+ Meer informatie

Het werk van God niet vergeten, maar gedenken

„Gedenk dan..." Openbaringen 3:3a

4 minuten leestijd

<br />

Wat kan het laag aflopen in het leven van Gods Kerk en van de ziel. Een goede naam hebben bij zichzelf, bij Gods kinderen, bij de ambtsdragers en bij kerkmensen en toch een dor en dodig, vruchteloos geestelijk leven kennen. Een goed functionerende gemeente en toch geldt voor alle werkzaamheden dat ze niet vol zijn voor God. Wat is de oorzaak en tevens de remedie? Immers, diagnose en therapie zijn nauw met elkaar verbonden! Ook geestelijk.

Christus als Kerkvisitator zegt in Zijn rapport aan Sardis na ontdekking aan de zonde: „Gedenk..." De zonde van vergeetachtigheid heeft hard toegeslagen. Wij mensen vergeten in het natuurlijke leven omdat we vergeetachtig van aard en geheugen zijn door de val; we vergeten omdat we geen belangstelling voor de zaak hebben; we vergeten ook omdat vele andere dingen de vergeten zaak overvleugelen!

Is het geestelijk niet net zo en dan als combinatie van deze drie zaken? Hoe ontzettend om Gods werk te vergeten... Ze vergeten waar ze opgeraapt zijn door de Heere, waar hun schuld is weggedaan. Ze vergeten hoe ze van dood levend gemaakt zijn en van hun zonden gerechtvaardigd in Christus' bloed. Het leeft niet meer in de ziel.

Dat is heel erg. Dan gaat het geloofs- en gebedsleven kwijnen: de eerste liefde is weg, de werkzaamheden worden tot formaliteit en wetticisme! Hoe ondankbaar is dat jegens de Vader en Zijn verkiezing, de Zoon en Zijn Borgtochtelijke betaling en de Heilige Geest en Zijn toepassend werk.

Hoe ondankbaar jegens de ontvangen weldaden van vergeving, genade, Borggerechtigheid, aanneming tot kind, enz. Vergeet nooit een van Zijn weldadigheden, 't is God die z' u bewees! Christus' woord duidt op verregaande verachtering in de genade.

We gedenken wat in het verleden ligt, soms het verre verleden. Er is een distantie. Zeker, er is wel wat te gedenken: aan het gedenken liggen feiten en gebeurtenissen ten grondslag! Dat blijkt uit het vervolg van de tekst: Hoe gij het ontvangen hebt en gehoord hebt...! Het gaat om begenadigde mensen in Christus. Dat feit gaat wel vooraf!

O, wanneer dat woord van Christus inslaat door de Heilige Geest, wat wordt er dan een schuld, smart en hartelijk wenen gevonden. Hij moet gedenken, maar de ziel kan het verleden niet verlevendigen in het heden. Maar de Heilige Geest brengt de ziel bij vernieuwing in de ontdekkende weg tot de binnenkamer van het gebed. Dan roept hij uit: Ach, wierd ik derwaarts weer geleid... Geef mijn angstvallig vrezend gemoed de blijdschap weer... Laat mijn mond weer vervuld worden met blijdschap vanwege Uw heilig recht en vanwege Uw goedheid.

Kent u deze gang ook? Neen, de Kerk kent geen automatisch, mechanisch geloof dat altijd op de hoogte is. Ze kent diepten en dalen, waar ze uit gehaald moet worden. De Geest der indachtmaking kome over de ziel en worde vaardig. Hij werke de bekering des harten; dat zegt de tekst verderop: het gaat daar om de innerlijke bekering. Een vernieuwde en dagelijke bekering is nodig!

Wanneer dan Gods werk in Christus weer bij vernieuwing verlevendigd wordt en er weer geloofs- en geestelijk leven mag zijn, wanneer dan de lentetijd weer aanbreekt, dan is er ook de zangtijd: „'k Zal gedenken hoe voor dezen ons de Heere heeft gunst bewezen", enz.

Wat is alles dan weer vers en nieuw! Wat is dan Christus weer heerlijk, beminlijk, volzalig, gepast, schoon, aanbiddelijk! Dan geen halve werken, geen loze naam, geen vergeten meer. Dan is er met Maria (zie het vervolg van de tekst) een bewaren en overleggen in het hart van het eenzijdig Drieënig Godswerk, waar de ziel in deelt. Dan geen vleselijk slapen meer in de heiligmaking; dan laten we de dwaze maagden niet ongewaarschuwd en ongenodigd naar het verderf toe slapen. Dan is er een zien op Christus en leven uit Christus... dan zijn de werken vol in "Het is volbracht".

Kennen we dat gedenken van de tekst? Wat is dat toch verdrietig, dat de Kerk de Heere vergeet! Ze teert op het verleden, maar leeft niet vanuit de geloofsvereniging met de levende Christus. De Heilige Geest als de Geest van Christus voert de Kerk terug, opdat ze in het heden mag beoefenen „Zoek in 's Hoogsten lof uw lust." Daar gaat het om. Sardis gaat door op haar weg, maar Christus zet haar stil, roept haar terug, brengt weer tot leven, zodat ze uit de dodigheid herrijst door Zijn Geest en het leven in Christus en uit Christus weer worde gevonden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.