Bekijk het origineel

Visie op de eindtijd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Visie op de eindtijd

"Je hoet niet in Israël te geloven om zalig te worden"

14 minuten leestijd

<br />Is de bekering van Israël aanstaande? Komt er een duizendjarig rijk? Het zijn vragen die door de Golfoorlog weer in het middelpunt van de belangstelling staan. Ook de massale trek van joden uit met name de Sowjet-Unie naar Israël speelt daarbij zeker een rol. Mensen die willen vasthouden aan de onfeilbaarheid van de Schrift, komen juist als het om de toekomstleer gaat tot totaal verschillende conclusies. Oorzaak daarvan is meestal een verschillend verstaan van de verhouding tussen het Oude en Nieuwe Testament. Als tweede artikel in de serie "Visies op de eindtijd" een interview met ds. A. Moerkerken, vertegenwoordiger van het calvinistische standpunt.

De behoefte om voor concrete gebeurtenissen bijbelse aanwijzingen te zoeken, neemt in deze tijd weer sterk toe. Verw/onderlijk is dat niet. De ontwikkelingen van de laatste jaren zijn ingrijpender geweest dan die in vele decennia ervoor. De situatie in het Oostblok, voorheen door velen beschouwd als de bakermat van de antichrist, is drastisch veranderd. Momenteel houdt de situatie in het Midden-Oosten, het gebied waar de oorsprong van de mensheid ligt, de wereld in de ban. En dan is er nog het mysterie van Israël, dat zich door alles heen staande weet te houden, en vanuit heel de wereld de joden tot zich trekt. Ook in de gereformeerde gezindte zijn er steeds meer die de huidige ontwikkelingen zien in het licht van een komende volksbekering van Israël, al dan niet in combinatie met de komst van een duizendjarig rijk. Anderen laten tegen deze ontwikkeling juist een waarschuwende stem horen. Een van hen is ds. A. Moerkerken, predikant van de Gereformeerde gemeente te Gouda. In het kerkelijk orgaan "De Saambinder" van 31 januarijl. bekritiseerde hij ,,een valse Israëlromantiek, die, vaak vermengd met een flinke scheut chiliasme, sommigen vandaag de dag tot dweperij schijnt te brengen."

Israëlromantiek
Nu weten de Gereformeerde Gemeenten zich sterk verbonden met de nadere reformatoren en in mindere mate de puriteinen. In tegenstelling tot Calvijn hadden de meesten van hen een uitgesproken verwachting van een toekomstige bekering van het joodse volk en waren gematigd (post-millennianisme) of zelfs uitgesproken chiliast. Het leek erop dat ook zij van ds. Moerkerken een veeg uit de pan kregen. , ,Dat heb ik zeker niet bedoeld. Onder valse Israëlromantiek versta ik het identificeren van het huidige Israël met het oudtestamentische Israël, vaak opgekomen door sentimenteel gekleurde vakantiereizen. Daar ben ik erg huiverig voor. Ik heb niet gedacht aan het gematigd chiliasme van sommige nadere reformatoren en puriteinen."

Kritische geluiden
niet aansluiten bij de gangbare visie onderde nadere reformatoren? ,, Als het gaat om de interpretatie van bijvoorbeeld Romeinen 11 hebben de Gereformeerde Gemeenten zich inderdaad aangesloten bij de visie van Calvijn, die in het derde boek van zijn Institutie zeer kritisch over het chiliasme spreekt. Waarbij ik wel wil aantekenen dat niet de hele Nadere Reformatie over de toekomstleer denkt als Brakel, die een gematigd chiliasme voorstond. Mensen als Waleus en Maresius hebben juist heel kritische geluiden laten horen tegenover zijn denken op dit punt. Iemand als Voetius neemt naar mijn gevoel een middenpo-sitie in." Dat neemt niet weg dat a Brakelzijn gematigd chiliastische visie "het gevoelen van zeer vele uitnemende O godgeleerden uan alle tijden, en uan verre de meesten in onze dagen" kon noemen. „Inderdaad. En het is voor mij nog een open vraag waar dat gevoelen vandaan kwam. In het algemeen hebben de nadere reformatoren zich sterk aangesloten bij Calvijn. Ik heb de indruk dat ze in hun toekomstleer direct of indirect beïnvloed zijn door de Engelse puriteinen."

Apocalyptisch boek
De Gereformeerde Gemeenten hebben in dat opzicht duidelijk afstand genomen uan de Nadere Reformatie. Heeft de invloed van dr. Abraham Kuyperopds. Kersten daarbij een rol gespeeld? ,,In de laatste bladzijden van zijn dogmatiek neemt ds. Kersten duidelijk afstand van het chiliasme. Hij heeft zich daarbij in sommige opzichten aangesloten bij Kuyper, hoewel die over het duizendjarig rijk toch ook weer gedachten heeft die de onze niet zijn. Duidelijk is dat ds. Kersten de visie van Brakel, zij het op een voorzichtige en vriendelijke wijze, afwijst. In z'n algemeenheid denk ik dat een lijn te trekken is van Calvijn via Kuyper naar Kersten." Brakel stelt in zijn Redelijke Godsdienst dat in hetNieuwe Testament met Israël altijd het uolkisraël wordt bedoeld en niet het geestelijklsraël. Hoe waardeert u die opuatting? ,,Daarin ben ik het met hem eens. Ik zou geen tekst weten waarin dat niet het geval is. Met uitzondering van teksten in het boek Openbaring, bij voorbeeld over de twaalf stammen. Het boek Openbaring is een apocalyptisch boek en van een zo bijzonder genre, datje het niet op één lijn kunt stellen met bij voorbeeld de Handelingen der apostelen of de brieven."

Allegoriseren of verklaren
Hoe moeten de oudtestamentische beloften voor Israël gelezen worden?Met bet oog op het natuurlijk Israël, het geestelijk Israël ofbeide? ,,In z'n algemeenheid vind ik datje in de exegese alle profetische stoffen in het Oude Testament die op Israël slaan in de eerste plaats historisch en letterlijk moet duiden. Preek ik over Ezechiël 37, dan begin ik met de herstelling van het volk door de wederkeer uit de ballingschap. Slaat men direct aan het vergeestelijken, dan kan dat in plaats van een teken van diepgang een teken van oppervlakkigheid en gebrek aan studiezin zijn. In de tweede plaats moetje je afvragen in hoeverre deze gedeelten in het licht van het Nieuwe Testament geestelijke, symbolische betekenis hebben. Daarmee ben je niet aan het allegoriseren, zoals het chiliasme ons verwijt. Watje doet is de oudtestamentische profeten door de bril van het Nieuwe Testament lezen. Als ik zie hoe Paulus in de Galatenbrief over de twee verbonden spreekt op grond van het onderscheid tussen Sara en Hagar, dan zeg ik: Zo zou ik het niet durven doen als het niet in de Bijbel stond. Maar het staat er wel zo, geïnspireerd door Gods Geest, en dan heb ik Paulus in die uitleg te volgen."

Dieper perspectief
Mensen alsMcCheijne hebben gesteld dat de zogenaamde wederkeerprofetieën niet volledig zijn vervuld in de terugkeer uit deBab]^lonische ballingschap en daarom nog op een uiteindelijke vervulling wachten. ,, Daar ben ik het niet mee eens. De wederkeerteksten zijn naar mijn mening primair vervuld door het edict van Kores. De gereformeerde dr, Aalders heeft erop gewezen dat het oudtestamentische woord wederkeer ook de betekenis heeft van bekering. Als de profeten over een wederkeer spreken, gaat daar doorgaans de bekering aan vooraf. Zo is het ook gebeurd. In 539 voor Christus is een overblijfsel met berouw teruggekeerd uit de ballingschap. In sommige oudtestamentische profetieën zie ik nog wel een onvervulde rest, maar die wil ik dan alleen op Christus' wederkomst en de heerlijkheid die daarop volgt betrekken. Een voorbeeld daarvan zie je in Jesaja 11, waar de voorzegging van Christus' eerste komst bijna naadloos overgaat in de profetie over Zijn wederkomt en de heilstaat die daarop zal volgen. Deze profetieën zijn als bergen die achter elkaar liggen en op het eerst gezicht een eenheid vormen, maar waar in werkelijkheid een grote afstand tussen kan liggen."

Aards joods denken
,,Ik bestrijd dat wij de vestiging van de staat Israël in 1948 moeten zien als een vervulling van oudtestamentische beloften. Dan vallen we terug in het aardse joodse denken uit de tijd van de omwandeling van Christus op aarde. Had ik voorafgaande aan de wederkeer als vrucht van het zionisme een bekering tot Christus waargenomen, dan was ik gaan aarzelen. Maar die zie ik niet. Iets anders is dat de Heere de dingen die nu in Israël gebeuren, kan gebruiken als een raamwerk waarin Hij het volk van Israël weer met Zijn heilsbeloften bedeelt, maar dan in geestelijke zin. Dat acht ik niet onmogelijk." Hoe ziet u in dit verband de term "Israël" in Romeinen 11 vers 26? , , Het is een hermeneutische regel dat wanneer één woord in een pericoop meermalen voorkomt, het alle keren dezelfde beteke- [> nis heeft. Tenzij je kunt bewijzen dat sprake is van een bewuste woordspeling. In Romeinen 11 vers 26 is dat mijns inziens niet liet geval en sluit ik me liever aan bij de mening van de kanttekenaren dan bij die van Calvijn. Wat niet insluit dat ik een massale volksbekering van de joden verwacht."

Olijfboom
,, Paulus plaatst tegenover elkaar de volheid der heidenen en geheel Israël. Ik zie die begrippen parallelantithetisch. Parallel de begrippen volheid en geheel. Antithetisch de woorden heidenen en Israël. In het beeld van een olijfboom zien we de volheid — het volle getal van de uitverkorenen— uit de heidenen, en geheel Israël, ofwel het volle getal van de uitverkorenen uit Israël. Ik zeg niet dat er absoluut geen volksbekering van de joden is te verwachten. Maar ook als dat niet gebeurt is Romeinen 11 vers 26 voor mij vervuld. Zoals ook de profetie van de terugkeer van Israël uit de ballingschap in Babel vervuld is in de terugkeer van het overblijfsel. De olijfboom in z'n uiteindelijke vorm, waarover Paulus spreekt, is voor mijn besef de kerk Gods. Je krijgt tegenwoordig wel eens de indruk datje niet in Christus, maar in Israël moet geloven om zalig te worden. Daar ben ik zeer beducht voor. We moeten niet in Abraham, maar in Christus ingeënt worden.''

Gereformeerd belijden
De opvatting dat de olijfboom een beeld is van Israël wijst u af? ,,Inderdaad. Tegenover het chiliasme ben ik er met het klassiek gereformeerde belijden van overtuigd dat de kerk niet alleen nieuwtestamentisch is, maar er geweest is van het paradijs af. Vóór de Heere het genadeverbond een patriarchale vorm gaf in Abraham en een nationale vorm aan de Sinaï, was er een kerk. Henoch en Noach zijn zalig geworden. Die waren toch niet in Israël ingelijfd, maar in de kerk, waarvan Adam en Eva de eerste leden waren. De natuuriijke takken waarover Paulus in Romeinen 11 spreekt zijn het beeld van Israël, maar die takken zijn onderscheiden van de boom." Brakelziet de olijfboom als een beeld van het genadeverbond. ,, Daarin ben ik het volledig met Brakel eens. De stam en de wortel zijn een beeld van het ware Israël en van het wezen van het verbond. De afgebroken takken zij een beeld van het vleselijk, ongelovig Israël."

Grenzen
de bewogen en geestrijke prediking van McCheyne, maar exegetisch zijn zijn preken niet altijd even sterk. Jesaja 60 staat in het grote geheel van de beloften van de wederkeer en de heeriijkheid van het herstelde Jeruzalem. Midden in dat gedeelte staat Jesaja 61 vers 1. ,,De Geest des Heeren HEEREN is op mij." Als de Heere Jezus dat gedeelte leest in de synogoge van Nazareth, zegt Hij:,,Heden is deze Schrift in uw oren vervuld. '' Moet Jesaja 60 dan nog vervuld worden? Ik geloof niet dat Jezus alleen die eerste drie verzen van Jesaja 61 bedoelt, maar de hele profetische boodschap. Ben je consequent in het letterlijk nemen van alle oudtestamentische profetieën, dan neem je ook de bijbelgedeelten die spreken over een herbouw van de O tempel en een herstel van de tempeldienst letterlijk. Overtuigde chiliasten doen dat ook. Daar ga je voor mij heel duidelijk over de schriftuurlijke en confessionele grenzen. Het voorhangsel is dan tevergeefs gescheurd en de Hebreenbrief kunnen we wel uit onze Bijbel verwijderen."

Glashelder kenmerk
In de visie van Augustinus en Calvijn leven we nu in het duizendjarig rijk, waarin de satan gebonden is. Hoe is dat te verenigen met het getuigenis van Petrus dat de duivel omgaat als een briesende leeuw? „Ik vind dat er van de binding van de satan ontzaglijk veel te merken is geweest. Lees " De kerk van alle tij den" van Praamsma, over twintig eeuwen kerkgeschiedenis. De wonderen die God werkte door de prediking van het Evangelie. In Openbaring 20 staat niet dat satan geen macht meer zal hebben, maar dat hij de volken niet meer kan verleiden." Nu leert de kerkgeschiedenis ook dat de kerk soms gesmoord is in bloed, denk aan het protestantisme in Frankrijk. „Inderdaad. Guido de Brés heeft van de kerk beleden dat ze er altijd is geweest, maar soms voor een tijd als tot niet geworden is door het woeden van de vijand. De satan is zeker niet machteloos. Hij is in de afgrond en nog niet in de poel die brandt van vuur en sulfer. Maar dat op Irian Jaya volksstammen die elkaar veertig jaar geleden nog opaten nu in vrede leven, omdat zij iets van de verzoening hebben leren kennen, is voor mij een glashelder bewijs dat de satan in zeker opzicht gebonden is." Hoe ziet u het feit dat dwalingen binnen de kerkzelf in alle eeuwen velen hebben verleid? , , Ook daarin zien we dat de satan nog rondgaat als een briesende leeuw. Maar zelfs een overtuigde chiliast zal niet kunnen ontkennen dat in de loop van de geschiedenis, ondanks alle vervolgingen en ketterijen, volk na volk in de verkondiging van het Evangelie een beurt heeft gekregen. Een heilrijke beurt. Het een langer, het ander korter. Overigens zie je bij gematigde chiliasten als Brakel dat ook zij er niet van uitgaan dat in een komend duizendjarig rijk de satan geen macht meer heeft. Ook dan zullen er vijanden en hypocrieten zijn.

Alle macht
Watziet u als de belangrijkste exegetische argumenten tegen een letterlijk nemen van Openbaring20? ,,In de eerste plaats het feit dat Openbaring een apocalyptisch boek is, vol van symbolen en symbolische getallen. Waarom moeten we hoofdstuk 20 letterlijk nemen, terwijl we toch in bijvoorbeeld hoofdstuk 21 wel beeldspraak zien? In de tweede plaats blijkt nergens uit dat het over een aards vrederijk gaat. Johannes ziet de zielen van degenen die onthoofd waren. Ik hang de opvatting aan dat we de Openbaring niet moeten zien als een lijn van gebeurtenissen die elkaar chronologisch opvolgen, maar als een spiraal waarin de hele wereldgeschiedenis in een reeks van taferelen steeds vanuit een andere gezichtshoek wordt bezien." Een belangrijk argument van de chiliasten is, dat wij nu nog niet zien dat Christus alle dingen onderworpen zijn (Hebreen 2 vers 8) en dat na het duizendjarig rijk de Zoon Zelf onderworpen wordt Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft (1 KorinthelS vers 28). Wanneer heerst in het klassiek gereformeerde standpunt Christus vooral Ier oog vanaf de troon van David? ,, Het standpunt van de chiliasten is dat Christus nu wel Koning is over de kerk, maar niet over de wereld. Dat koningschap valt in de toekomst. Ik zou me geen raad weten als het zo was. Christus heeft voor Zijn hemelvaart gezegd: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Je moet toch wel wonderlijk exegetiseren om dat op de toekomst te betrekken. De logische consequentie van het chiliasme is het geloof in twee wederkomsten. Dat is voor mij volledig in strijd met het getuigenis van het geheel van de Schrift. Als gezegd wordt dat Christus zal regeren vanaf de troon van Zijn vader David, is dat in joods woordgebruik een voorzegging van het geestelijk koningschap van Christus."

Ingezonken
Welke plaats moet in de prediking worden toegekend aan de leer over de dingen die haast geschieden moeten? ,, Uiteindelij k gaat het niet om de vraag wanneer Christus zal komen en hoe Hij zal wederkomen. Het gaat erom of wij Hem kennen en naar Hem verlangen. Niemand is ermee gediend als hij elke zondag toekomstbespiegelingen aangeboden krijgt, waar het hart koud bij blijft. Aan de andere kant dient de tekstkeuze van een predikant evenwichtig te zijn. Dat betekent dat ook regelmatig uit het boek Openbaring zal worden gepreekt. In het algemeen moetje zeggen dat het een teken van ingezonken geestelijk leven is, dat artikel 37 van de geloofsbelijdenis van Guido de Brés zo weinig leeft onder Gods kinderen. Gods Woord eindigt met het: "Kom, Heere Jezus". Als je dat beseft blijft er alleen maar schuld over, omdat wij zo weinig rekening houden met Zijn naderende wederkomst.''

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 maart 1991

Terdege | 80 Pagina's

Visie op de eindtijd

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 maart 1991

Terdege | 80 Pagina's

PDF Bekijken