19 juli 2002

3) De titels van zijn werken zijn in chronologische volgorde: (1) Bestrijding der Vaccine, of de Vaccine aan de beginselen der Godsdienst, der Rede en der ware Geneeskunde getoetst, 1823; (2) Bijdrage tot de Bestrijding der Vaccine, of Antwoord op den voorloopigen Brief van Prof van der Breggen, Cornz-, 1823; (3) Nieuwe Bijdrage tot de Bestrijding der Vaccine, behelzende de ontwikkeling van sommige voorname punten en derzelver bevestiging door feiten, vervat in de Wederlegging van onderscheide recensiën en tegenschriften, 1824; (4) Ontij ds Ja en Neen, 1825; (5) Ernstige en herhaalde Waarschuwing aan allen, die de waarheid liefhebben, tegen de ongeoorloofde en verdetflijke Koepok-inenting, of de Waarde der Vaccine van den Med. Doet. C.G. Ontyd volledig wederlegd, en eenige voornamen punten der Bestrijding verder ontwikkeld, 1825; (6) Eenige Vraagstukken, nopens de Vaccine, onpartijdig onderzocht tot heil des Menschdoms, aan alle Regeeringen en Artsen, door een' veele jaren gepractiseerd hebbende Geneesheer: uit het Hoogduitsch vertaald, met eene Voorrede en ingevlochtene aanmerkingen, 1827; (7) De Koepok-inenting tegen de leer des Bijbels strijdende, of korte aanwijzing voor Godvreezende ouders, 1828

4) Namelijk: (8) Vaccine en Gewetens-vrijheid, 1872; (9) Ds. Gunning's woorden over de inenting der pokken, getoetst en wederlegd, 1873; (10) De Boer en de Geneesheer. Gesprek over de Vaccine, 1873

5) A. Capadose, De Koepok-inenting tegen de leer des Bijbels strijdende, of korte aanwijzing voor Godvreezende ouders, 1828, p. 13-17

6) Zie onder meer: L.W.C. Keuchenius, Wat de verslagen van het geneeskundig staatstoezicht ons leeren omtrent de waarde der koepok-inenting, 1882 en Vaccine en Vaccinedwang, 1883. Dit laatste werk was een bundeling van artikelen die eerder (in 1883) in De Standaard waren verschenen. De tweede druk van dit werk (1884) vulde mr. Keuchenius aan met twee brieven die hij eind 1883 in een of twee andere kranten had laten plaatsen.

7) C.S.L. Janse, Bewaar het pand, 1985, p. 240

8) C.N. van Dis, "De vaccinatie", in: De Banier, 18 augustus 1966

9) P. Zandt, Uiteenzetting van het Beginselprogram der Staatkundig Gereformeerde Partij, dl. 1, 1953, p. 72

10) R. de Bok, "Polio-epidemie zaait twijfel in de afgescheiden kerken", in: Elzeviers Magazine, 27 mei 1978, p. 16, 17

11) Bok, a.a., p. 16, 17

12) W v/d Dikkenberg en L.D. van Klinken, "Vaccinatie: een ongeoorloofd middel", in: Criterium, themanummer 'Vaccinatie en polio', gewijzigde herdruk van jaargang 8, nummer 2, 1992, p. 48-55

13) C. Steenblok, Inenting als voorbehoedmiddel, 1978, p. 7-9

14) Steenblok, a.w., p. 8-12

15) Steenblok, a.w., p. 14, 21

16) J. van Klinken, rubriek "Onderste boven", in: Reformatorisch Dagblad, 27 december 1999

17) J. Douma. en W.H. Velema, Polio. Afwachten of afweren? , 1979, p. 116- 117

18) D. Kalmijn, Abraham Capadose, 1955, p. 163

19) A. Capadose, Ernstige en Herhaalde Waarschuwing..., 1825, p. 47-53. De bewuste uitspraak van dr. Ontijd staat in de noot vermeld op p. 51- 52.

20) A. Capadose, a.w., p. 17-19

21) Dr. Capadose schonk in zijn geschriften behalve aan Godsdienstige, ook veel aandacht aan medische bezwaren. Echter: "Niet alles leent zich ertoe om zonder meer staande te worden gehouden", zo merkte de heer H.J. van Berkum in zijn artikel "Vaccinatie, geoorloofd of ongeoorloofd? " terecht op; zie: Criterium, Themanummer Vaccinatie en polio, 1978, p. 18

22) Rijk Kramer, Het Vaccinatie-probleem, 1916, p. 3

23) Wilh. a Brakel, Redelijke Godsdienst, dl. 2, 1985, p. 454

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 2002

In het spoor | 44 Pagina's

VACCINATIE STRIJDIG MET DE VOORZIENIGHEID GODS

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 2002

In het spoor | 44 Pagina's

PDF Bekijken