Bekijk het origineel

Een huis vol doosjes

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een huis vol doosjes

De dagelijkse beslommeringen van Jolanda, moeder van vier kinderen. Haar oudste dochter maakt de tekeningen.

3 minuten leestijd

„Mam, heeft u misschien ergens een heel klein doosje voor me?", vraagt Stefan op zaterdagmorgen na het ontbijt. „Wat moet je met een heel klein doosje?", is mijn eerste reactie. Als ik iets wantrouw dan is het wel "Stefan èn heel kleine doosjes."

Vooral doosjes die lijken op lege brintapakken, lege eierdozen of lege gestampte-muisjesdoosjes, want daar heb ik een kamer vol van. Alleen heten ze nu garage, zwembad of politiebureau en mogen dus ook beslist niet weggegooid worden. Ook al liggen ze soms wekenlang onaangeroerd boven op de speelgoedkast.

Soms doe ik het stiekem toch en gegarandeerd dat ik dezelfde dag nog door een 7½-jarigjongetje op het matje geroepen word, die op zijn vraag „waar hebt u die en die doos gelaten, mam?" tegenwoordig zelf al hoofdschuddend het antwoord geeft: „Zeker weer weggegooidl" En, o, wat kost het me dan een moeite om niet in lachen uit te barsten.

Soms vraag ik of iets weggegooid mag worden en heb dan eveneens moeite om m'n lachen in te houden als de maker of maakster ervan na lang en ernstig nadenken, aarzelend knikkend toestemming geeft. Dit lachen is slechts van korte duur. Binnen zeer afzienbare tijd zal er weer een nieuw bouwsel op de lege plek staan en kunnen we weer van voren af aan beginnen.

„Heeft u nu een doosje, mam, of niet?" Voor Stefan, met het geduld van een hongerige beer, duurt elke seconde uren. Maar ik laat eerst nog even mijn blik door de kamer gaan. Hoe staat het op het ogenblik met het doosjesbestand? Kan er nog één bij, ja of nee ? Want dat ik een doosje heb is zeker. Een prachtig doosje zelfs.

Ooit heeft er een pandabeertje ingezeten, gekregen bij waspoeder. Het beertje is al een jaar lang Stefans liefste knuffel en het lege doosje ligt al een jaar lang onder in mijn linnenkast. Te mooi en te stevig om weg te gooien. Er liggen trouwens nog meer doosjes onder in mijn linnenkast. Voor het geval dat... En voor "je weet maar nooit." De vraag is alleen: Geef ik hem aan Stefan of niet.

„Wat wil je ervan maken?", vraag ik opnieuw. „Een grenswachtershuisje. Dus u heeft er één?", juicht hij. „Ja", besluit ik dan, „loop maar even mee naar boven, dan kan ik kijken of het een geschikte is." Tenslotte moeten er nog heel wat uurtjes doorgebracht worden op deze vrije dag.

Stefan, volmaakt gelukkig zit al boven aan de trap. Maar ik denk: Jammer. Want in gedachten zie ik het grenswachtershuisje al bij de oude kranten liggen. Jammer van mijn doosje. Het was zo mooi en stevig. Maar ja, ik zou ook niet weten wat ik er anders mee moest doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 januari 1992

Terdege | 68 Pagina's

Een huis vol doosjes

Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 januari 1992

Terdege | 68 Pagina's

PDF Bekijken