Bekijk het origineel

Strijd om prijs, prestatie en prestige op de pillenmarkt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Strijd om prijs, prestatie en prestige op de pillenmarkt

De patiënt hoeft niet langer alles te slikken wat de arts voorschrijft

20 minuten leestijd

Het middel valium wordt in enorme hoeveelheden geslikt. Diazepam, de werkzame chemische stof in valium, is ook 'los' verkrijgbaar, in merkloze tabletten. Diazepam werkt net zo goed, maar is wel goedkoper. Voor heel veel geneesmiddelen geldt volgens staatssecretaris Dees dat de merkloze vervanger, het zogenaamde locopreparaat, dezelfde werking heeft, maar aanmerkelijk goedkoper is. Hij denkt daarin een prachtige manier te hebben ontdekt om honderden miljoenen guldens te bezuinigen. Lang niet iedereen is daar zo gelukkig mee. De fabrikanten zijn bang voor hun omzet. Ze geven jaarlijks per arts 15.000 gulden uit aan reclame voor merkgeneesmiddelen! Maar ook apothekers, ziekenfondsen, artsen en patiënten hebben hun bezwaren. Een inventarisatie van de verwarring op de pillen- en poedermarkt.<br />

In de apotheek hangt de niet te definiëren geur van geneesmiddelen en een sfeer waarvoor hetzelfde geldt. Zwijgend zitten de cliënten te wachten tot hun onleesbare recepten worden ingewisseld voor het gewenste medicament. ,,Twee keer daags één tablet volgens voorschrift'', zegt de assistente tegen een bejaarde man. Hij knikt. Ze hoeft hem niets te vertellen. Hij slikt het al jaren. Wat ,,het" inhoudt weet hij niet precies. Wel dat het met het plassen te maken heeft en metz'n prostaat. Waar die precies zit weet hij evenmin, maar de dokter zegt dat-ie te groot is. En daarom slikt hij die pillen. Terwijl de assistente een stempel op zijn ziekenfondskaart zet, betaalt hij zijn "medicijnknaak". Hij heeft een sympathieke dokter. Op één recept krijgt hij voor een halfjaar tabletten mee. Dat scheelt hem een mooi aantal rijksdaalders. Vorig jaar hebben we voor ruim drie miljard gulden aan medicamenten verorberd. Dat is meer dan tien procent van de totale uitgaven aan gezondheidszorg. Alarmerend veel, vindt staatssecretaris Dees van WVC (die overigens een apothekersopleiding heeft gevolgd, maar nooit heeft 'gepraktizeerd'). In juni'87 deelde hij mee, dat in drie jaar tijd 535 miljoen moet worden bezuinigd op geneesmiddelen. Artsen schrijven te veel voor, vindt de bewindsman. En wat nog erger is, te duur. Bijna klakkeloos worden merkgeneesmiddelen (in vakjargon: spécialités) op het recept genoteerd, terwijl in veel gevallen chemisch identieke locopreparaten op de markt zijn. Deze loco's (plaatsvervangers) hebben niet alleen dezelfde werking, maar daarnaast de prettige eigenschap dat ze (veel) goedkoper zijn. Zo is het raadzamer om acetylsalicylzuur te vragen in plaats van aspirine. Toegegeven, het is een naam die je vooraf even op een papiertje moet zetten, maar die \> moeite scheelt wel een mooie duit.

IJkprijzen
Als het aan Dees ligt, stijgt het aandeel van de loco's op de geneesmiddelenmarkt de komende tijd drastisch. Om dat te verwe- . zenlijken bedacht hij het omstreden ijkprijzensysteem, dat dit voorjaar nog moet worden ingevoerd. In grote lijnen komt het hierop neer, dat een geneesmiddel vergoed wordt op basis van de prijs van het goedkoopste locopreparaat. Wil iemand toch een merkmiddel, dan moet hij het prijsverschil zelf bijpassen. Daar staat tegenover, dat in dit systeem de "medicijnknaak" is afgeschaft. Via een advertentie in een aantal grote ochtendbladen werd het Nederiandse volk alvast geïnstrueerd via de mededeling:,,Op uw verzoek kan de apotheker zelf ook een duurder (merk)produkt door een goedkoper geneesmiddel van dezelfde samenstelling vervangen. De wet laat dat toe en een wijziging van het doktersrecept is daarvoor niet vereist". De farmaceutische industrie voelde zich danig op de tenen getrapt. De Nederlandse Stichting ter bevordering van Medisch Farmaceutisch Onderzoek plaatste een tegenadvertentie met de oproep geen waarde te hechten aan de misleidende voorlichting van het ministerie van WVC. De artsen waren eveneens gebelgd, omdat door de advertentie hun positie werd aangetast. Ze kregen bijval van de Vereniging van Nederlandse Ziekenfondsen. Speelbal in het geheel is de patiënt, die niet meer weet wie hij moet geloven, Dees of de arts.

Medicijnen
,,Artsen in opleiding studeren allang geen geneeskunde meer, maar medicijnen" , constateert de arts en publicist dr. Ivan Wolffers in zijn boek "Medicijnen". „Datisjammer. Aan mensen die geneeskunde gestudeerd hebben, zouden we meer hebben." Eind vorig jaar verscheen de 24e, geheel herziene en bijgewerkte druk van de 470 pagina's tellende pil. Er zijn al meer dan 200.000 exemplaren van verkocht. De Bilthovense arts ziet het als zijn taak de patiënt te alfabetiseren, met name op het gebied van medicijnen. ,, Ik ben afgestudeerd in '75. Sinds die tijd heb ik me in deze materie verdiept. Nu pas heb ik de indruk, dat ik redelijk op de hoogte ben." Zijn interesse voor geneesmiddelen ontstond in de praktijktijd van zijn studie. ,,Toen besefte ik, dat ik er niks van wist en mijn collega's er dus ook niks van weten. Als ze eerlijk zijn, zullen ze dat bevestigen. Je wordt als arts heel slecht opgeleid in geneesmiddelen. Gedurende twee jaar twee uurtjes per week farmacologie. Dat is alles. Als je dan in een kliniek komt, doe je maar een beetje wat de specialisten doen. De middelen die zij voorschrijven, noteer je in een agenda. Wanneer je later huisarts bent, schrijf je diezelfde middelen voor. Dan krijgje ook de farmaceutische industrie op de stoep, om je van alles en nog wat te vertellen over nieuwe middelen. Terwijl je van niets weet."

Brievenbus
Het spreekt voor zich, dat de farmaceutische industrie er veel aan gelegen is een nieuw middel onder de aandacht van de voorschrijvende artsen te brengen. Reden waarom jaarlijks per arts 15.000 gulden wordt uitgegeven aan reclame. Pakweg 700 artsenbezoekers trekken door het land, ofwel een op elke zeven huisartsen. ,,Eigenlijk brengen ze dat wat niet door de brievenbus kan'', licht Wolffers cynisch toe. In het verieden moest het laatste soms zeer letterlijk worden opgevat. Zo kon een geneesheer zelfs De Jongs standaardwerk "Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog" krijgen, als hij voor 3700 gulden hoestdrank afnam van een merk dat door het Farmaceutisch Kompas werd afgeraden. Die tijden zijn voorbij. Maar dat betekent niet, dat er niet meer met stroop wordt gewerkt.

Congressen
,, Het gebeurt nu wat bedekter", constateert Wolffers. ,,Dat is misschien nog wel gevaariijker, omdat het minder in het oog loopt. Ik ben bezig met een boekje over hoge bloeddruk. Daarvoor bel ik farmaceutische bedrijven op, om te vragen wat zij doen om artsen te informeren over de geneesmiddelen die daarvoor bestaan. Eén bedrijf organiseert per jaar zes tot tien congressen. Dat zijn leuke congressen hoor. Met een hapje eten en zo... We hoeven daar niet moralistisch over te doen, maar je denkt toch wel eens... Het gebeurt ook wel dat een congres op Malta wordt gehouden. Drie dagen, helemaal verzorgd. Soms zijn het complete golffestijnen. Daar zijn weinig artsen tegen bestand. Het is jammer, maar de realiteit." De beschuldiging dat hij te kritisch is, wijst de Bilthovense arts van de hand.,, Al m'n informatie haal ik uit de officieel erkende medische literatuur. De Engelse omroepmaatschappij BBC heeft overigens een prachtige documentaire over die congressen gemaakt. Met röntgenologen en reumatologen bezocht een BBCploeg een congres in Venetië. Daar werd een prachtig reumamiddel geïntroduceerd. Al die artsen schreven het daarna op grote schaal voor. Tot een jaar later het middel uit de handel werd gehaald, in verband met onaanvaardbare bijwerkingen. Dan vraagje je toch af: hoe is het mogelijk?"

Lekkere lunch
Het gaat de arts te ver om over een medische maffia te spreken, zoals in sommige publikaties rond zijn boek is gedaan.,, Dat is onzin. Maar je hebt wel met grote belangen te maken. Een bedrijf dat afhankelijk is van de inkomsten van geneesmiddelen zorgt dat er een voortdurende lobby is, ook naar de overheid toe. Een tegenkracht is er eigenlijk niet. Ook niet via de pers. Als er een telex binnenkomt van een farmaceutisch bedrijf, wordt dat verhaal klakkeloos overgenomen. Of een bedrijf organiseert een lekkere lunch, waar journalisten te horen krijgen dat er een nieuw piasmiddel op de markt is. Dat heb ik in alle kranten zien staan. Terwijl dat middel al twintig jaar oud is en alleen een nieuwe verpakking heeft gekregen. Je zou willen dat de pers wat bewuster met dat materiaal omging en een eigen informatienet ontwikkelde."

Prioriteit
Voor Wolffers is de financiële kant van de zaak een bijkomstigheid. Dat neemt niet weg, dat hij Dees bijvalt als die stelt dat op geneesmiddelen heel wat kan worden bezuinigd. Hij wijst op het feit dat de prijs vaak torenhoog wordt opgeschroefd door de zogenaamde "transfer-prizing". De grondstoffen voor het medicament worden gemaakt in landen waar de belastingen laag zijn. Vervolgens worden ze met fabelachtige winst verkocht aan dochterondernemingen in landen waar veel belasting moet worden betaald. Daar wordt het eindprodukt gemaakt en verkocht met een geringe winst, om te voorkomen dat te veel moet worden afgedragen. Door het gebruik van loco's te stimuleren kunnen dergelijke praktijken worden tegengegaan. De produ- , centen van merkmiddelen brengen daar tegenin dat merkmiddelen en loco's niet altijd vergelijkbaar zijn, waardoor het verwisselen van geneesmiddelen fatale consequenties kan hebben voor de patiënt.,,In Amerika hebben ze één keer aan kunnen tonen dat er verschil bestaat tussen het merkmiddel lasix en het loco furosemide'', is het commentaar van Wolffers. ,,ledere apotheker weet dat, dus die zal echt wel opletten. Maar steeds weer komt de farmaceutische industrie met datzelfde verhaal aan."

Vijand
,, Wolffers is een van de grootste vijanden van de farmaceutische industrie'', stelt dr. J. C. Sanders zuur vast. Als voorzitter van Nefarma, de Nederlandse Associatie van de Farmaceutische Industrie, verdedigt hij met verve de belangen van de branche die hij vertegenwoordigt. Voor het feit dat tal van geneesmiddelen in ons land vele malen duurder zijn dan in andere Westeuropese landen, heeft hij een reeks verklaringen, als prijsbevriezingen in andere landen, devaluatie van valuta's en verschillende systemen van gezondheidszorg. De farmaceutische industrie ziet volgens hem niets liever dan één Europese prijs. Maar dan moet wel aan een aantal voorwaarden zijn voldaan: dezelfde registratieprocedure in alle landen, één Europese valuta en een gelijke beloning voor hetzelfde werk. Bovendien moet volgens Sanders niet worden vergeten dat het assortiment geneesmiddelen in ons land gering is. Zo kent WestDuitsland bijna 9000 merkgeneesmiddelen tegen nog geen 2000 in ons land. ,,Je werkt voor winst'', zet hij uiteen. ,,Winst is volume maal prijs. In Nederland is het volume het laagst van West-Europa. Dat betekent dat de prijs hoger moet zijn, omdat de kosten grotendeels gelijk blijven.''

Onderhandelen
Voor het ijkprijzensysteem heeft de voorzitter van Nefarma geen goed woord over. Met de Ziekenfondsraad is hij van mening, dat het een patiënt-onvriendelijke oplossing van de problemen is. De consument moet niet alleen een eigen bijdrage gaan betalen voor merkgeneesmiddelen, maar wordt ook in een onderhandelingspositie gedrongen tussen arts en apotheker. Omdat de ijkprijs gebonden is aan het goedkoopste middel, bestaat de kans dat de consument door prijswisselingen voortdurend moet overstappen op een ander preparaat, met alle gevaren van dien. ,,Hetis niet zo, dat loco's slecht zijn", verduidelijkt Sanders, ,, maar ze kunnen in bepaalde mate anders zijn dan het merkmiddel of andere loco's. Dat betekent, dat een arts die een loco voorschrijft, zich aan dat middel zal moeten houden. Anders kunnen nare verschijnselen optreden."

Onderzoek
De opkomst van loco' s zal tot gevolg hebben, dat fabrikanten van merkmiddelen minder winst maken en gedwongen worden hun prijzen te veriagen. Met het gevolg dat minder geld kan worden uitgegeven aan onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen. Volgens Ivan Wolffers is dit innoverend onderzoek schaars en houden de meeste bedrijven zich bezig met de zogenaamde'' metoo-research" (letterlijjk: "ik-ook-onderzoek"). Daardoor wordt getracht een goed lopend, maar door octrooi beschermd middel van een andere fabrikant na te bootsen. ,, Van dit soort research wordt de patiënt niet wijzer", aldus Wolffers. Sanders weeriegt deze bewering met klem en wijst op nieuwe geneesmiddelen tegen maag- en darmklachten, luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten. ,, Aan dit onderzoek zijn enorme risico's verbonden", verklaart hij. ,,Het komt voor dat er miljoenen zijn uitgegeven aan een project dat uiteindelijk niets oplevert, West-Europa is nog altijd de grootste geneesmiddelenexporteur ter wereld. De Verenigde Staten komen op de tweede plaats, Japan op de derde. Maar ik voorzie, dat het aandeel van Japan de komende jaren snel zal groeien. We moeten oppassen dat we door beknibbeling |> op de winst ons marktaandeel niet verkwanselen, zoals we dat ook met de scheepsbouw, de elektronica en noem maar op gedaan hebben. Om je positie te handhaven en aan onderzoek te kunnen doen, moetje winst maken. Achter het IJzeren Gordijn zijn ook fabrieken. Die hoeven geen winst te maken. Daarom komt er ook nooit iets vandaan."

Optimistisch
De voorzitter van Nefarma ontkent niet dat er bezuinigd moet en kan worden. Hij kan zich volledig vinden in het advies dat door de Vereniging van Nederlandse Ziekenfondsen (VNZ) in samenwerking met Nefarma werd opgesteld. Het houdt in, dat de farmaceutische industrie de prijzen bevriest gedurende de periode van 1988 tot 1990. Verder moet de winstmarge van de groothandel worden verkleind. Vervolgens komen de apothekers aan bod. De door geneesmiddelenleveranciers verleende kortingen of bonussen in de vorm van geld en goederen moeten worden afgeschaft en de prijslijsten van de apotheker moeten worden afgestemd op de werkelijke transactieprijzen. De kracht van dit voorstel is volgens Sanders dat alle partijen bloeden. Maar Dees is nog niet bereid het advies op te volgen. Toch is de voorzitter van Nefarma optimistisch gestemd. ,,Datijkprijzensystyeem komt er niet", stelt hij vast. Hij lij kt zeker van zijn zaak.

Kortingen
Door de nieuwe honorering van apothekers sinds 1 januari 1988 is een deel van de wensen van Nefarma en de VNZ al ingewilligd. In de oude regeling kreeg de apotheker jaarlijks een vast bedrag voor elke bij hem ingeschreven ziekenfondspatiënt. De praktij kkosten werden vergoed door een vastgestelde opslag per eenheid medicamenten. Nu ontvangt hij per recept 10,65 gulden, ongeacht de prijs van het geneesmiddel. Voor particulier verzekerden is dat bedrag vastgesteld op 11,40 gulden. Het gevolg is, dat goedkope middelen duurder en dure middelen goedkoper zijn geworden. De gewraakte bonussen zijn verieden tijd. Voorheen kreeg een apotheker die rechtstreeks bij de fabrikant inkocht zijn produkten ongeveer 15 procent beneden de groothandelsprijs. Vreemd genoeg mocht hij de verkoopprijs berekenen op grond van de taxe, de door de groothandel vastgestelde prijs. ,,In 1980 heb ik al met de ziekenfondsen overlegd op welke wijze dit verschil kon worden gedempt", geeft drs. J. A. A. van Tienen te kennen. Behalve apotheker is hij secretaris-penningmeester van het hoofdbestuur van de Koninklijke Nederiandse Maatschappij ter bevordering van de Pharmacie (KNMP), een overkoepelende apothekersorganisatie. Tot groot verdriet van Van Tienen kwam het in '80 niet tot concrete afspraken. Het gevolg was, dat steeds meer apothekers hun produkten rechtstreeks bij de fabrikant bestelden. ,,Formeel was het niet verboden' ', zegt Van Tienen, ,, maar als KNMP hebben we altijd opgeroepen om het niet te doen, omdat afbreuk werd gedaan aan de goed functionerende groothandel. In het nieuwe systeem zijn de kortingen gelukkig om zeep geholpen.''

Stimulans
Om apothekers te stimuleren ook nu zo efficiënt mogelijk in te kopen en te verstrekken, is de stimulansregeling ontworpen. Goedkoop inkopen kan worden gerealiseerd, door in zee te gaan met een groothandel die gebruik maakt van de zogenaamde parallel-import en geneesmiddelen invoert uit landen waar de prijzen laag liggen. Van het prijsverschil ontvangt de apotheker een derde. Twee derde is voor het Ziekenfonds, ofwel de patiënt. Dezelfde regel geldt, wanneer de apotheker in plaats van een duur merkgeneesmiddel in overleg met de patiënt een gelijkwaardig locopreparaat verstrekt. Nu vormen de parallel-geïmporteerde en merkloze middelen nog maar tien procent van de totale Nederlandse markt voor geneesmiddelen. De wens van Dees is, dat dat percentage door de nieuwe regeling snel zal stijgen.

Vernietigingston
Een van de apothekers die al gebruik maakten van de parallel-import, is drs. J. Littel uit Roosendaal. ,,Het zijn precies dezelfde medicijnen' ', doet hij uit de doeken. ,,Ze komen bij wijze van spreken uit dezelfde machine, maar ze zijn wel een stuk goedkoper.'' Met de stimuleringsmaatregel van Dees heeft hij dan ook geen enkele moeite. Wat hem wel dwars zit, is de opheffing van het abonnementsysteem voor ziekenfondsverzekerden. Hij is van mening, dat de nieuwe regeling een gevoelige klap betekent voor het apothekersgilde, terwijl de farmaceutische industrie buiten schot blijft. Bovendien vraagt hij zich af, of niet effectiever kan worden bezuinigd. „Sommige mensen krijgen op voorschrift van hun arts een middel voor maanden mee en komen na een paar dagen terug, omdat ze er niet tegen kunnen. Dan kunnen wij de rest in de vernietigingston gooien. Als er ergens bezuinigd kan worden, dan is het daarop.''

Eén systeem
Ook Van Tienen vindt het wegvallen van het abonnementsysteem een bittere pil. ,,Heel kras gezegd ben je nu een receptenverzamelaar geworden, of je dreigt het te worden. Bij overleg met artsen wordt het verleidelijk een geneesmiddel te adviseren, ook als dat niet strikt noodzakelijk is. Beide systemen hebben hun rechtvaardiging, maar je bent op één systeem ingesteld. Nu moet een apotheker maar afwachten hoe het nieuwe systeem in zijn apotheek, met zijn voorschrijvers en patiënten, uitpakt. We weten dat er verschillen van meer dan 100.000 gulden per apotheek kunnen gaan optreden. Maar noch u, noch ik, noch de overheid weet, of het terecht is dat minder kostenvergoeding binnenkomt bij een bepaalde apotheek. Bij onderzoek is namelijk geen verband gebleken tussen apotheekkosten en aantal aangeboden voorschriften. Evenmin tussen gevraagde hoeveelheden en aantal assistentes. Tal van andere factoren spelen een rol. Ingewikkeldheid van recepten. Het voorschrijfpatroon van artsen. De leeftijdsopbouw van patiënten. En bewerkelijkheid van patiënten, als ik het zo mag zeggen. Die zal in Wassenaar groter zijn dan in Ede."

Zetel
A. de Boutte, sinds 1945 apotheker in de Belgische grensplaats Essen, vindt de afschaffing van het abonnementsysteem een volkomen logische zaak. Hij is altijd jaloers geweest op zijn Nederlandse collega's. In België leeft de apotheker van de winst op het geneesmiddel. De farmaceutische uitbater die te weinig klandizie heeft, kan z'n zaakje sluiten. ,, Daarom is het geen probleem om hier in België een apotheker te bereiken", lacht De Boutte. ,,U wandelt een apotheek binnen en u hebt 99 procent kans dat ge die man aan de toog vindt. In Nederland moet ge heel netjes aan de assistente vragen of u den apotheker kunt spreken. Dan beoordeelt hij ginds in zijnen zetel, of hij u zal ontvangen. Wij hebben nooit vaste cliënten gehad. Als iemand van de toog weer naar de deur gaat, weet ik niet of hij ooit terugkomt. Dus ik moet zien, dat ik die man heel netjes bedien. ,, Wacht, ik zal de deur even voor uopendoen". Zo doen we dat hier."

Lucht
Apotheker Paul van Schil uit Essen schat dat ongeveer vijftien procent van zijn cliënten uit Nederiand afkomstig is. Ze komen vooral voor dure middelen als tagamet, zantac en tenormin. Nu die in Nederland goedkoper zijn geworden, zullen Belgische apothekers in de grensstreek ongetwijfeld een aantal klanten verliezen aan Hollandse collega's. Opvallend is het verschil in aantal personeelsleden tussen Nederiandse en Belgische apotheken. Volgens apotheker Littel uit Roosendaal een gevolg van het feit dat het werk van de Nederlandse apotheker arbeidsintensiever is. De Boutte wijt het aan de gerieflijke financiële situatie waarin de Nederiandse apothekers tot 1 januari '88 hebben verkeerd. Op de vraag of in België harder wordt gewerkt, versmallen zijn ogen zich tot spleetjes. Dan stelt hij met een brede grijns vast: ,,Ge moet de zaak positief beschouwen. Ik formuleer het gewoonlijk zo: Ieder heeft z'n kwaliteiten. Een Nederlander zal het fantastisch uitleggen en een Vlaming zal het ondertussen wel doen. Ik heb bewondering voor de wijze waarop een Nederlander lucht kan verkopen. Daar moeten wij niet aan beginnen. Daar zijn we te lomp voor."

Gek
De wens van Dees om het gebruik van loco-geneesmiddelen te bevorderen, heeft de instemming van de Nederiandse apothekers. ,,Wij hebben al vele malen suggesties gedaan om tot goedkoper voorschrijven te komen'', laat drs. Van Tienen weten. ,,Jaarlijks zien we de prijzen stijgen en dat irriteert ons eigenlijk wel, want het hoeft niet. Nefarma zal ongetwijfeld wijzen op het scherpe toelatingsbeleid ten aanzien van geneesmiddelen in ons land en het feit dat in Nederland verhoudingsgewijso weinig medicijnen worden gebruikt. Daar zit natuurlijk wat in. Maar aan de andere kantis hetzo datje, wanneer je geen concurrent in je buurt hebt, kunt vragen wat een gek ervoor geeft.''

Overdreven
De secretaris van de KNMP is ervan overtuigd, dat in z'n algemeenheid merkmiddelen probleemloos kunnen worden ingewisseld voor loco's. De paniekverhalen van Nefarma noemt hij overdreven. ,,De apotheker is goed genoeg geïnformeerd om te weten dat er een paar middelen zijn waarmee je moet uitkijken. '' Toch zet ook Van Tienen vraagtekens bij het effect en de praktische uitvoerbaarheid van het ijkprijzensysteem. Hij vreest dat de farmaceutische industrie terug zal slaan, door de prijzen van geneesmiddelen waarvoor geen loco bestaat, te verhogen. Zijn tweede bezwaar betreft de consument.,,ledere apotheker kent z' n patiënten die aan hün valium, hün daonil gehecht zijn en absoluut geen ander middel zullen nemen. Die zullen een eigen bijdrage moeten gaan betalen. Dat is een onvriendelijkheid in het systeem. Dees denkt bovendien niet alleen aan het uitwisselen van chemisch identieke medicamenten, maar ook aan middelen die hij therapeutisch gelijkwaardig noemt. Nou, daar moet ik niét aan denken. Misschien werkt zoiets drukkend op de prijzen, maar de arme patiënt is het slachtoffer."

Korrel zout
,, Voor de patiënt is de voorschrijvende arts een vertrouwensman. Als het ijkprijzensysteem wordt ingevoerd, wordt dat vertrouwen aan het wankelen gebracht. Dees en de apotheker zeggen: ,,Wat die arts voorschrijft moetje met een korrel zout nemen' '. De patiënt moet met zijn arts gaan discussiëren. Vervolgens moet hij bij de apotheek gaan onderhandelen, om te vermijden dat hij een eigen bijdrage moet betalen. Doorredenerend kom je tot de lachwekkendste situaties." Met de verzekering van de staatssecretaris dat de eigen bijdrage van de patiënt niet hoger mag worden dan 125 gulden per jaar, kan Van Tienen niet uit de voeten. ,,Dat moet uzich eens voorstellen", walgt hij. ,,De ene keer moet een dubbeltje bijbetaald worden, een volgende keer twee dertig, dan weer zus, dan weer zo. Hoe gaan we dat administratief verwerken. Ik moet er niet aan denken. Wij sluiten echt niet uit, dat het systeem zodanig aangepast wordt dat iedereen er enigszins mee uit de voeten kan. Maar één ding staat voor mij vast. Ammenooitniet dit jaar. We hebben al zo veel ellende gehad met de invoering van het nieuwe honoreringssysteem. Als Dees de apothekers in Nederiand echt op tilt wil hebben, moet hij er dit jaar ook nog het ijkprijzensysteem overheen gooien."

Medicijnlijn
,,Dees interesseert zich uitsluitend voor de kosten'', concludeert dr. Ivan Wolffers. ,,Ik ben ervan overtuigd dat er bezuinigd kan worden op geneesmiddelen, maar laat de overheid het bespaarde geld dan gebruiken voor voorlichting naar patiënten, artsen en apothekers toe. Dan krijg je een tegenwicht tegen de belangengroepen die nu de informatieverstrekking in de hand hebben." Concreet denkt Wolffers aan een Teleac-cursus Geneesmiddelenkennis. ,,We worden overstroomd met informatie waar we totaal niets aan hebben. De meest zinloze dingen weten wij. Je kuntzelfs Chinees leren op de televisie. Wat heb je daaraan in het dagelijks leven. Ik denk ook aan een medicijnlijn. Je kunt een 06-nummer draaien en de gekste dingen horen. Van grappen tot pornografische verhalen. Waarom zou je zo' n lijn niet bemannen met iemand die op acute vragen over medicijnen het antwoord kan geven."

Hoge bloeddruk
,, Vijftien procent van de mensen in Nederland schijnt hoge-bloeddrukmiddelen te moeten slikken", meldt de arts op een toon waar de scepsis vanaf druipt. ,,Bij mensen boven de veertig jaar is dat meer dan dertig procent. Dat is een hóóp mensen. Als middelen in zulke hoeveelheden geslikt worden, dient er toch behoorlijke informatie over te zijn. Patiënten moeten bewust betrokken worden bij het afwegen van de voor- en nadelen van medicamenten. Het effect van middelen tegen hoge bloeddruk is gering, maar een aantal ervan veroorzaakt wel impotentie om maar iets te noemen. Je zal 35 jaar zijn en een dergelijke bijwerking moeten accepteren. Die keus is toch niet aan de arts, de apotheker, of de farmaceutische industrie. Op het gebied van die essentiële voorlichting moet veel meer gedaan worden. De prijzen interesseren me niet zo veel. "

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 maart 1988

Terdege | 64 Pagina's

Strijd om prijs, prestatie en prestige op de pillenmarkt

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 maart 1988

Terdege | 64 Pagina's

PDF Bekijken