+ Meer informatie

"Mama gaat weg, Erik. Zul je lief zijn?"

12 minuten leestijd

„Zeg, waar werk jij eigenlijk?" „Nee, ik heb geen baan buitenshuis." Verbaasde blikken, opgetrokken wenkbrauwen. „Weet je wel, hoe goed het voor je is om eens wat verder te kijken dan alleen dat kleine kringetje van het gezin?" Of: „Je kinderen lopen heel wat mis, hoor. Die kinderopvang is zó goed voor hun ontwikkeling. En je kinderen worden er ook zelfstandig van!" Het wordt zo overtuigend gebracht dat je als moeder toch wel wat aan het twijfelen gebracht zou worden. Is het waar dat je egoïstisch bezig bent, als je je kinderen bij je wilt houden?

De maatschappij waarin wij leven is ik-gericht. Ieder voor zich is het middelpunt van zijn of haar wereld. Het is niet belangrijk om je af te vragen: „Wat kan ik voor de ander betekenen? Wat kan ik voor de ander doen?" Nee, het is juist zo, dat mensen hun eigen ik en de behoeftes van dat ik centraal stellen. Andere mensen dienen als middel ter bevrediging van die eigen behoeftes. In heel veel dingen komt dat naar voren. Ook rond het gezin. In haar boek "Dag Marietje, tot vanavond" schrijft mevrouw Lodewijks-Frencken: „Moderne mensen vergelijken zichzelf voortdurend met elkaar. In materieel opzicht is er altijd door alle sociale klassen heen, behoefte aan méér. Als iedereen naar Frankrijk op vakantie gaat, dan is dat niets bijzonders meer, dan wil men naar Tunesië of nog liever naar Thailand. De behoefte aan een hoger inkomen ligt daarom ten grondslag aan het feit, dat in steeds meer gezinnen beide ouders werken. Ook de status van moderne vrouwen speelt een rol. Werd je er twintig jaar geleden nog op aangekeken als je als moeder buitenshuis werkte, tegenwoordig word je erop aangekeken als je thuis blijft om voor de kinderen te zorgen. De vrouw die dat doet, heeft het gevoel dat ze 'alleen maar' huisvrouw is, dat ze niets betekent (...). Die ideologie leidt tot een enorme druk op vrouwen om te presteren, om kinderen te krijgen en tegelijkertijd te werken en liefst carrière te maken." Om mee te tellen moet je tegenwoordig een 'duizendpootmoeder' zijn! Vanuit feministische kringen en vanuit de politiek wordt bij moeders steeds meer aangedrongen om betaald werk te zoeken. Kinderen zijn geen bezwaar, want kinderopvang wordt gesubsidieerd. En eventuele bezwaren betreffende de opvoeding van de kinderen worden met allerlei prachtige redenaties ontzenuwd.

Wat is kinderopvang?
Als beide ouders werken, moeten kinderen 'opgevangen' worden. Soms wordt vóór de geboorte van het kind al een plaatsje besproken in een dagverblijf Na het zwangerschapsverlofkan moeder terug naar haar werk en haar baby wordt elders goed verzorgd. Het dagverblijf staat ook open voor peuters. Daarna kan het groter wordende kind naar school. Maar ook na schooltijd is opvang te regelen. Kortom, kinderen hoeven niet te hinderen! Er zijn verschillende mogelijkheden van kinderopvang. Verspreid over het land zijn er kinderdagverblijven te vinden, ook bij vele bedrijven. Kinderen van O tot 4 jaar kunnen daar de hele dag terecht. Die dag kan behoorlijk lang zijn. Sommige kinderen worden om acht uur gebracht en om zes uur opgehaald. Er zijn trouwens ook kinderdagverblijven die een 24uurs opvang hebben. Als vader en moeder onregelmatig werk hebben, kunnen ze de kinderen er ook 's nachts laten blijven. In het kinderdagverblijf vinden we verschillende ruimten. Want kinderen moeten er kunnen spelen, slapen en eten. Allerlei voorzieningen zijn aanwezig: slaapkamertjes, babybadje, douche, een veilige afgeschermde ruimte voor de baby's en een (buiten)speelruimte met allerlei speelwerktuigen. De leidsters zorgen voor de kinderen, gaan ermee wandelen en dergelijke. Er is prachtig speelgoed, méér dan thuis. De meeste leidsters hebben geleerd om kinderen te verzorgen en op te voeden. Ze steken behoorlijk wat tijd in de kinderen; veel meer, dan moeder thuis kan doen. Geen wonder dat een van de ouders opmerkte: „Ik begon te beseffen dat het kinderdagverblijf helemaal niet alleen maar een noodzakelijk iets was, omdat ik wilde blijven werken. Voor mijn kind zou het iets extra's betekenen naast wat ik thuis te bieden zou hebben..."

Dragende relatie
Kun je je kind onbeperkt aan anderen overlaten? Nee, zegt mevrouw Lodewijks. In de eerste levensjaren heeft het kind volwassenen nodig die hem in hun leven opnemen en bij wie het kind woont. Dat zijn vader en moeder. Zij dragen het kind; eerst letterlijk en figuurlijk, later alleen figuurlijk. En om die dragende relatie te 'gronden' is het nodig, dat het kind voldoende tijd thuis doorbrengt bij een van de ouders. Daarom mag kinderopvang niet een te grote omvang hebben. Kinderen die vijf dagen per week weggebracht worden, en dus in eigen huis per werkdag maar twee tot drie uur wakker zijn, kunnen geen band vormen met vader en moeder. De dragende relatie komt dan niet tot zijn recht. Maar de leidsters kunnen moeder toch wel vervangen? Als het kind nu zo jong is, maakt het toch niet uit, wie het kind knuffelt? Als het maar warmte en veiligheid krijgt. Ook dat bestrijdt mevr. Lodewijks. Een leidster kan heel lief zijn voor het kind. Het kan heel goed gaan tussen die twee. Maar toch is de relatie niet 'dragend'. De leidster heeft een verzorgende relatie. Als haar werkdag afgelopen is, gaat ze naar huis. Haar taak zit erop, en de relatie wordt verbroken. Zo'n relatie is er ook tussen leerkracht en leerling. Wie kent niet de kleuter die een hechte band heeft met zijn juf Hoe moeilijk kan dan de overgang zijn naar een volgende groep. Maar... de band wordt losser. Zo af en toe zal het kind misschien nog eens een kijkje nemen bij z'n oude juf en tegelijkertijd gaat hij zich steeds meer richten op z'n nieuwe juf Zo'n beroepsmatige relatie kan een kind niet missen. Er moet echter wél een dragende relatie zijn. Die mag niet op jonge leeftijd al 'vervangen' of 'aangevuld' worden door beroepskrachten. Een verzorgende, beroepsmatige relatie kan liefdevol zijn, maar is toch afstandelijk en bovendien niet blijvend.

Zelfstandig
Een kinderdagverblijf geeft toch wel iets extra's, vinden velen. Je kind wordt er zo zelfstandig en het is zo goed voor zijn sociale ontwikkeling. Mevrouw Lodewijks: „In kinderdagverblijven komen kinderen in contact met leeftijdgenoten. Dit wordt gezien als een van de grootste voordelen van kinderopvang. En op het eerste gezicht lijkt dat waar: kinderen doen in kleine gezinnen en kinderarme buurten vaak te weinig ervaring op in het omgaan met andere kinderen." Maar de basis van iedere sociale ontwikkeling is de dragende relatie, betoogt ze. Een kind kan veel moeilijker goede banden met anderen, ook met andere kinderen, aangaan als de band met de ouders niet goed is. Bovendien is onderling contact tussen baby's meer een wensdroom dan werkelijkheid. Nee, laat je kind maar ervaringen op doen met andere kinderen in de thuissituatie. Dat is niet zo onrustig als in het kinderdagverblijfmet z'n grotere groepen en wisselende kinderen. Geloof maar niet, wil mevrouw Lodewijks ons duidelijk maken, dat kinderdagverblijven opgezet zijn in het belang van het kind. Het is het 'moederbelang' dat voorop staat. Daar moet het kindbelang voor wijken. Moeders moeten kunnen emanciperen, zich kunnen ontplooien. „De term 'moederbelang' verwijst dus naar het belang van moeders om te kunnen werken. Bij deze vernauwde visie op wat moederbelang is, wordt uit het oog verloren wat moederbelang werkelijk is: moeders hebben er als moeder op de eerste plaats belang bij om hun kinderen zo goed mogelijk groot te brengen." En daarbij weten we ook, dat het onze taak is onze kinderen op te voeden in de vreze des Heeren. Kunnen en mogen we dan de (godsdienstige) opvoeding overlaten aan een kinderdagverblijf?

Gastouderopvang
Mevrouw Lodewijks schrijft ook over de depressieve moeder. „De, omdat ze aan huis gebonden is, chagrijnige moeder. De onzekere moeder, die door haar onzekerheid bovenop het kind zit, enzovoorts. Dit is het beeld van de moeder zoals het wel door voorstanders van kinderopvang wordt geschetst(...). Als moeders heel vaak chagrijnig zijn, is dat niet goed voor hun kind. Kinderopvang is daarvoor echter geen oplossing. Als moeders door buitenshuis te werken zich gelukkiger voelen en daardoor aardiger kunnen zijn voor hun kind, moeten zij deze winst niet te niet doen door de band met hun kind zo los te maken dat deze band helemaal niet tot ontwikkeling kan komen. Het moet geen keuze zijn tussen twee kwaden: chagrijnige moeder of onpersoonlijke relaties in het kinderdagverblijf plus oppervlakkige relatie met de moeder", aldus de schrijfster. Maar je kunt je kind ook op een andere manier ergens onderbrengen. Er zijn vrouwen die als gast-moeder willen fungeren. Terwijl je werkt worden je kinderen opgevangen in een gewoon gezin, in een huiselijke omgeving en vaak in de buurt waar je zelf woont. In het gezin zijn soms kinderen aanwezig die dezelfde leeftijd hebben. Maar het zijn hooguit vier kinderen, dus er is veel meer rust dan in het kinderdagverblijf Ook maakt het kind - als het goed gaat - minder wisselingen mee. Later kunnen de kinderen samen naar school gaan. Een jarenlange band kan ontstaan. Maar ook hier geldt dat kinderen méér thuis moeten zijn, dan in het gastgezin. Mevrouw Lodewijks: „Het maximum van 20 uur voor kinderen onder de twee jaar is te veel. Het kind is dan te lang Van huis' en brengt te veel tijd door bij iemand anders dan z'n eigen ouders." Verder is het van levensbelang in welk gezin je je kind brengt. Is het gezin qua kerkelijke gemeenschap, opvoeding, milieu en dergelijke vergelijkbaar met je eigen gezin?

Oppas aan huis
Vertrouwde oppas aan huis komt het meeste voor. Elke moeder, wel of niet werkend, heeft weleens oppas nodig. Het heeft ook de voorkeur als het over kinderopvang gaat. Het kind heeft niets te maken met de onrustige sfeer in kinderdagverblijven; het hoeft niet te wennen aan een andere omgeving. Het slaapt heerlijk in z'n eigen bedje en speelt met z'n eigen speelgoed. Met de oppas gaat het kind boodschappen doen in z'n eigen omgeving. En dan komen vader en moeder op een gegeven moment weer thuis. Het kind hoeft niet gehaald te worden, en dat komt de rust ten goede. Een nadeel is, dat oppassen nogal eens wisselen. Het jonge kind kan zich dan maar heel moeilijk hechten en het zal proberen om de nodige afstand in te bouwen. Moeder mag ook - al is het nog zo'n goede oppas - niet te veel van huis zijn. Als de oppas jarenlang in het gezin blijft, ontstaat er een hechte band. Daarom is het nodig, dat de oppas een vertrouwd iemand is, die o.a. ook met je kinderen bidt en uit de bijbel voorleest. Soms wordt zo'n oppas voor het kind een tweede moeder. Alles kan hij aan haar vertellen. Zij luistert, heeft aandacht voor hem. Méér dan z'n moeder, die altijd maar haast heeft. Nog één keer mevrouw Lodewijks: „De schijn wordt gewekt, dat het kind met een dergelijke oppas beter af is dan wanneer het alleen door de eigen vader en moeder opgevoed zou worden. Toch is dit natuurlijk betrekkelijk: als moeder te weinig tijd en aandacht had voor haar kind, zal het kind haar dit later toch verwijten, óók als zij voor goede 'vervanging' zorgde. Met andere woorden: echte vervanging van de moeder door een oppas is niet mogelijk, zelfs geen aanvulling van haar tekorten. Als de ouders te weinig aandacht hebben, dan lijdt het kind daaronder, ook als die aandacht door anderen wordt gecompenseerd." Het laatste woord is nog niet gezegd over kinderopvang. In een volgend artikel wil ik het voornamelijk hebben over de peuterspeelzaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.