Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Muitende militairen in Harskamp

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Muitende militairen in Harskamp

Soldatenoproer 1918: fietsenrek vloog door de officierskantine

10 minuten leestijd

Zeventig jaar geleden waarde er een geest van revolutie door het Veluwse dorp Harskamp. Op de legerplaats brak opstand uit onder de soldaten van het Eerste Regiment Infanterie. Slechte legerings- en voedingsomstandigheden, lage soldij en hoge kantineprijzen en haat tegen de officieren deden de militairen het recht in eigen hand nemen. Ze plunderden de kantine, staken barakken in brand en schoten met scherp. SDAFer Troelstra dacht dat ons land rijp was voor een revolutie. Hij vergiste zich. Oorzaken en gevolgen van een hete herfst. <br />

Economisch was Nederland aan de afgrond geraakt. Er stond hongersnood voor de deur. Vooral de arbeiders waren er erbarmelijk aan toe. Er heerste immers al vier jaar oorlog. In oktober 1918 kwam er een eind aan het geduld van de Nederiandse soldaten. Zij wensten niet langer te worden behandeld ,,als slaven en beesten." De munitievoorraden waren ontoereikend. Slechts één op de veertig militairen bezat een helm, één op de tachtig een gasmasker. Er waren ruim twee handgranaten per man. De soldij was gering, terwijl de tarieven in de kantines hoog waren. De situatie in de kazernes was niet best. Overvolle barakken! In hetzelfde lokaal waar de mannen sliepen werd gegeten, gepoetst en de uitrusting in vaak primitieve kastjes opgeborgen. De zindelijkheid liet ook veel te wensen over, vooral die van de was- en badgelegenheid. De Harskampse situatie was niet veel slechter dan elders. Het kampleven was wel primitief. Allerlei werkzaamheden moesten door de soldaten zelf worden opgeknapt, bij voorbeeld het schoonmaken van groenten en het schillen van aardappelen. Als het eten klaar was haalden grote aantallen ,,etenhalers" het op en brachten het naar de verstrekkingspunten waar het, in de open lucht, werd verdeeld. Men nuttigde zijn maaltijd bij goed weer ter plekke; bij slecht weer ging men op een holletje naar de tent om het maal aldaar te verorberen.

Niet voldoende eten
Toen brak vrijdag 25 oktober 1918 aan. Een dag die geschiedenis zou maken. Een revolutiedag! Volgens het socialistische dagblad "Het Volk'' zouden er die dag lange en vermoeiende marsen zijn gemaakt. Tot overmaat van ramp bleek na afloop dat er niet voldoende eten was. Kantinebaas Van Roon werd uitgemaakt voor O. W. -er, omdat hij te hoge prijzen zou berekenen. In de officierskantine zaten de officieren wel uitgebreid te eten. Dit was aanleiding voor een van de soldaten om een fietsenrek de officierskantine binnen te gooien, dwars door de ruiten heen. Luitenant-kolonel Fabius, de legercommandant, probeerde het gevaar te bezweren door op de tafel te springen. Hij gebood de soldaten hun scherpe patronen die ze op zak hadden -120 stuks— in te leveren. Dit weigerden ze. Weldra vlogen toen de aardappelen door het vertrek. Óp dat moment sloegen de meeste officieren op de vlucht. Er is zelfs naar officieren, toen ze passeerden, met stenen gegooid. Volgens De Telegraaf werd er door een van de officieren, blijkbaar uit zelfverdediging, geschoten. Toen deze zich naar de officierskantine begaf, zoals men dacht, begaf de meute zich daar ook heen. Een aantal planken van de muziektent werd losgerukt en daarmee werden de deuren van de officierskantine opengebeukt. Rond tien uur 's avonds werd deze door zo'n zestig soldaten geplunderd. En een paar uur later lagen de oproerkraaiers stomdronken op hun brits.

Volslagen anarchie
De zaterdag —26 oktober— werd de echte "revolutiedag". Na het middageten, rond één uur, begon de herrie opnieuw. Enkele soldaten weigerden dienst. Die dag werden de officieren niet meer gehoorzaamd. Een handjevol muiters, gevolgd door een honderdtal nieuwsgierigen, trok de manschappenkantine binnen. Ze sloegen er alles kort en klein en lieten de tien-literflessen sterke drank van mond tot mond gaan. Tot de voorraad op was. Bovendien werd er gegooid met kleine klinkers die uit de randbestrating werden gehaald. Van alle barakken werden de ruiten ingegooid. Toen de officieren naar buiten kwamen werden ze met een regen van stenen en luid gejoel begroet. Rond drie uur heerste er een volslagen anarchie. Er werd volop "gehesen", zodanig dat de manschappen voor het grootste deel in beschonken toestand geraakten. De oproerlingen, gewapend met geweren en knuppels en verhit door de drank, wilden ieder te lijf gaan die ze op hun weg ontmoetten. De soldatenkantine werd volledig geplunderd en in brand gestoken. De officieren die probeerden te blussen werden met stenen bekogeld. Weldra stak men de ene barak na de andere in brand. Het niet-muitende deel bracht ijlings zijn spullen in veiligheid. Vier van de zestien barakken brandden tot de grond toe af. Op bevel der officieren werd op de wegvluchtende soldaten geschoten. Die hadden zich intussen echter ook van geweren voorzien en schoten terug. De kogels vlogen in het rond. De leiding had, om kortsluiting te voorkomen, de elektrische centrale uitgeschakeld. Alleen de vlammen verlichtten toen nog het kamp. Even later bereikte het vuur tienduizend scherpe patronen, die ontploften. Verscheidene officieren vluchtten, richting Otterlo. Een paar die nog niet de benen hadden genomen werden in de vijver gegooid.

Geen doden
Toen de verwarring het hoogst was, nam de dappere eerste luitenant Vonk de leiding. Samen met een paar vaandrigs en de tweede luitenant lukte het hem het kamp te zuiveren. De manschappen vluchtten door de sloot die achter het kamp liep. De Telegraaf schreef dat ze tot hun schouders door het water moesten. Vanuit het station Stroe probeerden velen thuis te komen. Wijlen bakker Mark uit Harskamp vertelde mij dat de stationsbeambte de wagon waarin de muitende soldaten zaten, afkoppelde. Met overvaltroepen werden ze toen weer naar Harskamp teruggebracht. Veel vluchtelingen brachten de nacht bij particulieren door. De volgende morgen keerden sommigen terug naar het kamp, anderen vertrokken op hun fiets naar het noorden. Doden zijn er, zover we weten, niet gevallen. De zondagaflevering van De Telegraaf sprak over zestig doden en nog meer gewonden. Ook "Het Volk" sprak over minstens twee doden die in de vlammen zouden zijn omgekomen. Er zouden beenderen, darmen, een stuk van een lever en een strottehoofd zijn gevonden. Getuigen verklaarden bovendien dat zij, toen de brand op zijn hevigst was, geschreeuw gehoord hadden van mensen die de vuurzee niet meer konden ontvluchten. Later zijn deze berichten echter tegengesproken.

Oorzaken
Een onderzoek naar de oorzaken van zo'n revolutionair gebeuren is altijd de moeite waard. Met nadruk zeg ik "oorzaken"; het waren er duidelijk meer. U moet zich die soldaten voorstellen, vanuit Groningen en Drenthe gekomen en nu in de eenzaamheid, ver bij hun gezin of verloofde vandaan. De behandeling door de officieren was niet best. Het linkse blad "Het Volk" schreef:,,Wanneer een vader echter zijn kinderen behandelde op de wijze zoals officieren in den Harskamp hun soldaten behandelen, dan zou men van een ontaarden vader spreken." Bovendien was het leven in het kamp erg eentonig. De Tribune noemde het kamp in Harskamp ,,een tweede Siberië, een ,,Duivelseiland"." Er was weinig ontspanning en de kazernes waren overvol. Veel onvrede heerste er over het intrekken der verloven, waardoor de soldaten de zondagen bijna niet meer naar huis mochten. Bovendien was het eten slecht en onvoldoende. De prijzen in de kantines waren schrikbarend hoog. En ook het voortdurend wachtlopen zette veel kwaad bloed. Wat vooral de woede der soldaten deed ontsteken was volgens "Het Volk" ,,het uitermate onvoorzichtig en hanig optreden der officieren." Eén van de belangrijkste oorzaken was de Spaansegriepepidemie. Deze ziekte woedde in die tijd over de hele wereld en eiste ook in Nederiand een groot aantal slachtoffers: ca. 17.400. Over de hele wereld stierven meer dan 20 miljoen mensen. Vooral onder de ï> militairen in het garnizoen Ede heerste de epidemie erg. Als we bedenken dat Harskamp slechts dertien kilometer van Ede verwijderd ligt, is het begrijpelijk dat ook in Harskamp de verloven werden ingetrokken. Dit om besmetting zo veel mogelijk te beperken. Scheffer, de schrijver van het voortreffelijke boek "November 1918. Journaal van een revolutie die niet doorging", gaat zelfs zo ver dat hij het intrekken der verioven, alsook het slechte eten, niet slechts als oorzaken, maar als onmiddellijke aanleidingen ziet tot de opstand.

Gevolgen
De revolutiegeest bleef niet binnen de grenzen van Harskamp. Weldra kwamen uit tal van plaatsen berichten over toenemende ontevredenheid van militairen. Een groep zogenaamde vrijwillige deserteurs was vanuit Harskamp in de Broerenkazerne te Zwolle gearriveerd. Daar heerste al een ontevreden stemming, die door de komst der deserteurs weldra uit de hand liep. In Amersfoort werd in De Vlasakkers een bureaubarak in brand gestoken. In Vlissingen werden behalve ruiten van barakken ook die van burgerwoningen ingegooid. En op tal van andere plaatsen braken ongeregeldheden uit. Toen eenmaal het Harskampse schaap over de dam was, volgden er weldra meer... Er waren ook politieke consequenties aan verbonden. Dan denk ik in de eerste plaats aan het ontslag van de opperbevelhebber van Land- en Zeemacht, generaal Snijders. Minister De Jong van Oorlog -zoals dat toen heette— had hem al veel eerder willen ontslaan, maar dat vond koningin Wilhelmina toen niet goed. Na de Harskamp-rellen hebben vooral de socialisten ervoor gezorgd dat de generaal ontslagen werd.

"Novemberrevolutie"
De reeds genoemde Scheffer gaf zijn boek de sprekende titel "November 1918. Journaal van een revolutie die niet doorging" mee. De SDAP-voorman mr. Pieter JellesTroelstra dacht dat de Harskamp-rellen het sein waren voor een algehele proletarische revolutie naar Russisch model. Hijzelf zou daar de leider van worden, zo dacht hij. Hij schrijft in zijn "Gedenkschriften" dat hij zich door de grootheid van het ogenblik en de geestdrift van zijn kameraden had laten meeslepen. Troelstra vergiste zich echter; hij bleek te weinig aanhang te hebben. Ons land was niet rijp voor een revolutie... Troelstra's partijgenoot Schaper schrijft er in zijn boek een prachtige anekdote over. Troelstra zou een ,,waschvrouw" hebben die ook bij een generaal of kolonel aan huis waste. En die ,,hooge militair" zou heel bezorgd zijn over de naaste toekomst en revolutie verwachten.

Berlijn
De angst voor een revolutie was niet ongegrond. In 1917 reeds was in Rusland de revolutie uitgebroken en had Lenin de macht gekregen. En in de zomer en herfstvan 1918'kraakte' het in het overige Europa. In Duitsland ging men de ooriog verliezen. Men wilde dat de keizer zou aftreden, maar die weigerde. Op 4 november kwamen toen de matrozen van de marinebasis te Kiel in opstand. Zij moesten nogeen keer uitvaren om een gevecht met de Engelsen uit te lokken, hetgeen ze weigerden. In Nederiand zagen velen een verband tussen Harskamp en Kiel. Weldra werd het in heel Duitsland onrustig, totdat de revolutiegolf Berlijn bereikte. De socialisten hebben toen de macht in handen genomen en eisten de troonsafstand van keizer Wilhelm II. Weldra werd de Republiek uitgeroepen. Als we deze onrustige toestand overzien, is het uiteraard niet vreemd dat Troelstra dacht dat de revolutie niet bij Zevenaar zou ophouden maar ook ons land zou overspoelen. En dat zou nu net niet gebeuren!

Houding der Nederlanders
Groen van Prinsterer had in zijn tijd al scherp geageerd tegen de revolutie, ,, de openbaring van het ongeloof." De socialisten dachten daar vanzelfsprekend anders over, hoewel veel van Troelstra's partijgenoten vonden dat hij te ver was gegaan door de revolutie te proclameren. De katholieke arbeiders waren danig geschrokken en mobiliseerden al hun krachten tegen de "roden", En de gereformeerden hielden een speciale bidstond om de Heere God te danken dat Hij het gevaar der revolutie had afgewend. Tekenend is in dit verband het gedicht van een Haariemse predikant dat hij schreef voor dankdag, 28 november 1918: „Wilde oproergeest, Een volksdeel ingevaren, Bracht 't vaderland in angst en zielsvervaren, Als waar' 't verweesd. Maar God regeert: Van snoode ontwerpen dronken Is hij bedwelmd ter aarde neergezonken, Zijn trots vermeerd."

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 oktober 1988

Terdege | 72 Pagina's

Muitende militairen in Harskamp

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 oktober 1988

Terdege | 72 Pagina's

PDF Bekijken