Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Veilig, alleen bij God

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Veilig, alleen bij God

5 minuten leestijd

„Gijzijt mij een Verberging,Gij behoedt mij voor benauwdheid.Gij omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding. Sela."Psalm 32:7

Psalm 32 is een onderwijzing van David. Als het goed is, zitten we als lezers op school. David geeft onderwijs. Hij is geen theoreticus, maar een prakticus. Hij weet waar hij over spreekt. Hij is een man van,,bevinding' '. Daar komt het voor een ieder op aan. Beseffen wij dat? David is een door God gekende. Daarom kende hij ook God. Het was in het leven van David bij God vandaan begonnen, en niet omgekeerd. Het begint altijd bij God vandaan. Hij is altijd de Eerste. Hij is gelukkig ook de Laatste. En daarom worden Gods kinderen zeker zalig. David was in zichzelf een zondig mens. Dat had hij goed geleerd. Psalm 32 getuigt daarvan. Vanwege zijn zonden kon hij voor God niet bestaan. Want God is heilig. Hij kan met de zonde geen gemeenschap hebben. Dat heeft David ook geweten. Want hij moest leven onder de verberging van Gods aangezicht. Dit bracht hem in grote benauwdheid. Hij werd er door geperst om zijn schuld te belijden. Hij mocht dit oprecht doen. Het was maar geen formaliteit bij hem, zoals dit zo dikwijls het geval is. De Heere ziet het hart aan. Woorden zijn vaak goedkoop. Doch God prikt door al onze woorden heen, vergeet het niet. 

Toen David zijn zonden oprecht belijden mocht, bleef de Heere niet achterwege. Hij vergaf David zijn zonden. Dit mocht David weten door het geloof. Dat was geen aangepraat geloof, maar een door de Heilige Geest gewerkt geloof. Echt een zaak om over na te denken. Het woordje , ,sela'' staat niet voor niets aan het eind van vers 5. Na deze beleving van vergeving kan David niet anders doen dan goed van God spreken. God hoort het gebed. Hierom zal iedere heilige Hem aanbidden in vindenstijd. Dat is de genadetijd, die God naar Zijn vrijmachtig welbehagen aan Zijn volk schenkt. De vindenstijd is de door God bepaalde tijd. Als het God behaagt Hem te doen zoeken, vinden zij Hem ook. Het gehele geestelijke leven ligt in Gods handen. Dit sluit de verantwoordelijkheid van de zondaar niet uit; wel in. Zo had David het beleefd, zo wordt het door zijn gehele geestelijke familie beleeft. Behoort u tot de geestelijke familie van David ? Dan bent u lid van een gelukkig geslacht. Want dan is men bevrijd van het oordeel.
,,Ja, in een overloop van grote wateren zullen zij hem niet aanraken". Een overloop van grote wateren doet ons denken aan een geweldig bruisende stroom. Wie daarin terecht komt, is verloren. Hier is als voorbeeld te denken aan de zondvloed. De gehele eerste wereld is erin ten onder gegaan, uitgezonderd Noach en zijn gezin. Hij is er niet door aangeraakt. Hij zat veilig en geborgen in de ark. Hij werd door God bewaard. En die God bewaart, is wel bewaard. o mocht David dat ook weten. Daar getuigt hij van;, ,Gij zijt mij een verberging". Dat was bij David beleving. Hij mocht door allerhande gevaren omringd worden, de vijanden mochten het aanleggen op zijn leven; hij mocht zich geborgen weten in de schaduw van Gods vleugelen. De Almachtige was heel dicht bij hem. Hij was ook heel dicht bij God; hem kon geen kwaad wedervaren. Wie het zou wagen om nu nog een aanval op David te doen zou met de Heere Zelf te doen krijgen. Hij zou zich als tegen een steenrots te pletter lopen. De Heere was voor David als een zeer vast huis. Voor het heden werd hij bewaard en voor het toekomende had hij ook niets te vrezen.,, Want Gij behoedt mij voor benauwdheid''. Het woord ,,behoeden" is een rijk woord. Denk maar aan een hoed. Leg deze op een voorwerp op tafel en het voorwerp is ,, behoed''. Het wordt er geheel door omringd.

Zo mocht ook David zich beveiligd weten. Wat hem ook nog overkomen mocht, het zou hem geen kwaad doen. De Heere behoedde hem. David gaat nog verder om goed van de Heere te spreken. ,,Gij omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding". David, die zich zo dicht bij de Heere veilig mocht weten, werd omringd door vrolijke gezangen van bevrijding. Neen, het waren nu geen klaagliederen. Die worden ook gekend. Doch God haid zijn weeklachten en geschrei veranderd in een blijde rei. Alles riep hem als 't ware toe; Gij zijt veriost, God heeft u welgedaan. Sela.

Dit is toch echt wel een zaak om over na te denken. Hoe kon God voor David, die toch maar een zondig mens was en bleef, zo goed zijn? Het is alleen te verklaren vanuit de grote Zoon van David. Die Hij ook als zijn Heere mocht kennen. Toen al de golven en al de baren van Gods toorn over Hem heengingen, vond Hij bij God geen verberging, geen behoeding, en er waren ook geen vrolijke gezangen van bevrijding. Hij moest beleven wat het zeggen wil, ,een vloek" te zijn, opdat God David met Zijn zegen zou kunnen vervullen. Hier ligt het geheim van Davids roemen in de Heere. Veilig, alleen bij God! Om Jezus' wil. Verstaat u ook dït geheim? Sela! Hier wordt,,de rust" geschonken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1985

Terdege | 64 Pagina's

Veilig, alleen bij God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1985

Terdege | 64 Pagina's

PDF Bekijken