+ Meer informatie

De kern en de vrucht van een afsnijdende prediking

4 minuten leestijd

Er moet „afsnijdend" gepreekt worden, daar zijn velen het wel over eens. Maar wat is de juiste afsnijdende prediking? Als de wet recht gepreekt wordt, is men doorgaans ook helder in de leer van het Evangelie, ervaart ds. Op 't Hof<br />

Onlangs ontving ik een brief waarin een zinsnede mij trof: „maar ik geloof als er eens wat afsnijdender gepreekt werd dat er dan meer gebeuren zou in de gemeenten." De belangrijke vraag is: Wat is een afsnijdende prediking? Hieronder versta ik een prediking waarin steeds op de kern aangekoerst wordt en waarin alles wat buiten en vóór die kern ligt, als onvoldoende aangemerkt wordt. Deze kern, waarop het aankomt, wordt door Paulus of beter gezegd door de Heilige Geest in 2 Korinthe 5:17a als volgt onder woorden gebracht: „Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel." De Heidelbergse Catechismus verwoordt dit in het eerste antwoord op deze wijze: „Dat ik Jezus Christus eigen ben."

In zichzelf
Er kan veel zijn dat die kern niet is. Velen onder ons zijn altijd godsdienstig geweest of zijn dat geworden, gevoelen onder de prediking bepaalde aandoeningen, krijgen teksten en verzen die bevestigd worden, ontvangen uitreddingen in hun leven en denken op grond van dit alles dat zij het nieuwe leven deelachtig zijn. Zij menen van zichzelf te weten dat zij kennis van hun zonden en een honger en dorst naar Christus hebben. Er zijn er zelfs die hiermee aan het Avondmaal verschijnen. Hun bekering bestaat ten diepste uitsluitend in wat er met hen zelf gebeurd is. De Bijbel daarentegen leert nadrukkelijk dat het leven van Gods kinderen buiten hen in Christus ligt. De zaligheid is om te mogen delen in dat wat de drieënige God in Christus heeft gedaan. Wie niet binnen de muren van de vrijstad Christus is, kan en mag nooit ofte nimmer denken dat hij veilig is. Een afsnijdende prediking kent ook een andere richting. Er zijn ook kerk- en Avondmaalgangers -en wellicht meer dan de hiervóór bedoelden- die roemen in hun geloof in hun Heere Jezus Christus en ondertussen in hun levensuitingen het op een akkoordje met de wereld gooien en/of geen kennis aan de bevindelijke gangen van Gods volk hebben. Juist voor hen moeten de concrete en bevindelijke kenmerken van het ware leven des geloofs gepredikt worden.

Tegenstand
Wie geen vreemdeling in het kerkelijke leven en in zijn of haar eigen hart is, weet dat zo'n afsnijdende prediking veel tegenstand oproept. Ieder kerkmens wil er wel binnen, maar nooit buiten gezet worden. Ook in het jaar onzes Heeren 1991 prefereert men een prediking waarin het niet zo nauw en zo concreet luistert. Wanneer evenwel in de prediking het tweesnijdende zwaard van het Woord Gods in het vrome vlees gezet wordt, roept men uit „Deze rede is hard." Soms verbindt men hieraan dezelfde consequenties als de kerkgangers uit Johannes 6: „Van toen afgingen velen Zijner discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem." Een andere vrucht van een afsnijdende prediking kan zijn dat er minder Avondmaalgangers en minder belijdeniscatechisanten komen. Het lijkt erop dat de briefschrijfster ongelijk heeft: in plaats van dat er meer gebeurt, heeft er minder plaats. En de kerkeraad die deze mening ook toegedaan is, zegt: „Dominee, u hebt wel gelijk, maar zou u het niet anders willen zeggen, want zo gaat het niet goed."

Alleen Christus
Ooit kwam er eens een beroepingscommissie met een predikant praten. Enthousiast vertelde men hem dat alles zo geweldig liep in hun gemeente. Kerkgang, catechisatiebezoek en Avondmaalsgang namen nog steeds toe. Toen de predikant vroeg hoe het met het geestelijke leven gesteld was, keken de mannenbroeders hem in opperste verbazing aan en zeiden: „Dat hebben wij toch zojuist verteld?" Toen de dienaar des Woords zijn vraag verduidelijkte door te informeren of er in hun gemeente arme en goddeloze zondaren een rijke Christus mochten aanprijzen, gingen zij maar snel op een ander onderwerp over... Wanneer vrome kerkmensen goddelozen doemelingen voor God worden, is dat vrucht. Wanneer zielen buiten Christus het ongenoegzame van hun geestelijke staat en stand leren kennen en hun weerstand tegen Christus en vrije genade alleen leren belijden en bewenen, is dat vrucht. Wanneer dezulken geen rust meer hebben, totdat zij in de weg van een van God geschonken geloof de vrede in het bloed van Christus ontvangen, is dat vrucht. Mijn pastorale ervaring heeft mij geleerd dat hoe scherper men onder de wet is geleid, des te helderder men is in het evangelie. De vrucht van een afsnijdende prediking is dat alleen Christus geprezen wordt. Kan er ooit meer vrucht zijn dan dit?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.