+ Meer informatie

Ziet toe voor uzelven!

6 minuten leestijd

"Ziet toe, voor uzelven, dat wij neit verliezen hetgeen wij gearbeid hebben, aar een vol loom mogen ontvangen." 2 Johannes: 8

Bovenstaande woorden zijn geschreven door de apostel Johannes, die in de dienst van Zijn Heere en Koning grijs is geworden. Hij ziet nu uit naar het volle loon op zijn arbeid. Voorzeker was het al loon op zijn arbeid dat hij zien mocht hoe door de prediking van het Evangelie tal van christelijke gemeenten waren gevormd. Het was loon ook voor de jonge christenen zelf dat zij onder de bediening van het Evangelie de genade van Christus mochten deelachtig worden, die gegeven is tot wijsheid van God, rechtvaardigmaking, heiligmaking en verlossing. Johannes en zijn geestelijke kinderen hadden het mogen ondervinden: de Heere is een Beloner dergenen die Hem zoeken. Nu moet de apostel in zijn brieven echter telkens waarschuwen tegen de geest van verleiding. Zij moeten toezien dat geen valse leer en verleiding het christendom weer zouden ondermijnen. Anders zou verloren gaan wat door de arbeid der apostelen tot stand was gekomen. Zo is het dat hij vooral ook in deze twee brief vermaant tot standvastigheid in de liefde en in het onderhouden van Gods geboden. Zij moesten de wacht betrekken bij het beginsel. „Ziet toe voor uzelven!" we mogen ook vertalen: Wacht u! Wacht u voor bedrog en misleiding. Wacht u voor verval en afval.

Hoe komt vanuit het Woord van God deze raad ook tot ons, ook nu bij het jubileum van Terdege. Het was loon op de arbeid die aan de oprichting van Terdege voorafging. En hoe hebben wij erop toe te zien dat wij niet verliezen hetgeen wij gearbeid hebben. Want de verleidingen van de tijdgeest zijn groot en de wortel van verval en afval zit in ons aller hart. Welk een ontzettende tijden beleven wij. De autonome mens verheft zich tegen God en Zijn Woord en waant zich vrij; met een liberalistische vrijheidsopvatting die -naar het woord van Groen van Prinsterer- de wortels van socialisme en communisme in zich draagt; de secularisatie, ontworsteling aan God en zijn Woord; de emancipatie, het zich vrijmaken van het Hoogste Gezag. Die wortels moeten we echt niet alleen zoeken in de ideologieën, maar niet minder ook in de religie. Zelfs in een christendom dat niet in waarheid, bevindelijk, heeft leren buigen voor de Christus der Schriften, zoals niemand dat trouwens van nature doet. Kortom: hoe wortelt sedert Adams val en afval in het Paradijs die wortel niet in ons aller hart? Wie zijn dan wij?

Wij hebben onze Terdege. Wij zijn reformatorische mensen. Maar intussen zijn wij gevallen mensen. Wat is er dan ook van de reformatorische 'rhens te verwachten? De afglijding is er ook onder ons en het gaat zeer snel. „Ziet toe voor uzelven!" Met een streep onder dat laatste: voor uzelven! Laten we vrezen dat we hetgeen we als een geschenk van Boven ontvingen, uiteindelijk niet zelf verknoeien door niet de wacht te betrekken bij het beginsel en niet het minst ook bij ons eigen hart. „Gij, die met de Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?" Dankbaarheid mag ons hart vervullen. Maar tegelijk mag schaamte ons aangezicht bedekken. Want wat brengen we ervan terecht? Is er niet veel zondig en bevlekt en tot oneer van 's Heeren Naam? De apostel waarschuwt hier tegen verleidende geesten, die loochenen de vleeswording des Woords (Christus) en daarmee ten diepste de kracht van het verzoenend bloed van Golgotha en dus de eer van Christus.

Ziet toe dat wij die waarheid niet verliezen: Christus, Zijn bloed. Zijn volk in Hem verzoend en daarin Zijn eer: de eer van Christus. En in en door Hem de ere Gods. De ere Gods wordt slechts bevorderd door de eer van Christus in de kracht van Zijn verzoenend bloed. Dat alleen is de grond en het fundament waarop wij alle moderne richtingen en stromingen, de levensopvattingen en de tijdgeest kunnen weerstaan. Op dat fundament alleen wordt de ere Gods bevorderd. Het woord van de apostel plaatst ons ook na 10 jaar Terdege recht voor onze tekorten, ook en juist als gereformeerde gezindte waar de wortel der zaak bij al ons reformatorisch ijveren veelszins wordt gemist. „Ziet toe voor uzelven dat wij niet verliezen hetgeen wij gearbeid hebben." De vervlakking, het verval werkt door, ook in eigen gezindte. Laten wij toezien en waakzaam zijn.

Als wij zó mogen wandelen, ja mogen toezien dat wij niet verliezen hetgeen wij gearbeid hebben, dan is er ook loon te verwachten. Genadeloon. „De HEERE zal genade en ere geven. Hij zal het goede niet onthouden dengenen die in oprechtheid wandelen!" (Ps. 84). Zo komt Hij Zijn eigen werk te kronen. Zo is de godzaligheid een groot gewin, met vergenoeging (1 Tim. 6:6). Een groot gewin, een vol loon! Tien jaar Terdege. Dankbaarheid, verootmoediging, waakzaamheid, gebed, opzien tot Hem en afhankelijkheid van Hem en leven voor Hem, Die tot al de Zijnen spreekt: „Ik ben uw Schild, uw Loon zeer groot!" Tien jaar Terdege. Lectori Salutem, heil de lezer!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.