+ Meer informatie

„Het omgaan met geheiligd geld luistert nauw"

W.A. den Hertog:

13 minuten leestijd

In tegenstelling tot commerciële instellingen werken ideële organisaties met geld dat is afgezonderd voor de dienst van God en tot heil van de naaste. Dat rechtvaardigt voor de Dirkslandse zakenman W.A. den Hertog echter in geen enkel opzicht een wat gemoedelijke stijl van beheren en uitgeven. „In het zakenleven is het van enorm belang dat je met een minimum aan kosten een optimaal rendement haalt uit je investeringen. Hoe veel te meer geldt dat dan niet als je praat over geheiligd geld, dat als een offer is afgezonderd?" Over de absolute noodzaak van zakelijkheid, deskundigheid en financiële openheid bij het besturen van stichtingen, deputaatschappen en wat dies meer zij.

Het vermogen dat jaarlijks door de gereformeerde gezindte bijeen wordt gebracht voor allerlei goede doelen, neemt nog steeds toe. Tegelijk groeit de vraag naar openheid over besteding van de gelden. Niet ten onrechte, vindt zakenman W.A. den Hertog, die op persoonlijke titel actief is op het gebied van gevangenis-evangelisatie en lectuurverspreiding.

Toch ligt hier niet zijn voornaamste zorg als het gaat om de veelheid aan ideële organisaties in de gereformeerde gezindte. Hij heeft de stellige indruk dat de bestuurders ervan in het algemeen onkreukbare mensen zijn. Als hij vraagtekens plaatst, betreft dat veel vaker hun deskundigheid. Met name op zakelijk en financieel terrein.

Ondeskundig bestuur door integere mensen kan jaarlijks miljoenen kosten. Zonder dat iemand zich daarom bekommert. Het wordt door menigeen zelfs als onkies ervaren, wanneer over het beheren en uitgeven van geld voor goede doelen wordt gesproken in termen die ook worden gebruikt binnen een commerciële onderneming.

De gevoelsmatige kloof die zo wordt aangebracht tussen bewogenheid en zakelijkheid, wijst Den Hertog resoluut van de hand. Juist vanuit zijn bewogenheid wil hij met het geld van de door hem opgerichte stichting Rentmeester zo veel mogelijk realiseren. Dat vereist een zo zakelijk mogelijke aanpak, om de onkosten tot een minimum te beperken.

Scheefgroei
Hoewel hij soms vraagtekens plaatst bij de wijze van bestuur en hulpverlening, is Den Hertog blij met de toegenomen aandacht binnen de gereformeerde gezindte voor allerlei vormen van nood, ook buiten de eigen kring. „Als je alle reformatorische hulporganisaties naast elkaar zet, kun je denk ik zeggen dat de veelheid aan ellende goed is geïnventariseerd. Wel kun je je afvragen of de accenten altijd juist worden gelegd."

Waar zou u andere prioriteiten leggen?
„Zeker kerkelijke organisaties zullen altijd in de eerste plaats aan de ziel van de mens moeten denken. Massa's op deze wereld leven nog zonder het Woord van God en goede lectuur. Daar moet de kerk zich vanuit haar roeping specifiek op richten. Ontwikkelingswerk is iets wat aan particuüere organisaties kan worden overgelaten.

In de praktijk zie ik dat kerken onder de noemer van zending zo'n tachtig procent van de inkomsten voor dit doel direct of indirect aan ontwikkelingshulp besteden. Daar zie ik een forse scheefgroei."

Emotionele gevoelens
Hoe verklaart u die ontwikkeling?
„In campagnes blijkt dat je mensen veel gemakkelijker op hun emotionele gevoelens dan op hun principiële overtuiging kunt aanspreken. Toch is mijn ervaring dat er ook nog heel wat mensen zijn die zich betrokken voelen bij de geestelijke nood van deze wereld. Als je die maar eenvoudig en duidelijk uiteen zet, aan de hand van aansprekende praktijkvoorbeelden.

Ik heb nu tien keer een zwerftocht door Siberië gemaakt en niet één keer heeft iemand me om geld gevraagd voor materiële zaken. Altijd was er de vraag naar middelen om te kunnen evangeliseren. Ik weet dat dat in andere delen van het Oostblok anders ligt. Daar word je ook geconfronteerd met een grote vraag naar materiële goederen.

Laat je je daarin meevoeren, dan zit je meteen in tal van gevaren. De mens daar is niet anders dan hier. Materieel willen we altijd meer en nooit minder. Ze beginnen nu voor tweedehands kleding al hun neus op te halen."

Werkelijke taak
Hoe ziet u de verhouding tussen kerkelijke en particuliere organisaties?
„Ze hebben naast elkaar bestaansrecht, mits ze zich aan hun eigen opdracht houden. De kerken moeten terug naar hun oorspronkelijke taak en allerlei vormen van praktische hulpverlening overlaten aan sterke, specialistische organisaties.

Als het bijvoorbeeld om ontwikkelingswerk gaat, moeten ze gewoon Woord en Daad steunen. Dat is een organisatie die op dit terrein met vakkundige mensen een geweldige ervaring heeft opgebouwd. Je moet geen pretenties voeren die je niet waar kunt maken.

Het is onmogelijk om als klein kerkgenootschap in Nederland even zelfstandig in een paar weken iets op te bouwen in een continent als Afrika."

Waar blijft in deze opvatting de eigen diakonale opdracht van de kerk?
„Allereerst ligt die binnen de eigen gemeente, zo leert de Bijbel me. Door het falen daarvan hebben we letterlijk de verzekeringen over ons uitgeroepen. Daardoor is de noodzaak van diakonaal werk binnen de eigen gemeenten verminderd en ontstaan overschotten. Dat is niet overeenkomstig Gods Woord.

Ze brachten van hun goederen aan de voeten der apostelen en die goederen werden verdeeld. Er waren geen opslagmagazijnen en banken, voor het opbouwen van reserves. Met geld dat voor God is afgezonderd, moet direct iets gebeuren. Waarbij gebed en verstand goed op elkaar afgestemd moeten zijn. Heere, wat wilt U dat wij met dit afgezonderde geld zullen doen?"

Verzekeringsbanken
„De Bijbel leert dat er in het bijzonder een diakonale taak ligt ten aanzien van de weduwe, de wees en de vreemdeling. Binnen eigen land kun je je concreet bezighouden met die opdracht, die zo hoog bij de Almachtige is aangeschreven.

Gaat het om hulpverlening in het buitenland of specialistische hulp, dan kun je uit de diakonale overschotten organisaties steunen die daar niet alleen op principiële, maar ook op deskundige wijze mee bezig zijn. De diakonie is geen exportinstelling, geen specialistische organisatie en zeker geen bank."

Voor diakonale tegoeden ziet u geen ruimte?
„Tot een zeer beperkte hoogte. Anders gaan we reformatorische verzekeringsbanken opbouwen. Daar zijn we in onze achterban heel sterk in. Voor wat voor nood hebben we de Heere nog nodig? Ik weet uit ervaring dat als er werkelijk nood is, de Heere die nood ook op de harten van mensen bindt. Van Hem is het goud en het zilver en door Zijn Woord spreekt Hij tot mensen die Hij financiële middelen gegeven heeft.

Ik schrik als ik een oproep lees om bepaalde collecten te gedenken, omdat de overschotten slinken. Ik kan niet geloven dat de zegen des Heeren op zo'n beleid rust."

Hoe beoordeelt u het gegeven dat bij veel deputaatschappen en organisaties predikanten betrokken zijn?
„Ik denk dat ze hun tijd beter kunnen besteden. God heeft hen geroepen om te prediken en te bidden in de kerken en bij de huizen. Naast die principiële kant is er ook een praktische kant.

Mijn ervaring is dat predikanten in het algemeen niet veel verstand van financiële zaken hebben. En ondeskundige mensen gaan ontzettend makkelijk met gegeven geld om. Of ze durven het niet uit te geven. Daarom ben ik een verklaard tegenstander van dominees aan de kassa."

Geheiligd geld
„In het algemeen vraag ik me wel eens af, of voldoende beseft wordt wat voor een verantwoordelijke taak het is om met geheiligd geld om te gaan. Want daar praten we over. En dat luistert nauw, dat zag je bij Ananias en Saffira. Offeranden zijn heilig. Dat betekent dat we met dat geld uitermate secuur moeten omgaan.

Dat is ook meetbaar, bijvoorbeeld aan het kostenpatroon van een organisatie. Dan moet men wel met de cijfers op tafel durven komen. Als je een eerlijk geweten hebt tegenover God en je gevers, is dat geen enkel probleem. Heeft men bezwaar tegen die openheid, dan weet ik hoe laat het is."

Accountant
Wat is uw algemene indruk als het gaat om de financiële deskundigheid?
„Daar heb ik wel 's mijn vragen bij. Organisaties die met enkel vrijwilligers werken, roepen nogal eens: Wij hebben geen personeelskosten. Dat zegt mij niets, zolang ik de andere kosten niet weet.

Als je een organisatie om de jaarcijfers van vorig jaar en die van de eerste helft van dit jaar vraagt, moet je die met de computerprogramma's van deze tijd de volgende dag in huis kunnen hebben. Met het werkplan voor dit en het volgende jaar. Toch betwijfel ik of veel organisaties daartoe in staat zijn. Dat geeft te denken. Het ontbreekt nogal eens aan mensen met verstand van geld en management."

Hoe moet de financiële controle worden uitgevoerd?
„Door een register-accountant met wie niet valt te sollen. Waarbij niet alleen de financiën worden gecontroleerd, maar ook wordt bekeken of de uitgaven in overeenstemming zijn met de afgesproken doelen. Persoonlijk zeg ik daar nog bij: Neem een accountant van buiten de eigen gezindte. Een register-accountant moet geen vriend of kennis van je zijn.

Die man moet je recht in de ogen kunnen zien als hij zegt dat je te makkelijk met je onkostendeclaratie omgaat. Dat wordt lastig als je elders samen in een bestuur zit of je komt elkaar regelmatig tegen op een verjaardag. Het lijkt me voor die accountants ook een moeilijke situatie. Ze kunnen er beter niet aan beginnen, om zelfs de schijn des kwaads te vermijden."

Eigen bedrijf
Hoe bezwaarlijk is het dat verschillende organisaties op hetzelfde gebied actief zijn?
„Ik heb lang gedacht dat dat heel erg bezwaarlijk is. Daar ben ik wat anders over gaan denken. Ieder heeft z'n eigen achterban, z'n eigen contacten. We zullen het als een feit moeten accepteren dat achter elke tien Nederlanders een eigen politieke partij en een eigen kerkgenootschap staat. Dat hoort bij onze cultuur.

De vraag is: hoe verstandig is men om daar goed mee om te gaan? Het gaat fout als organisaties die min of meer hetzelfde werk verrichten, niet bereid zijn in grote openheid met elkaar te overleggen en waar mogelijk dingen gezamenlijk te doen, om de kosten te drukken. Denk aan de aankoop van lectuur.

Een bezwaar van al die kleine organisaties blijft, dat ze moeilijk voldoende deskundigheid op kunnen bouwen. En de gevers worden raar van de accept-girokaarten. Een fusie zou ideaal zijn, maar is helaas een utopie. Ik heb de achterliggende drie jaar met enorm veel mensen van verschillende stichtingen gesproken. Allemaal bijzonder aardige mensen, maar bij velen heb je toch het gevoel dat ze weinig over de muur kijken. Men is vooral met z'n eigen bedrijf bezig."

Nuchter
Zoals ook Rentmeester een eigen bedrijf is geworden?
„Ik geloof niet dat je dat kunt zeggen. Rentmeester is niet meer dan een stichting voor de overwinsten van onze eigen bedrijven. Daarmee probeer ik via bestaande organisaties als Friedensstimme met een minimum aan kosten een maximum aan hulp te verlenen, met name op het gebied van de lectuurverstrekking.

Ik wil nu in Israël heel graag het evangelisatiewerk onder Russische Joden steunen. Nou, daarvoor bestaat een prima organisatie: Israël en de Bijbel. Dan ga je toch niet weer met iets eigens beginnen?"

Het feit dat deze organisatie in de sfeer van de Vergadering van Gelovigen ligt, rechtvaardigt voor u niet een eigen organisatie?
„Absoluut niet. In het verspreiden van Bijbels is niet zozeer van belang wie het doet, maar dat het gebeurt. God zal Zelf wel zorgen waar en door welke hand Zijn Woord wordt uitgedeeld. Wij zijn dankbaar dat via dit kanaal in heel Israël mensen door middel van een Bijbelbus in contact worden gebracht met Gods Woord."

Heilloos spoor
U bepleit in ieder geval overleg tussen vergelijkbare organisaties. Hoe ziet u dat concreet voor u?
In de eerste plaats zal elke organisatie een eenvoudig en helder werkplan voor het komende jaar moeten hebben. Fax dat naar elkaar. Zijn er overlappingen, bespreek die dan. Het ongrijpbaarst zijn al die comités die ergens één gemeente of plaats steunen. Dan praat je over een particuliere hobby en daar moet je voor waken.

Ik spreek uit ervaring, want ik heb dezelfde fout gemaakt. Na de omkeer in het Oostblok zijn wij met een trailer vol goederen naar Minsk gegaan en hebben in vier gemeenten Bijbels, lectuur, materieel en geld achtergelaten. Bij onze derde reis kregen we in de gaten dat dat een heilloos spoor is. Er ontstaat jaloezie tussen gemeenten. „Waarom hebben zij meer gekregen dan wij?"

Je hebt niet de capaciteiten en de kennis om de situatie goed in te schatten. De praktijk is dat je je laat inpakken door de meest bijdehante gemeente, waar men het mooist kan praten. Ze dragen je op handen. Maar dat is niet best, voor beide partijen."

Werkplan
Hoe beoordeelt u in het algemeen de deskundigheid van besturen?
„Ik heb de indruk dat er nog heel wat verbeterd kan worden. In de eerste plaats moet je opletten dat je organisatie niet te persoonsgebonden is. Ik weet hoe verleidelijk dat is. Tijdens een reis die en die nog eens opzoeken, want daar heb ik het zo goed gehad. Maar daar gaat het niet om. Je moet het doel in het oog houden en daarvoor je emoties wel eens aan de kant zetten.

Het tweede is dat er een duidelijk werkplan moet liggen, met het doel dat je nastreeft en de wegen om dat doel te bereiken. Een deskundige vent moet dat in een dag op papier kunnen zetten en het bespaart het bestuur, dat sowieso niet te groot moet zijn, in het jaar erop vijftig procent vergadertijd.

In de derde plaats mag het absoluut niet voorkomen dat bestuurders ook zakelijke belangen hebben binnen de organisatie. Zodra de mogelijkheid van belangenverstrengeling bestaat, moet zo'n bestuurslid opstappen. Of er wordt besloten dat hij op zakelijk terrein niet mee zal dingen. En meteen op papier vastleggen! Want dat is ook een fout die nogal eens gemaakt wordt. Mondelinge afspraken.

„We hadden toen toch tegen elkaar gezegd..." Het laatste is dat je je, zeker met een kleine organisatie, op niet te veel doelen moet richten. Werk in één land, of houd je uitsluitend bezig met lectuurverspreiding en kerkbouw, om maar iets te noemen. Kleine organisaties die in vier landen actief zijn, werken naar mijn gevoel zeer onrendabel."

Spuiten
„Vanuit mijn zakelijke achtergrond zeg ik altijd: Sproei niet, maar spuit met een dikke straal. Dan zie je tenminste waar je mee bezig bent en het kost veel minder energie. Waar nog bij komt dat het voor de gever een uitkomst zou zijn. Voor lectuurwerk moet je bij organisatie A zijn, voor kerkbouw bij B en ga zo maar door."

Hoe waardeert u de onlangs opgerichte Raad voor Financiële Betrouwbaarheid, die de aangesloten organisaties op financieel gebied gaat controleren?
„Prima, mits het een orgaan op niveau is, waarbij het ontstaan van nieuwe broederbanden uitgesloten is. Hoe scherper de controle, hoe beter. We moeten toe naar de situatie dat het publiek alleen geeft aan organisaties die bij zo'n orgaan aangesloten zijn.

Ideaal zou zijn als zo'n raad vervolgens een gidsje uitgeeft met alle aangesloten stichtingen, het doel dat ze nastreven en de projecten die ze hebben om dat doel te bereiken. Dat zou voor de gevers een uitkomst zijn. Maar boven alles is nodig het gebed om oprechtheid, zowel in het geven als het beheren van giften."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.