Bekijk het origineel

Energiek Dearsum

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Energiek Dearsum

13 minuten leestijd

Onopvallend ligt Deersum langs de provinciale weg van Sneek naar Leeuwarden. Het kost slechts enkele seconden om het vlek te passeren. Toch is dit Friese gehucht in één opzicht groot. Het levert voor een groot deel z'n eigen elektriciteit. Door een eenzame windmolen en de biogasinstallatie op het erf van veehouder Durk Schaap. Portret van een energiek dorp.

Aan straatnamen zijn ze er nooit begonnen. Dat vonden ze niet nodig, voor die paar straatjes. Maar voor de naam van het dorp schamen ze zich niet. In milieukringen is Deersum een begrip, al spreekt het bekende blauwe bord net buiten het dorp over Dearsum. Gemeente Boarnsterhim.

Geen provincie in Nederland haalt het in z'n hoofd de plaatsnamen in het dialect van de streek weer te geven, maar de Friezen gaan ook in dat opzicht hun eigen gang. Tot wanhoop van vertegenwoordigers en vrachtwagenchauffeurs uit andere delen des lands.

Wegrestaurant "De Zwette" geeft het gehucht met z'n pakweg veertig woningen nog enige allure. Een struise Friezin serveert koffie en uitsmijters aan werkvolk dat er zichtbaar kind aan huis is. De meeste automobilisten laten het dorp rechts of links liggen en razen voorbij over de autoweg van Sneek naar Leeuwarden.

Wie de afslag naar Deersum neemt, moet ook echt in het dorp zijn, want ruim honderd meter verderop eindigt de klinkerweg. Inkomend verkeer wordt door een antiek bord gewaarschuwd dat het verboden is "met wagens met een krommen of korten dissel harder dan stapvoets te rijden."

Forensen
Aan het eind van het gehucht gaat de klinkerweg over in een betonpad. Tot zo ver het oog reikt slingert het als een grijs lint door het weidse boerenland. Aan de einder raken stoere torens van stokoude dorpskerken de paarsblauwe wolken, die als zeilschepen langs het firmament trekken. Ook in Deersum bepaalt het romaanse kerkje uit de twaalfde eeuw het dorpsbeeld.

Eromheen ligt de dodenakker, waar grijze zerken blijven prediken, nu het in de kerk nog maar zelden gebeurt. Achter de kerk woont Ant Wiersma. Op Deersum 30, een fraai gerenoveerde arbeiderswoning. Het Friese dorp werd in het verleden hoofdzakelijk bevolkt door boerenarbeiders, die hun boterham verdienden op de hofsteden buiten de bebouwde kom.

De mechanisatie van het boerenbedrijf maakte een eind aan die situatie. De bevolking trok weg, de middenstand bloedde dood en de plaats van de oorspronkelijke bewoners werd ingenomen door kapitaalkrachtigen van elders, die er een woning voor het weekend kochten. Tot een verbod op tweede woningen binnen de bebouwde kom werd uitgevaardigd.

Sindsdien zijn de meeste Deersumers forensen die welbewust hebben gekozen voor het leven op het platteland. Of die om financiële redenen voor deze lokatie hebben gekozen. „Je kunt hier nog een woninkje met een tuintje op de kop tikken voor zestigduizend gulden", lacht Ant Wiersma. „Waar vind je dat elders?"

Hoewel Deersum niet meer dan 150 inwoners telt en behoorlijk vergrijst, wordt al het mogelijke gedaan om het er leefbaar te houden. Voor de jeugd is zelfs een speeltuintje gerealiseerd. Ernaast staat een lantaarnpaal met daarop een ton in de kleuren rood, geel en groen. De totempaal van het milieubewuste dorp.

De bewoners hoeven maar een blik op de ton te werpen, om aan hun roeping herinnerd te worden. Als het dorp meer elektriciteit levert dan de inwoners afnemen, is de groene schijf verlicht. Bij geel is de zaak precies in evenwicht. Als de ton op rood staat, kan de alternatieve "centrale" van Deersum de elektriciteitsafname niet bijbenen en is het nuttig om een pas op de plaats te maken.

Het "stoplicht" was een idee van Ant Wiersma. „Ik heb altijd gezegd: Als je het hele dorp erbij wil betrekken, moet je het project zichtbaar maken. Het probleem met die ton is alleen dat je overdag niet kunt zien ofie op groen of op rood staat. En de mensen van buiten het dorp denken dat hij bij de speeltuin hoort. Een soort klimpaal."

Voorbeeld
Het begon allemaal aan het eind van de jaren zeventig, door klachten over een stinksloot waarop het dorpsriool uitkwam. Techneut Geert Jan Zanstra, toenmalig voorzitter van de Vereniging Dorpsbelang, begon te piekeren over een oplossing. Beluchten met een windmolen bood wellicht soelaas.

Ondernemer Jos Paques uit Balk, pionier op het gebied van alternatieve energiebronnen, zag een bredere toepassing van de molen. In samenwerking met de gemeente werden plannen ontwikkeld om het dorp onafhankelijk te maken op energiegebied.

Wethouder René Poppen zag het al helemaal voor zich: Een simpel gehucht dat de band met de Gasunie en het Provinciaal Elektriciteitsbedrijf doorsneed, om op eigen kracht voort te gaan. Door een combinatie van windmolens en een biogasinstallatie, gekoppeld aan een generator. De biogasinstallatie kon gevoed met stalmest van boer Siksma, aangevuld met faecaliën van de dorpelingen.

Voor alle partijen leek het een aantrekkelijk plan. Paques kreeg in Deersum een leuke proeftuin, de bewoners waren van de stank verlost en de gemeente verwierf internationaal faam. Als het Friese dorp zichzelf van energie kon voorzien, was het moment daar om soortgelijke projecten in de Derde Wereld op te zetten. „We moesten een voorbeeld zijn", zegt Ant Wiersma. „Vraag niet waarom, maar zo was het."

Grootse plannen
De plannen werden steeds grootser. Zanstra, inmiddels docent aan het Agrarisch Onderwijscentrum in Leeuwarden, eigenaar van een adviesbureau en mede-firmant van ingenieursbureau Convex in Heerenveen, glimlacht als hij terugdenkt aan de gefabriceerde luchtkastelen die na verloop van tijd weer als zeepbellen uiteen spatten.

„Ook de Holec raakte erbij betrokken. Die hadden een adviseur, een of andere Bulgaar, met een bijzonder rijke fantasie. Wat er aan ideeën over de tafel is gegaan, houd je niet voor mogelijk. Op een gegeven moment lag er een plan voor zes tot acht windmolens die, eventueel gesteund door een biogasinstallatie, water in een watertoren moesten gaan pompen.

Met het water konden dan turbines worden aangedreven, terwijl het dorp door het reservoir in de toren ook in windloze perioden van elektriciteit verzekerd zou zijn. Nu lijkt dat luchtfietserij, maar je moet niet vergeten dat we toen net de oliecrisis achter de rug hadden en midden in de discussie over kernenergie zaten.

Ik keek met heel veel argwaan naar kernenergie. En nog. Niet dat ik er mordicus tegen ben, maar je moet wel weten waar je uitkomt. Zolang dat niet het geval is, moet je niet verder gaan dan het proefstadium. Ik voelde veel meer voor de ontwikkeling van alternatieven als wind- en zonne-energie."

Handicap
November '81 werd in "De Zwette" het idee van een eigen "energiecentrale" aan de Deersumers voorgelegd. Het overgrote deel ging akkoord, hoewel niet iedereen het enthousiasme van de initiatiefnemers kon opbrengen. Daarvoor bleven te veel vragen onbeantwoord. Aan belangstelling ontbrak het niet.

Journalisten uit alle windstreken, bezoekers uit binnen- en buitenland en onderzoekers van alle mogelijke instellingen togen naar Deersum, waar het ei van Columbus leek te liggen. Ant Wiersma, oud-secretaresse van Dorpsbelang, heeft alle publikaties, voorstellen en verslagen die het project in de loop der jaren opleverde zorgvuldig bewaard. Het is inmiddels een vuistdik dossier.

Vanaf het begin voelde de Deersumse zich aangetrokken tot de alternatieve plannen. „Dat is denk ik deels te verklaren uit m'n opvoeding. Ik ben een dochter van boerenmensen die pas in '52 elektrisch licht kregen, en die gewend waren om zuinig te zijn met alles wat hun gegeven was. Dat neem je mee.

Daar kwam nog bij dat onze dochter Anne geboren werd met een lichamelijke handicap. Na allerlei onderzoeken, waar nooit iets uit kwam, werd voorzichtig gesuggereerd dat het wellicht te maken had met de vervuiling van het milieu. Dan ga je wel nadenken. Waar zijn we met z'n allen mee bezig?"

Subsidie
De uitvoering van de wilde plannen was minder eenvoudig dan het bedenken ervan. De biogasinstallatie en de windmolens waren gepland op grond van de kerk, maar de prijs die de notabelen daarvoor vroegen lag ver boven het beschikbare budget.

Tegen alle verwachting in daalde de prijs van olie en gas, waardoor de alternatieve energiecentrale financieel veel minder aantrekkelijk werd. En de ambtelijke molens van de gemeente maalden traag. Ook de voorlichting aan de bewoners liet veel te wensen over. Halverwege de jaren tachtig was het enthousiasme van de bevolking tot het nulpunt gedaald.

Velen hadden in gedachten al een punt achter het idee gezet, toen toch subsidie beschikbaar kwam, omdat een vergelijkbaar project op Schiermonnikoog was afgeblazen. Met geld van de gemeente, de provincie, het rijk en de Europese gemeenschap kon het idee nu toch worden uitgevoerd. Zij het in sterk afgeslankte vorm.

Het aantal windmolens werd teruggebracht tot één en de watertoren met turbines verviel. Maar de mestvergistingsinstallatie voor de produktie van biogas bleef tot vreugde van Zanstra gehandhaafd.

Bonus
De exploitatie werd ondergebracht in de Stichting Energievoorziening Deersum. Het ideaal van een eigen centrale bleek onhaalbaar. De opgewekte stroom wordt verkocht aan het elektriciteitsbedrijf. De opbrengst vloeit in de kas van de stichting, die daarmee het onderhoud en de afschrijving van de windmolen en de biogasinstallatie moet financieren.

De bevolking wordt er weinig wijzer van. De winst van de stichting laat hooguit ruimte voor een bij het project passende bonus in natura, zoals een spaarlamp of een waterbesparende douchekop. Daar staat tegenover dat niemand enig risico loopt.

Vorig jaar was de windmolen zes maanden buiten bedrijf, in verband met een ingrijpende renovatie. Voor de bevolking niet erg motiverend, want als de molen uitvalt staat de waarschuwingston gegarandeerd op rood. Wat ertoe moet leiden dat de Deersumers hun energieverbruik tot een minimum terugbrengen.

De praktijk is minder rooskleurig. Slechts een handvol dorpelingen is actief bij het project betrokken. De rest staat er welwillend bij en kijkt ernaar.

Mestsilo
De enige die dagelijks met de alternatieve elektriciteitswinning wordt geconfronteerd, is veehouder Durk Schaap. Vanuit de woonkeuken heeft hij zicht op de windmolen, die in de zomer van '87 begon te draaien. Een halfjaar later werd op zijn erfde biogasinstallatie geplaatst, met de bijbehorende silo's voor de verse en de verwerkte mest.

De veehouder laat met gulle lach weten dat hij zeker niet gedreven werd door nobel idealisme. „Ik had geen mestopslag. Dat probleem was meteen opgelost door de mestsilo die bij de installatie hoort. Het werkte bij mij meer omgekeerd. Heb je zo'n ding op je erf staan, dan word je je ook meer bewust van de milieuproblematiek."

De eerste jaren leverde de installatie meer narigheid dan energie op. Verscheidene keren sloeg het vergistingsproces dermate op hol, dat Durk het hele erf vol schuim had staan. De pompen bleken volstrekt ongeschikt voor het verpompen van mest en werden na twee jaar tobben vervangen. De vergistingsinstallatie zelf, een reusachtige tank van polyester segmenten, begon meermalen te lekken op de naden.

Voorlichting
Ook veehouder Piet van der Werf is actief bij het project betrokken. „In december brengen we een gedeelte van onze mest naar Durk, daar wordt de energie eruit gehaald en zomers halen we de mest weer terug. Het kost je wat tijd, maar het voordeel is dat de structuur van de mest verbetert. En je hebt minder ruimte voor mestopslag nodig."

Echtgenote Janke verzorgt de voorlichting voor de Stichting Energievoorziening Deersum. Op volstrekt authentieke wijze. Terwijl ze in de woonkeuken van de vooroorlogse boerderij de jongste Van der Werf de borst geeft, vertelt ze dat ze zo nu en dan wat mensen rondleidt.

De realiteit is dat ze de achterliggende jaren bezoekers uit de hele wereld heeft ontvangen. Rondleidingen beginnen met een diapresentatie in de stal, waar de geur van verse mest de visuele voorlichting ondersteunt.

„Je moet het allemaal niet te officieel maken", lacht Piet. „We blijven zo dicht mogelijk bij de natuur." Janke probeert dat principe ook in de huishouding te praktiseren. De baby krijgt een ouderwetse katoenen luier om de billen en als het niet regent gaat zomer en winter de was aan de lijn.

Zonneboiler
In '89 haalde Van der Werf de lokale pers, omdat in zijn boerderij de eerste zonneboiler voor bedrijfsmatig gebruik was geïnstalleerd. „Een prachtig ding", vindt de veehouder, „maar het rendement valt wat tegen. We hebben in Nederland voor het mooi te weinig zon."

De Friese boer betwijfelt of de Deersumers energiebewuster zijn dan hun medelanders. „Het hele project is ons eigenlijk in de schoot geworpen. We vinden het aardig, maar het is niet zo dat je er steeds aan denkt. Ik heb de indruk dat mensen uit andere dorpen ons meer in de gaten houden, dan dat wij er zelf mee bezig zijn.

Dat zou anders zijn als je totaal afhankelijk was van je eigen energie. Nu ligt niemand er wakker van als de molen stuk is." Het probleem is volgens Janke dat een financiële prikkel ontbreekt.

„Het is heel leuk wat hier gebeurt, maar je merkt er niets van in je portemonnee. Daardoor blijft het voor veel mensen wat vrijblijvend. Je moet eigenlijk steeds gestimuleerd worden. Als we een jaarvergadering van de stichting hebben gehad, ben je de eerste weken weer heel energiebewust. Maar het verflauwt snel."

Fabriek
Dat geldt zeker niet voor Geert Jan Zanstra. Voortdurend is de pionier op zoek naar alternatieve technieken en processen ter ontlasting van het milieu. Inmiddels liggen er vergevorderde plannen voor de bouw van een fabriek voor grootschalige vergisting van mest, in combinatie met groente-, fruit- en tuinafval (gft).

De fabriek zou naast gas, elektriciteit en warmte een milieuvriendelijke meststof moeten opleveren. Dat biedt wellicht de oplossing voor de groeiende gft-berg. Experimenten in de Deersumse vergistingsinstallatie geven reden tot optimisme. Het toevoegen van gft aan de mest doet in ieder geval de gasopbrengst aanmerkelijk stijgen. Durk Schaap vindt het allemaal wel best.

„Voorheen nam ik zelf 's morgens en 's middags een kijkje in de regelkamer om de mestdosering af te stemmen. Door die gft-boel gebeurt dat nu meestal door Zanstra. Voor hem is de vergister een leuke proefinstallatie. Economisch is het absoluut geen succes. We moeten het van de molen hebben. De vergister blijft constant achter bij de verwachte jaarproduktie."

Zanstra is al tevreden als de installatie "wat sigarengeld" oplevert. Veel belangrijker dan de opbrengst is voor hem de kennis die in Deersum wordt opgedaan. Het irriteert hem mateloos dat de hele milieudiscussie voortdurend om geld draait. De Friese techneut is van mening dat principiële keuzen moeten worden gemaakt.

„Neem alleen de mestproblematiek. De manier waarop we nu met onze mest omgaan is een tijdbom onder de dier- en de volksgezondheid. In de ouderwetse grupstal, waar de mest en de gier werden gescheiden, zag je dat de vaste mest min of meer composteerde.

Die moderne roosterstallen zijn voor de boer een zegen, maar de sanitaire gevolgen zijn te veel verwaarloosd. Dat heeft een enorme toename van onder meer de salmonellabacterie veroorzaakt. Als je de mest vergist levert dat biogas op, het geeft een aanzienlijke vermindering van de ziekteverwekkers en het eindprodukt heeft een hogere bemestende waarde.

Dat weten we op grond van praktijkproeven die we in Deersum hebben gedaan. Veel mensen denken dat dat vandaag niet meer nodig is. Als je iets nieuws wilt beginnen zet je er even een universiteitje op en klaar is Kees. Maar zo werken de zaken echt niet. In de praktijk gaat het altijd weer anders dan je op papier had berekend."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 maart 1995

Terdege | 80 Pagina's

Energiek Dearsum

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 maart 1995

Terdege | 80 Pagina's

PDF Bekijken