Bekijk het origineel

Vraag voor cadeaus geen verlanglijstje, maar kijk goed naar het spelende kind

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vraag voor cadeaus geen verlanglijstje, maar kijk goed naar het spelende kind

12 minuten leestijd

Vader, moeder en Johanneke lopen door het winkelcentrum. „Kijk eens", en meteen trekt Johanneke moeder aan, de arm. „O mam, wat een lieve beer. Die wil ik graag hebben. Mag dat?" In de etalage van de speelgoedzaak hangt uitnodigend een grote beer met een grappig jurkje aan. Moeder kijkt, schudt haar hoofd en vader zegt half lachend: „Kind, kind, als je die beer ook nog op je kamer zet, hou je voor jezelf geen plaats over." Daar is Johanneke niet mee tevreden gesteld. „Zo'n beer heb ik nog niet. En dan doe ik toch m'n panda en m'n konijn in de kast?

Er zijn ouders die bij een enthousiaste reactie van hun kind in een speelgoedwinkel denken: „Nou ja, als ze dat zo leuk vindt, dan koop ik het wel." Dat doen ze om hun kind een plezier te doen. Maar eigenlijk strijdt het toch een beetje tegen hun opvoedingsgevoel. Ergens twijfelen die ouders. „Doe ik er wel goed aan om Johanneke zo'n beer te geven? Hoe kom ik er eigenlijk toe om zo'n besluit te nemen?" De speelgoedhandel weet dat wel: ze stalt het speelgoed verleidelijk uit. Daarmee kweekt ze de wens van het kind. Johanneke ziet de beer en van dat "zien" komt wensen: ze wil het hebben. Dus vraagt ze dwingend om het begeerde bezit. Of ze gaat zich allerliefst gedragen om daarmee vader en moeder gunstig te stemmen. Zullen ze haar zin doen? En de volgende stap is dan: de wens vervullen. Natuurlijk moet de handel dan wel steeds met nieuwe artikelen komen. Er is ook altijd wel een of andere rage -plastic speentjes aan een ketting, trollen, beertjes in allerlei uitvoeringen, en op dit moment de dinosaurus. Speelgoed is er genoeg. Maar hoe speelt een kind?

Ontwikkeling
In het spelen van een kind zit een hele ontwikkeling. Het begint al als baby. In de wieg en in de box laat het kleintje als het ware de omgeving over zich heen komen. Met al zijn zintuigen neemt hij waar: hij ervaart, luistert, kijkt, ruikt, proeft, voelt. En langzamerhand gaat hij pakken, bewust bewegen met de rammelaar, reiken naar de bal, slaan met een blok. De peuter gaat op onderzoek. Hij is niet langer afhankelijk van vader en moeder. Hij heeft leren lopen en leren praten. Al spelend met blokken leert de peuter te bouwen en om te gooien. Hij construeert en sloopt. Verder doet de peuter in deze periode veel na: hij imiteert de volwassene. Als moeder het wasgoed in de wasmachine stopt, doet het kind er nog snel even zijn pantoffel bij. En als vader de hond commandeert om in zijn mand te liggen, horen we de echo: „Lig!"

Nadoen
Dat nadoen wordt steeds echter. Het wordt op kleuterleeftijd rollenspel: vadertje en moedertje spelen, winkeltje, doktertje. De fantasie ontwikkelt zich nu sterk. Een stoel is eerst een trein en later een paard. Achter het gordijn woont soms een denkbeeldig klein vriendje. Sommige kleuters bouwen heel graag. Legoblokken zijn aan hen goed besteed. Puzzelen, spelletjes doen, tekenen en verven -het ligt allemaal in zijn bereik. De kleuter wordt ^ schoolkind. Nu komenX zowel spel als ernst om de hoek kijken. De wereld van de fantasie wordt kleiner; het kind verzakelijkt. De een spaart postzegels, de ander weet alle automerken, een derde is geïnteresseerd in technisch lego. De tekening van het schoolkind moet echt lijken, anders gaat het papier in de prullenbak. Sommige schoolkinderen willen altijd weten hoe iets in elkaar zit. Al spelend leren ze bijvoorbeeld hoe een watermolentje werkt. Verder kan dit kind met anderen samenspelen, en spelregels begrijpen en opvolgen.

Welk speelgoed?
Het is vanzelfsprekend, dat kinderen in de verschillende leeftijdsgroepen ook met verschillend speelgoed spelen. De baby speelt hoofdzakelijk met zijn eigen lichaam. Hij steekt alles in zijn mondje als we hem daar kans toe geven. De handjes en de voetjes worden ontdekt en pas daarna komt er belangstelling voor de rammelaar of het knuffeldier. In de box krijgt het kleintje wat speeltjes binnen handbereik. Twee of drie is al genoeg en het is verstandig om regelmatig het speelgoed om te wisselen. Zo krijgt het kind ervaring met harde en zachte voorwerpen met felle of zachte kleuren, ronde of hoekige dingen die rammelen of muziek maken. De peuter moet nog leren waarmee gespeeld mag worden. Op zijn ontdekkingsreis krijgt hij nogal eens te horen: „Uh, afblijven Jeroen!" Of „Nee, nee, dat is niet voor jou!" Wel kunnen we hem best dingen geven die eigenlijk niet bedoeld zijn als speelgoed. Met potten en pannen, lepels, de vergiet, tijdschriften, oude kleden en alles wat door vader of moeder niet verboden wordt, kunnen peutertjes zich best vermaken. Echt speelgoed is er ook. In deze periode speelt het kind graag met dingen die bewegen kunnen: een driewieler, een karretje, een poppewagen. Vaak sjouwt hij met speelgoedbeesten of een pop. Zand en water, klei, vingerverf, papier en plaksel zijn materialen, waar het kind graag mee rommelt. En natuurlijk zijn ook de blokkendoos met grote blokken, de houten puzzels en dergelijke bij veel peuters in trek.

Fantaseren
Voor een kleuter wordt het al moeilijker om aan te geven welk speelgoed geschikt is voor hem. Dat terrein wordt zo groot. We kunnen het bijna niet anders aangeven dan met wat algemene termen. Fantaseren doen de meeste kleuters graag en oude kleren, gordijnen, lappen en kleedjes spelen daarin een belangrijke rol. Verder is er het bewegingsspel, het bouwen door middel van constructiemateriaal en het netjes in groepen of in lange rijen opstellen van speelgoed, bijvoorbeeld een dorp met huizen en een spoorrails, of een boerderij met dieren. Het is heel goed om te bekijken welke belangstelling het kind eigenlijk heeft. Al spelend geeft een kind aan wat het bij zijn spel wil gebruiken. Wie daar bewust naar kijkt, ontdekt wel welk speelgoed op het verlanglijstje kan staan. We vragen gewoontegetrouw altijd aan het bij na-j arige kind: „Wat zou je willen hebben?" Het kind noemt het een en ander op of het spit een speelgoedfolder door. Maar wat blijkt dan vaak? Dat het bezit van de zaak het eind van 't t> vermaak is... Wat we -al kijkend naar het spel van ons kind- zelf ontdekten, is meestal van meer waarde. Vaak speelt het met passende, maar niet gevraagde cadeaus méér dan met dat speelgoed dat even in de belangstelling stond.

Jaargetijde
Wat de keuze van het speelgoed betreft is de ervaring die het kind opdoet belangrijk. Sander gaat verhuizen, maar hun huis is nog in aanbouw. Regelmatig gaan zijn ouders en hij naar hun nieuwe huis kijken. Het ligt voor de hand dat deze kleuter eerder naar blokken of lego zal grijpen en daar ook om zal vragen, dan naar soldaatjes of boerderijdieren. En Sonja mocht laatst mee om haar vriendinnetje op te zoeken in het ziekenhuis. Ze speelt dan ook telkens weer "ziekenhuisje". En daar passen doktersspullen bij. Zelfs de tijd van het jaar zorgt voor verschillende verlanglijstjes. Schaatsen doen kinderen niet altijd, evenmin als knikkeren, touwtje springen, rolschaatsen of "elastieken". Op een gegeven moment beginnen veel kinderen aan een bepaald spel om na verloop van tijd over te gaan op een ander spel. Knikkers als cadeau worden dan ook het meest gewaardeerd als "iedereen" knikkert op school!

Statussymbool
Voor het schoolkind gaat het bovenstaande ook min of meer op. Het kind is verder ontwikkeld. Het leven is serieuzer geworden. De werkelijkheid is belangrijk. Daarbij wordt het kind kritisch; hij leert hoe langer hoe meer te vergelijken. Wat heeft mijn vriendje? Wat vindt de klas daarvan? En dan komt de bekende opmerking voor de dag: „De héle klas heeft het." Speelgoed wordt eigenlijk een soort statussymbool. Om mee te tellen heb je toch minstens een zak vol mooie knikkers nodig, een paar prachtige barbies met toebehoren of een spelcomputer. Over 't algemeen vinden schoolkinderen bouwen of knutselen leuk. Ze leren op school allerlei technieken en sommige kinderen willen thuis ook zo iets doen. Er zijn meisjes die poppekleertjes proberen te naaien op de naaimachine, of te borduren, sieraden te maken, terwijl anderen boetseren, kaarten maken of met de figuurzaag en triplex aan het werk gaan. Zo kunnen ze hun creativiteit en hun fantasie uitleven.

Verantwoord speelgoed
Wat is dat eigenlijk, verantwoord speelgoed? Dat is niet zo gemakkelijk te zeggen. Het spreekwoord: zoveel hoofden, zoveel zinnen, is hier zeker op z'n plaats. Verantwoording heeft in ieder geval te maken met het trekken van grenzen. Bepaalde dingen wil je beslist niet in huis hebben. Er zijn ouders die hun kinderen niet willen laten spelen met oorlogsspeelgoed. Anderen weigeren om computerspelletjes in huis te halen. Maar niet alle speelgoed is zo duidelijk in te delen. Je twijfelt, je vraagt je af of het goed is voor je kind. Is er mee te spelen? Strijdt het niet met je principe? Ja, wat is verantwoord? Het komt helaas nogal eens voor dat speelgoed dat volgens opvoeders pedagogisch verantwoord is, helemaal niet leuk wordt gevonden. Blokken bijvoorbeeld horen eigenlijk nooit bij de hartewensen van kinderen. Vader en moeder kopen gewoon blokken, omdat ze dat goed vinden voor de ontwikkeUng. En daar hebben ze groot gelijk in. Want blokken zijn heel wat meer waard dan dat autootje met alles erop en eraan. Met blokken kun je alles doen. Ze zijn overal voor en bij te gebruiken. Eigenlijk zou je het wel een soort basisspeelgoed kunnen noemen. Dit speelgoed -de blokkendoos- heeft een hoge speelwaarde. Het is voor kinderen aantrekkelijk. Want al staat het niet op het verlanglijstje, toch worden blokken jarenlang uit de kist gehaald en intensief gebruikt. Het daagt klein en groot uit om creatief bezig te zijn en het kan bij veel verschillende activiteiten gebruikt worden.

Niet volmaakt
'Volmaakt' speelgoed -geperfectioneerd, voor één doel maar te gebruiken- doet geen beroep op de speelzin. Even is het leuk, maar daarna gaat het de kast in. Het is compleet, het is helemaal "af, dus er is weinig of niets bij te verzinnen. Een voorbeeld: een uitgesproken lachende pop kun je moeilijk laten huilen. In feite is een pop met een vage gezichtsuitdrukking beter, want die kan voor alle situaties gebruikt worden. Wil je goed speelgoed aanschaffen, dan is duurzaamheid naDe grote dag is aangebroken. Mathilde is jarig en oma komt al vroeg op visite. Wat een groot pak heeft ze bij zich! Het meisje pakt het uit. „Veel te duur", denkt papa. „Onverantwoord", moppert mama. Maar prachtig is het wel. Mathilde bedankt oma uitbundig en oma glimlacht. Ja, zij als oma mag haar kleindochtertje wel verwennen, vindt ze. Haar cadeau hoeft niet zo pedagogisch verantwoord te zijn.... tuurlijk belangrijk, maar ook of het qua karakter past bij het kind voor wie het bestemd is. Een geduldspelletje wordt niet zo gewaardeerd door een ongedurig kind... Verder moet speelgoed bij zijn leeftijd passen. En nodigt het wel uit tot spelen? Is het aantrekkelijk? Kortom, goed speelgoed kun je niet zomaar even aanschaffen. Begin met je kind te observeren; probeer te ontdekken wat zijn behoeften zijn en waar hij wat aan heeft. Let dus maar niet te erg op de rages in de speelgoedwinkel!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 maart 1994

Terdege | 80 Pagina's

Vraag voor cadeaus geen verlanglijstje, maar kijk goed naar het spelende kind

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 maart 1994

Terdege | 80 Pagina's

PDF Bekijken