Bekijk het origineel

Hoe komt het dat ik zo vaak last heb van blaasontsteking?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hoe komt het dat ik zo vaak last heb van blaasontsteking?

7 minuten leestijd

Blaasontsteking is een lastige kwaal, waar vooral vrouwen last van hebben. Soms blijft het niet bij één keer. De ontsteking wordt veroorzaakt door één bepaalde bacterie; een goede hygiëne is dan ook heel belangrijk. Wat kun je doen om blaasontsteking te voorkomen?

Blaasontsteking komt vooral bij vrouwen veel voor: ongeveer twintig maal zo vaak als bij mannen. De diagnose is haast al te stellen op het specifieke klachtenpatroon: vaak naar de wc moeten, pijn bij het plassen, sterk ruikende en soms troebele urine.

Wanneer u deze verschijnselen bij uzelf merkt, is het aan te bevelen om uw plasje naar de dokter te brengen, die het zal (laten) onderzoeken. Het beste kunt u een "gewassen plas" afgeven. Dit betekent, dat u zich eerst van onderen goed moet wassen, het eerste deel van de urine moet laten weglopen in het toilet, en pas het tweede deel moet opvangen in een schoon flesje.

Darmbacterieën
De urine wordt gefilterd door de nieren, opgeslagen in de blaas en van tijd tot tijd geloosd via de plasbuis. In principe is urine steriel, pas bij de uitgang van de urinebuis wordt de plas vermengd met de daar aanwezige bacteriën. Als deze bacteriën naar binnen dringen en in de blaas terechtkomen, spreken we van een blaasontsteking.

Vrijwel alle blaasontstekingen worden veroorzaakt door darmbacteriën die via de anus in de plasbuis komen. Dit zijn de zogenaamde coli-bacillen. Aangezien de urinebuis bij vrouwen veel korter is dan bij mannen, en de uitgang van deze buis bij vrouwen dichter bij de anus zit, is het begrijpelijk dat vrouwen veel vaker urineweginfecties hebben dan mannen.

Verschillen
Maar hoe komt het nu dat er bij vrouwen onderling zulke grote verschillen zijn? Slechts één op de vijf heeft geregeld blaasontsteking. Sommige vrouwen zijn er kennelijk erg "vatbaar" voor. Nu zijn er een aantal factoren die het ontstaan van blaasontsteking in de hand werken. Vooral van belang is een gestoorde afloop van urine vanuit de nieren via de urinewegen naar buiten.

Ergens in dit traject kan een obstakel aanwezig zijn, zoals een vernauwing of een steen. Door verandering in het stroompatroon van de urine krijgen bacteriën die van buiten naar binnen dringen, meer kans om zich aan de wand van de blaas of de urinewegen te vestigen. Ook als er een verwijding ergens in de urineweg zit is de kans op infectie groter, aangezien de verblijfsduur van de bacteriën in de urine langer wordt.

Dit laatste is eveneens het geval als er urine in de blaas achterblijft na onvolledig uitplassen. Deze situatie doet zich bij voorbeeld voor bij oudere mannen die door een vergrote prostaat (een klier bij de uitgang van de blaas) moeite hebben om hun blaas te ledigen, en bij vrouwen die een verzakking hebben waarbij behalve de baarmoeder ook de blaas verzakt is. Ook dan blijft er vaak wat urine achter in de blaas.

Hygiëne
Een andere factor die een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van een blaasontsteking, ligt in de persoonlijke hygiëne. Een foutieve schoonveegtechniek na de ontlasting (van achter naar voren) kan de oorzaak zijn van steeds weer terugkerende urineweginfecties. Leer vooral kleine meisjes zich op de juiste wijze af te vegen.

In een aantal gevallen kan de oorzaak liggen in de seksuele sfeer. Door geslachtsgemeenschap kunnen bacteriën gemakkelijker in de urinewegen terechtkomen. We zien dit vooral bij jonge, pas getrouwde vrouwen.

Voorkomen
Enkele algemene adviezen kunnen gegeven worden om blaasontsteking te voorkomen:
a. Zorg voor een evenwichtig leefpatroon. Bacteriën krijgen pas de kans als de afweer van het lichaam te kort schiet. Probeer fit te blijven door aandacht te besteden aan gezonde voeding, voldoende lichaamsbeweging en ontspanning.
b. Draag ruimzittend ondergoed, dat goede bescherming biedt tegen kou en tocht. Te strakke kleding geeft irritatie van de huid in het gebied van de anus en de vagina.
c. Houd nooit de plas onnodig op. Een lege blaas heeft een betere bloedvoorziening dan een volle. Een lege blaas heeft dus een hogere weerstand tegen infecties.
d. Drink voldoende water. Drinken geeft urineproduktie, waardoor de blaas schoonspoelt. Veel mensen proberen door het drinken van citroensap of sinaasappelsap of door het gebruik van extra vitamine C hun plas zuur te houden, om zo de groei van bacteriën tegen te gaan. Of dit echt afdoende is, is zeer de vraag.
e. Veeg na toiletbezoek op de goede manier af, dus van voren naar achteren, anders veegt u de darmbacteriën de plasbuis in.
f. Zorg voor een goede hygiëne in het gebied van de anus en de vagina.

Behandeling
Over de behandeling van blaasontsteking kan ik kort zijn. Het merendeel van de infecties is gemakkelijk te bestrijden met een antibioticum. Als er ondanks de eerdergenoemde preventieve maatregelen en diverse antibioticumkuren steeds weer opnieuw klachten zijn, dient er een specialistisch onderzoek door een uroloog plaats te hebben om de onderliggende oorzaak op te sporen.

Vooral bij jonge kinderen moeten we rekening houden met aangeboren afwijkingen in de urinewegen, die in veel gevallen een operatieve behandeling noodzakelijk maken. Bij oudere mensen kan er zelfs een gezwel, goed- of kwaadaardig, in het spel zijn. Dokter dus niet zelf met blaasontstekingen, zéker niet als de oorzaak onbekend is.

                              ------------------------------

Aspirine, Paracetamol, Ibuprofen: wat is nu precies het verschil?

Hoofdpijn, buikpijn, spierpijn, griep en verkoudheid, keelpijn... er zijn maar weinig mensen die daar nooit last van hebben. Als die klachten echt pijnlijk worden en dus veel hinder met zich meebrengen, is het wel zo prettig iets bij de hand te hebben dat die pijn kan verzachten of wegnemen; de pijnstiller. Pijnstillers zijn bij de drogist verkrijgbaar in een hele reeks merkartikelen. Wat is nu het verschil tussen de ene en de andere pijnstiller?

Wilgebast
De bekendste pijnstillers (vooral bekend als aspirine) die vandaag de dag in de drogisterij worden verkocht, zijn eigenlijk 'uitgevonden' tegen het eind van de vorige eeuw. De stof paracetamol bij voorbeeld werd ontdekt in 1893 en een andere pijnstiller, acetylsalicylzuur (sorry, een eenvoudiger naam is er niet) dateert van 1899.

De stof acetylsalicylzuur is eigenlijk afgeleid van een stof van de wilgebast. In vroeger eeuwen kauwden de mensen namelijk vaak op een stukje wilgebast als men pijn en/of koorts had: een puur-natuur pijnstiller dus. Paracetamol en acetylsalicylzuur zijn de twee belangrijkste stoffen die in de doorsnee pijnstillers voorkomen. Omdat acetylsalicylzuur minder vriendelijk is voor de maag, heeft men op basis daarvan calciumzouten ontwikkeld die de maag wat meer ontzien.

Een betrekkelijk nieuwe stof (ongeveer twintig jaar oud) in pijnstillers is bekend onder de soortnaam Ibuprofen, die -in een dosering van 200 mg- tegenwoordig ook bij de drogist verkrijgbaar is. Ibuprofen werkt bijzonder probaat tegen allerlei pijnen (waaronder ook reumatische) en koorts.

Een stof die ook wel in pijnstillers voorkomt is cafeïne. Cafeïne wordt vaak toegepast in combinatie met paracetamol of acetylsalicylzuur, omdat men aanneemt dat het de pijnbestrijding door de andere stoffen versterkt. Van cafeïne is trouwens ook bekend dat het de slaapverwekkende bijwerking van bepaalde geneesmiddelen tegengaat.

Als mensen slecht kunnen inslapen nadat ze koffie hebben gedronken is dat dikwijls te wijten aan de cafeïne in de koffie. Maar dat terzijde.

Niet alleen tegen pijn
De werkzame stoffen in pijnstillers hebben dikwijls, naast de pijnstillende werking, nog andere werkingen. Dan gaat het met name om het weren van koorts en het afremmen van ontstekingen. Paracetamol bestrijdt behalve de pijn ook de koorts.

De stof acetylsalicylzuur heeft zelfs drie werkingen: pijnbestrijding, koortsverlaging en het afremmen van ontstekingen. Dat geldt ook voor Ibuprofen. Deze nog 'jonge' pijnstiller wordt veelal aangeraden tegen onder meer kiespijn, menstruatiepijnen en reumatische pijnen.

Weer een andere stof die de pijn kan bestrijden, maar die in de 'gewone' pijnstillers weinig gebruikt wordt, is codeïne. Codeïne is afgeleid van morfine en bezit tien procent van de pijnstillende werking van morfine. Het is dus ook aanmerkelijk minder verslavend.

Codeïne wordt met name toegepast in sommige hoestsiropen. Het helpt namelijk uitstekend om hoestprikkels weg te nemen of te verminderen.

Bijwerkingen
Er bestaan maar heel weinig geneesmiddelen, pijnstillers inbegrepen, zonder bijwerkingen of zogenaamde contra-indicaties. Die staan dan ook vermeld op de bijsluiters en op de verpakking. De drogist zal u daarover desgevraagd graag verdere uitleg geven.

U doet er verstandig aan om, als u toch op zoek bent naar een goed preparaat tegen lichte aandoeningen en klachten, de informatiezuil met bijsluiterteksten in te kijken, die in de meeste drogisterijen staat opgesteld. Want het is natuurlijk niet uw bedoeling dat de oplossing voor de ene klacht meteen een andere klacht oplevert.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 11 maart 1992

Terdege | 88 Pagina's

Hoe komt het dat ik zo vaak last heb van blaasontsteking?

Bekijk de hele uitgave van woensdag 11 maart 1992

Terdege | 88 Pagina's

PDF Bekijken