+ Meer informatie

„Heb je je huiswerk al af?"

10 minuten leestijd

Huiswerk... wat kan dat een probleem zijn! Daar zit Gerard aan zijn bureau. Z'n agenda ligt voor hem. Biologie: hoofdstuk 8. Leren? Zeven bladzijden? Gerard bladert het hoofdstuk door, bekijkt de plaatjes en bergt daarna zijn boek op. Wat zijn leraar over het bestuderen van dit hoofdstuk gezegd heeft, is Gerard allang vergeten. Moeten zijn ouders nu helpen, of niet?

Er wordt wat afgezucht over het maken van huiswerk. Iemand schreef: „Ik heb mijn hele leven een hekel gehad aan huiswerk maken. Eerst als leerling. Je hebt de hele dag op school gezeten. En je bent nog niet thuis, of je ouders roepen in koor: Moet je niet aan je huiswerk beginnen?

Ook als ouder had ik een hekel aan huiswerk. Aan het huiswerk dat mijn kinderen op kregen, wel te verstaan. In de eerste plaats moet je zorgen dat ze aan het huiswerk beginnen. Je moet zorgen dat ze eraan bezig blijven. Je moet zorgen dat ze het huiswerk werkelijk leren."

Basisschool
Laten we eerst eens kijken op de basisschool. Eigenlijk begint het al heel vroeg dat ons kind thuis iets voor school moet leren. Vanaf groep 3 is dat het psalmversje. Meestal zingen de jongens en meisjes de te leren psalm op school zo vaak, dat veel kinderen aan het einde van de week de psalm kennen.

Toch is het fijn als in diezelfde week ook de ouders de psalm regelmatig met het kind zingen. Soms komen vader en moeder tot de ontdekking, dat het leren van een psalm hun kind niet gemakkelijk afgaat. Het kind kan de woorden niet onthouden. Het moet extra geholpen worden. Dat kan, door bijvoorbeeld de psalm regel voor regel aan te leren. Als de eerste regel er goed in zit, kan het kind de tweede regel erbij leren.

ledere dag is vader of moeder zo een poosje met het kind bezig, terwijl ook op school aandacht aan de psalm wordt besteed. De ouders kunnen daarbij wijzen op de rijmwoorden. Of ze leggen de inhoud van de psalm uit. Deze dingen kunnen het geheugen ondersteunen.

Niet te hoge eisen
Maar aan het einde van de week kan bij het zingen van het versje blijken dat het kind een voorgaande regel of een gedeelte daarvan helemaal kwijt is. Dat is vaak een teken van beperkte geheugencapaciteit. Het geheugen is 'vol'. We zouden het kunnen vergelijken met een tafel waarop we steeds weer potjes zetten. Zolang er plaats is, gaat dat goed.

Maar op een gegeven moment is het blad boordevol. Schuiven we er dan toch nog een potje bij, dan valt er aan de andere kant eentje af. Als ouders deze beperking kunnen aanvaarden, dan zullen ze hun eisen niet zo hoog stellen. Het is immers geen onwil!

Zouden we blijven aandringen, mopperen, ongeduldig worden, dan werkt dat juist averechts. Het wekt weerstand op, en het psalmversje leren wordt elke week voor ouders en kind een drama. Dat alles geldt evengoed voor het andere schoolwerk dat ingeprent moet worden.

Het echte huiswerk
Op sommige scholen begint in groep 5 of 6 het echte huiswerk. Gelukkig krijgt de basisschoolleerling lang niet elke dag werk mee naar huis en het is ook nog niet zo veel. Er zijn kinderen die het heerlijk vinden om thuis te werken. Het kost hen geen moeite; ze doen het zonder enige aandrang van vader of moeder.

Maar helaas zijn er vele anderen, die graag buiten spelen, niet stil kunnen zitten of zoveel te 'rommelen' hebben, dat ze het huiswerk maar liever vergeten. Toch moeten kinderen eraan wennen om ook thuis iets voor school te doen. Vooral tegen het einde van de basisschooltijd wordt er méér huiswerk opgegeven.

Zo wordt de stap naar de brugklas, waar kinderen ineens met veel huiswerk worden geconfronteerd, iets kleiner. Het huiswerk is hier dus duidelijk voorbereiding op het voortgezet onderwijs. Toch is dat meestal niet de enige reden. Er moet ook thuis geleerd worden, omdat anders de leerstof niet voldoende doorgewerkt kan worden.

Zo moet het kind bijvoorbeeld de ene week een aardrijkskunderepetitie leren, de andere week is de beurt aan geschiedenis. Bovendien gebeurt het regelmatig dat werk dat op school niet klaar kwam, thuis afgemaakt moet worden. Huiswerk is nodig. Het is namelijk ook nog een ideale gelegenheid om kinderen te trainen in het zelfstandig leren.

Of het huiswerk nu thuis of op school gemaakt wordt, of de leerkrachten en ouders helpen uiteindelijk moet een leerling het toch zèlf doen.

Voortgezet onderwijs
Huiswerk is ook bij het voortgezet onderwijs voor veel jongens en meisjes een dagelijkse bron van tegenzin en stress. Er moet gewerkt worden, dat is duidelijk. Maar de vraag hóe de vakken geleerd moeten worden, kunnen sommige leerlingen niet beantwoorden.

De leraar heeft wel gezegd: „Schrijven jullie maar op in je agenda voor morgen..." Een leerkracht die huiswerk opgeeft, moet echter niet alleen vertellen wat er geleerd moet worden. In feite moet hij evenveel aandacht besteden aan hóe het geleerd moet worden. Telkens opnieuw moeten de leerlingen horen hoe ze de gegeven opdracht het beste kunnen aanpakken.

Eerst zullen de leraren ervoor zorgen dat het huiswerk niet even snel aan het eind van de les -vlak voordat de bel gaat- opgegeven wordt. Als dat toch gebeurt, blijkt dat een deel van de scholieren wel even wat opkalken in hun agenda, maar of dat thuis nog leesbaar is, is de vraag. Bovendien blijft huiswerk opgeven niet beperkt tot het vermelden van: Bestudeer hoofdstuk 8.

Op sommige scholen moeten de leerlingen in hun agenda erbij schrijven hóe ze dit hoofdstuk thuis moeten bestuderen. Er staat dan bijvoorbeeld: „Lees het hoofdstuk de eerste keer goed door. De tweede keer belangrijke woorden onderstrepen." Ook zegt de leraar, hoe lang ze over het huiswerk van dat bepaalde vak moeten doen.

Wat kunnen ouders doen?
Het is een standaardvraag in vele gezinnen: „Heb je je huiswerk al af?" Daarbij hoeft het met de bemoeienis van de ouders met het huiswerk niet te blijven, al zullen veel ouders -net als ik- zeggen: „Het is te moeilijk voor mij, wat de kinderen leren. Ik heb zo'n opleiding niet gehad. Er is bovendien zoveel veranderd, dat ik de leerstof niet meer begrijp."

Toch kunnen ouders wel degelijk helpen. Niet door het voor te doen, of voor het kind de sommen te maken, het lesje in te vullen, en dergelijke. Het is veel belangrijker het kind te begeleiden in het aanpakken van het huiswerk. Hoe begin je met je werk? Wat doe je het eerst? Vragenderwijs gaat bijvoorbeeld moeder in gesprek met haar zoon.

Hoe leer je die Franse woordjes eigenlijk? Bedek je ze? Zeg je ze hardop? Schrijf je het ook op? Soms komt moeder er bij het overhoren achter dat zoonlief liggend op bed z'n woordjes een keertje overgelezen heeft. Dat was een verkeerde aanpak en dat zal wel als resultaat een dikke onvoldoende hebben.

Een andere keer moet geschiedenis geleerd worden. „Hoe doe je dat?", vraagt moeder. „Leer je eerst je aantekeningen? Dat is verstandig, want dat is vaak de uitleg van het hoofdstuk. Het zijn meestal de belangrijkste dingen die je moet weten. Begin pas daarna aan het hoofdstuk.

Kijk wat er boven de korte stukjes staat. Vraag je telkens af: Begrijp ik wat ik gelezen heb? Wat staat er nu in deze alinea?" Zo kunnen de ouders hun kind leren het huiswerk op een goede manier te leren. Daar heeft het kind zijn hele schoolloopbaan plezier van.

Het gaat niet...
Kent u deze verzuchting: „'k Snap er helemaal niets van..." En het wiskundeboek wordt met een klap dichtgeslagen. Meestal is dat niet waar. Het kind kan een bepaalde opgave vaak toch wel een eindje maken. Soms is de opmerking: „Blader eens terug en kijk of je het dan wel begrijpt" al voldoende om toch verder te komen.

Natuurlijk gaat dat niet altijd op. Maar ook dan is het verstandig om de opgave half af te maken. Op school kan het kind dan een gerichte vraag stellen. Hij of zij kan op dat bepaalde punt niet verder en de leerkracht weet nu veel beter erop in te spelen, dan op de bovengenoemde klacht.

Er kunnen met het huiswerk, het leren, maar ook met het omgaan met leeftijdsgenoten en dergelijke, grote problemen zijn. Het kind haalt onvoldoendes, is gespannen, eet slecht en slaapt slecht. In veel gevallen zal de school dan contact zoeken met de ouders of omgekeerd. Zo zal de mentor proberen zijn leerling te helpen en soms zal een schoolbegeleider of orthopedagoog te hulp geroepen moeten worden.

Meeleven
Komt een kind uit school, dan is moeder meestal thuis. Meelevend vraagt ze: „Hoe was het op school? Kreeg je een beurt? Wat had je voor cijfer?" Het kind krijgt de gelegenheid zijn belevenissen te spuien. En hoewel moeder het (vaak) druk heeft, zal ze toch proberen om een luisterend oor te hebben. Dat kan best moeilijk zijn. Hoe snel komt er iets tussen, waardoor we 't verhaal maar half horen.

Het ene kind zal moeder dwingen om toch te luisteren, het andere verdwijnt -eenzaam?- naar boven. Vooral in een groot gezin is het niet eenvoudig om alle kinderen de aandacht te kunnen geven die elk nodig heeft. Misschien kan ik daar later eens wat dieper op ingaan. Nu alleen nog dit.

Vader heeft zich in dit artikel niet veel met het huiswerk bemoeid. Dat is in veel gezinnen ook de praktijk. Het is vaak zo, dat vader overdag zijn werk heeft en 's avonds (te) laat thuis komt, of naar een vergadering moet. Toch hoeft vader zich niet geheel afzijdig te houden.

Als moeder de kleinere kinderen op bed legt, is dat misschien juist een goede gelegenheid om het huiswerk eens te bekijken. Ook kan vader zeggen: „Ik heb nu geen tijd, maar zaterdag zullen we dit en dat vak eens samen bekijken." Over huiswerk zou nog veel meer te schrijven zijn. Wie geïnteresseerd is, zal zeker diverse boekjes over dit onderwerp bij boekhandel of bibliotheek kunnen vinden.

                              ------------------------------

Huiswerktips

Het scheelt natuurlijk veel als kinderen weten wat ze moeten doen en hoe ze het moeten doen. Maar daarmee zijn ze er nog niet. Een aantal handige huiswerktips wil ik hier doorgeven.

1. Kies een rustige plaats voor je huiswerk. Potlood, pen, papier zijn bij de hand.
2. Leer en maak je huiswerk op de dag dat je het hebt opgekregen. Kijk het nog eens na op de dag vlak voordat het op school behandeld wordt. Een kwestie van plannen.
3. Vóór je aan je huiswerk begint, stel je eerst vast in welke volgorde je je huiswerk gaat doen. Maak een plan.
4. Begin met een fijn vak en doe onmiddellijk daarna een moeilijk vak.
5. Doe nooit twee vakken achter elkaar die veel op elkaar lijken, bijvoorbeeld eerst Duitse en daarna Engelse woordjes leren.
6. Als je op een dag niet veel huiswerk hebt, begin dan aan het huiswerk van een overvolle dag. Dat is ook plannen.
7. Wissel leerwerk en maakwerk af.
8. Begin aan je huiswerk direct na school. Neem een niet te lange pauze.
9. Overhoor jezelf bij leerwerk, of laat je overhoren.

Deze en nog veel meer tips staan bijvoorbeeld in het boekje "Huiswerk maken, gemakkelijker dan je denkt" door Leo Sanders (Uitg. Intro).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.