Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jezus' tranen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jezus' tranen

7 minuten leestijd

En als Hij nabijkwam en de stad zag, weende Hij over haar, zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen. Lukas 19:41-42

Geliefde lezers,

Welk een wonderlijk schouwspel voltrekt zich in onze tekstwoorden! De Schoonste aller mensenkinderen in Wiens lippen genade is uitgestort, Die blank en rood is en de Banier draagt boven tienduizend, Hij weent: En als Hij nabijkwam en de stad zag, weende Hij over haar. In Johannes 11:35 lezen we ook dat Jezus weende. Letten we op het Griekse woord dat daar voor wenen wordt gebruikt, dan wijst ons dit op een stil geween van Jezus waarbij de tranen uit Zijn gezegende ogen over Zijn wangen liepen.

Alhoewel in onze tekst ook het woord 'wenen' wordt gebruikt, is het toch een ander geween. In de grondtekst wordt namelijk een woord gebruikt dat een hoorbaar, hardop wenen te kennen geeft. De emoties grijpen Jezus zó aan dat Hij Zich niet meer kan bedwingen. Konden de prachtige en statige gebouwen van de stad Jeruzalem Zijn oog dan niet bekoren? Kon het Hosannageroep Zijn oor niet strelen? Nee, Hij heeft oog noch oor voor Jeruzalems heerlijkheid en hosanna's. Hij ziet iets anders voor ogen. Wat dan? De blindheid, onbekeerlijkheid, goddeloosheid en hardnekkigheid van de inwoners van Jeruzalem. Hij heeft Jeruzalem daar al eerder op gewezen toen Hij haar toeriep: Jeruzalem, Jeruzalem, gij die de profeten doodt, en stenigt die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert, en gijlieden hebt niet gewild! (Lukas 13:34). Godsdienst was er in Jeruzalem genoeg. Een eigenwillige godsdienst die Jezus vertrapte en Zijn dierbaar bloed onrein achtte.

Behalve Jeruzalems onbekeerlijkheid en goddeloosheid zag Jezus nog iets anders voor ogen. Wat? Dat Jeruzalem over 40 jaar door de veldheer Titus zou ingenomen en met de grond gelijkgemaakt worden. Christus zag Jeruzalems vreselijk verderf naderbij komen. Hij voorzag wat met dat rijk bevoorrechte Jeruzalem zou geschieden. Niet één steen zou op de andere steen gelaten worden, maar het oordeel Gods zou over de stad worden voltrokken (Matth. 24:2).

Hebben onze tekstwoorden ook ons land en volk niet zeer veel te zeggen? Wat doet Christus als Hij door middel van Zijn Woord nabij u komt en u aanschouwt? Hij weent vanwege uw onbekeerlijk hart dat maar niet buigen wil, dat zijn boze en goddeloze wegen maar niet wil verlaten en zich tot de Heere bekeren. Zou Christus ook niet moeten wenen over de staat en toestand van ons land en volk? Dat land dat vroeger vanwege zijn godsvrucht het Israël van het Westen werd genoemd! Dat land waarin de Heere zoveel van Zijn kinderen en knechten heeft gehad! Dat land waarin Hij zoveel wonderen heeft verricht! Hoe menigmaal heeft Hij ons land op wonderlijke wijze bevrijd uit de handen van machtige overheersers. En wat heeft ons land en volk, en wij met hen, zijn Weldoener vergolden? O, vreselijk, wij hebben de Springader des levenden waters verlaten, en ons bakken uitgehouwen, gebroken bakken die geen water houden.

Wij hebben God op 't hoogst misdaan;
Wij zijn van 't heilspoor afgegaan;
Ja, wij en onze vaad'ren tevens.

Maar och, geliefde lezers, waar is onze smart over dit alles? Waar zijn onze tranen? Och, wij weten wel dat als de Heere de ware smart over het bedreven kwaad niet schenkt, wij er nooit oprecht bedroefd over zullen zijn. Maar onthoud dat dit niet wegneemt dat wij verantwoordelijk blijven voor onze daden! Jeruzalem is menigmaal in liefde en bewogenheid gewaarschuwd. Maar het verhardde zich tegen alles in. En ondanks dat gaat Hij het nogmaals wenende waarschuwen. Hoort wat Hij het wenende toeroept: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, wat tot uw vrede dient(vs. 42). Christus wil daarmee zeggen: Och, of gij toch eens ter harte wildet nemen wat tot uw tijdelijke en geestelijke vrede dient! Ik heb geen lust in uw dood en ondergang, maar daarin dat u zich van uw boze wegen zult bekeren en leven. O Jeruzalem, het is nog uwdag, dat wil zeggen, de dag der genade en zaligheid. Maar weet, uw dag is haast ten einde. Straks komt Mijn dag, de dag der wraak des Heeren. Heden, zo gij Mijn stem hoort, verhardt uw hart niet(Ps. 95:7b, 8a). Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven? Christus roept door middel van onze tekstwoorden ook ons hardnekkig land en volk wenende toe: O volk van Nederland, och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, wat tot uw vrede dient. O Nederland, waaraan heeft het u ontbroken? Wat heb Ik u gedaan, en waarmede heb Ik u vermoeid? Betuig tegen Mij (Micha 6:3). Och, verlaat toch uw zondige wegen, en bekeert u tot Mij, de God uwer vaderen. O land, land, land, hoor des HEEREN woord (Jer. 22:29).

We moeten echter wel willens blind zijn om niet te zien dat Nederland met God heeft afgerekend! Laten we echter niet vergeten welk een vreselijke afrekening het zal zijn als God met Nederland zal gaan afrekenen. Zal Hij Zich dan niet wreken aan een land en volk als Nederland? O, gewis, Zijn oordelen kunnen niet dan vreselijk wezen! Daarom is het dat we vrezen dat het oordeel der verharding niet meer af te wenden is, en dat het oordeel der verwoesting zich ook zal gaan voltrekken. Zouden Gods knechten dan niet hetzelfde doen als wat hun Zender deed, namelijk, wenen? Wenen vanwege de blindheid, hardheid en goddeloosheid en onbekeerlijkheid des harten? Zouden zij u dan niet hetzelfde toeroepen als wat Christus Jeruzalem onder tranen toeriep: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient!

O, onbekeerde zondaar en zondares, u verkeert in oorlog met uw Schepper en Formeerder. Sinds u op de wereld bent gekomen, hebt u niets anders gedaan dan tegen God gezondigd en Hem tot toorn verwekt. Kunnen Jezus' tranen over uw goddeloze leven uw harde hart niet breken? Wilt u zich niet met God laten verzoenen, ondanks dat Hij u dit zo vaak heeft laten smeken door middel van Zijn gezanten? Weet dan dat de vrede die Jezus heeft aangebracht, en die u thans nog om niet wordt verkondigd, eeuwig voor uw ogen verborgen zal blijven. O, dat zal wat zijn! O mens, gaat gij verloren, wijt het Jezus niet, want Hij is de Oorzaak van uw verdoemenis niet! Wij bidden u van Christuswege, ook nog in dezen uw dag: Laat u met God verzoenen. Nog is het de welaangename dag, de dag der zaligheid.

Jong en oud, dat we het heden der genade toch kostelijk leerden achten en de tijd zouden uitkopen, dewijl de dagen boos zijn (Ef. 5:16). Dagen waarin het woord van de apostel in vervulling gaat: En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden. Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelven, geldgierig, laatdunkend, hovaardig, lasteraars, den ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig; zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, achterklappers, onmatig, wreed, zonder liefde tot de goeden, verraders, roekeloos, opgeblazen, meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers Gods; hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht derzelve verloochend hebben(2 Tim. 3:1-5).

De Heere ontferme Zich over ons arme volk en vaderland. Hij schenke onder overheid en onderdanen een waarachtige wederkeer tot de God onzer vaderen, en doe ons voor Hem in het stof buigen. Alleen voor een zich schuldig kennend land en volk is er verwachting in en door Hem Die Zijn waarheid nimmer zal krenken, maar eeuwig aan Zijn verbond zal blijven gedenken. Och, mocht dit nog tot moedgeving voor Gods volk zijn in de woestijn van dit leven! Ook al kunnen zij het dikwijls niet bekijken, toch zal Hij hen nimmer begeven of verlaten, want bergen zullen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer (Jes. 54:10).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 2012

In het spoor | 64 Pagina's

Jezus' tranen

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 2012

In het spoor | 64 Pagina's

PDF Bekijken